29 augustus 2016

Martin Sommer (columnist): de Geert Wilders van het Hoger Onderwijs

Martin Sommer, columnist bij De Volkskrant, is aan een veldtocht tegen het oprukkende Engels als voertaal in de collegebanken begonnen (zie hier en hier). Nadat eerder Aleid Truijens in dezelfde krant het ook al eens geprobeerd had (zie hier en hier). Met ongeveer dezelfde argumenten: de gemiddelde docent geeft in halfbakken Engels college, de gemiddelde student begrijpt daar ongeveer de helft van. Het resultaat is dat een kwart van de inhoud van de collegestof over komt. Laat het waar zijn. Wat is dan het alternatief? De helft van de studenten aan de opleiding waar ik les geef, komt uit het buitenland, veelal uit Oost Europa. Moeten we die dan op zijn Geert Wilders terugsturen, of moeten ze verplicht Nederlands leren voor ze komen? Martin Sommer vindt, geloof ik, het eerste, want dat Nederlandse universiteiten Engelstalige opleidingen aanbieden om buitenlandse studenten te kunnen bedienen, vindt hij maar een ‘opgewonden argument’. Weg met die buitenlandse studenten. Dit is een vreemde opvatting in de EU, waar van hogerhand is besloten dat alle universitaire opleidingen eenzelfde structuur moeten hebben zodat studenten binnen de EU eenvoudig kunnen switchen tussen universiteiten. Engelstalige opleidingen worden dus niet aangeboden om de Angelsaksische landen te plezieren, zoals Sommer suggereert (“net nu Engeland afscheid neemt van het continent”, zoals hij retorisch schrijft). Britse studenten komen nauwelijks naar het continent, en als ze komen, dan gaat het juist fout met het Engels, zo is mijn ervaring. Oost Europese studenten verstaan het Engels van de Britse studenten vaak niet en omgekeerd. Het stone coal Engels van Martin Sommer is dus niet slecht Engels, het is continental Engels waarmee de continentale Europeanen met elkaar kunnen communiceren. Sommer voert dus eigenlijk een strijd tegen de eenwording van continentaal Europa.

27 augustus 2016

Mokhtar A.(uit A’foort): wil harem beginnen met de zegen van Marokkaanse rechter

Wat zijn de gevolgen van polygamie of veelwijverij zoals dat in de islamitische wereld (nog steeds) vaak voorkomt? Ten eerste, omdat er gemiddeld evenveel mannen als vrouwen zijn, betekent het dat als sommige mannen meerdere vrouwen erop na houden, andere mannen zonder vrouw door het leven zullen moeten. Er ontstaat een tweedeling: mannen (veelal rijk en machtig) die een harem in hun huis hebben en mannen (arm en zonder macht) die noodgedwongen als vrijgezel door het leven moeten. Een ander gevolg van veelwijverij is dat de positie van de vrouw per definitie een onderdanige wordt. Een man kan alleen met meerdere vrouwen samenleven als die vrouwen gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan die man. De positie van de vrouw in de islamitische wereld is, zoals bekend, niet erg sterk. In de ontwikkelde Westerse wereld is veelwijverij niet toegestaan en wij begrijpen nu waarom. Onze wereld wil gelijkwaardigheid voor iedereen: man tegen man en man tegen vrouw. Daarom is poly-, en zelfs ook bigamie in Nederland verboden. Mokhtar A., een Marokkaanse Nederlander uit Amersfoort, wilde echter, volgens de krant, gewoon een tweede vrouw trouwen zonder dat hij van zijn eerste vrouw gescheiden was. In Nederland zou dat dus strafbaar zijn, maar in Marokko (kennelijk) niet, want Hollandse Mokhtar toog naar Marokko, vroeg aan de rechter aldaar toestemming met een tweede vrouw te trouwen, kreeg die toestemming, trouwde en kwam weer gewoon in Nederland wonen. Dit is een slinkse manier om islamitische gewoontes van ongelijkheid (zie boven) in onze op gelijkheid gestoelde maatschappij in te voeren. Schokkend is wel dat blijkens het krantenbericht het openbaar ministerie er pas een zaak van wilde maken na herhaald juridisch aandringen van de eerste vrouw van Mokhtar. Wordt het niet tijd dat Mokhtar zijn Marokkaanse paspoort inlevert?

