27 december 2016

Sylvana Simons: dacht niet na over Denk

De keuze van Sylvana Simons voor de politieke partij Denk was nogal wonderlijk (zie hier). Denk is een politieke partij met Turkse wortels die vindt dat allochtonen (die volgens Denk so-wie-so al niet meer bestaan) volledig geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving. Mochten er toch problemen zijn met sommige (dus eigenlijk niet bestaande) allochtonen, dan komt dat door de (logischerwijze volgens Denk ook niet bestaande) autochtone Nederlanders. De niet bestaande autochtone Nederlanders discrimineren de niet bestaande allochtonen (als u het nog kunt volgen). Deze niet bestaande allochtonen worden daarop en daardoor werkloos en crimineel. Denk profileerde zich als de partij die zegt te verbinden, maar toen de NederTurken uiteen bleken te vallen in ErdoganNederTurken en GülenNederTurken, bleef Denk oorverdovend stil, zoals Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA, afgelopen zomer opmerkte. Toen was Sylvana Simons al lid van Denk, maar zij bleef ook oorverdovend stil over dit NederTurken-conflict. Zij begon zich, naar haar eigen zeggen, pas zorgen te maken over Denk toen zij zelf onderwerp werd van nationale spot en bedreiging. Denk zou daar een politiek slaatje uit proberen te slaan, aldus Simons. Niet aldus Denk, die zegt haar emotioneel en financieel gesteund te hebben. Moeten wij iets vinden van dit welles-nietes kruisvuur? Wij twijfelden al ernstig over de kwaliteit van de oordeelsvorming van Simons. Zij had toch, net als wij, het politieke programma van Denk kunnen lezen en kunnen inzien dat wat Denk ‘verbinden’ noemt, wij ‘segregeren’ zouden noemen. Denk wil bijvoorbeeld dat scholen die islamitisch fundamentalistische leerstellingen onderwijzen niet door de overheid verboden moeten worden. Fundamentalisten erkennen alleen hun eigen waarheid en willen zich niet aanpassen aan de rechtsstaat. Daarom zijn zij de beste bron voor ‘apartheid’ tussen bevolkingsgroepen. Simons zag dit niet en heeft daarmee al haar politieke kapitaal verspeeld. 

23 december 2016

Sunny Bergman (wit): laat de ‘echte zwarten’ weg

In haar veel besproken documentaire confronteert Sunny Bergman blanken (‘witten’) en donker gekleurde mensen met elkaar. De blanken zijn verrast als de donkeren zeggen dat ze minder kansen krijgen dan blanken, dat ze minder bescherming krijgen van de politie, enz.. De donkeren klagen ook nog over de kwalijke rol van ‘blanke’ bedrijven in de wereld (Shell in Nigeria kwam voorbij). Waren de klachten overtuigend? Mwah. De donkeren leken vooral uit artistieke en intellectuele kringen te komen (de blanken trouwens ook), spraken goed Nederlands (een gekleurde vrouw in de docu vond het al een belediging als dat werd opgemerkt). Natuurlijk, ze hadden last van etnisch profileren (ik zou zeggen, wees er blij mee; als ik als oudere witte man het voetbalstadion binnen kom, kijkt er niemand van de beveiliging in het plastic zakje met warme wanten dat ik bij me heb. Ik heb liever dat het plastic zakje wel wordt gecontroleerd: straks komt er een verbitterde oude man met een zelf gemaakte vuurwerkbom naar binnen), maar kansloos, crimineel of niet-geïntegreerd leken ze me niet, eerder succesnummers. De ‘echte zwarten’ leken te ontbreken. Wie zijn dat dan? Wie anders dan de mensen van de grootste minderheidsgroep in Nederland, namelijk de moslims. Weliswaar was Tofik Dibi onder de aanwezigen, maar ik heb zo’n vermoeden dat hij door zijn eigen Marokkaanse bevolkingsgroep wordt uitgekotst. De andere Marokkaanse moslims worden, zoal bekend, door veel Nederlanders uitgekotst. Het zou interessant zijn geweest als de fundamentalistische moslims (dat zijn wat mij betreft de ‘echte zwarten’) met de donkeren zouden zijn geconfronteerd door mevrouw Bergman. Dat gebeurde natuurlijk niet, want als zo’n confrontatie op een clash zou uitlopen (hetgeen mij waarschijnlijk lijkt), zou dat nogal in strijd zijn met het wereldbeeld van Bergman. Alleen de witten hebben het immers gedaan.

