23 december 2017

Camiel Eurlings (ex-, ex-, ex-minister, ex-KLM, ex-): #he too

Kan iemand die zich schuldig heeft gemaakt aan huiselijk geweld tegen zijn ex-vriendin bestuurslid blijven van het nationale (NOC*NSF) en internationale olympische (IOC) comité? Deze vraag kwam deze week op, nadat een vader, wiens dochter seksueel misbruikt was in de sport, de positie van onze oude bekende Camiel Eurlings bij het NOC*NSF (opnieuw) had aangekaart. Zijn expliciete vraag was: “Hoe kunt u voor uzelf moreel verantwoorden om samen in een bestuur te zitten met iemand die gewelddadig is t.o.v. zijn (ex-)vrouw?” Goede vraag en opeens bleken de bestuursleden van de NOC*NSF, het lijdend voorwerp zelf uitgezonderd, al langer te worstelen met die vraag. Dat was curieus, want nadat Eurlings op miraculeuze wijze in het bezit was gekomen van een zogenaamde Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), had NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen verklaard dat het “gevoel van ongemak rond Eurlings” voor hem persoonlijk was verdwenen. Alsof dat briefje van justitie Eurlings vrijpleitte, want hij was wel degelijk schuldig bevonden aan huiselijk geweld en had er ook een werkstraf voor gekregen. Het morele kompas van sportbestuurder Dielessen stond kennelijk niet helemaal goed afgesteld, maar dat komt bij sportbestuurders wel vaker voor, zoals wij eerder constateerden. Nu vroeg het NOC*NSF Eurlings alsnog om opheldering, maar wat viel er nog op te helderen? Camiel Eurlings heeft geen schuldgevoel en geen geweten, want anders was hij allang winkelbediende in Valkenburg geworden. Eurlings houdt zich echter uit alle macht vast aan het enige erebaantje (bij het IOC) dat hem resteert. Toch kwam hij afgelopen week met een verklaring. Of eigenlijk, Eurlings liet zijn advocaat verklaren dat het allemaal niet zo erg was. De ex-vriendin was wel mishandeld, maar helemaal niet zwaar, ze had slechts lichte kwetsuren. Misschien is zelfs winkelbediende wel iets te hoog gegrepen voor Eurlings.

22 december 2017

Wouter Koolmees (D66): lijdt aan AOW-leeftijdskramp

Deze week meldde mijn krant dat de minister van sociale zaken, Wouter Koolmees, de AOW-leeftijd niet wil ‘bevriezen’. Dat was in een reactie op een pleidooi van de vakbond FNV. Die vakbond is er achter gekomen dat de AOW-leeftijd voor de laagst betaalde werknemers in zware beroepen desastreus uitpakt. Dat had de vakbond natuurlijk ook in 2009 kunnen bedenken, toen de discussie over de AOW-leeftijd opeens losbarstte. Of anders in 2012 toen met enthousiaste steun van D66 het feitelijke besluit tot verhoging van de AOW-leeftijd werd genomen en anders nog in 2014 toen Jetta Klijnsma het uiteindelijke wetsvoorstel door de kamer loodste. Enfin, beter laat dan nooit. Bevriezen of zelfs verlagen van de AOW-leeftijd hoeft helemaal niet zo duur uit te vallen, zoals ik al diverse malen berekende (zie deze serie hier, of voor de fijnproevers, hier). Maar Wouter Koolmees leest niet wat hem niet goed uitkomt. Dus herhaalt hij gewoon het dogma dat het CPB al jaren over ons uitstort, namelijk dat de AOW ‘niet houdbaar’ is als we de AOW-leeftijd bevriezen. Het is een dogma, dus uitleg of bewijs is niet nodig. Punt. Wat wil Koolmees dan doen voor de mensen voor wie doorwerken tot de hogere AOW-leeftijd onhaalbaar blijkt? In een interview met de krant beweert hij dat hij ‘een waaier aan mogelijkheden’ ziet. De mogelijkheden die hij noemt, voorspellen echter weinig goeds, want die komen voornamelijk neer op (nog) minder inkomen voor de laagstbetaalden. Dat is dan in ieder geval wel weer een pluspunt voor de nieuwe minister van sociale zaken: hij blijkt veel geleerd te hebben van voormalig staatssecretaris van sociale zaken, Jetta Klijnsma, die er ook heel veel aardigheid in had om op ouderen te korten.

21 december 2017

Dries van Agt (ex CDA): executie-van-Molukkers-ontkenner

Er zijn mensen die ontkennen dat de Holocaust heeft plaats gevonden. Zo iemand is ex-premier Dries van Agt, denk ik, niet. Wel is hij er al diverse malen van beschuldigd anti-semiet te zijn (zie hier bijvoorbeeld). Hij heeft in ieder geval het nodige begrip getoond voor terroristische acties tegen Israël door Hamas. Deze week is de treinkaping van 1977 door Nederlandse Molukkers voor de zoveelste keer in de publiciteit. De Molukkers was na de Tweede Wereldoorlog een eigen staat beloofd in Indonesië, maar die belofte kon of wilde geen enkele Nederlandse regering inlossen. De treinkaping was een reactie op de onwil van opeenvolgende regeringen om zich iets van de rechten van Molukkers aan te trekken. Voor de acties van jonge Molukkers in de jaren 70 had de toenmalige minister van justitie, Dries van Agt, geen enkel begrip. De treinkaping werd, onder zijn verantwoordelijkheid, op gewelddadige wijze beëindigd door commando’s van het Nederlandse leger, waarbij Molukse kapers, volgens advocaat Liesbeth Zegveld (zie hier, voor abonnees), op ongeoorloofde wijze zijn geëxecuteerd. Van Agt kan zich echter van de gegeven instructies niets herinneren. Dat is te toevallig om waar te zijn, want zo zegt van Zegveld: “Hij weet zich veel details van omringende zaken te herinneren, maar toevallig net niet dat waar het in onze zaak om te doen is.” Zoals we al eerder meldden, houden wij zijn twitter-account in de gaten om te zien of hij misschien toch nog met iets anders als het Midden-Oostenconflict bezig is. Maar nee, hij zwijgt over al het andere en dus zeker ook over de geweldinstructies die hij indertijd de mariniers meegaf. Hij is dan waarschijnlijk geen Holocaust-ontkenner, maar hij lijkt wel een ontkenner te zijn van standrechtelijke executies van Molukse treinkapers.

