27 december 2016

Sylvana Simons: dacht niet na over Denk

De keuze van Sylvana Simons voor de politieke partij Denk was nogal wonderlijk (zie hier). Denk is een politieke partij met Turkse wortels die vindt dat allochtonen (die volgens Denk so-wie-so al niet meer bestaan) volledig geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving. Mochten er toch problemen zijn met sommige (dus eigenlijk niet bestaande) allochtonen, dan komt dat door de (logischerwijze volgens Denk ook niet bestaande) autochtone Nederlanders. De niet bestaande autochtone Nederlanders discrimineren de niet bestaande allochtonen (als u het nog kunt volgen). Deze niet bestaande allochtonen worden daarop en daardoor werkloos en crimineel. Denk profileerde zich als de partij die zegt te verbinden, maar toen de NederTurken uiteen bleken te vallen in ErdoganNederTurken en GülenNederTurken, bleef Denk oorverdovend stil, zoals Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA, afgelopen zomer opmerkte. Toen was Sylvana Simons al lid van Denk, maar zij bleef ook oorverdovend stil over dit NederTurken-conflict. Zij begon zich, naar haar eigen zeggen, pas zorgen te maken over Denk toen zij zelf onderwerp werd van nationale spot en bedreiging. Denk zou daar een politiek slaatje uit proberen te slaan, aldus Simons. Niet aldus Denk, die zegt haar emotioneel en financieel gesteund te hebben. Moeten wij iets vinden van dit welles-nietes kruisvuur? Wij twijfelden al ernstig over de kwaliteit van de oordeelsvorming van Simons. Zij had toch, net als wij, het politieke programma van Denk kunnen lezen en kunnen inzien dat wat Denk ‘verbinden’ noemt, wij ‘segregeren’ zouden noemen. Denk wil bijvoorbeeld dat scholen die islamitisch fundamentalistische leerstellingen onderwijzen niet door de overheid verboden moeten worden. Fundamentalisten erkennen alleen hun eigen waarheid en willen zich niet aanpassen aan de rechtsstaat. Daarom zijn zij de beste bron voor ‘apartheid’ tussen bevolkingsgroepen. Simons zag dit niet en heeft daarmee al haar politieke kapitaal verspeeld. 

23 december 2016

Sunny Bergman (wit): laat de ‘echte zwarten’ weg

In haar veel besproken documentaire confronteert Sunny Bergman blanken (‘witten’) en donker gekleurde mensen met elkaar. De blanken zijn verrast als de donkeren zeggen dat ze minder kansen krijgen dan blanken, dat ze minder bescherming krijgen van de politie, enz.. De donkeren klagen ook nog over de kwalijke rol van ‘blanke’ bedrijven in de wereld (Shell in Nigeria kwam voorbij). Waren de klachten overtuigend? Mwah. De donkeren leken vooral uit artistieke en intellectuele kringen te komen (de blanken trouwens ook), spraken goed Nederlands (een gekleurde vrouw in de docu vond het al een belediging als dat werd opgemerkt). Natuurlijk, ze hadden last van etnisch profileren (ik zou zeggen, wees er blij mee; als ik als oudere witte man het voetbalstadion binnen kom, kijkt er niemand van de beveiliging in het plastic zakje met warme wanten dat ik bij me heb. Ik heb liever dat het plastic zakje wel wordt gecontroleerd: straks komt er een verbitterde oude man met een zelf gemaakte vuurwerkbom naar binnen), maar kansloos, crimineel of niet-geïntegreerd leken ze me niet, eerder succesnummers. De ‘echte zwarten’ leken te ontbreken. Wie zijn dat dan? Wie anders dan de mensen van de grootste minderheidsgroep in Nederland, namelijk de moslims. Weliswaar was Tofik Dibi onder de aanwezigen, maar ik heb zo’n vermoeden dat hij door zijn eigen Marokkaanse bevolkingsgroep wordt uitgekotst. De andere Marokkaanse moslims worden, zoal bekend, door veel Nederlanders uitgekotst. Het zou interessant zijn geweest als de fundamentalistische moslims (dat zijn wat mij betreft de ‘echte zwarten’) met de donkeren zouden zijn geconfronteerd door mevrouw Bergman. Dat gebeurde natuurlijk niet, want als zo’n confrontatie op een clash zou uitlopen (hetgeen mij waarschijnlijk lijkt), zou dat nogal in strijd zijn met het wereldbeeld van Bergman. Alleen de witten hebben het immers gedaan.