21 december 2016

Sunny Bergman (wit): witten moeten fundamentalistische moslims worden

Het valt moeilijk te ontkennen dat de blanken in het westen eeuwenlang technisch superieur waren tegenover vele andere groepen in de wereld, zoals met name de zwarten in Afrika. We zagen dat dat niet kwam omdat het blanke ras superieur was of is, maar dat het eerder een kwestie van geografie was. Toevallig woonden blanken op een plek die makkelijk bereikbaar was voor vernieuwingen. We weten dat geen enkel ras minderwaardig is ten opzichte van andere rassen. Maar toch denkt documentairemaakster Sunny Bergman dat blanken (‘witten’ in haar terminologie) bewust of onbewust menen dat zij superieur zijn. Blanken denken, volgens Bergman, dat die anderen de achterstand eenvoudig kunnen inhalen door te integreren in de ‘witte’ samenleving. Maar het is juist andersom, zegt Bergman in haar documentaire: blanke mensen moeten integreren. Haar blanke respondenten reageren lacherig op die uitspraak. Maar laten we het serieus nemen en aannemen dat het niet de minderheden zijn die moeten integreren met de autochtone blanke bevolking, maar dat het omgekeerd is. Met welke groep moeten de blanken dan integreren? Dan toch zeker de grootste minderheidsgroep in Nederland, namelijk de moslims. Laten we ons proberen te verdiepen in hun normen en waarden. Er is vrij recent nog onderzoek gedaan naar die opvattingen door hoogleraar sociologie Ruud Koopmans en hier vinden we zijn bevindingen. Van de moslims in West Europa denkt 75% dat er slechts één mogelijke interpretatie is van de Koran en 65% denkt dat de wetten die door de Koran worden opgelegd belangrijker zijn dan de seculiere wetten die in West Europa gelden. Met andere woorden als de blanken, op last van mevrouw Bergman, moeten integreren met de overgrote meerderheid van de moslims in Nederland, zullen zij zich eerst moeten bekeren tot de fundamentalistische islam. 

20 december 2016

Sunny Bergman (wit is een kleur): boos op dode zeeheld

Guns, germs and steel’ van Jared Diamond is een van de betere boeken die ik ooit gelezen heb. Het kernidee van de schrijver is dat ‘het Westen’ technisch superieur en rijk is geworden ten opzichte van andere gebieden in de wereld (met name Afrika en Amerika), omdat vernieuwingen op agrarisch gebied die waren ontstaan in het meest vruchtbare gebied op aarde (het gebied rond de Eufraat en de Tygris) het Westen konden bereiken, maar bijvoorbeeld Afrika niet. Duizenden jaren geleden verspreidden vernieuwingen op landbouwgebied zich doordat relatief dicht bij elkaar wonende bevolkingsgroepen succesvolle methoden van elkaar gingen overnemen. Dit copieergedrag hield echter op bij natuurlijke barrières, zoals woestijnen en zeeën. Dus kon landbouwvernieuwing vanuit het Midden-Oosten oprukken naar het Westen en het Oosten, maar niet naar het Zuiden omdat de Sahara in de weg lag. Landbouwvernieuwingen leidden tot een beter leven en maakte tijd vrij om ook andere vernieuwingen uit te proberen (guns!!!). Zo namen wij in het Westen een voorsprong op Afrika en Amerika. Westerlingen zijn geen heersers geworden omdat zij slimmer waren dan Afrikanen of indianen, maar het was gewoon een kwestie van gunstige ligging van onze woonplaatsen. Dat wist Jared Diamond, maar de blanke westerse veroveraars, die vanaf de 15e eeuw de wereldzeeën afstruinden op zoek naar buit en primitieve volkeren tegen kwamen, dachten daar heel anders over. Zij dachten dat het blanke ras door God tot superieur ras was gemaakt en daarom gemachtigd was de minderwaardige zwarten in Afrika en de roodhuiden in Amerika te onderwerpen. Zo dacht ook onze zeeheld Michiel de Ruyter, maar documentairemaakster Sunny Bergman is nog steeds kwaad op onze zeeheld. 400 jaar na dato neemt zij hem kwalijk dat hij (1607-1676) Jared Diamond  (1937-) niet gelezen heeft.

18 december 2016

Heleen Mees: deeltijdwerk = Marxisme = waarom Trump won

Heleen Mees vindt dat hoog opgeleide vrouwen zich voor 100 procent op hun carrière moeten storten. De meeste vrouwen echter willen alleen maar in deeltijd werken, om meer tijd voor de kinderen te hebben, en maken zich zo afhankelijk van hun partner. Dat zij (= Mees) zichzelf evengoed afhankelijk had gemaakt van een man, zullen we haar maar even vergeven. Die man was wel een van de betere economen van Nederland, maar dat kunnen we niet van Heleen Mees zelf zeggen. Ze blijkt haar mening dat deeltijdwerk ‘slecht’ is nog niet ingeruild te hebben voor een beter idee. In De Volkskrant tekende ze onlangs op dat deeltijdwerken ongeveer hetzelfde is als ‘verlicht Marxisme’. In het Marxisme werd immers de prikkel om te werken tot nul gereduceerd, zie China onder Mao. Pas toen in China boeren land in eigendom mochten hebben, werd de chronische ondervoeding die onder Mao had geheerst overwonnen, omdat mensen weer aan de slag gingen. Trump heeft bovendien gewonnen, zo voegde Mees nog een ingrediënt aan haar redeneersoep toe, omdat de witte arbeidersklasse niet meer zeker kan zijn van een baan. Als de VS betere sociale-zekerheidsregelingen zou hebben gehad, zou (aldus Mees) de overwinning van Trump alleen maar groter geweest zijn, want uitkeringen leiden tot ‘perspectiefloosheid’. Mees eindigt haar beschouwing met de ‘sweeping statement’: “Het antwoord op de crisis in het kapitalisme is dus niet een verlicht marxisme, maar een herverdeling van kapitaal naar arbeid op een manier die activeert en menselijk kapitaal stimuleert.” Tsja. Het beste wat we van deze beschouwing van mevrouw Mees kunnen zeggen is dat het razend knap is om zaken die niets met elkaar te maken hebben (deeltijdwerk, Marxisme, Trump, sociale zekerheid, herverdeling van kapitaal naar arbeid), in eenzelfde stuk samen te brengen.