19 december 2017

Kate Raworth: “Maak een donut en redt de wereld, III”

Zij vindt dat de economische theorie volkomen verkeerde prioriteiten stelt, zo zagen wij. De theorie vindt volgens haar dat continue economische groei menselijk welzijn het beste dient. De theorie is daarbij, nog steeds volgens Raworth, blind voor de negatieve gevolgen van groei: toenemende ongelijkheid aan de ene kant en uitputting van de planeet aan de andere kant. Blind? Over groei en toenemende ongelijkheid konden we een heel dik boek van Thomas Piketty lezen. Over groei en klimaatverandering kunnen we tientallen, zo niet honderden economische papers lezen, zie bijvoorbeeld deze. Waar leidt Raworth uit af dat (academische) economen volop bezig zijn overal in de wereld de economische groei te stimuleren? Nergens uit en als die economen er wel zijn, zijn het amateurs of bedriegers. De economische theorie weet namelijk nauwelijks hoe economische groei te verklaren is en dus bijgevolg ook nauwelijks hoe groei gestimuleerd moet worden. De belangrijkste theorie over groei is de inmiddels 60-jaar oude neo-klassieke groeitheorie, ontwikkeld door Robert Solow. Wij schreven daar eerder over. Die theorie verklaart niet waarom er groei is, maar waarom groei ophoudt. De groei houdt op als extra investeringen ten koste van de consumptie zouden komen. Hoe het dan komt dat het nationaal product toch van jaar tot jaar toeneemt, wordt aan factoren toegeschreven die voor de theorie exogeen zijn. Als economen groei niet kunnen verklaren, kunnen ze ook geen goede adviezen geven over de stimulering van de economische groei. Meestal zijn het dan ook adviezen die gebaseerd zijn op vage noties, zoals dat er meer moet worden geïnvesteerd in hoger onderwijs (“meer kennis is goed voor de groei”), of dat de belastingen op bedrijven omlaag moeten (“dan gaan de bedrijven meer investeren en dat is goed voor de groei”). (verder lezen)

17 december 2017

Emile Aarts (TiU): glanzende academische opening

Ik was precies drie columns columnist van het universiteitsblad Univers van de Universiteit van Tilburg. Toen begreep ik dat het niet zo’n veilige positie was als je van plan was in te gaan tegen de mening van de academische goegemeente. Als die goegemeente, inclusief het bestuur, dan over je heen viel om een te prikkelende column, viel de redactie ook maar over je heen, hoewel die redactie je eerst had uitgenodigd ‘prikkelende columns’ te schrijven (begin hier als je deze geschiedenis wilt ophalen). Rare opvatting dus van gastheer-/gastvrouwschap van die redactie. Voor mij voldoende reden om de kolommen van Univers zo snel mogelijk weer te verlaten. Eén nadeel: om een writer’s block te allen tijde voor te zijn, had ik al wat voorwerk gedaan en een aantal columns op de plank liggen. Die liggen er nu te verstoffen. Maar kom, ik kan ze hier van stof ontdoen en ze een beetje uitstallen. Deze, bijvoorbeeld, ging over de opening van het academische jaar. Die opening is natuurlijk allang voorbij, maar mijn zeer gewaardeerde rector, Emile Aarts, speelde er een glansrol in. Dus, van harte aanbevolen.

14 december 2017

Kate Raworth: “Maak een donut en redt de wereld, II”

Stel, de knapste astronomen van de wereld komen samen en denken met zijn allen na over het doel van het universum. Moet het universum uitzetten, of moet het krimpen? “Te veel astronomen”, zo meent een van hen, “hangen op de groei van het universum, terwijl we juist moeten inkrimpen om niet uit elkaar te spatten”. Onzinnig hypothetisch voorbeeld, natuurlijk. Astronomen hebben geen voorkeur over hoe het universum zich ontwikkelt (het schijnt uit te dijen). De ontwikkeling van het universum is het resultaat van natuurkrachten die niemand kan beïnvloeden. Maar hoe zit het dan met de ontwikkeling van de economie? Is die ook niet het gevolg van ongrijpbare krachten? Niet volgens Kate Rahworth. Economen streven altijd naar meer economische groei en denken dat dit ook goed is, omdat, volgens de economische theorie, mensen altijd meer willen hebben. Kate Rahworth, zo zagen we, was ernstig teleurgesteld in de economische theorie, wilde zich geen econoom noemen en ging na haar studie meer dan 15 jaar in ‘het veld’ werken. Toen bedacht ze dat de theorie op zijn kop gezet moest worden. Als eerste zou het heilig verklaarde doel van economische groei er aan moeten geloven. Heilig? Doel? Op blz. 36 van haar bestseller doughnut economics schrijft ze hoe ze uit nieuwsgierigheid in 2015 naar het eerste college macro-economie voor eerstejaars ging. Wat was, volgens de dienstdoende professor, de eerste grote vraag die de macro-economie zich stelt? Deze: “Wat zorgt ervoor dat in de economie productie groeit en fluctueert?” Foute vraag, aldus Raworth, de economie zou moeten gaan over hoe mensen in staat zijn te gedijen. Mijn vragen: waarom mag de theorie niet een poging doen groei te verklaren? En slaagt ze daar ook in? En zegt de theorie niets over welzijn? (verder lezen)

