31 oktober 2016

Prinses Irene: “Over het koninklijk gezinsleven mag je de waarheid niet schrijven”

Wij (= wij Nederlanders) betalen 2,40 euro per persoon per jaar om het koningshuis te onderhouden. Daarvoor moeten ze vooral proberen ons Nederlanders bij elkaar te houden. Wij verlangen een goed voorbeeld van onze koninklijke familie. Wij hebben er dus recht op te weten of ze zich gedragen of gedragen hebben. Als daarvoor nodig is in de privésfeer te rommelen van de familie, dan is dat jammer, maar als de familie geen publiek bezit wil zijn is afstand van de troon (en dus van onze 2,40 euro) de enige optie. Jolande Withuis heeft een biografie geschreven over Juliana (koningin van 1948 tot 1980). Daarbij kreeg ze geen medewerking van het koningshuis. Dat is dus feitelijk diefstal van wat openbare kennis moet zijn. Uit de bronnen die ze wel wist aan te boren, kwam, zoals we zagen prins Bernhard (echtgenoot van Juliana) als een wel zeer verdorven persoon naar voren. Julian zelf was ook niet altijd erg evenwichtig. Het tekent de risico’s van geërfd koningsschap. Een van de dochters van Juliana en Bernhard, Irene, vindt dat wij dat allemaal niet hadden mogen weten, zo zei ze in het radioprogramma Spijkers met koppen. Bovendien was het allemaal “interpretatie” en de conclusies van Withuis strookten ook niet met haar eigen herinneringen. Ieder gezin heeft recht op een privéleven en dus ook het koninklijke gezin, aldus Irene. We kunnen natuurlijk al direct vaststellen dat ook ‘gewone’ gezinnen hun recht op privacy kunnen verliezen als er sprake is van misdragingen (zoals kindermishandeling of andere vormen van geweld). Wij kunnen ook vaststellen dat prinses Irene ongetwijfeld haar eigen herinneringen met Withuis had kunnen delen, maar dit niet gedaan heeft. Dan is natrappen niet erg netjes.

28 oktober 2016

Ik: Heeft Nederland echt een nationaal zorgfonds nodig? (Het lijkt me niet)

Ik ben een serie blogs begonnen over de noodzaak van een nationaal zorgfonds, zoals dat door de SP is voorgesteld. De blogs zijn geschreven vanuit economisch perspectief, daarom heb ik deze blogs verwezen naar mijn (niet al te druk bezochte) economieblog. Het wordt hier en daar dan ook wel een beetje technisch. Dat wil zeggen, er worden grafieken met ‘vraagcurven’ gebruikt om bijvoorbeeld het begrip overconsumptie van medische behandelingen te illustreren, of om de (on)mogelijkheid van een eigen risico aan te tonen. We beginnen met het bespreken van de erkende problemen in (zorg)verzekeringen, namelijk het bestaan van risicoselectie en overconsumptie. Deze problemen zijn in de economische literatuur al ruim 40 jaar bekend. De wetgever kent ze ook, gezien ons huidige zorgstelsel. Over dat stelsel is meer dan 20 jaar vergaderd in de Kamer en in commissies voordat uiteindelijk in 2006 de huidige basisverzekering in de zorg werd ingevoerd. De grondprincipes van het stelsel worden internationaal als basis beschouwd voor hervormingen elders. Zo is bij de Amerikaanse hervorming in de zogenoemde Obama-care volop geput uit elementen van ons stelsel. Het is duidelijk dat desondanks het huidige stelsel niet ideaal is. Geen enkel stelsel is ideaal, want Utopia bestaat niet. Zo wordt risicoselectie in het huidige stelsel deels voorkomen door wetgeving, maar overconsumptie niet of zeer gebrekkig. Een eigen risico is op die overconsumptie gericht, maar om politieke redenen was de effectiviteit van dat eigen risico al bij voorbaat tot vrijwel nul beperkt. Zou een nationaal zorgfonds het beter doen dan het huidige stelsel? Het lijkt me niet, zoals ik hopelijk over enige tijd duidelijk heb gemaakt. De serie is nog niet ten einde, maar het begin is er. Als u bij dat begin wil beginnen, druk dan hier en volg via “wordt vervolgd” aan het eind van ieder blog de opeenvolgende blogs. 