24 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht II


Vijftig jaar geleden had ik een grote trainingsachterstand ten opzichte van mijn concurrenten in een interscolaire middenafstandsrace in Utrecht. Toch nam ik direct de koppositie en probeerde de concurrenten er uit te lopen, een tactische blunder. Afgelopen zomer had Sifan Hassan ongeveer hetzelfde probleem: een trainingsachterstand. Ze had dat kunnen compenseren door een handige tactiek. Hassan begint een race altijd achteraan de groep om dan de laatste 200-300 meter naar voren te komen. Dat kan voor haar fout gaan als er te vroeg tempoversnellingen worden ingezet. Dan moet ze een grote inspanning plegen om de kopgroep niet uit het oog te verliezen. Bij de finalerace voor de OS leek dit ook te gaan gebeuren, maar ze was alert genoeg om op tijd naar voren te sprinten. Het trio dat de tempoversnelling had ingezet, moest ze echter laten gaan. Toen was er een ronde voor het einde opeens een gat tussen Sifan Hassan en het leidende trio. Ze was in ongeveer dezelfde situatie als ik 50 jaar geleden, namelijk aan de kop van een groepje van vier. Hassan zette de achtervolging in en haalde de nummer drie (Laura Muir) in, maar waarschijnlijk kon ze haar belagers achter zich (Jenny Simpson en Shannon Rowbury) wel horen snuiven. Die lieten zich gangmaken door Hassan en snelden haar 100 meter voor de finish voorbij. Het was alsof mijn enige officiële atletiekwedstrijd van 50 jaar geleden zich weer voor mij afspeelde. Ze had, dankzij haar gangmakersrol, de winnares van het brons (Simpson) keurig bij de finish in een (brons) winnende positie afgezet. Zelf werd ze vijfde. Als ze de inhaalrace aan Jenny Simpson had overgelaten, had ze vrijwel zeker brons gewonnen.

23 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht I

Vijftig jaar geleden won ik op mijn middelbare school met gemak, zonder noemenswaardige training, de atletiekwedstrijden op de middellange afstand van 800 meter. Daarbij had ik een hele simpele tactiek. Ik nam vanaf het begin de kop en stond die niet meer af voor de finish. Het was de tactiek van koning eenoog, want niemand van mijn medeleerlingen kon mij volgen. Toen bedacht mijn gymnastiekleraar mijnheer Van Welsum dat het wel eens goed zou zijn als ik met een interscolaire wedstrijd ging meedoen. Daar stond ik toen tussen middelbare scholieren uit de hele stad Utrecht die allemaal lid waren van een atletiekvereniging. Beslist niet uit het land der blinden, zo besefte ik veel later, toen mijn kortstondige carrière als atleet er al weer opzat. Ik nam ook in deze wedstrijd de kop en dacht te gaan winnen, hoewel ik wel veel gesnuif vlak achter mij hoorde. Dat was ik op mijn middelbare school niet gewend. Vlak voor de laatste bocht begonnen ze me in te halen, eerst één concurrent, toen een tweede en tenslotte nog een derde. Ik werd vierde, de meest teleurstellende plaats voor een atleet, zoals wij weten. De nummers één tot en met drie feliciteerden elkaar, ze bleken elkaar te kennen van eerdere wedstrijden. Ik droop af om pas veel later weer mee te gaan doen aan trimloopjes. Misschien dat alles anders was gelopen (letterlijk), als iemand mij enig tactisch inzicht had bijgebracht. De Nederlandse atlete Sifan Hassan was in zeker opzicht in de 1500 meter finale bij de Olympische spelen in dezelfde positie als ik 50 jaar geleden: ze had te weinig getraind om voldoende snelheid te kunnen ontwikkelen in de slotfase van een race. Ze zou het dus van haar tactisch inzicht moeten hebben. We bekijken haar race in de finale en komen terug op haar tactiek. 