12 december 2017

Kate Raworth: “Maak een donut en redt de wereld, I”

Ik ging in 1969 economie studeren aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Mijn doel was te leren hoe je met behulp van de economische wetenschap de wereld, inclusief Nederland, naar een zo hoog mogelijke welvaart kon sturen. Dat was eigenlijk wel een vreemd doel, want toen (1969) beleefden de economieën in de vrije wereld een periode van continue en hoge economische groei. Deze groei was in de geschiedenis van de mensheid nog nooit zo hoog geweest als in die eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Het zou gauw uiteenspatten, maar dat wist ik toen nog niet. Ik wilde economie leren, maar daar kwam weinig van terecht: de VU-hoogleraren bleken weinig van economische theorie te weten. Sommigen brabbelden wat over Marxistische theorie, anderen vertelden onsamenhangende verhalen over economische groei; slechts een enkeling was in staat uit te leggen waarom er een probleem was in de zogeheten welvaartstheorie. Het was een grote desillusie. Na twee jaar had ik het gevoel dat ik helemaal niets was opgeschoten; ik haalde tentamens, maar die waren geen toetsen op mijn vaardigheid de economische wereld te redden; vaak werd er alleen maar getoetst of ik het onleesbare eigen werk van de hoogleraar wel goed gelezen had. Hoe anders is de ervaring die Kate Raworth in haar boek Doughnut economics beschrijft. Zij wilde de wereld verbeteren (honger bestrijden, milieurampen voorkomen, en dergelijke) en dacht dat een studie economie haar daarbij zou kunnen helpen. De economische theorie werd haar prima uitgelegd, maar het bleek haar dat de theorie uitging van vreemde aannames over hoe de wereld werkte. Zij schaamde zich, na haar afstuderen, dat ze een econoom was, en dus noemde ze zich nooit zo, maar ging ze zich bezig houden met ‘echte’ uitdagingen.  (verder lezen)

07 december 2017

Prof. Sjaak Kroon c.s.: brengen onafhankelijkheid universiteitsblad van TiU om zeep (slot van #nomoremetoo)

Dit is dan echt het eind van het verslag over een #metoo-discussie op de Tilburgse universiteit dat hier begint. Ik begreep het dat het College van Bestuur (CvB) van de TiU de eerste de beste gelegenheid aangreep om mij publiekelijk als columnist van het universiteitsblad Univers te blameren, ook al kon het CvB dat niet onderbouwen. Ik had de redactie ervoor gewaarschuwd dat het CvB mijn stukjes niet zou waarderen. Natuurlijk wilde het CvB mij uit de kolommen van Univers weg hebben. Het CvB financiert liever niet een universiteitsblad dat vervolgens kritiek over datzelfde CvB uitstort. Begrijpelijke reactie van bestuurders, zullen we maar zeggen, hoewel een goed bestuur liever geen jaknikkers om zich heen verzamelt. Maar wat Sjaak Kroon heeft bewogen om openlijk partij te kiezen in een discussie over metoo en daarbij zijn reputatie als vertrouwenspersoon in de waagschaal legt, ontgaat mij. Wat is zijn motivatie en van de 39 andere ondertekenaars van de open brief om het universiteitsblad onder grote druk te zetten om een columnist uit te schakelen? Waarom wilden ze de onafhankelijkheid van het universiteitsblad daarmee om zeep helpen? De ondertekenaars waren allemaal academici die onafhankelijke meningen zouden moeten waarderen. Niet dus. Het waren/zijn dan ook geen intellectuelen, het waren/zijn 40 fundamentalisten die zich door een stukje van nog geen 500 woorden tot een disproportionele geestelijke terreur op personen lieten verleiden. Dit bleek ook toen ik collega Kroon zelf per e-mail vroeg of hij zijn activiteit in overeenstemming vond met zijn rol als vertrouwenspersoon. Hij bleek er echter geen enkele behoefte aan te hebben met mij een discussie aan te gaan. Natuurlijk niet! Fundamentalisten discussiëren niet; zij plegen (geestelijke) terreur. 

06 december 2017

Harrie Verbon: geen recht op een veilige en gezonde werkomgeving?

Nog maar even herhalen: ik had in het universiteitsblad een column geschreven over #metoo, die een storm had veroorzaakt, compleet met een open brief  van 40 academici. Had ik die storm niet zelf veroorzaakt, vroegen vrouw en dochters. Zeker, ik had geen rekening gehouden met het Mohammed-met-bomtulband’-effect. Door mijn wellicht wat al te badinerende toon trapte ik kennelijk op vele tere gekwetste academische zielen die dachten dat ik (seksueel) machtsmisbreuk een goed idee vond. Daar moesten vrouw en dochters dan weer wel om lachen. Ja, lach er maar om. Hoe voelt het als je je in het openbaar besmeurd voelt, terwijl mijn boodschap juist was dat we elkaar op dit vlak in het openbaar niet moeten besmeuren. Ik bereikte precies het tegenovergestelde, namelijk een hetze tegen mij waarin 40 academici mij van zaken beschuldigden die in geen van de 500 woorden van mijn column stonden. En dan nog iets. Mijn College van Bestuur (CvB) reageerde naar de open-brief schrijvers: “De inhoud van de column [die van mij dus, HV] past niet bij de manier waarop wij binnen onze universiteit met elkaar willen omgaan. (…) Het college hecht eraan dat men deze organisatie als een veilige en gezonde werkomgeving ervaart.” Zeker, ik hecht daar ook aan, maar kennelijk heb je daar geen recht meer op als je iets te ironisch over de #metoo-beweging schrijft. Het CvB beschuldigde mij ervan een “onnodige en kwetsende” column te hebben geschreven, maar wilde dat op mijn verzoek tot twee maal toe niet toelichten. Ik voelde mij Josef K. uit Het Proces van Franz Kafka die nog steeds niet weet waar hij van beschuldigd wordt als hij op het eind van de roman wordt geëxecuteerd. Die gezonde en veilige werkomgeving is er wel voor de aanklagers, maar, net als bij Kafka, niet voor de aangeklaagde. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en het slot nadert)