12 december 2016

Gerard Spong (advocaat): minder, minder criminaliteit = opruiing

Over de uitlatingen van Geert Wilders over Marokkanen (minder, minder) hebben we het al eerder gehad. De reacties op zijn uitlatingen vonden wij hypocriet. Toen Marokkaanse jongeren uit Den Haag in de zomer van 2014 opriepen om Joden te gaan vermoorden, leidde dat niet tot massale aangiften tegen die Marokkanen, maar de niet tot geweld oproepende Wilders wel. Hij werd dus zelfs vervolgd, terwijl Wilders alleen maar hardop gezegd had wat veel mensen in Nederland denken, namelijk dat zij opgelucht zouden zijn als er minder, minder Marokkaanse straatbendes in Nederlandse gemeentes vrij zouden rondstruinen. Vele commentatoren denken daarom dat een rechtszaak Wilders electoraal goed zal doen. Advocaat Gerard Spong vindt echter dat Wilders zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing en discriminatie en daarom terecht is veroordeeld. Waarom is het discriminatie als je een groep die zo ongeveer de Nederlandse misdaadstatistieken monopoliseert, kleiner wilt hebben? Is het niet zo dat juist de buitenproportionele misdadigheid van Marokkaanse jongeren discriminatie in de hand heeft gewerkt? Had Wilders er bij moeten zeggen dat hij alleen de misdadige Marokkanen bedoelde? Maar als er minder Marokkanen zijn, kan het niet anders of de misdaadcijfers moeten er vrolijker uit gaan zien. Zoals altijd moeten de goeden onder de kwaden lijden. Als je weet dat alle aanslagen door mannen met een Arabische achtergrond worden gepleegd, ga je op de toegangswegen naar Schiphol niet een blond meisje van 17 jaar preventief aanhouden, maar wel mogelijk onschuldige ‘niet Westerse allochtonen’. “Minder, minder” is dus niet opruiing of discriminatie, het is wel etnisch profileren: het effectief verminderen van misdaad en/of aanslagen door je op een groep te richten die zich hier buitenproportioneel schuldig aan maakt. Het alternatief vinden vele kiezers slechter, zoals zij op 15 maart 2017 zullen laten weten.

05 december 2016

Jan Terlouw (D66): begrijpt niet dat 'het touwtje' weg is door zijn eigen partij

Hoewel ik (1951-) 20 jaar jonger ben dan Jan Terlouw (1931-), behoor ook ik tot de generatie die nog ‘het touwtje uit de brievenbus’ hebben meegemaakt. Mijn moeder was weduwe (vanaf 1956) en heel veel sociale zekerheid was er nog niet. Dus had mijn moeder (1907-1985) in de late jaren 50 en vroege jaren 60 allerlei ‘adresjes’ waar ze overdag schoonmaakte om het gezinsinkomen op peil te houden (er woonden in 1956 nog vier kinderen thuis van 18, 11, 8 en 5 jaar oud). Dus was er vaak niemand thuis als ik van school kwam, maar kon ik naar binnen dankzij ‘het touwtje’. Waarom gebruikten ‘onbevoegden’ het touwtje niet? Omdat het op zou vallen, want iedereen kende elkaar. Niet dat we dol waren op elkaar. Integendeel, als katholieke jongen mocht ik niet met de heidense protestantse kinderen spelen. Maar we hielden in de gaten wie er in de straat was. Het touwtje kan nu niet meer, zegt Jan Terlouw, omdat we elkaar niet meer vertrouwen. Zeker, maar ook omdat we elkaar niet meer kennen. Iedereen is ‘on the move’. Buurten veranderen continu door de komst van nieuwkomers met hele andere gebruiken en hele andere normen die vaak de onze niet zijn. We weten dat het met die nieuwkomers niet zo goed gaat. Zelfs onder de derde generatie nieuwkomers is er veel werkloosheid en is er sprake van buitenproportionele criminaliteit. Velen van ‘ons’ zeggen daarom: minder, minder nieuwkomers, want we kunnen ze niet vertrouwen. Inderdaad, mijnheer Terlouw, maar is het niet uw eigen partij die nieuwkomers altijd met open armen wilde ontvangen? Kijk maar hier: vluchtelingen zijn een interessante kans en een verrijking van de maatschappij. Terlouw begrijpt zijn eigen partijstandpunten niet, want de door D66 zo toegejuichte globalisering heeft ‘het touwtje’ verdreven.

01 december 2016

Toine Heijmans (Volkskrant): gemeenten schenden het medisch beroepsgeheim. Of toch niet?

