30 januari 2017

Jan Jaap de Ruiter (arabist ter stede): volksheld voorkomt deportatie moslims?

Als de meerderheid van de moslims in West Europa denkt dat er slechts één mogelijke interpretatie is van de Koran en dat de wetten die door de Koran worden opgelegd belangrijker zijn dan de seculiere wetten, wat betekent dat dan voor de democratie in West Europa? Voorlopig niets, want zij vormen de minderheid. Maar mochten deze moslims ooit de meerderheid krijgen dan is het gedaan met het democratische systeem van checks and balances dat we in de Westerse wereld kennen. In een democratie organiseer je tegenspraak tussen instituties (wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht) om iedereen scherp te houden en, vooral, om er voor te zorgen dat er niet één groep is die alles voor het zeggen heeft. Als je denkt dat je de waarheid in pacht hebt, zoals de fundamentalistische moslims, is tegenspraak juist zondig. Er is immers maar één waarheid en daar heeft iedereen zich naar te voegen. Het is dan ook geen wonder dat als bij democratische verkiezingen een fundamentalistische moslimpartij de absolute meerderheid krijgt, de eerste daad van die partij is de democratie af te schaffen (zie Egypte, Algerije, en andere landen; Iran is een interessante uitzondering). Over dit soort zaken ging de veel besproken discussie in Amsterdam, waar Bernadette de Wit voorstelde beroepsmoslims te deporteren. Bij die discussie was ook aanwezig Jan Jaap de Ruijter, arabist hier ter stede. Hij werd door zijn aanwezigheid zelfs even een dappere nationale volksheld omdat hij, volgens de kranten, de enige was die zich verbijsterd toonde over het voorstel tot uitzetting. Mijn felicitaties, uiteraard, hoewel, wat is precies de prestatie als je je druk maakt om een voorstel dat totaal geen kans maakt? Wij gaan heus geen moslims uitzetten, zolang wij moslims als asielzoekers toelaten die atheïsten, christenen en homoseksuelen bedreigen (zie hier en hier). 

29 januari 2017

Bernadette de Wit: “Deporteer beroepsmoslims”

We hebben al diverse malen gesproken over de bevindingen van hoogleraar sociologie Ruud Koopmans (zie hier). Van de moslims in West Europa denkt de overgrote meerderheid dat de wetten die door de Koran worden opgelegd belangrijker zijn dan de seculiere wetten die in West Europa gelden. De meeste moslims in West Europa (en dus Nederland) wensen de liberale normen en waarden van dit land niet over te nemen. Dit suggereert dat zodra de meerderheid van de Nederlanders de fundamentalistische islam aanhangt, de ‘wetten’ van de Koran leidend worden. Nederland wordt als Saoedie-Arabië, waar vrouwen niet aan het openbare leven mogen deelnemen, laat staan dat ze een café in zouden mogen. Zo ver is het nog lang niet. Er zijn maar honderdvijftig vrouwen in een nikab in Nederland, zoals Nasdrin Dchar onlangs smalend opmerkte. Waar maken we ons bang over? Welnu, wij maken ons bang dat die honderdvijftig vrouwen het begin is van een zich hardnekkig uitbreidende vlek waarbij langzaam maar zeker onze seculiere rechtsstaat wordt afgebroken, waarbij wij onze liberale levenshouding en tolerantie op moeten geven. In Frankrijk is het al zover dat in de ‘banlieues’ vrouwen geweigerd worden in sommige café’s. In Nederland hebben we ook no-go areas waar je als vrouw, homo of herkenbare Jood beter niet kunt zijn. Wat doen ‘we’ daar tegen? Bernadette de Wit had daar een simpele mening over. Begin met de beroepsmoslims uit te zetten, zegt zij, dan gaan de andere moslims hun geloof thuis belijden en is het probleem opgelost. Die ‘oplossing’ leidde tot een “storm in een glas water” waarmee zelfs onze vice-premier Asscher en de Amsterdamse gemeenteraad zich bemoeiden. Hadden zij een oplossing? Welnee, ze zagen niet eens het probleem, zie hier.