05 december 2017

Redactie Univers: buigt voor academische #metoo-terreur, II

Het verhaal over een column van nog geen 500 woorden over #metoo op de academie en de storm die daarna ontstond is bijna ten einde. Over hoe er van alle kanten (geestelijk) op mij werd los geslagen en ook de redactie van het universiteitsblad Univers daar enthousiast aan meedeed. De redactie had mij zelf gevraagd columnist te worden bij Univers en ik had het uitdrukkelijk afgeraden om mij als columnist aan te nemen. De bestuurders van mijn universiteit zijn meestal niet zo blij met wat ik schrijf en hebben mij al eens eerder met “disciplinaire en rechtspositionele maatregelen” gedreigd, dit naar aanleiding van een stukje dat zelfs nog geen 300 woorden lang was. De redactie gaf mij toch een plek in hun kolommen en wij spraken af dat de redactie mijn stukken eerst zou lezen om een mogelijk al te provocerende toon er voor publicatie uit te kunnen filteren. Zo ging het ook bij de #nomoremetoo-column. Ik gaf het eerst te lezen en de redactie zag geen enkel bezwaar tegen publicatie. Toen de academische terreur van vertrouwenspersoon Kroon c.s., wellicht aangemoedigd door bestuurders van de universiteit, zijn kop opstak, nam de redactie binnen een werkdag afstand van mijn column en een week na publicatie bleek de redactie geschrokken van “de mogelijke schadelijke gevolgen van deze column”. Waarom bleef de redactie niet achter mij staan, maar boog ze voor terreur? Volgens de hoofdredacteur was iedereen op de redactie bang voor zijn baan geworden. Om die baan te redden, werd ik door het drek gehaald. Het doet mij denken aan het bekende gezegde uit de driestuiversopera van Bertolt Brecht: “eerst kom het vreten, dan de moraal”. Deze redactie heeft geen journalistiek geweten. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en het slot nadert)

04 december 2017

Vertrouwenspersoon Sjaak Kroon: zo werkt academische #metoo-terreur, VI

De terreurgroep Sjaak Kroon c.s. had al haar eisen dus bijna binnen: de hoofdredacteur van Univers had in haar reflectie op de column Verbon namens de redactie al mijn column veroordeeld (want die: “ontmoedigt het aanmelden van seksueel misbruik”) en ze wilde mijn weerwoord ook niet meer plaatsen. Hoe had Kroon c.s. dat allemaal voor elkaar gekregen? Misschien voelde Kroon c.s. de wind in de rug van het College van Bestuur van onze universiteit dat, zonder enige onderbouwing, publiekelijk mijn column “onnodig en kwetsend” had genoemd. In ieder geval wilden sommige ondertekenaars van de open brief geen bijdragen meer leveren aan Univers als hun eisen niet werden ingewilligd. Met bestuurlijke hulp van boven (al dan niet expliciet) en met chantage kreeg de #metoo-terreurgroep bijna alle concessies binnen. Wat stond mij anders te doen dan ook maar contact op te nemen met de redactieraad en mijn journalistieke recht op weerwoord opnieuw te claimen. Of dat geholpen heeft, weet ik niet, maar om 12:05 maandag 13 november, ontving ik het volgende bericht: “Harrie, je hebt recht op een weerwoord, vinden ook wij na lang overleg op de redactie deze morgen. We gaan plaatsen. Groet.” Het moet gezegd, het weerwoord werd snel geplaatst. De terreur van Sjaak Kroon c.s. was desondanks geslaagd, want het was ook direct mijn laatste bijdrage aan het universiteitsblad Univers. Deze redactie offert eigen medewerkers op als de nood aan de man komt. Ik zegde dus de medewerking op. Univers moest maar gewoon een onschuldig schoolkrantje blijven. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en het slot nadert)