In De Volkskrant lees ik bijna altijd de startcolumn van Opinie & Debat. Die column is een mengeling van opinie en feitelijkheden. Dat gaat soms mis, zoals op 29 november jl. in de column psychiaters maken er het beste van door Toine Heijmans. Het ging over jeugdpsychiaters die worden omschreven als professionals die er het beste van proberen te maken, hoewel ze, volgens Heijmans, min of meer plat gewalst worden door gemeenten die het sinds 2015 (deels) voor het zeggen hebben in de jeugdzorg. Wij zagen eerder dat een belangrijke reden voor die zogenaamde decentralisatie was dat de psychiaters zelf nogal veel kinderen het medische circuit introkken, ook als dat niet nodig was. Dus, zo werd in de Kamer besloten, doet voortaan de gemeente de diagnose. Dat zijn de beroemde keukentafelgesprekken geworden waarbij de gemeente er achter probeert te komen hoe ernstig de problemen van kinderen (of gezinnen) zijn. Soms is daar een deskundige, bijvoorbeeld een jeugdpsychiater, bij betrokken. Toine Heijmans schrijft echter (zie plaatje) dat “een ambtenaar uit een wijkteam aanwezig is bij het eerste gesprek tussen dokter en patiënt – het medisch beroepsgeheim en de privacy maar even afgeschaft.” Hier heeft de opinie de feitelijkheid al te zeer beneveld. Ten eerste heeft dus de gemeente, niet de psychiater het eerste gesprek. Ten tweede is het gesprek niet met een patiënt, maar met een cliënt. Het is juist zaak vast te stellen of er sprake is van een ‘patiënt’. Ten derde kan er dus geen aantasting van het medisch beroepsgeheim zijn, want het gesprek is geen onderdeel van een behandeling. Een schending van het beroepsgeheim (door gemeenten!!) is nogal een zware beschuldiging. Maar in de internetversie is die beschuldiging opeens verdwenen. De andere feitelijke onjuistheden staan er nog steeds.

28 november 2016

Thomas Dekker (ex-wielrenner): geen ster, dus geen gratis seks

Thomas Dekker is misschien wel de enige wielrenner die dankzij het gebruik van doping zijn talent niet heeft kunnen waarmaken. Er is daarnaast een hele lange lijst van ex-wielrenners op te stellen die dankzij de doping topsporter konden worden (Lance Armstrong, Alberto Contador, Jan Ullrich, Richard Virenque, Joop Zoetemelk, enz. enz. enz. enz.). Thomas Dekker werd geen topper, omdat hij te jong werd betrapt op het gebruik van doping (Lance Armstrong werd pas ‘betrapt’ nadat hij voor de tweede (!!!) keer met wielrennen was gestopt). Dekker heeft nu een boek geschreven over zijn in de knop gebroken wielrenleven en de kranten stonden er vol mee. Mijn eigen krant besteedde er minstens drie lange artikelen aan, waarvan vooral het laatste artikel opmerkelijk was. Daarin wordt vermeld dat veel wielerfans geschokt zijn door de onthullingen in het boek. DWDD in eigen persoon, bijvoorbeeld: “Ik moest denken aan alle keren dat ik op het puntje van mijn stoel tv zat te kijken, jullie zat aan te moedigen, stamelde Matthijs van Nieuwkerk tegen Dekker in DWDD. En dan hadden ze de avond ervoor gewoon tot drie uur 's nachts op een hotelkamer met prostituees gefeest! Daar word ik heel ongelukkig van, besloot de presentator.” Ik was eigenlijk verbaasd over iets heel anders, namelijk dat Thomas Dekker moest betalen voor de seks, in plaats van dat hij die gratis kreeg van ‘wielrengroupies’. Zei Donald Trump niet dat als je een ster bent, je (als man) alles kunt doen bij vrouwen (bij sommige vrouwen dan, maar Trump dacht alle vrouwen)? Thomas Dekker was geen ster, maar een ordinaire hoerenloper die gewoon om drie uur ’s nachts moest afrekenen. Een boek van een gefrustreerde ‘vieze man’. Dat boek ga ik niet lezen.

22 november 2016

Sylvana Simons (carnavalskraker?): maakt witte mannen woedend

Er is ophef over Sylvana Simons en niet voor de eerste keer (zie hier). Nu is ze het onderwerp van racistisch getinte video’s, zo meldt mijn krant (alleen voor abonnees). Aanleiding is een carnavalsfilmpje waarin zij op de hak wordt genomen (“Kun je niet emigreren, met jou is het kut met peren”). “Velen”, zo meldt mijn krant, “lieten hun haat over Simons de vrije loop door racistische videofilmpjes bij het nummer te monteren. Daarin werd Simons afgebeeld als Zwarte Piet en verscheen haar hoofd (…) bij beelden die verwijzen naar lynchpartijen van de Klu Klux Klan”. Die ‘velen’ zijn waarschijnlijk witte mannen die woedend op haar zijn, om haar deelname aan de Zwarte-Piet discussie en haar toetreding tot DENK. DENK is een politieke partij met Turkse wortels, die zegt te willen verbinden, maar niet eens in staat of bereid is de Turkse Nederlanders te verbinden. [Zie hier voor een uitgebreidere opinie over DENK]. Sylvana Simons zelf heeft in het verleden nogal racistische uitspraken over ‘de zwarte man’ gedaan (zie hier). Vreemd genoeg herinnert niemand haar daar aan. Ook niet die boze witte mannen. Die zijn misschien ook wel woedend omdat zij opeens een bekende Nederlander is geworden door haar soms controversiële optreden op de verrekijk. Ben ik zelf soms ook zo’n boze witte man die woedend op haar is? Nou nee, ik vind haar even irritant als bijvoorbeeld Halina Reijn die ook voortdurend op de verrekijk verschijnt en ons steeds moet laten weten dat ze ergens of nergens last van heeft. Het is vrij makkelijk deze (en vele andere) irritante types te ontwijken (behalve als ze in mijn krant staan), namelijk door niet meer te kijken naar het NOS-journaal, DWDD, Pauw, enz. enz. Dan word je als witte man ook niet meer woedend. 