26 oktober 2016

Cees Fasseur (hoflakei van Beatrix): postuum ontmaskerd

De dit jaar overleden historicus Cees Fasseur hebben wij al diverse malen besproken. Wij hadden kritiek op zijn onwetenschappelijke houding tegenover de geschiedenis (hier en hier) en op het boek dat hij schreef op bestelling van de toenmalige koningin Beatrix (zie hier).Hij kreeg als enige toegang tot de koninklijke archieven en hij leek vooral koningin Beatrix te behagen met zijn interpretatie dat prins Bernhard in de jaren 50 het Nederlandse koningshuis heeft gered. Collega historici van Fasseur hadden al beweerd dat Fasseur’s conclusies niet volgden uit de (oncontroleerbare) gegevens die hij had gebruikt. Jolande Withuis heeft nu een biografie geschreven over koningin Juliana, zonder daarbij enige medewerking van het koningshuis te hebben ontvangen (wat een schande is, het koningshuis is publiek bezit). Toch bleek ze in staat vele bronnen aan te boren van nog levende vrienden en kennissen van Juliana en haar echtgenoot, prins Bernhard. Bernhard komt als een wel zeer verdorven persoon naar voren (lees dit interview met Withuis). Hij randde onder de ogen van Juliana vrouwelijke gasten aan, hij vernederde en kleineerde Juliana publiekelijk, en was voortdurend op stap met concubines. Wat volgens Fasseur de redding van het koningshuis was (namelijk de brief door Bernhard aan een Duits tijdschrift over de Greet Hofmans affaire), wordt door haar als een daad van verraad uit eigenbelang gezien. Bernhard was, kortom, een slecht mens die geen enkel mededogen had met zijn echtgenote en alleen maar uit was op een plezierig leventje met vrouwen in de buurt van de jet set. Het is haast niet voorstelbaar dat Fasseur dit zelf niet heeft geconcludeerd uit de stukken die hij van de toenmalige koningin mocht inzien. Maar waarschijnlijk wist hij ook wel dat Bernhard niet deugde, maar was hij te veel hoflakei van koningin Beatrix om zich onafhankelijk van het koninklijk huis te kunnen opstellen. 

24 oktober 2016

Gerard Cornelis van het Reve (1923-2006): De avonden in het Engels

Toen ik het meesterwerk van G.K. van het Reve De Avonden las, was ik een jaar of 15/16. Door het boek zag ik minstens een jaar alles om me heen als donker en leeg. Het boek was als een benauwende deken over me heen gaan liggen en het voelde alsof ik geen toekomst meer had. De novelles Werther Nieland en De ondergang van de familie Boslowits, uit ongeveer dezelfde tijd, hadden ongeveer hetzelfde effect. Ze waren van een ondefinieerbare triestheid waarvan ik me tot die tijd slechts vaag bewust was. Later kwamen daar nog zijn brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U bij, die niet door triestheid, maar wel door een onnavolgbare stijl overrompelden. Zoals met veel sombere ervaringen vervaagde het effect later. Veel later heb ik Reve (zoals hij zich inmiddels kortheidshalve was gaan noemen) nog wel eens herlezen, maar toen vond ik zijn werk weinig spannend; als je het de-ontdekking-van-de-leegheid-van het-leven effect (dat het op mij als puber had) er af haalde, bleef er weinig van over. Zijn werk dreef te veel op zijn stijl. Reve heeft ook nog een tijdje in het Engels geschreven, maar een groot succes is dat niet geworden. Zijn stijl en sfeer zijn kennelijk typisch Nederlands en werd door de Engelse lezer niet erg gewaardeerd. Nu lezen wij in The Guardian echter dat tien jaar na de dood van Reve De Avonden voor het eerst in het Engels is vertaald. The Guardian meldt dat het boek “erg populair” is in Nederland. Dat waag ik ‘erg’ te betwijfelen. Zelfs toen ik als scholier zo onder de indruk was van het boek, vonden de meeste van mijn medeleerlingen het een saai boek. The Evenings gaat geen bestseller worden in het VK.