02 december 2017

Redactie Univers: buigt voor academische #metoo-terreur, I

We herinneren ons dat de hoofdredacteur van het onafhankelijke universiteitsblad Univers op zaterdag 11 november een reflectie op de column Verbon (voor mijn #metoo-column zie hier of hier) op de website had geplaatst. In die reflectie trok ze de handen van alle kanten van mijn column af. Ze had de column niet moeten plaatsen (“het filter was te zwak”), terwijl ik nota bene zelf van te voren aan de redactie om commentaar op deze column had gevraagd en ik geen enkel commentaar had gekregen. De hoofdredacteur/redactie had mijn stuk zonder enige bedenking geplaatst. Toch ging ze achteraf mee in de aantijging dat ik het aankaarten van seksuele intimidatie wilde ontmoedigen, terwijl dat nergens in mijn column stond en ik haar de avond daarvoor mijn weerwoord had gestuurd, waarin ik dat verwijt ook nog eens expliciet ontkracht. Zij had mij op vrijdagmiddag 10 november de verzekering gegeven dat mijn weerwoord geplaatst zou worden, maar had het niet gedaan. In plaats daarvan had ze in haar reflectie minstens drie messen in mijn rug gestoken. Ze vroeg mij zelfs of ik niet liever van het recht op een weerwoord af wilde zien nu “de zaak eindelijk rustig was geworden”. Me rustig houden met drie messen in mijn rug? Ik belde haar maar weer op en er volgde een zeer onplezierig gesprek. Wat was er gebeurd? De #metoo-groep van vertrouwenspersoon Kroon was blijven mekkeren over mijn column zelfs nadat hun open brief was gepubliceerd op de website. Mijn column moest weg, er mocht zeker geen weerwoord van mij komen en de redactie moest nog uitdrukkelijker afstand van mijn column nemen. Voor die laatste eis was de redactie dus al gezwicht. Ze boog voor academische terreur en liet het vrije woord vallen. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en hier het vervolg)

30 november 2017

Jan van Ours (econoom): leest even slecht als taalkundige Sjaak Kroon

Hoe komt het toch dat mijn stukken over m/v-relaties verkeerd begrepen worden? Neem mijn blog over Harvey Weinstein. Jan van Ours, die mij Harrie Verdom heeft genoemd omdat ik mensen af zou kraken, denkt dat ik het daarin opneem voor Weinstein. Dat staat in geen enkele zin. In dat blog beklaag ik mij over vrouwen die om Weinstein heen hebben gekronkeld toen ze hem nodig hadden en hem lieten vallen toen ze beroemd waren. Dat betekent niet dat Weinstein niet schuldig is aan seksueel misbruik en het betekent nog minder dat sommige (maar niet alle, ik weet alleen niet welke) vrouwen geen recht hadden Weinstein aan te klagen. Vrouwen weten toch dat (sommige?) succesvolle, machtige mannen denken dat ze zich alles kunnen veroorloven op seksueel gebied. In plaats daarvan denken sommige (maar weer andere) vrouwen juist dat zwakke mannen vrouwvijandig en seksistisch zijn. Keren we terug naar Jan van Ours. Hier beweert hij dat ik tegen metoo op de universiteit ben omdat seksuele intimidatie daar niet voor zou komen. Ook dat heb ik nergens opgeschreven. Wel heb ik geschreven dat ik er geen weet van heb en dat er nauwelijks meldingen van seksueel misbruik op de academie bij vertrouwenspersonen terecht komen, maar dat schreef ik voor ik wist dat vertrouwenspersoon prof. Sjaak Kroon er niet voor terugdeinst met geestelijke terreur een collega (mij dus) uit te schakelen. Jan van Ours en Sjaak Kroon denken beiden dat ik seksueel misbruik bagatelliseer en klachten daarover wil ontmoedigen. Ook dat staat nergens in mijn stukjes. Kortom, hoewel ik het een eer vind dat Jan van Ours over mij schrijft, had ik liever gezien dat hij zich gewoon met niet mis te verstane dialecten was blijven bezig houden. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en hier het vervolg)

29 november 2017

Prof. Sjaak Kroon (vp): zet aan tot academische #metoo-terreur, V

De onafhankelijke redactieraad van het universiteitsblad Univers had dus op vrijdag 10 november besloten dat ik recht had op een weerwoord op een open brief die door de redactie op de website van het universiteitsblad Univers was geplaatst. Deze plaatsing was in strijd met het redactionele beleid om geen reacties op columns te plaatsen (zie hier of hier voor de gewraakte column), maar afgedwongen door Kroon c.s.. Het weerwoord had ik diezelfde avond nog naar de hoofdredacteur gemaild. Ik was er niet gerust op dat mijn weerwoord op de website van Univers geplaatst zou worden. En inderdaad, maandagochtend 13 november om 9:35 ontving ik de volgende mail van de hoofdredacteur: “Beste Harrie, zoals je waarschijnlijk gezien hebt, heb ik afgelopen weekend namens de redactie een reflectie geplaatst. Michiel Bot heeft daarop gereageerd: “(…). De zorgvuldige 'Reflectie op column Verbon' die jullie gisteravond hebben gepubliceerd is precies waar ik in ieder geval persoonlijk op hoopte.” Daarmee is de zaak eindelijk rustig geworden. Wil je nog steeds dat ik jouw antwoord hierop plaats? Met het risico dat de strijd weer helemaal oplaait?” Nou, ik had die reflectie helemaal niet gezien en dat Michiel Bot, de stroman van Sjaak Kroon, er tevreden over was, was al voldoende reden mij ernstig bezorgd te maken. Ik las de reflectie op de column Verbon en inderdaad, er bleek alweer een mes, nee niet één maar drie messen in mijn rug gestoken te zijn. Leest u even mee: “Ook hebben we hierin openlijk afstand genomen van de column van Verbon” en: “Een redactie fungeert ook als filter. Is ons filter in dit geval te zwak geweest?” en: “Als redactie zijn we geschrokken van de mogelijke schadelijke gevolgen van deze column. Het vereist veel moed van slachtoffers van seksueel misbruik om de schaamte te doorbreken en naar buiten te treden. Het kan nooit de bedoeling van een column zijn om slachtoffers hierin te ontmoedigen.” (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en hier het vervolg)