19 november 2016

Margerite Kalverboer (kinderombudsman): krijgt signalen

De kinderombudsman, Margrite Kalverboer, heeft de afgelopen maand een soort pamflet geschreven, getiteld mijn belang voorop? Er staat een vraagteken. Dus, het antwoord staat wellicht in het pamflet. Wie is ‘mijn’ eigenlijk? Je zou verwachten het kind. Laten we eerst eens luisteren hoe het NOS-journaal van 8 november over dit rapport sprak. De nieuwslezeres meldde dat de kinderombudsman op basis van eigen onderzoek had geconcludeerd dat steeds meer kinderen in de crisisopvang terecht komen, omdat de gemeenten niet de goede zorg leveren. Vervolgens kwam er een aantal pubermeisjes in beeld die volgens een zekere Hans du Prie in ernstige problemen waren. Hun problemen kwamen door de gemeente die deze meisjes niet naar de specialistische hulp sturen. Vervolgens kwam de kinderombudsman zelf in beeld. De gemeenten bepalen welke kinderen wat voor hulp krijgen en hoeveel dat mag kosten. Die hulp is te weinig, zo zei de kinderombudsman, zodat de problemen kunnen verergeren en er voor deze meisjes een crisisplaatsing nodig is. Ah, de gemeenten zitten te veel op hun geld, zo leg ik de boodschap van mevrouw Kalverboer uit, er zou meer geld moeten naar de jeugdzorginstellingen. Hoe weet ze trouwens dat er steeds meer van dit soort crisisplaatsingen nodig zijn? Dat weet ze helemaal niet, maar ze heeft wel ‘signalen’ daarvan gekregen. Die signalen, zo lezen wij in haar pamflet, die komen van de jeugdzorginstellingen. Juist! Die instellingen zijn helemaal niet zo blij dat ze (sinds 2015) te maken hebben met gemeentelijke pottenkijkers die dan ook nog eens bepalen welke kinderen wel en welke niet voor jeugdzorg in aanmerking zouden komen. Dat bepalen de instellingen liever zelf. Dan kunnen ze ook lekker zelf hun eigen budget bepalen. Kalverboer behartigt dus het belang van de Jeugdzorglobby. Waarom is ze eigenlijk kinderombudsman geworden? (zie ook hier voor een uitgebreide versie)

07 november 2016

Maurice de Hond (opieniepijlu): schaf de Steve-Jobsscholen af

Als blijkt dat islamitische scholen de leerlingen indoctrineren in het moslimfundamentalisme, wordt er geroepen dat het bijzonder onderwijs moet worden afgeschaft. Als Maurice de Hond (MdH), de oprichter van de Steve Jobs (SJ) scholen, feitelijk beweert dat de spelling moet worden afgeschaft, roept niemand dat de bijzondere SJ-scholen moeten verdwijnen. Toch werken zijn ideeën net zo verlammend op de kinderhersentjes als fundamentalistische leerstellingen. MdH denkt dat je wiskunde uit de computer kunt halen en dat kinderen dus geen wiskunde meer hoeven te beheersen. Het gevolg zal zijn dat Nederlandse studenten vrijwel geen enkele wetenschap meer tot zich kunnen nemen. Je kunt dan net zo goed de universiteiten in Nederland sluiten. Afgelopen week beweerde hij dat het niet langer nodig is dat kinderen de Nederlandse spelling leren. Zijn dochter krijgt namelijk, dankzij de school van haar vader, de spelling niet onder de knie. Niet zo verwonderlijk, want spellen leer je niet op een Ipad. Je leert spellen door minstens zo nu en dan eens iets op te schrijven en dat doen ze niet de op de SJ-scholen. Volgens MdH is het echter allemaal opgelost als we dingen gaan schrijven zoals we het uitspreken. Hij vergat dat zelfs in een klein taalgebied als het Nederlandse woorden op verschillende manieren worden uitgesproken in diverse delen van het land. Hoe kan het dat iemand die ideeën heeft die tot het einde van de geletterdheid van de Nederlandse bevolking leiden en die er geen benul van heeft welke vaardigheden voor de toekomst nodig zijn, die ook Nederland als ontwikkeld hoog opgeleid land feitelijk wil afschaffen, dat zo iemand dus zo maar een eigen school kan beginnen. Zouden we de kinderen op de foto niet moeten beschermen door direct alle SJ-scholen te sluiten? 