22 oktober 2016

Anna Dijkman (Das Kapital): Eigen risico is heel eerlijk

Eigen bijdragen, eigen risico’s of no-claim kortingen worden in verzekeringen gebruikt om de klanten er toe te bewegen het aantal claims op uitkeringen te beperken. In de Nederlandse zorgverzekeringen bestaat er een verplicht eigen risico van 385 euro. Het nadeel van een eigen risico is dat het vrij hoog moet zijn, wil er enig effect op claims zijn. Daarom zou een ‘effectief’ eigen risico bij duurdere specialistische zorg vele malen hoger moeten zijn dan 385 euro, een voor de meeste mensen niet te betalen bedrag zijn. Het eigen risico geldt voor een aantal relatief goedkopere behandelingen zoals bloed prikken of medicijngebruik. Maar de specialist of het ziekenhuis vallen er ook onder. Bij deze medische zorg heeft het eigen risico dus geen effect. Een groot effect op het gebruik van medische zorg zou het eigen risico hebben als de huisarts er onder viel. Het gebruikelijke politieke argument om de huisarts buiten het eigen risico te laten was/is/zal-het-altijd-blijven dat mensen anders een bezoek aan de huisarts te lang uitstellen (zie hier of hier zomaar willekeurige voorbeelden van deze nooit ophoudende discussie). Enfin, het punt is dat omdat het eigen risico nauwelijks enig effect heeft op het gebruik van medische zorg, het in feite een belasting is op ziek zijn. Enter Anna Dijkman. Zij vindt dat de rijkere en gezondere mensen al heel veel van de zorgkosten betalen voor hun armere en ziekere medemens. Niemand zal dit ontkennen. Toch begrijpt ze dat het voor de laatsten een domper is als er een rekening van 385 euro op de deurmat valt. Daarom voelt ze wel voor een no-claim korting of een eigen bijdrage. Is dat beter dan een eigen risico? Economisch (soms) wel, maar politiek niet (wordt vervolgd).

20 oktober 2016

Emile Roemer (SP): Nu wij een zorgfonds, II

Veel woorden maakt het concept verkiezingsprogramma van de SP (Titel: “Nu wij”) niet vuil over de vraag waarom Nederland een nationaal zorgfonds nodig heeft. Het moet gewoon. Elders bekijk ik welke problemen zorgverzekeringen met zich meebrengen. Eén probleem is dat in een marktgerichte zorgverzekering de toegang tot de zorg voor de ‘slechte risico’s’ niet gegarandeerd is. Slechte risico’s zijn mensen die een grote kans op ziekte hebben en/of bij ziekte dure medische behandelingen nodig hebben. Voor verzekeraars zijn deze mensen geen aantrekkelijke klanten door de hoge (verwachte) ziektekosten die de verzekeraar aan artsen moet vergoeden. Hogere verwachte ziektekosten leiden tot hogere premies die een verzekeraar aan zijn klanten in rekening moet brengen. Hogere premies leiden dan weer tot een slechtere concurrentiepositie voor de verzekeraar en dus het verlies van klanten. Op een niet door de overheid gereguleerde markt zullen verzekeraars daarom proberen deze slechte risico’s te weren of hen hoge premies in rekening te brengen, zodat zij geen ‘verliesgevende’ klanten worden. In de VS hadden mensen met hoge verwachte ziektekosten vaak geen zorgverzekering. Tot Obamacare alles veranderde. Het nieuwe Amerikaanse zorgverzekeringsstelsel is geïnspireerd door het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel (zie hier), maar is veel ingewikkelder en de markt heeft er nog veel invloed (tel uw zegeningen, mijnheer Roemer). In Nederland kan het effect van risico-selectie, dat in een volledig private markt zou optreden, niet heel erg groot zijn. Het kan in ieder geval niet de reden zijn waarom Roemer en zijn partij zo graag een nationaal zorgfonds wil hebben. Zou hij dan willen dat te dure medische behandelingen niet langer worden vergoed? We zullen het zien.

19 oktober 2016

Gloria Wekker: allochtonen studeren niet door ons koloniaal verleden

Ik geef nu al meer dan 40 jaar les aan Nederlandse universiteiten en het aantal allochtone studenten, dat ik in al die jaren heb gehad, is te verwaarlozen. Hoe komt dat? Ik heb als amateur-socioloog alleen maar vermoedens. Mijn vader was kleermaker en voor hij stierf (1956) zei hij tegen mijn moeder dat ik (toen 5 jaar oud) naar een goede lagere school moest en niet naar de inferieure parochieschool. Het tekent de ambitie die in de jaren 50 en 60 bij een groot deel van de lagere middenklasse in Nederland bestond: hun kinderen moesten het beter krijgen dan zijzelf. Zelfs op hun sterfbed waren zij zich daar nog van bewust. Ik vrees dat dit verlangen naar opwaartse mobiliteit bij veel allochtonen in Nederland ontbreekt. Veel van hen (uiteraard niet allemaal) blijven liever in hun eigen cultuur hangen en houden eerder tegen dan dat ze stimuleren dat hun kinderen de universiteit halen. Volgens Gloria Wekker, die we ook kennen van de Zwarte-Piet discussie, ligt het echter aan ons, witte autochtonen. In de krant (alleen voor abonnees) beweert ze: “De 400 jaar dat Nederland een koloniale macht was, hebben geleid tot een diepgeworteld gevoel van witte superioriteit” en: “Het idee van de koloniale overheerser was: wij witten zijn beter en moeten jullie zwarten civiliseren.”  Het heeft geen zin dit te ontkennen, aldus Wekker, want wij zijn het er ons na “400 jaar” niet eens meer van bewust dat we zo denken. Tsja. Dit is een stelling die altijd waar (en dus nooit waar) is. Er is geen enkel tegenbewijs mogelijk. Kinderen van allochtonen hebben er echter niets aan: die komen met schijnredeneringen niet uit de omklemming van hun cultuur. Geen probleem voor Wekker: zij wil alleen haar zwart-wit verhaal kwijt.