18 augustus 2016

Hans Wansink: weet niet wat neoklassieke economie is (schrijft er wel over)

Wij schreven over Volkskrantjournalist Wansink. Hij schreef een boek “Creatief na de crisis”. In de krant van 5 augustus mocht hij 1½ bladzijde lang er volop reclame voor maken. Hij beweert dat tot de kredietcrisis alle economen dachten dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt, maar sinds de kredietcrisis: ”De neoklassieke hegemonie die te lang het economie-onderwijs in zijn greep heeft gehouden, kreeg te maken met creatieve destructie.” Een van de economen die aan “het onklaar maken van het neoklassieke discours in de economische wetenschap én ver daarbuiten” heeft bijgedragen is, volgens Wansink, Thomas Piketty. Helaas weet Wansink niet waar hij het over heeft. Piketty is een neoklassieke econoom pur sang. Hij is zelfs zo neoklassiek dat Marxistische economen, die kapitalisten als uitbuiters zien, Piketty kapittelen omdat hij geen oog heeft voor de opvatting van kapitaal als basis voor macht en machtsmisbruik (zie hier). Piketty’s beroemde boek stoelt op neoklassieke uitgangspunten (maar dat ontgaat Wansink). Zonder die uitgangspunten had hij dat boek zelfs niet kunnen schrijven. Een zo’n uitgangspunt, bijvoorbeeld, is dat je kapitaal kunt meten, eenvoudigweg door de waarde van niet-menselijke hulpmiddelen die gebruikt worden bij de productie van goederen en diensten (machines, gebouwen, computers, etc.) bij elkaar op te tellen. Die meting is nogal cruciaal in het boek van Piketty, maar volgens een Marxistisch econoom is zo’n meting neoklassieke onzin: de waarde van kapitaal wordt vooral bepaald door manipulatie van de kapitaalbezitters. Zij kunnen, afhankelijk van de situatie, soms de waarde van hun bezit kunstmatig oppompen en soms klapt de waarde uit elkaar. Maar Wansink denkt dat zodra een econoom het over vermogensongelijkheid heeft, hij/zij geen neoklassiek econoom kan zijn. Wansink is gelukkig niet te oud (62) om aan een studie economie te beginnen.

17 augustus 2016

Donald Trump: Ideologische test voor immigranten

Nu we het toch over Donald Trump hebben, zijn economische voorstellen zijn inderdaad van die typisch conservatieve Amerikaanse kleur die we nog van Reagan en Bush (2x) kennen. Daar hoeven we, net als onder Reagan, alleen maar toenemende overheidstekorten van te verwachten. Maar, ik voel wel voor de ideologische test voor potentiële immigranten die hij recent in een toespraak voorstelde (hier de tekst met kritische annotatie). Waarom zouden we mensen uit de moslimwereld in de Westerse wereld toelaten die de cultuur van tolerantie en pluralisme (woorden van Trump) niet willen accepteren? We zijn toch geen masochisten die vrijwillig onze eigen ondergang regisseren door fundamentalisten en terroristen een vrijkaartje voor misdaad te geven? Natuurlijk zitten er allerlei haken en ogen aan dit voorstel. Als een immigrant van plan is de Westerse cultuur te ondermijnen, zal hij/zij dat niet op zijn testformulier invullen. Zeker, maar er zijn zeer veel knappe psychologen in de Westerse wereld en er zal er toch wel minstens één bij zijn die in staat is een vragenlijst op te stellen die de motieven van de immigrant onthult zonder dat de immigrant dat zelf door heeft? Juist! Wat let ons? Ik vrees dat Angela Merkel (ook door Trump genoemd in zijn toespraak en niet in positieve zin) het ons belet: zij wil het nog steeds schaffen (zie hier), dat wil zeggen, onbeperkt immigranten toelaten. In de EU is het nu eenmaal zo dat als Merkel/Duitsland iets niet (wel) wil de rest van de EU dat ook niet (wel) moet/mag willen. Die ideologische test komt er niet in de EU, maar ook niet in de VS. Het lijkt me sterk dat Trump op basis van dit ene goede voorstel het voor elkaar krijgt tot president gekozen te worden komende november.