28 januari 2017

Nasdrin Dchar (NL/Mar): Marokkanen wilden integreren (maar nu niet meer) II

Nasdrin Dchar gaf onlangs een interview aan mijn krant en het was ontroerend, omdat je zijn onderhuidse angst voelde dat zijn kinderen door de autochtone Nederlanders zullen worden uitgespuugd. De meerderheid van de Marokkaanse Nederlanders wilden zich aan de Nederlandse samenleving aanpassen, zegt hij, maar voor de derde generatie Marokkaanse Nederlanders is dat niet langer het geval, “omdat ze hier niet mogen zijn. Omdat alles wat ze lezen, zien, horen, tégen hen is. (…) Alles wat normaal is, alles wat positief is, is niet interessant. We richten ons liever op groepjes die het verpesten voor de grote groep. En het enge van deze tijd is dat het lijkt alsof die kleine groepjes, die minderheid, de regel zijn geworden.” Het ontroerende is ook dat je zou willen dat Nasdrin Dchar gelijk heeft, dat de meeste Marokkanen zich inderdaad willen aanpassen, dat ze ‘onze’ rechtsstaat, onze liberale levenshouding en tolerantie willen overnemen en homoseksuelen, atheïsten en vrouwen op dezelfde manier willen accepteren als ‘wij’ dat doen. Je zou inderdaad willen dat de meeste Marokkaanse Nederlanders begrijpen dat als zij, als moslim, de profeet niet mogen afbeelden, dat niet geldt voor mensen die niet geloven. Je zou willen dat Marokkanen begrijpen dat atheïsten niet vermoord mogen worden, ook als de Koran (en het Oude Testament) dat wel aanbeveelt. Je zou dat willen, maar het is niet zo. Ik haal nog maar even de bevindingen van hoogleraar sociologie Ruud Koopmans (zie hier) naar boven. Van de moslims in West Europa denkt 75% dat er slechts één mogelijke interpretatie is van de Koran en 65% denkt dat de wetten die door de Koran worden opgelegd belangrijker zijn dan de seculiere wetten die in West Europa gelden. Ik zie bij de meerderheid van de Marokkanen geen enkele wens tot integratie in de Westerse samenleving.

26 januari 2017

Nasdrin Dchar (NL/Mar): Marokkanen willen integreren, I

Onze Marokkaanse landgenoten hebben het niet gemakkelijk, vooral niet als ze alleen nog maar door hun naam van een ‘autochtone’ Nederlander te onderscheiden zijn. Dit is bij Nashdrin Dchar het geval. Afgelopen week stond er een ontroerend interview met hem in mijn krant. Laten we maar een interessante quote van hem overnemen: “De eerste generatie Marokkaanse mannen (…) zien ook dat het híér allemaal moet gebeuren, dat hun kinderen de normen en waarden van dit land overnemen.” Hij zegt dat de Marokkaanse Nederlanders die zich aan de Nederlandse samenleving aanpassen de regel zijn, maar:  “De schoonvader van een vriend van me is opeens bang dat Nederland over vijf jaar is geïslamiseerd. (…) Hoe is het mogelijk? Dan ben je volledig geïndoctrineerd door de media. (…) Er wordt gefocust op die honderdvijftig vrouwen in een nikab in Nederland. Honderdvijftig, come on! De angst wordt gevoed en gevoed.” Over Wilders die, zoals bekend, minder, minder Marokkanen wil, zegt hij: “Ik wil zo graag tegen mensen die overwegen op Wilders te stemmen, zeggen: denk alsjeblieft nog een keer goed na. Een stem op hem, voelt als een aanval op mij. Waar hij voor staat, is een wereld zonder mij. Zijn manier van politiek bedrijven, drijft mensen uit elkaar. Erger, door hem gaat de ene groep de andere haten.” Over zijn kinderen: “Ik hoop dat mijn kinderen in een land opgroeien waar ze mogen zijn wie ze zijn. (…). Ik ben altijd geëngageerd geweest, maar door het vaderschap is dat enorm versterkt. Dingen beginnen nu echt pijn te doen.” Inderdaad, stel dat hier een Duitse Joodse man in de jaren dertig aan het woord was, dan krijg je tranen in de ogen, want dan zou je weten dat die kinderen zelfs niet mochten zijn (wordt vervolgd).

20 januari 2017

Martin van Rijn (VWS): we gaan hem missen

Het moet wel heel raar lopen, wil Martin van Rijn, de staatssecretaris van volksgezondheid, in die functie terug komen. Op de eerste plaats moet de PvdA dan uit zijn as herrijzen de komende Kamerverkiezingen (maart 2017). Op de tweede plaats moet het niet uitlekken dat de staatssecretaris een beetje dom’ is. Hij was verantwoordelijk voor de decentralisatie van een deel van de zorg naar de gemeenten. Dat was, zoals wij eerder schreven een afschuifoperatie waarbij het Rijk de financiële problemen van de zorg naar de gemeenten verschoof, maar nog wel aan allerlei touwtjes bleef trekken. De wet maatschappelijke ondersteuning (wmo), die door gemeenten wordt uitgevoerd zegt dat mensen die menen dat ze niet zelfredzaam genoeg zijn en daarom hulp vragen eerst een beroep moeten doen op hun eigen familie of hun netwerk alvorens de gemeente zorg moet bieden. Dit is de participatiesamenleving waar het kabinet Rutte/Samsom zo de mond vol van had. Gemeenten die dit letterlijk nemen worden echter door de rechter terug gefloten. Het is op zichzelf curieus dat de rechter de wet heel anders uitlegt dan de bedoeling is, maar het is misschien nog curieuzer dat Van Rijn dat zelf ook doet. De krant meldde immers ook dat gemeenten van Van Rijn niet mogen voorschrijven dat hulpbehoevende inwoners met een bovenminimaal inkomen zelf hun huishoudelijke hulp moeten regelen. Er is dus helemaal geen sprake van decentralisatie, want de bemoeizucht van Martin van Rijn bemoeilijkt de ‘ontzorging’ waar de gemeenten volgens die zelfde Van Rijn voor moeten zorgen. Ja, Martin van Rijn is een onuitputtelijke bron van inspiratie. Het zou voor dit blog een groot verlies zijn als hij niet terugkeert als bewindsman. Geen mens is onmisbaar, maar dat geldt niet voor Martin van Rijn: we zullen hem gaan missen.