17 oktober 2016

Emile Roemer (SP): Nu wij een zorgfonds

Het concept verkiezingsprogramma van de SP (Titel: “Nu wij”) is uitgekomen. Het was al lang verwacht, maar inderdaad, het nationaal zorgfonds wordt in het programma aangekondigd. Wordt er ook uitgelegd waarom zo’n fonds beter is dan het huidige stelsel van concurrerende zorgverzekeraars? Nou, nee, er wordt alleen gezegd dat we de zorgverzekeraars niet meer nodig hebben, maar niet welk probleem een zorgfonds oplost. Eerder zei Emile Roemer, fractieleider van de SP, bij Pauw dat het vooral gaat om het terugdringen van de macht van de zorgverzekeraars, want door de marktwerking (zo zegt hij rond de 10e minuut bij Pauw) zijn de zorgverzekeraars vooral bezig geweest met het maken van winst en het optuigen van bureaucratie. Bovendien vinden er, doordat bij marktwerking artsen betaald worden per verrichting, onnodige medische behandelingen plaats. Dat laatste was natuurlijk een slip of the tongue, want marktwerking maakt betaling per verrichting niet noodzakelijk. Integendeel, in de VS (tot Obamacare het Walhalla van de marktwerking in de zorg) zijn (of waren) er verzekeraars die zelf artsen in dienst hadden met een salaris dat juist niet afhing van het aantal verrichtingen, maar bijvoorbeeld van de winst van de verzekeraar (wat uiteraard ook niet ideaal is). Enfin, de stelling van Roemer (SP) is dat door de marktwerking de gezondheidszorg alleen maar duurder is geworden. Daar heeft hij natuurlijk geen bewijs voor, want de gezondheidszorg was misschien wel nog duurder geworden zonder marktwerking. Dat zullen we helaas nooit weten. Welke problemen lost dat nationaal zorgfonds dan eigenlijk wel op? Laten we eerst eens kijken welke problemen zorgverzekeringen met zich meebrengen. Dan kunnen we daarna vanzelf zien of de SP en Emile Roemer gelijk hebben, namelijk dat met een zorgfonds de zorg goedkoper zal worden. Die problemen bespreek ik elders

15 oktober 2016

Martin van Rijn (staatssecretaris VWS): een beetje dom

Ja, laten we het dan maar weer eens hebben over Martin van Rijn, de staatssecretaris van volksgezondheid. Hij is per slot van rekening verantwoordelijk voor de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Mijn trouwe lezers (ergens tussen de 50 en 100) weten dat ik het volgende had geschreven: “De invloed van het ministerie van VWS op de gedecentraliseerde zorg kan op een ramp voor gemeenten uitdraaien.” Dat was op 11 oktober en, inderdaad, een dag later meldde mijn krant dat de gemeenten de jeugdzorg niet meer kunnen financieren. De journaliste van dienst meldde: “Zo wordt nu langzaam zichtbaar dat de zogenoemde decentralisatie in 2015 nog niet tot de gehoopte 'lichtere zorg' heeft geleid. De bedoeling was dat door de gemeente de jeugdzorg te laten organiseren, kinderen met gedragsproblemen of psychische aandoeningen niet zo snel zouden worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een dure psychiater.” Er werd ook nog vermeld dat onze staatssecretaris ‘ontstemd’ was over de problemen. Wat nou? Hij heeft ze zelf veroorzaakt. Dit zei hij eerder: “Het is straks niet de gemeente die bepaalt welke zorg en medicijnen een kind krijgt, maar de professional. We moeten ervan uitgaan dat artsen behandelbeslissingen nemen op basis van hun professionele inzichten.” Er is helemaal geen sprake van decentralisatie, want door de bemoeizucht van Martin van Rijn krijgen de gemeenten de ‘ontzorging’ van de hulp voor kinderen niet voor elkaar. Ik kon het niet nalaten een brief naar de krant te sturen met de (impliciete) mededeling dat Martin van Rijn oliedom is. De krant maakte daar ‘een beetje dom’ van. Ook goed. 