28 november 2017

Harrie Verdom (ik): #nomoremetoo, IV

We zagen dat ik mij in mijn nomoremetoo-column tegen een #metoo-campagne in de academie keerde. Waarom eigenlijk? Ik weet uit eigen ervaring dat als jij de bovenliggende partij lijkt te zijn, en van machtsmisbruik wordt beschuldigd, weerwoord geen enkele effect meer heeft. Je bent gebrandmerkt. Er is dan weinig voor nodig om een campagne in een hetze te laten ontaarden. Het soort hetzes zoals die tijdens de Stalin-terreur in de Sovjet-Unie voor de Tweede Wereldoorlog, of tijdens het McCarthyisme van vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten gangbaar waren. Onder communistenjager McCarthy regende het verdachtmakingen en wie ervan verdacht werd een communist te zijn, kon nauwelijks meer als volwaardig burger functioneren. Als je in de tijd van de Stalinterreur een hekel had aan je buurman, hoefde je hem maar aan te geven bij de geheime politie en je was van hem af. In de #metoo-campagne hoef je je buurman maar te beschuldigen van seksuele intimidatie en/of misbruik en je bent van hem af. Is dat niet een overdreven vergelijking? Kijk naar de publiek geuite beschuldigingen van journalist Jelle Brandt Corstius tegen een ex-collega van hem en hoe half cultureel Nederland die beschuldigingen zonder enige rechterlijke uitspraak voor waar aannam. In onze rechtsstaat biedt zo’n tafereel een tamelijk ontluisterende aanblik. Moeten we daar op de academie voor kiezen? Eigenlijk wist ik niet wat Sjaak Kroon c.s. dan wel wilden, behalve dat ze mij uit de kolommen van Univers wilden verwijderen. Een ingezonden reactie van Robbert Coenmans, kameraad van Kroon, op de website van Univers luidde: “dat er ook niet zo heel veel aan de hand is als een verschrikkelijke mening verwijderd wordt.” Die verschrikkelijke mening was mijn mening en die moest dus verwijderd worden. Het begon erg naar gas te stinken. (hier is het begin van deze discussie; ga hier verder)

27 november 2017

Prof. Sjaak Kroon (vp): zet aan tot academische #metoo-terreur, IV

Zonder dat ik het wist, was op donderdag 9 november de open brief van vertrouwenspersoon Sjaak Kroon c.s. over mijn metoo-column op de website van het universiteitsblad Univers geplaatst. Ik eiste op vrijdag 10 november, nadat een van mijn studenten op de open brief had gewezen, bij de hoofdredacteur, recht op een weerwoord. Zij klonk opgejaagd en wilde mij dat recht niet geven. Nou goed dan, ze zou met de redactieraad overleggen. Deze raad bleek wat onafhankelijker te zijn dan het onafhankelijke, crossmediale platform van Tilburg University’ zelf, want de redactieraad vond het vanzelfsprekend dat ik een weerwoord kreeg. Het was vrijdag 10 november en ’s avonds schaafde ik samen met mijn echtgenote het weerwoord bij dat ik eerder aan Sjaak Kroon c.s. had gestuurd. Alle zijpaden die alleen maar weer tot commotie zouden kunnen leiden (de relaties tussen de seksen, seksuele intimidatie versus seks voor gunsten, machtsmisbruik versus controle van de macht, en dergelijke, inderdaad wel een beetje te veel onderwerpen voor een column van nog geen 500 woorden) gooiden wij eruit en het eindresultaat was tamelijk rechttoe-rechtaan: op de academie moeten we niet aan een #metoo-campagne beginnen. Dat stond natuurlijk ook in de column zelf, maar vele tere gekwetste academische zielen hadden erin gelezen dat ik (seksueel) machtsmisbreuk een goed idee vond en dat er niet geklaagd zou moeten worden over gevallen van seksuele intimidatie. Enfin, de reactie was in een gezamenlijke inspanning (m & v) geschreven en ik mailde de reactie dezelfde avond nog naar de hoofdredacteur. Plaatste zij de reactie direct op Univers? Nee, want Sjaak Kroon c.s. bleek nog lang niet tevreden met de afstand die de redactie van mij had genomen. Hun #metoo-terreur naar de redactie bleef daarom doorgaan. Met succes, zoals na het weekend zou blijken. (hier is het begin van deze discussie; ga hier verder)

26 november 2017

Harrie Verdom (ik): #nomoremetoo, III

Alvorens verder te gaan met de lotgevallen van vertrouwenspersoon Sjaak Kroon c.s., keren we nogmaals terug naar mijn gewraakte column. We zagen dat pas in de laatste 144 woorden de academie in beeld kwam. Dat moeten wel 144 verschrikkelijke woorden geweest zijn, want ze gaven aanleiding tot de volgende karakterisering door ons College van Bestuur (CvB): “De inhoud van de column past niet bij de manier waarop wij binnen onze universiteit met elkaar willen omgaan. Tilburg University hanteert een beleid waarin respect, diversiteit en professionaliteit centraal staan. Het college hecht eraan dat men deze organisatie als een veilige en gezonde werkomgeving ervaart.” Deze opmerkingen waren niet aan mij gericht, want naar mij toe zag het CvB immers geen aanleiding te reageren, maar aan Sjaak Kroon c.s.. Lees met mij mee in mijn column en zie of bij mij “respect, diversiteit en professionaliteit” niet centraal staan. Ik schrijf: “Gelukkig zijn we in de academische wereld wat onderkoelder, minder hyper-epidemisch dan in de kunstwereld. Inderdaad, universiteiten hebben vertrouwenspersonen in dienst waar studenten en medewerkers zich met hun klachten kunnen melden.” Wat ik uit deze zin lees, is dat het instituut van vertrouwenspersonen is opgericht om met vormen van misbruik en intimidatie op de academie om te gaan. Toen ik dat schreef, wist ik natuurlijk nog niet dat vertrouwenspersoon Sjaak Kroon van de TiU zich, geheel niet vertrouwelijk, openlijk tegen een collega (mij dus) zou opstellen. Mag ik dan, tenslotte, de laatste 113 woorden van mijn column samenvatten als een pleidooi om op de academie geen metoo-campagnes te voeren. Kennelijk is het CvB van mening dat we die wel degelijk moeten voeren op de universiteit om “deze organisatie als een veilige en gezonde werkomgeving” te ervaren. Vindt het CvB dat omdat het vertrouwenspersoon Sjaak Kroon niet vertrouwt? (hier is het begin van deze discussie; ga hier verder)