14 augustus 2016

Hans Wansink (journalist): “De standaardeconoom denkt als Donald Trump”

Mijn vak gaat voor een belangrijk deel over de vraag wanneer en waarom de markt niet goed functioneert. Adam Smith kwam 240 jaar geleden met het idee dat de markt er voor kon zorgen dat de welvaart van een land zo hoog mogelijk wordt. Vraag en aanbod op een markt worden bij elkaar gebracht omdat prijsveranderingen eventuele overschotten (te veel aanbod) of tekorten (te veel vraag) vanzelf weg werken. Beter dan de markt, dat kan niet. Dat was 240 jaar geleden. Daarna zijn er karrevrachten aan artikelen en boeken geschreven om te laten zien dat de markt niet altijd (goed) werkt. De markt werkt bijvoorbeeld niet goed wanneer vragers en aanbieders verschillende informatie hebben over de kwaliteit van een goed. Er zijn meningsverschillen tussen economen wanneer die zogenaamde marktimperfecties relevant zijn. Milton Friedman (1912-2006), bijvoorbeeld, was een typisch voorbeeld van een econoom die heilig in de markt geloofde. Maar Joseph Stiglitz is een tegenvoorbeeld. Zie hier wat hij in 2010 over het marktmechanisme zei. Stiglitz zelf heeft in zijn academische werk fundamentele artikelen geschreven die laten zien wat er gebeurt als de ‘simplistische aannames’ van de vrije-markteconomen niet opgaan. Hij schreef sommige van die artikelen in de jaren 70, ver voor de kredietcrisis. Hans Wansink (journalist bij De Volkskrant) zegt in dit programma dat tot de kredietcrisis alle economen hetzelfde dachten als Donald Trump, namelijk dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt. Hij maakt het nog erger door erbij te zeggen dat dit op de economische faculteiten ook zo onderwezen wordt. Misschien moet Wansink eerst maar eens een goed college in de openbare financiën volgen voor hij hier boeken over schrijft. 

12 augustus 2016

Bram van Bokhoven (turncoach): “Ik ben de Lord of the Rings”

Hij blijkt dus, volgens zijn eigen zeggen in De Telegraaf, de Judas te zijn die er voor gezorgd heeft dat turner Yuri van Gelder niet langer mocht deelnemen aan de Olympische Spelen. Van Gelder behoort tot de acht beste atleten van de wereld op de rekstok. Bram van Bokhoven, vroeger ook turner, heeft dat niveau zelf nooit gehaald. Van Bokhoven ‘onthult’ in de krant dat Van Gelder zonder toestemming al eerder uit het Olympisch dorp was verdwenen, namelijk om zijn vriendin van het vliegveld te halen. En dat voor de kwalificatiewedstrijden. Ongehoord, kennelijk. Er blijkt bij Van Bokhoven geen licht op te gaan dat ondanks deze ‘escapade’ (namelijk een ritje naar de luchthaven zonder toestemming) Van Gelder zich toch voor de finale wist te kwalificeren. De optimale voorbereiding voor een wedstrijd is bij Van Gelder misschien toch wat anders dan Van Bokhoven voor ogen heeft. Luister naar Van Bokhoven: “Onze normen en waarden gaan boven alles. (…) Een turner die een olympische finale voor de boeg heeft, dient zich als een prof te gedragen. Door op stap te gaan, ben je niet in staat maximaal te presteren. Dat is voor ons onbestaanbaar.” Van Bokhoven, die Van Gelder toch al tien jaar schijnt te trainen, begrijpt niet dat voor een groot talent als Van Gelder andere maatstaven kunnen gelden dan voor de middle-of-the-road turner die Van Bokhoven zelf ooit was. Van Bokhoven vindt dat Van Gelder zich moet gedragen, zoals hij (Van Bokhoven) vindt dat goed is. Alsof niet Van Gelder, maar Van Bokhoven zelf de lord of the rings is. Misschien kan, naast Hendriks, ook Van Bokhoven per direct op het vliegtuig naar Nederland worden gezet.