11 oktober 2016

Edith Schippers (minister VWS): Haar rampzalige zorg is een gifbeker

Kamerlid Arno Rutte (VVD) heeft het plan van de SP voor een nationaal zorgfonds een gifpil genoemd, terwijl minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid het plan een ramp voor het land noemde. Bedoelde ze daarmee ook te zeggen dat de ongebreidelde marktwerking in de zorg, zoals die momenteel geldt, een zegen voor het land is? Het is nauwelijks voorstelbaar. In sommige sectoren van de zorg, zoals bijvoorbeeld bij de zorg voor mensen met licht verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen, is marktwerking ondoordacht ingevoerd. In die sectoren maken commerciële zorgondernemers, onder het mom van efficiëntie, woekerwinsten ten koste van de belastingbetaler, en waarschijnlijk ook ten koste van hun cliënten. Dezelfde belastingbetaler die volgens Schippers zo slecht af zou zijn met het SP-plan. De controle en het toezicht op die zorgondernemers is een onoverzichtelijke lappendeken, waar geen enkele instantie zich geroepen voelt de belangen van de belastingbetaler te behartigen. Daardoor dreigde ‘marktwerking’ in deze sector voor het Rijk een gifbeker te worden. Dus werd het tijd om die beker door te schuiven naar de gemeenten. Het officiële argument daarvoor was dat gemeenten beter dan het Rijk er voor kunnen zorgen dat mensen zelf hun problemen oplossen. Helaas heeft het Rijk zijn handen toch niet van de decentralisatie af kunnen houden. Bij de jeugdzorg, bijvoorbeeld, die ook grotendeels naar de gemeenten is gedecentraliseerd, heeft het Rijk bepaald dat ook huisartsen mogen doorverwijzen. Uiteraard gebeurt dat op kosten van de gemeenten, en dus stromen de declaraties voor te leveren zorg bij gemeenten binnen zonder dat gemeenten zelf hebben kunnen vaststellen of de zorg terecht is geleverd. De invloed van het ministerie van VWS op de gedecentraliseerde zorg kan op een ramp voor gemeenten uitdraaien, maar de gifbeker moet tot de bodem worden leeg gedronken. 

07 oktober 2016

Gert van Dijk (medisch ethicus): beschermt het ongeboren kind niet

Deze week laaide in mijn krant weer eens de discussie op over verplichte anticonceptie voor vrouwen als zij aantoonbaar onbekwaam zijn als ouder. Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht, is daar al jaren een groot voorstander van. Er zijn allerlei praktische problemen verbonden aan verplichte anticonceptie, maar er is één belangrijk argument voor verplichte anticonceptie. Om mijzelf maar eens te citeren: het is een sympathiek idee “omdat niet alleen het al geboren kind, maar ook het nog niet verwekte kind bescherming van de overheid verdient. Als er alle reden is om aan te nemen dat een kind van sommige ouders een gemankeerd en kansloos leven tegemoet gaat, mag, zo niet moet, de overheid er voor zorgen dat zo’n kind niet ter wereld komt.” Vlaardingerbroek noemt het voorbeeld van een vrouw die veertien kinderen kreeg die allemaal op één na uit huis werden geplaatst Dat ene kind leed uiteindelijk aan obesitas. Een ander schrijnend citaat: “Ik schat dat jaarlijks in Nederland wel 250 kinderen al in de baarmoeder feitelijk onder toezicht worden gesteld.” Uiteindelijk gaat deze discussie om het recht dat je als vrouw zelf over je eigen lichaam mag beschikken tegenover het recht van een kind op een leven dat niet bij voorbaat ellendig zal zijn. Het is een moeilijke afweging, maar een die toch gemaakt moet worden, zeker door medische ethici die van huis uit de levende mens plaatsen voor (nog) niet levende mensen. Gert van Dijk, medisch ethicus, kwam ook in de krant aan het woord. Het was onthutsend te constateren dat hij die afweging niet gemaakt had. Toen hem over de rechten van het ongeboren kind werd gevraagd, zei hij letterlijk: “Er zijn andere manieren om het kind te beschermen.” Het woord ‘ongeboren’ ontbrak, inderdaad.