23 november 2017

Sylvester Eijffinger: “Geld is gebakken lucht”

Laten we het even over iets gezelligs hebben in plaats van over academische metoo-terreur, bijvoorbeeld over collega Sylvester Eijffinger. Hij wordt geregeld geïnterviewd door het TiU- universiteitsblad Univers waar ik ook een carrière van drie (!!!) columns achter de rug heb. Sylvester wordt door Univers steevast aangeduid als “onze topeconoom”. Inderdaad, dat klinkt Brabants gezellig. In deze interviews etaleert Eijffinger zijn wijsheid. Laatst liet hij zijn wijze licht schijnen over de bitcoin. Bitcoin is een vorm van geld buiten de overheid om, waar volop mee betaald wordt op het internet. Geld kan overigens alles zijn waar mensen voldoende vertrouwen in hebben om er mee te handelen. De waarde van geld wordt namelijk door niets anders bepaald dan door wat mensen denken dat het geld waard is. Zonder geld was er geen handel, geen industriële revolutie, enzovoorts, mogelijk geweest. Naar het schijnt, werd geld 3000 jaar voor Christus ‘uitgevonden’ en is er sindsdien in vele soorten en maten geweest, zoals gigantische stenen op de Yap-eilanden, schelpen in Afrika, kleitabletten in het oude Babylon. Zo bezien is de bitcoin niet eens zo’n uitzonderlijk betaalmiddel. In feite, zoals Niall Ferguson schrijft in The Ascent of Money, kan zelfs “niets” als geld functioneren. Wat vindt Sylvester Eijffinger van de bitcoin? Het volgende: “Er is (…) geen centrale bank die de waarde garandeert. De waarde ervan is dus gebaseerd op gebakken lucht.” Hier wagen we toch voorzichtig aan te tekenen dat hij zich enigszins vergist. De mensheid heeft meer dan 4000 jaar met geld gehandeld zonder Centrale Banken en is er ver mee gekomen. Als de bitcoin gebakken lucht is, dan was alle geld voor 1694 (oprichting van de Bank of England) gebakken lucht. Dan waren wij nu nog in de oerwouden op beren aan het jagen. 

Prof. Sjaak Kroon (vp): zet aan tot #metoo-terreur, III

Nog even herhalen (begin hier als u de hele discussie wilt overdoen). Als reactie op mijn pleidooi tegen #metoo op de academie (zie hier of hier) was er binnen een werkdag (vrijdag 3 november) al een open brief opgesteld door Sjaak Kroon c.s. De hoofdredacteur van het onafhankelijke universiteitsblad Univers vond het niet in overeenstemming met het redactiebeleid om open brieven tegen columnisten van het blad te publiceren, maar vanaf maandag 6 november was er kennelijk een enorme druk op haar uitgeoefend om de open brief toch te publiceren op de website van het blad. Daar zal het College van Bestuur wellicht ook nog een rol in gespeeld hebben. Het CvB had mijn column “onnodig en kwetsend” genoemd. Waarom mijn column aan die kwalificaties voldeed, kon of wilde het CvB overigens niet beargumenteren. Op herhaalde verzoeken van mij om een toelichting kreeg ik tot twee maal toe het antwoord dat het CvB geen aanleiding zag om op mijn verzoek te reageren. Toen op vrijdag 10 november een student mij na een college vroeg of ik nog wel door een deur kon met mijn collega’s van de sociale faculteit, werd het tijd om de website van Univers te raadplegen. De open brief bleek al sinds donderdag 9 november op de website te staan, zonder dat mij dit was meegedeeld. Het voelde als een mes in mijn rug. Als de redactie zich niet aan haar eigen beginselen houdt, is dat nog tot daar aan toe, maar dat ze dan niet de gebruikelijke journalistieke beginselen van hoor en wederhoor in acht neemt, vond ik beneden peil. Ik belde de hoofdredacteur en eiste recht op een weerwoord. Ze weigerde, maar ze klonk als opgejaagd wild. Het leek er op dat ze van hogerhand was geïnstrueerd om mij de mond te snoeren. (hier is het begin van deze discussie; ga hier verder)