11 augustus 2016

Maurits Hendriks (Chef de Mission Rio): beter als hoofd van jongensinternaat

Maurits Hendriks, chef de mission van het NOC*NSF bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, vond het gedrag van turner Yuri van Gelder ontoelaatbaar. Hij zou zich door zijn gedrag niet aan een overeenkomst hebben gehouden die Van Gelder net als de andere Olympische sporters uit Nederland hadden moeten tekenen. Hendriks weigerde echter mee te delen welke artikelen Van Gelder overtreden zou hebben. Wij hebben in de overeenkomst gekeken, maar konden geen artikel vinden dat Van Gelder overtreden zou kunnen hebben. Het is vrij ongehoord in een rechtsstaat dat men gestraft wordt voor iets dat men niet gedaan kan hebben (het niet naleven van een overeenkomst) en dat men ook niet te horen krijgt welke regels overtreden zijn (die men, in dit geval Yuri, dus niet overtreden heeft). Een rechter weet er wel raad mee en, inderdaad, Van Gelder stapt naar de rechter. Hij zal er zijn finaleplaats op de OS niet mee terug krijgen, die is al vergeven aan een Fransman. Hij zal er misschien mee gedaan krijgen dat Hendriks verplicht wordt uit te leggen welk gedrag van Van Gelder nu precies ontoelaatbaar was. Of misschien dat hij er mee gedaan krijgt dat het NOC*NSF gedwongen wordt Van Gelder schadeloos te stellen voor de schade die hij door het besluit van het NOC*NSF heeft opgelopen. Ik ben natuurlijk geen rechter, maar als ik het juridisch voor het zeggen had, zou ik bevelen dat, ter voorkoming van nog meer onheil, Maurits Hendriks op staande voet op het vliegtuig naar Nederland wordt gezet. Zoals mijn krant deze ochtend suggereerde, is hij misschien geschikt hoofd te worden van een jongensinternaat.