21 december 2016

Sunny Bergman (wit): witten moeten fundamentalistische moslims worden

Het valt moeilijk te ontkennen dat de blanken in het westen eeuwenlang technisch superieur waren tegenover vele andere groepen in de wereld, zoals met name de zwarten in Afrika. We zagen dat dat niet kwam omdat het blanke ras superieur was of is, maar dat het eerder een kwestie van geografie was. Toevallig woonden blanken op een plek die makkelijk bereikbaar was voor vernieuwingen. We weten dat geen enkel ras minderwaardig is ten opzichte van andere rassen. Maar toch denkt documentairemaakster Sunny Bergman dat blanken (‘witten’ in haar terminologie) bewust of onbewust menen dat zij superieur zijn. Blanken denken, volgens Bergman, dat die anderen de achterstand eenvoudig kunnen inhalen door te integreren in de ‘witte’ samenleving. Maar het is juist andersom, zegt Bergman in haar documentaire: blanke mensen moeten integreren. Haar blanke respondenten reageren lacherig op die uitspraak. Maar laten we het serieus nemen en aannemen dat het niet de minderheden zijn die moeten integreren met de autochtone blanke bevolking, maar dat het omgekeerd is. Met welke groep moeten de blanken dan integreren? Dan toch zeker de grootste minderheidsgroep in Nederland, namelijk de moslims. Laten we ons proberen te verdiepen in hun normen en waarden. Er is vrij recent nog onderzoek gedaan naar die opvattingen door hoogleraar sociologie Ruud Koopmans en hier vinden we zijn bevindingen. Van de moslims in West Europa denkt 75% dat er slechts één mogelijke interpretatie is van de Koran en 65% denkt dat de wetten die door de Koran worden opgelegd belangrijker zijn dan de seculiere wetten die in West Europa gelden. Met andere woorden als de blanken, op last van mevrouw Bergman, moeten integreren met de overgrote meerderheid van de moslims in Nederland, zullen zij zich eerst moeten bekeren tot de fundamentalistische islam. 

20 december 2016

Sunny Bergman (wit is een kleur): boos op dode zeeheld

Guns, germs and steel’ van Jared Diamond is een van de betere boeken die ik ooit gelezen heb. Het kernidee van de schrijver is dat ‘het Westen’ technisch superieur en rijk is geworden ten opzichte van andere gebieden in de wereld (met name Afrika en Amerika), omdat vernieuwingen op agrarisch gebied die waren ontstaan in het meest vruchtbare gebied op aarde (het gebied rond de Eufraat en de Tygris) het Westen konden bereiken, maar bijvoorbeeld Afrika niet. Duizenden jaren geleden verspreidden vernieuwingen op landbouwgebied zich doordat relatief dicht bij elkaar wonende bevolkingsgroepen succesvolle methoden van elkaar gingen overnemen. Dit copieergedrag hield echter op bij natuurlijke barrières, zoals woestijnen en zeeën. Dus kon landbouwvernieuwing vanuit het Midden-Oosten oprukken naar het Westen en het Oosten, maar niet naar het Zuiden omdat de Sahara in de weg lag. Landbouwvernieuwingen leidden tot een beter leven en maakte tijd vrij om ook andere vernieuwingen uit te proberen (guns!!!). Zo namen wij in het Westen een voorsprong op Afrika en Amerika. Westerlingen zijn geen heersers geworden omdat zij slimmer waren dan Afrikanen of indianen, maar het was gewoon een kwestie van gunstige ligging van onze woonplaatsen. Dat wist Jared Diamond, maar de blanke westerse veroveraars, die vanaf de 15e eeuw de wereldzeeën afstruinden op zoek naar buit en primitieve volkeren tegen kwamen, dachten daar heel anders over. Zij dachten dat het blanke ras door God tot superieur ras was gemaakt en daarom gemachtigd was de minderwaardige zwarten in Afrika en de roodhuiden in Amerika te onderwerpen. Zo dacht ook onze zeeheld Michiel de Ruyter, maar documentairemaakster Sunny Bergman is nog steeds kwaad op onze zeeheld. 400 jaar na dato neemt zij hem kwalijk dat hij (1607-1676) Jared Diamond  (1937-) niet gelezen heeft.