21 november 2017

Harrie Verdom (ik): #nomoremetoo, II

Mijn pleidooi tegen #metoo op de academie (zie hier of hier) zou er zelfs voor zorgen dat de universiteit niet langer “als een veilige en gezonde werkomgeving wordt ervaren”, zoals mijn CvB suggereerde (niet aan mij, maar aan Kroon c.s.). Echt waar? Laten we weer aan close reading van eigen werk gaan doen. De vorige sessie hadden we het over succesvolle, machtige mannen. Jimmy Saville (zie foto) was in de jaren 60 een halve popster en daarom schrijf ik: “Iedereen ziet van verre dat mensen als Weinstein of Jimmy Saville, om maar een andere notoire viespeuk te noemen, aantrekkingskracht op meisjes en vrouwen hadden door hun bekendheid en succes. Wie maakte dan gebruik of misbruik van wie?” Deze zinnen zijn waarschijnlijk de ‘Mohammed-met-bomtulband’ geweest voor prof. Sjaak Kroon c.s. Het was misschien niet zo handig om Saville ten tonele te voeren in mijn column, want hoewel ik hem een ‘notoire viespeuk’ noem, ging Sjaak Kroon c.s. er voor het gemak maar vanuit dat ik het seksuele misbruik waar Saville zich aan ten buiten ging, goedkeurde. Er staat echter alleen dat in het verleden deze mannen (sommige, dus niet noodzakelijk alle) vrouwen aantrok en dat, wat deze vrouwen betreft, misbruik en gebruik dan in elkaar overlopen. Maar toen deze vrouwen zelf succesvol waren geworden (in het geval Harvey Weinstein), of de vriespeuk dood (in het geval Jimmy Savillle) kwam de lawine van onthullingen. Als je het zelf hebt opgezocht, mag je dan achteraf klagen? Welke vrouwen hadden recht tot klagen (in het openbaar) en welke niet? Ik zou het niet weten, dat weten alleen de #metoo-fundamentalisten. Op dit punt aangekomen, zat mijn column er voor 60% op, en de TiU was nog in geen velden of wegen te bekennen. Er waren nog 176 woorden te gaan, 144 daarvan hadden betrekking op de academie. 144! (ga hier verder)

20 november 2017

Prof. Sjaak Kroon (vp): zet aan tot #metoo-terreur, II

Als reactie op mijn #nomoremetoo-column (zie hier of hier) had TiU-vertrouwenspersoon prof. Sjaak Kroon c.s. dus binnen een werkdag al een open brief opgesteld samen met 39 collega’s, onder wie velen werkzaam in de sociale psychologie. Kennelijk hebben ze daar geen last meer van de fragmentatiebommen die Diederik Stapel in hun vakgebied heeft uitgestrooid en wordt het weer eens tijd anderen de les te lezen. Enfin, wat gebeurde er met die open brief van Sjaak Kroon? De briefschrijvers eisten dat hun brief op de website van Univers zou worden geplaatst en dat mijn column over #metoo zou worden verwijderd. Toen kwam de hoofdredacteur in actie. Zij schreef een redactioneel commentaar waarin zij schreef dat “wij vanuit het principe van de vrijheid van meningsuiting onze columnisten niet willen censureren”. Daarnaast gaf ze ook impliciet aan de open brief niet te willen publiceren. Tegelijkertijd nam ze min of meer afstand van mijn column. Daarbij fronste ik natuurlijk wel even de wenkbrauwen (ik had immers zelf de redactie om commentaar gevraagd voor publicatie, maar het stuk werd zonder meer geplaatst), maar als dat de prijs was om een geestelijke lynchpartij te voorkomen, dan moest dat maar. Het bleek echter niet voldoende, ook niet omdat ons College van Bestuur (CvB) zich al vrij snel in de discussie had gemengd. Op de besloten site van de universiteit meldde het CvB dat het mijn column “onnodig en kwetsend” vond. Dat was kennelijk voldoende reden voor Sjaak Kroon c.s. om een bombardement op de hoofdredacteur van Univers te beginnen. Toen werd het vrijdag 10 november en ik gaf college. Het was een leuk college, maar na afloop vroeg een student mij wat ik van mijn collega’s van de sociale faculteit vond. Er begon mij iets te dagen. (ga hier verder)

18 november 2017

Harrie Verdom (ik): #nomoremetoo, I

Had ik mijn pleidooi tegen #metoo op de academie (zie hier of hier) eigenlijk wel handig opgeschreven, vroegen sympathisanten mij (dochters en echtgenote)? Nee, “met de kennis van nu” zeker niet. Ik wist niet dat de #metoo-aanhangers ook op de academie zich in een soort fundamentalistische sekte hadden verenigd. Ook wist ik niet dat iedere andere mening over #metoo, zelfs iedere poging tot nuancering van #metoo, als godslastering zou worden geïnterpreteerd. Nadat de reacties op mijn column binnen stroomden, inclusief de brief van Sjaak Kroon en zijn 39 kameraden, begreep ik dezelfde fout gemaakt te hebben als Kurt Westergaard met zijn cartoon van Mohammed met bomtulband. Fundamentalisten met de waarheid op zak maak je razend door badinerend over hun geloof te schrijven of te tekenen. En wat voor foute dingen stonden er dan in mijn column? In het eerste deel schrijf ik dat succesvolle mannen “aantrekkingskracht op meisjes en vrouwen hadden door hun bekendheid en succes”. Ik zeg hier niet dat dit voor alle vrouwen geldt. Voor hoeveel vrouwen dat geldt, weet ik uiteraard niet. Het kan gaan om 2/3 van de vrouwen die zich in de buurt van de macht en de faam bevinden, maar het kan ook gaan om 1/3 van die vrouwen. In het laatste geval omhelst hier op de foto waarschijnlijk één van de drie vrouwen ex-filmproducent Harvey Weinstein geheel en al vrijwillig, de andere twee worden door HW geïntimideerd. Maar wacht, dit is natuurlijk weer te badinerend opgeschreven, en dat past niet “bij de manier waarop wij binnen onze universiteit met elkaar willen omgaan”. Deze laatste quote is uit een mail van mijn College van Bestuur aan vertrouwenspersoon Sjaak Kroon en de zijnen. Kroon c.s. hadden hun brief niet alleen aan de redactie van Univers, maar ook aan alle bestuurders van de universiteit gestuurd. Alleen niet aan mij. (ga hier verder)