03 oktober 2016

Gerjanne te Winkel (topadvocaat): “Ik ga u stalken, of u maar even wilt overleggen.” III

Laten we nog even het voorgaande herhalen. Gerjanne te Winkel (GtW) behartigt de belangen van Woonfoyers B.V., althans van de arme heren Bleichroth en Postma (B&P), die wel/niet/wel/niet bij Woonfoyers betrokken zijn (doorhalen hetgeen juridisch niet verlangd wordt). GtW is topadvocaat bij advocatenkantoor Jones Day, maar ze had het onderzoekrapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over het zorgbedrijf Woonfoyers niet zo goed gelezen. Dat rapport is helaas mislukt, zoals nu zelfs de verantwoordelijke staatssecretaris toegeeft: de IGZ moet zijn huiswerk overdoen. GtW verweet mij te weinig kennis van het strafrecht zodat ik niet als ‘expert’ bij het RTL-nieuws had behoren te zeggen dat ik de frauduleuze praktijken van Woonfoyers B.V. frauduleus vond. Bovendien had ik de feiten moeten verifiëren. Ze zou me blijven stalken, tenzij ik alsnog met haar wilde overleggen. Dat wilde ik niet. En wat die feiten betreft, ik heb mij inderdaad gebaseerd op de van RTL ter inzage gekregen brieven en e-mails van (ex-)medewerkers, waarin de gesignaleerde praktijken aan de orde worden gesteld. Ik ben er van uit gegaan dat RTL die brieven en mails niet uit de eigen duim heeft gezogen. Waar GtW zich op baseert om overtuigd te zijn van de onschuld van Woonfoyers/B&P/Woonfoyers/B&P (doorhalen, etc), is mij overigens een raadsel. Uit de jaarrekening van 2014 van Woonfoyers zal ze het niet gehaald hebben. Die heb ik namelijk ook bekeken en, zoals wel vaker bij dit soort ‘duistere’ zorgbedrijven, ontbrak daarin vrijwel alle informatie die van belang is om de activiteiten van Woonfoyers te kunnen beoordelen. Zouden B&P hun financiële boeken voor GtW geopend hebben? Het zou kunnen, maar dan heeft ze die misschien net zo goed bestudeerd als het rapport van de IGZ. 

02 oktober 2016

Werner Heisenberg (1901-1976): geniale lafaard of schurk?

De Duitser Werner Heisenberg leverde voor zijn 25e jaar geniale bijdragen aan de kwantummechanica. Duitsland was toen (de jaren 1920) het centrum van de natuurkunde. De giganten van de natuurkunde (Einstein, Bohr, Planck, Lorentz en anderen) spraken Duits met elkaar. Als Adolf Hitler er niet geweest was, hadden we nu een discussie over Duits in de collegezaal, in plaats van Engels. Maar Adolf Hitler kwam wel en Heisenberg bleef in Duitsland en protesteerde niet (net als die andere beroemde fysicus Max Planck). Zijn rol bij de poging van de nazi’s om een atoombom te maken, is altijd duister gebleven. Aan Niels Bohr schijnt Heisenberg tijdens de oorlog opgebiecht te hebben dat hij aan de bouw ervan met de nazi’s meewerkte. Zelf heeft hij na de oorlog de schijn gewekt dat hij het naziproject opzettelijk saboteerde. Daar wordt door velen aan getwijfeld. Er wordt beweerd (zie hier of hier) dat het naziproject mislukte omdat Heisenberg het principe van kernsplitsing niet goed begreep. Dit weekend werd in mijn krant nog eens het verhaal gememoreerd dat de Groningse fysicus Dirk Coster in de oorlog gepoogd had de (Joodse) ouders van de naar de VS geëmigreerde fysicus Sam Goudsmit (in het wit op de foto uit 1939) te redden uit de handen van de nazi’s. Hij schrijft aan Heisenberg, die dan in hoog aanzien is in Hitler-Duitsland. Heisenberg schreef in februari 1943 “een wezenloos briefje terug aan Coster dat hij Sam [Goudsmit] goed kent en als collega zeer waardeert en dat hij hoopt dat zijn ouders niets zal overkomen.” De ouders van Goudsmit waren toen al vermoord in Auschwitz. Heisenberg (midden op de foto) was in ieder geval een lafaard, maar waarschijnlijk een schurk. Na de oorlog werd hij gerehabiliteerd en richtte de Max-Planck(!!) instituten op.