18 december 2016

Heleen Mees: deeltijdwerk = Marxisme = waarom Trump won

Heleen Mees vindt dat hoog opgeleide vrouwen zich voor 100 procent op hun carrière moeten storten. De meeste vrouwen echter willen alleen maar in deeltijd werken, om meer tijd voor de kinderen te hebben, en maken zich zo afhankelijk van hun partner. Dat zij (= Mees) zichzelf evengoed afhankelijk had gemaakt van een man, zullen we haar maar even vergeven. Die man was wel een van de betere economen van Nederland, maar dat kunnen we niet van Heleen Mees zelf zeggen. Ze blijkt haar mening dat deeltijdwerk ‘slecht’ is nog niet ingeruild te hebben voor een beter idee. In De Volkskrant tekende ze onlangs op dat deeltijdwerken ongeveer hetzelfde is als ‘verlicht Marxisme’. In het Marxisme werd immers de prikkel om te werken tot nul gereduceerd, zie China onder Mao. Pas toen in China boeren land in eigendom mochten hebben, werd de chronische ondervoeding die onder Mao had geheerst overwonnen, omdat mensen weer aan de slag gingen. Trump heeft bovendien gewonnen, zo voegde Mees nog een ingrediënt aan haar redeneersoep toe, omdat de witte arbeidersklasse niet meer zeker kan zijn van een baan. Als de VS betere sociale-zekerheidsregelingen zou hebben gehad, zou (aldus Mees) de overwinning van Trump alleen maar groter geweest zijn, want uitkeringen leiden tot ‘perspectiefloosheid’. Mees eindigt haar beschouwing met de ‘sweeping statement’: “Het antwoord op de crisis in het kapitalisme is dus niet een verlicht marxisme, maar een herverdeling van kapitaal naar arbeid op een manier die activeert en menselijk kapitaal stimuleert.” Tsja. Het beste wat we van deze beschouwing van mevrouw Mees kunnen zeggen is dat het razend knap is om zaken die niets met elkaar te maken hebben (deeltijdwerk, Marxisme, Trump, sociale zekerheid, herverdeling van kapitaal naar arbeid), in eenzelfde stuk samen te brengen.

12 december 2016

Gerard Spong (advocaat): minder, minder criminaliteit = opruiing

Over de uitlatingen van Geert Wilders over Marokkanen (minder, minder) hebben we het al eerder gehad. De reacties op zijn uitlatingen vonden wij hypocriet. Toen Marokkaanse jongeren uit Den Haag in de zomer van 2014 opriepen om Joden te gaan vermoorden, leidde dat niet tot massale aangiften tegen die Marokkanen, maar de niet tot geweld oproepende Wilders wel. Hij werd dus zelfs vervolgd, terwijl Wilders alleen maar hardop gezegd had wat veel mensen in Nederland denken, namelijk dat zij opgelucht zouden zijn als er minder, minder Marokkaanse straatbendes in Nederlandse gemeentes vrij zouden rondstruinen. Vele commentatoren denken daarom dat een rechtszaak Wilders electoraal goed zal doen. Advocaat Gerard Spong vindt echter dat Wilders zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing en discriminatie en daarom terecht is veroordeeld. Waarom is het discriminatie als je een groep die zo ongeveer de Nederlandse misdaadstatistieken monopoliseert, kleiner wilt hebben? Is het niet zo dat juist de buitenproportionele misdadigheid van Marokkaanse jongeren discriminatie in de hand heeft gewerkt? Had Wilders er bij moeten zeggen dat hij alleen de misdadige Marokkanen bedoelde? Maar als er minder Marokkanen zijn, kan het niet anders of de misdaadcijfers moeten er vrolijker uit gaan zien. Zoals altijd moeten de goeden onder de kwaden lijden. Als je weet dat alle aanslagen door mannen met een Arabische achtergrond worden gepleegd, ga je op de toegangswegen naar Schiphol niet een blond meisje van 17 jaar preventief aanhouden, maar wel mogelijk onschuldige ‘niet Westerse allochtonen’. “Minder, minder” is dus niet opruiing of discriminatie, het is wel etnisch profileren: het effectief verminderen van misdaad en/of aanslagen door je op een groep te richten die zich hier buitenproportioneel schuldig aan maakt. Het alternatief vinden vele kiezers slechter, zoals zij op 15 maart 2017 zullen laten weten.