04 november 2016

Jaap Goedgebuure (Nexus-instituut): trapt de TiU, zijn vroegere werkgever, na

Tilburg is een voormalige textielstad, ontstaan uit een soort samenvoeging van plattelandsdorpen. Het is een stad zonder hart, geen plek voor een ‘dagje uit’ zoals je wel naar Amsterdam, Utrecht of zelfs naar ’s-Hertogenbosch gaat dat naast de deur van Tilburg ligt. Tilburg heeft een schouwburg, een muziekcentrum en een universiteit waar de meeste faculteiten die de ‘klassieke’ universiteiten wel hebben, ontbreken. Je kunt er wel een Master halen in ‘Kunst, media en maatschappij’. Daarin moeten de studenten een vak doen dat ‘Public Intellectuals in a Transforming European Public Sphere’ heet. Jaap Goedgebuure wordt er misschien ook wel in behandeld, al kom ik zijn naam in het publieke debat zelden tegen. Goedgebuure is zelf bijna 20 jaar lang hoogleraar aan de Tilburgse universiteit geweest, een groot deel van die tijd was hij mijn collega. Ik kan me niet herinneren dat in die tijd Goedgebuure pogingen gedaan heeft het culturele niveau van de stad of de universiteit omhoog te stoten. Maar kijk, gisteren zei hij zowaar wat in de krant. Hij zei over de ons welbekende pseudo-intellectueel Rob Riemen: “En eigenlijk waren de creaties van Riemen Fremdkörper binnen de 'cultuurarme omgeving' die Tilburg University volgens Goedegebuure altijd is geweest. In die zin komt met de subsidiestop een eind aan een onnatuurlijke relatie - die de universiteit overigens nog wel een beetje cachet gaf.” Het gaat over het stoppen van de geld verslindende universiteitssubsidie aan Nexus, het speeltje van Riemen. Riemen was daar erg boos over. Jaap Goedgebuure, bij Nexus de slippendrager van Riemen, mocht 20 jaar lang een topsalaris van de universiteit ontvangen zonder een enkel indrukwekkend spoor achter te laten. Hij volgt echter trouw de ‘directeur’ van Nexus door zijn vroegere werkgever eens flink na te trappen.

31 oktober 2016

Prinses Irene: “Over het koninklijk gezinsleven mag je de waarheid niet schrijven”

Wij (= wij Nederlanders) betalen 2,40 euro per persoon per jaar om het koningshuis te onderhouden. Daarvoor moeten ze vooral proberen ons Nederlanders bij elkaar te houden. Wij verlangen een goed voorbeeld van onze koninklijke familie. Wij hebben er dus recht op te weten of ze zich gedragen of gedragen hebben. Als daarvoor nodig is in de privésfeer te rommelen van de familie, dan is dat jammer, maar als de familie geen publiek bezit wil zijn is afstand van de troon (en dus van onze 2,40 euro) de enige optie. Jolande Withuis heeft een biografie geschreven over Juliana (koningin van 1948 tot 1980). Daarbij kreeg ze geen medewerking van het koningshuis. Dat is dus feitelijk diefstal van wat openbare kennis moet zijn. Uit de bronnen die ze wel wist aan te boren, kwam, zoals we zagen prins Bernhard (echtgenoot van Juliana) als een wel zeer verdorven persoon naar voren. Julian zelf was ook niet altijd erg evenwichtig. Het tekent de risico’s van geërfd koningsschap. Een van de dochters van Juliana en Bernhard, Irene, vindt dat wij dat allemaal niet hadden mogen weten, zo zei ze in het radioprogramma Spijkers met koppen. Bovendien was het allemaal “interpretatie” en de conclusies van Withuis strookten ook niet met haar eigen herinneringen. Ieder gezin heeft recht op een privéleven en dus ook het koninklijke gezin, aldus Irene. We kunnen natuurlijk al direct vaststellen dat ook ‘gewone’ gezinnen hun recht op privacy kunnen verliezen als er sprake is van misdragingen (zoals kindermishandeling of andere vormen van geweld). Wij kunnen ook vaststellen dat prinses Irene ongetwijfeld haar eigen herinneringen met Withuis had kunnen delen, maar dit niet gedaan heeft. Dan is natrappen niet erg netjes.

28 oktober 2016

Ik: Heeft Nederland echt een nationaal zorgfonds nodig? (Het lijkt me niet)

Ik ben een serie blogs begonnen over de noodzaak van een nationaal zorgfonds, zoals dat door de SP is voorgesteld. De blogs zijn geschreven vanuit economisch perspectief, daarom heb ik deze blogs verwezen naar mijn (niet al te druk bezochte) economieblog. Het wordt hier en daar dan ook wel een beetje technisch. Dat wil zeggen, er worden grafieken met ‘vraagcurven’ gebruikt om bijvoorbeeld het begrip overconsumptie van medische behandelingen te illustreren, of om de (on)mogelijkheid van een eigen risico aan te tonen. We beginnen met het bespreken van de erkende problemen in (zorg)verzekeringen, namelijk het bestaan van risicoselectie en overconsumptie. Deze problemen zijn in de economische literatuur al ruim 40 jaar bekend. De wetgever kent ze ook, gezien ons huidige zorgstelsel. Over dat stelsel is meer dan 20 jaar vergaderd in de Kamer en in commissies voordat uiteindelijk in 2006 de huidige basisverzekering in de zorg werd ingevoerd. De grondprincipes van het stelsel worden internationaal als basis beschouwd voor hervormingen elders. Zo is bij de Amerikaanse hervorming in de zogenoemde Obama-care volop geput uit elementen van ons stelsel. Het is duidelijk dat desondanks het huidige stelsel niet ideaal is. Geen enkel stelsel is ideaal, want Utopia bestaat niet. Zo wordt risicoselectie in het huidige stelsel deels voorkomen door wetgeving, maar overconsumptie niet of zeer gebrekkig. Een eigen risico is op die overconsumptie gericht, maar om politieke redenen was de effectiviteit van dat eigen risico al bij voorbaat tot vrijwel nul beperkt. Zou een nationaal zorgfonds het beter doen dan het huidige stelsel? Het lijkt me niet, zoals ik hopelijk over enige tijd duidelijk heb gemaakt. De serie is nog niet ten einde, maar het begin is er. Als u bij dat begin wil beginnen, druk dan hier en volg via “wordt vervolgd” aan het eind van ieder blog de opeenvolgende blogs. 