10 augustus 2016

Yuri van Gelder (turner): mogelijk nog een Lord of the Rings

Maurits Hendriks, sportbestuurder bij het NOC*NSF, vond het gedrag van olympiër Yuri Van Gelder (nachtje stappen buiten het Olympisch Dorp, inclusief overvloedig alcoholgebruik) ontoelaatbaar: Sporters hebben volgens hem een voorbeeldrol. Zelf vind ik dat bestuurders ook een voorbeeldfunctie hebben. Daar voldoen ze zelden aan. Hendriks, zo merkte mijn krant fijntjes op, geeft zijn persconferenties bij de OS in het zogenaamde Holland Heineken House, gesponsord derhalve door de bekende bierbrouwer. Er schijnt in dat HHH flink wat alcohol gebruikt te worden, ook door bestuurders. Dan is het hypocriet als bestuurders sporters de inname van alcohol kwalijk nemen. Maar er is ook gesuggereerd dat Van Gelder is weg gestuurd omdat hij zonder toestemming het Olympisch Dorp heeft verlaten. Er staat immers in de overeenkomst die alle Olympische sporters hebben moeten tekenen dat de topsporter tot het moment van de terugreis naar Nederland in het Olympisch dorp moet verblijven (zie artikel 15.4). Maar Van Gelder verbleef daar ook in die feestelijke nacht: hij kwam immers terug (verblijven = wonen of logeren, zie Van Dale), al was het dan wat laat. Als hij niet was terug gekeerd, maar bij een Braziliaanse vriendin was blijven overnachten, dan had hij inderdaad artikel 15.4 overtreden. Op basis van de overeenkomst tussen NOC*NSF en de sporters was er dus geen enkele grond (over alcoholgebruik wordt al helemaal niets opgemerkt) om Van Gelder naar huis te sturen. Zouden dan zijn prestaties hebben kunnen lijden onder zijn nachtelijke uitspatting? De 40+ers onder ons herinneren zich schaatsster Yvonne van Gennip die op de Olympische Spelen van 1988 zonder noemenswaardige voorbereiding drie gouden plakken bijeen wist te schaatsen. Van Gelder had zich in 2016 beter voorbereid dan Van Gennip in 1988. Henriks heeft een potentiële medaillewinnaar naar huis gestuurd. Kan die man niet weg?

08 augustus 2016

Rianne Letschert (a.s. rector): “De bestuurder is er voor de werkvloer”

Jo Ritzen, de idealistische onderwijsminister uit de jaren 90, wilde het bestuur van universiteiten professionaliseren. De bestuurders moesten de onzichtbare krachten worden die de mensen op de werkvloer uit de wind hielden zodat de werkvloer zich voluit met het echte proces (onderzoek en onderwijs) bezig kon houden. Het liep vaak anders. Tegelijk met de professionalisering werd de universitaire democratie afgeschaft. Democratie was ook niet ideaal, maar verhinderde dat megalomane onderwijsbestuurders ongecontroleerd jaknikkers om zich heen konden verzamelen. Die jaknikkers lieten het toe dat de bestuurders belastinggeld over de bak gooiden met als argument dat die uitgaven ‘investeringen’ waren die zichzelf terug verdienden. Die investeringen bestonden, bijvoorbeeld, uit het aantrekken van zogenaamde toppers in het academisch onderzoek tegen torenhoge salarissen. Die toppers waren hun hoogtepunt al voorbij, of ze bleken fraudeurs; ze brachten zelden geld in het universiteitslaatje. Hoe dan ook, ik heb te vaak meegemaakt dat het beleid van universitaire bestuurders vroeg of laat tot financiële problemen leidde en dat de rekening dan bij de werkvloer werd gelegd. Niks uit de wind houden dus. Hoogleraar Rianne Letschert uit Tilburg, die topbestuurder wordt van de Universiteit van Maastricht, gaat dat anders doen. In De Volkskrant zegt ze dat het goed is als iemand van de werkvloer rector wordt van een universiteit, want die “staat midden in het onderwijs en onderzoek”. Ze wil dienstbaar zijn aan de werkvloer. Ik wil niet cynisch doen over dit oprechte voornemen, maar de meeste bestuurders die ik heb meegemaakt kwamen ook van de werkvloer. Helaas hadden ze die werkvloer als bestuurder al gauw uit het oog verloren (zie hierboven). Maar misschien dat Rianne Letschert niet ver boven het werkvolk gaat zweven als almachtige bestuurder. We wensen het de collega’s uit Maastricht toe.