05 december 2016

Jan Terlouw (D66): begrijpt niet dat 'het touwtje' weg is door zijn eigen partij

Hoewel ik (1951-) 20 jaar jonger ben dan Jan Terlouw (1931-), behoor ook ik tot de generatie die nog ‘het touwtje uit de brievenbus’ hebben meegemaakt. Mijn moeder was weduwe (vanaf 1956) en heel veel sociale zekerheid was er nog niet. Dus had mijn moeder (1907-1985) in de late jaren 50 en vroege jaren 60 allerlei ‘adresjes’ waar ze overdag schoonmaakte om het gezinsinkomen op peil te houden (er woonden in 1956 nog vier kinderen thuis van 18, 11, 8 en 5 jaar oud). Dus was er vaak niemand thuis als ik van school kwam, maar kon ik naar binnen dankzij ‘het touwtje’. Waarom gebruikten ‘onbevoegden’ het touwtje niet? Omdat het op zou vallen, want iedereen kende elkaar. Niet dat we dol waren op elkaar. Integendeel, als katholieke jongen mocht ik niet met de heidense protestantse kinderen spelen. Maar we hielden in de gaten wie er in de straat was. Het touwtje kan nu niet meer, zegt Jan Terlouw, omdat we elkaar niet meer vertrouwen. Zeker, maar ook omdat we elkaar niet meer kennen. Iedereen is ‘on the move’. Buurten veranderen continu door de komst van nieuwkomers met hele andere gebruiken en hele andere normen die vaak de onze niet zijn. We weten dat het met die nieuwkomers niet zo goed gaat. Zelfs onder de derde generatie nieuwkomers is er veel werkloosheid en is er sprake van buitenproportionele criminaliteit. Velen van ‘ons’ zeggen daarom: minder, minder nieuwkomers, want we kunnen ze niet vertrouwen. Inderdaad, mijnheer Terlouw, maar is het niet uw eigen partij die nieuwkomers altijd met open armen wilde ontvangen? Kijk maar hier: vluchtelingen zijn een interessante kans en een verrijking van de maatschappij. Terlouw begrijpt zijn eigen partijstandpunten niet, want de door D66 zo toegejuichte globalisering heeft ‘het touwtje’ verdreven.

01 december 2016

Toine Heijmans (Volkskrant): gemeenten schenden het medisch beroepsgeheim. Of toch niet?

In De Volkskrant lees ik bijna altijd de startcolumn van Opinie & Debat. Die column is een mengeling van opinie en feitelijkheden. Dat gaat soms mis, zoals op 29 november jl. in de column psychiaters maken er het beste van door Toine Heijmans. Het ging over jeugdpsychiaters die worden omschreven als professionals die er het beste van proberen te maken, hoewel ze, volgens Heijmans, min of meer plat gewalst worden door gemeenten die het sinds 2015 (deels) voor het zeggen hebben in de jeugdzorg. Wij zagen eerder dat een belangrijke reden voor die zogenaamde decentralisatie was dat de psychiaters zelf nogal veel kinderen het medische circuit introkken, ook als dat niet nodig was. Dus, zo werd in de Kamer besloten, doet voortaan de gemeente de diagnose. Dat zijn de beroemde keukentafelgesprekken geworden waarbij de gemeente er achter probeert te komen hoe ernstig de problemen van kinderen (of gezinnen) zijn. Soms is daar een deskundige, bijvoorbeeld een jeugdpsychiater, bij betrokken. Toine Heijmans schrijft echter (zie plaatje) dat “een ambtenaar uit een wijkteam aanwezig is bij het eerste gesprek tussen dokter en patiënt – het medisch beroepsgeheim en de privacy maar even afgeschaft.” Hier heeft de opinie de feitelijkheid al te zeer beneveld. Ten eerste heeft dus de gemeente, niet de psychiater het eerste gesprek. Ten tweede is het gesprek niet met een patiënt, maar met een cliënt. Het is juist zaak vast te stellen of er sprake is van een ‘patiënt’. Ten derde kan er dus geen aantasting van het medisch beroepsgeheim zijn, want het gesprek is geen onderdeel van een behandeling. Een schending van het beroepsgeheim (door gemeenten!!) is nogal een zware beschuldiging. Maar in de internetversie is die beschuldiging opeens verdwenen. De andere feitelijke onjuistheden staan er nog steeds.