26 oktober 2016

Cees Fasseur (hoflakei van Beatrix): postuum ontmaskerd

De dit jaar overleden historicus Cees Fasseur hebben wij al diverse malen besproken. Wij hadden kritiek op zijn onwetenschappelijke houding tegenover de geschiedenis (hier en hier) en op het boek dat hij schreef op bestelling van de toenmalige koningin Beatrix (zie hier).Hij kreeg als enige toegang tot de koninklijke archieven en hij leek vooral koningin Beatrix te behagen met zijn interpretatie dat prins Bernhard in de jaren 50 het Nederlandse koningshuis heeft gered. Collega historici van Fasseur hadden al beweerd dat Fasseur’s conclusies niet volgden uit de (oncontroleerbare) gegevens die hij had gebruikt. Jolande Withuis heeft nu een biografie geschreven over koningin Juliana, zonder daarbij enige medewerking van het koningshuis te hebben ontvangen (wat een schande is, het koningshuis is publiek bezit). Toch bleek ze in staat vele bronnen aan te boren van nog levende vrienden en kennissen van Juliana en haar echtgenoot, prins Bernhard. Bernhard komt als een wel zeer verdorven persoon naar voren (lees dit interview met Withuis). Hij randde onder de ogen van Juliana vrouwelijke gasten aan, hij vernederde en kleineerde Juliana publiekelijk, en was voortdurend op stap met concubines. Wat volgens Fasseur de redding van het koningshuis was (namelijk de brief door Bernhard aan een Duits tijdschrift over de Greet Hofmans affaire), wordt door haar als een daad van verraad uit eigenbelang gezien. Bernhard was, kortom, een slecht mens die geen enkel mededogen had met zijn echtgenote en alleen maar uit was op een plezierig leventje met vrouwen in de buurt van de jet set. Het is haast niet voorstelbaar dat Fasseur dit zelf niet heeft geconcludeerd uit de stukken die hij van de toenmalige koningin mocht inzien. Maar waarschijnlijk wist hij ook wel dat Bernhard niet deugde, maar was hij te veel hoflakei van koningin Beatrix om zich onafhankelijk van het koninklijk huis te kunnen opstellen. 

24 oktober 2016

Gerard Cornelis van het Reve (1923-2006): De avonden in het Engels

Toen ik het meesterwerk van G.K. van het Reve De Avonden las, was ik een jaar of 15/16. Door het boek zag ik minstens een jaar alles om me heen als donker en leeg. Het boek was als een benauwende deken over me heen gaan liggen en het voelde alsof ik geen toekomst meer had. De novelles Werther Nieland en De ondergang van de familie Boslowits, uit ongeveer dezelfde tijd, hadden ongeveer hetzelfde effect. Ze waren van een ondefinieerbare triestheid waarvan ik me tot die tijd slechts vaag bewust was. Later kwamen daar nog zijn brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U bij, die niet door triestheid, maar wel door een onnavolgbare stijl overrompelden. Zoals met veel sombere ervaringen vervaagde het effect later. Veel later heb ik Reve (zoals hij zich inmiddels kortheidshalve was gaan noemen) nog wel eens herlezen, maar toen vond ik zijn werk weinig spannend; als je het de-ontdekking-van-de-leegheid-van het-leven effect (dat het op mij als puber had) er af haalde, bleef er weinig van over. Zijn werk dreef te veel op zijn stijl. Reve heeft ook nog een tijdje in het Engels geschreven, maar een groot succes is dat niet geworden. Zijn stijl en sfeer zijn kennelijk typisch Nederlands en werd door de Engelse lezer niet erg gewaardeerd. Nu lezen wij in The Guardian echter dat tien jaar na de dood van Reve De Avonden voor het eerst in het Engels is vertaald. The Guardian meldt dat het boek “erg populair” is in Nederland. Dat waag ik ‘erg’ te betwijfelen. Zelfs toen ik als scholier zo onder de indruk was van het boek, vonden de meeste van mijn medeleerlingen het een saai boek. The Evenings gaat geen bestseller worden in het VK.