15 januari 2017

Eva Jinek: graaier Boudewijn Poelmann is een gulle gever

Als voorzitters van goede-doelenorganisaties meer blijken te verdienen dan ministers, ontstaat er verontwaardiging. Waarom zouden wij geld gaan geven aan een goed doel als een groot deel van onze donaties in de zakken van bestuurders verdwijnt? Inderdaad, wij gaan dus niets geven aan het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Oranje Fonds, KNGF Geleidehonden en KWF Kankerbestrijding. Wat mij betreft, pek en veren voor deze twee dames en twee heren. Maar wat zij verdienen en (nog gaan verdienen) is vrijwel niets vergeleken met wat Boudewijn Poelmann inmiddels verdiend heeft aan de Postcodeloterij. Er wordt een bedrag van 40 miljoen genoemd. Adriana Esmeijer gaat dat nooit bij elkaar verdienen met haar Prins Bernhard Cultuurfonds. Dus, als er iemand van pek en veren voorzien dient te worden, is het wel Poelmann. Wij noemden hem eerder de Dirk Scheringa van het loterijwezen. Dirk Scheringa leidde arme mensen om de tuin met zijn verzekeringsproducten; Boudewijn Poelmann dwingt mensen die bang zijn dat er miljoenen aan hun neus voorbij gaan, de loten van zijn postcodeloterij te kopen. Boudewijn Poelmann chanteert mensen, want als je niet meedoet aan zijn loterij kan aan het eind van het jaar bij de trekking blijken dat je een grote verliezer bent, namelijk als jouw postcode wordt getrokken. Er is geen enkele loterij in de wereld waar je te weten komt dat je een verliezer bent als je geen lot bij die loterij hebt gekocht. Behalve dus bij de postcodeloterij, maar heel veel mensen in Nederland schijnen dat normaal te vinden. Het is zelfs erger. Via columnist Peter de Waard kwam ik er namelijk achter dat Poelmann door Eva Jinek gekroond is tot koning van de filantropie. Graaien, chanteren en gedwongen winkelnering, het blijkt als weldoenerij uitgelegd te kunnen worden.

12 januari 2017

Marie-José Thunnissen (NVAB): mosterd over de AOW-leeftijd

Toen begin 2009 plotseling de politieke steun voor een verhoging van de AOW-leeftijd begon toe te nemen, verzette ik me daar heel alleen of met diverse anderen tegen. Een van de tegenargumenten was dat een verhoging van de AOW-leeftijd vooral nadelig zou zijn voor mensen met een laag inkomen. Behalve dat zij een laag inkomen hebben, zijn zij minder gezond en kunnen daardoor niet zonder problemen langer doorwerken. Bovendien leven deze mensen korter en als ze dan langer moeten doorwerken, profiteren ze, vergeleken met mensen die het beter hebben, nog minder van de AOW. Allemaal heel erg voor de hand liggende argumenten, maar het mocht niet baten: te veel economen en te veel politici waren voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Inmiddels staat de AOW-leeftijd voor dit jaar op 65 jaar plus 9 maanden en zullen, volgens de huidige wet, in 2060 mensen pas als ze 71 jaar en 6 maanden zijn voor het eerst van hun leven een AOW-uitkering krijgen. Wat dit betekent voor de mensen met lage inkomens en slechte gezondheid is niet zo moeilijk te raden. “Het leidt tot voortijdige uitval, niet alleen bij traditioneel als zwaar bekendstaande functies (…). We zien dat werknemers in de zorg en in het onderwijs nu soms al de 65 niet halen.” Juist, dat zeiden wij in 2009 (zie boven). Maar nee, dit was geen zelfcitatie; dit heeft Marie-José Thunnissen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde deze maand, januari 2017, gezegd en zij heeft er de krant mee gehaald. Zij vertegenwoordigt de bedrijfsartsen in Nederland. Mooi dat wij na 8 jaar gelijk krijgen. Jammer alleen dat deze noodkreet over de verhoging van de AOW-leeftijd 8 jaar te laat komt. Daarmee heeft deze klacht van de bedrijfsartsen nu wel erg een mosterd-na-de-maaltijd karakter.