07 augustus 2016

Jeroen Schothorst en Ben Kolff (McGregor): rijk over de rug van oude werknemers

Deze heren zijn rijk geworden met het uitbaten van de merken McGregor en Gaastra. Het zij ze gegund. Mensen die ergens een gat in de markt zien en daar in weten te duiken, daar heb ik een zwak voor. Het ging de McGregor Fashion Group voor de wind en ik kan er over meepraten, want ik heb zelf ook een McGregor-overhemd en het zat mij als gegoten, maar nu niet meer: er kleeft sociaal onrecht aan dit merk. Wat is er gebeurd? Heel eenvoudig dit (lees het ook hier). Na 2011 ging het niet meer zo goed met het bedrijf en de heren Schotkorst en Kolff traden uit de directie, maar ze bleven aandeelhouder. Ze wilden echter geen extra geld in het bedrijf investeren en dus ging het bedrijf failliet. So far, so bad, maar het werd nog erger. Het bedrijf zou verkocht kunnen worden en er waren serieuze gegadigden. Maar wie besliste of de biedingen aantrekkelijk genoeg waren? Inderdaad: Schothorst en Kolff. Zij verwierpen alle biedingen en deden toen maar zelf een bod. Dat, u raadt het al, door de aandeelhouders (i.c. Schothorst en Kolff) werd geaccepteerd. Everybody happy? Nou nee, want het bod maakte het noodzakelijk dat er eerst flink gesaneerd zou moeten worden bij de winkels. Met name, de oudere werknemers zouden moeten worden vervangen door goedkope uitzendkrachten. Lees bijvoorbeeld dit schrijnende verhaal over de 62-jarige Truus Atteveld die bij de McGregor Fashion Group werkte. Het schijnt dus te kunnen in Nederland: je wordt rijk van een bedrijf. Dan gaat het iets minder en je laat het bedrijf failliet gaan. Dan moeten de mensen die aan het succes bijgedragen hebben oprotten. Je koopt het bedrijf terug en je wordt nog rijker. 

01 augustus 2016

Ahmed Marcouch (PvdA): waarom is DENK zo oorverdovend stil?

Wij hebben het eerder gezegd: DENK is een politieke partij die doet alsof zij alle Nederlanders wil verbinden, maar die gewoon voor zichzelf het recht opeist af te kunnen wijken van ‘onze’ normen en waarden. Democratie bijvoorbeeld is volgens DENK niet het recht op bescherming voor de minderheid (zoals ‘wij’ denken), maar het recht van de meerderheid om die minderheid een kopje kleiner te maken. Dat staat niet in het beginselprogramma, maar het blijkt uit de onverholen steun van DENK voor het Erdoğan-regime in Turkije. Dat regime heeft als belangrijkste doel tegenstanders uit de weg te ruimen. Nu zijn de aanhangers van Fethulla Gülen aan de beurt. Zij worden massaal vervolgd en de Turkse autoriteiten vinden dat de Nederlandse Gülen-aanhangers ook maar moeten worden aangepakt. Daar zijn de Erdoğan-aanhangen in Nederland dus al op eigen houtje mee bezig. Enter Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA. Waarom neemt DENK de Gülenbeweging niet in bescherming, zo vraagt hij zich in de krant af? DENK is toch tegen racisme en discriminatie van Nederlandse minderheden, zoals Turkse, Marokkaanse en ‘gekleurde’ Nederlanders. Maar nu een minderheid van de Nederlandse Turken door een meerderheid van de Turkse Nederlanders (namelijk de Erdoğan-aanhangers) wordt bedreigd en geïntimideerd, is DENK “oorverdovend stil”. Aldus Marcouch. Die stilte is niet zo verbazingwekkend. Natuurlijk is DENK er voor de Gülenbeweging in Nederland uit te roeien, maar DENK zelf vertegenwoordigt ook maar een minderheid. DENK moet dus eerst zelf een maatje groter worden. Daarom is ze bezig andere minderheden bij de partij te halen, zoals ‘gekleurde’ Nederlanders (Sylvana Simons) en Marokkaanse Nederlanders (Farid Azarkan). DENK houdt zich stil over hen niet welgevallige minderheden tot ze zelf de meerderheid zijn. Dan kan de resterende minderheid (uiteraard inclusief Gülen-aanhangers) een kopje kleiner gemaakt worden.