22 oktober 2016

Anna Dijkman (Das Kapital): Eigen risico is heel eerlijk

Eigen bijdragen, eigen risico’s of no-claim kortingen worden in verzekeringen gebruikt om de klanten er toe te bewegen het aantal claims op uitkeringen te beperken. In de Nederlandse zorgverzekeringen bestaat er een verplicht eigen risico van 385 euro. Het nadeel van een eigen risico is dat het vrij hoog moet zijn, wil er enig effect op claims zijn. Daarom zou een ‘effectief’ eigen risico bij duurdere specialistische zorg vele malen hoger moeten zijn dan 385 euro, een voor de meeste mensen niet te betalen bedrag zijn. Het eigen risico geldt voor een aantal relatief goedkopere behandelingen zoals bloed prikken of medicijngebruik. Maar de specialist of het ziekenhuis vallen er ook onder. Bij deze medische zorg heeft het eigen risico dus geen effect. Een groot effect op het gebruik van medische zorg zou het eigen risico hebben als de huisarts er onder viel. Het gebruikelijke politieke argument om de huisarts buiten het eigen risico te laten was/is/zal-het-altijd-blijven dat mensen anders een bezoek aan de huisarts te lang uitstellen (zie hier of hier zomaar willekeurige voorbeelden van deze nooit ophoudende discussie). Enfin, het punt is dat omdat het eigen risico nauwelijks enig effect heeft op het gebruik van medische zorg, het in feite een belasting is op ziek zijn. Enter Anna Dijkman. Zij vindt dat de rijkere en gezondere mensen al heel veel van de zorgkosten betalen voor hun armere en ziekere medemens. Niemand zal dit ontkennen. Toch begrijpt ze dat het voor de laatsten een domper is als er een rekening van 385 euro op de deurmat valt. Daarom voelt ze wel voor een no-claim korting of een eigen bijdrage. Is dat beter dan een eigen risico? Economisch (soms) wel, maar politiek niet (wordt vervolgd).

20 oktober 2016

Emile Roemer (SP): Nu wij een zorgfonds, II

Veel woorden maakt het concept verkiezingsprogramma van de SP (Titel: “Nu wij”) niet vuil over de vraag waarom Nederland een nationaal zorgfonds nodig heeft. Het moet gewoon. Elders bekijk ik welke problemen zorgverzekeringen met zich meebrengen. Eén probleem is dat in een marktgerichte zorgverzekering de toegang tot de zorg voor de ‘slechte risico’s’ niet gegarandeerd is. Slechte risico’s zijn mensen die een grote kans op ziekte hebben en/of bij ziekte dure medische behandelingen nodig hebben. Voor verzekeraars zijn deze mensen geen aantrekkelijke klanten door de hoge (verwachte) ziektekosten die de verzekeraar aan artsen moet vergoeden. Hogere verwachte ziektekosten leiden tot hogere premies die een verzekeraar aan zijn klanten in rekening moet brengen. Hogere premies leiden dan weer tot een slechtere concurrentiepositie voor de verzekeraar en dus het verlies van klanten. Op een niet door de overheid gereguleerde markt zullen verzekeraars daarom proberen deze slechte risico’s te weren of hen hoge premies in rekening te brengen, zodat zij geen ‘verliesgevende’ klanten worden. In de VS hadden mensen met hoge verwachte ziektekosten vaak geen zorgverzekering. Tot Obamacare alles veranderde. Het nieuwe Amerikaanse zorgverzekeringsstelsel is geïnspireerd door het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel (zie hier), maar is veel ingewikkelder en de markt heeft er nog veel invloed (tel uw zegeningen, mijnheer Roemer). In Nederland kan het effect van risico-selectie, dat in een volledig private markt zou optreden, niet heel erg groot zijn. Het kan in ieder geval niet de reden zijn waarom Roemer en zijn partij zo graag een nationaal zorgfonds wil hebben. Zou hij dan willen dat te dure medische behandelingen niet langer worden vergoed? We zullen het zien.

19 oktober 2016

Gloria Wekker: allochtonen studeren niet door ons koloniaal verleden

Ik geef nu al meer dan 40 jaar les aan Nederlandse universiteiten en het aantal allochtone studenten, dat ik in al die jaren heb gehad, is te verwaarlozen. Hoe komt dat? Ik heb als amateur-socioloog alleen maar vermoedens. Mijn vader was kleermaker en voor hij stierf (1956) zei hij tegen mijn moeder dat ik (toen 5 jaar oud) naar een goede lagere school moest en niet naar de inferieure parochieschool. Het tekent de ambitie die in de jaren 50 en 60 bij een groot deel van de lagere middenklasse in Nederland bestond: hun kinderen moesten het beter krijgen dan zijzelf. Zelfs op hun sterfbed waren zij zich daar nog van bewust. Ik vrees dat dit verlangen naar opwaartse mobiliteit bij veel allochtonen in Nederland ontbreekt. Veel van hen (uiteraard niet allemaal) blijven liever in hun eigen cultuur hangen en houden eerder tegen dan dat ze stimuleren dat hun kinderen de universiteit halen. Volgens Gloria Wekker, die we ook kennen van de Zwarte-Piet discussie, ligt het echter aan ons, witte autochtonen. In de krant (alleen voor abonnees) beweert ze: “De 400 jaar dat Nederland een koloniale macht was, hebben geleid tot een diepgeworteld gevoel van witte superioriteit” en: “Het idee van de koloniale overheerser was: wij witten zijn beter en moeten jullie zwarten civiliseren.”  Het heeft geen zin dit te ontkennen, aldus Wekker, want wij zijn het er ons na “400 jaar” niet eens meer van bewust dat we zo denken. Tsja. Dit is een stelling die altijd waar (en dus nooit waar) is. Er is geen enkel tegenbewijs mogelijk. Kinderen van allochtonen hebben er echter niets aan: die komen met schijnredeneringen niet uit de omklemming van hun cultuur. Geen probleem voor Wekker: zij wil alleen haar zwart-wit verhaal kwijt.

17 oktober 2016

Emile Roemer (SP): Nu wij een zorgfonds

Het concept verkiezingsprogramma van de SP (Titel: “Nu wij”) is uitgekomen. Het was al lang verwacht, maar inderdaad, het nationaal zorgfonds wordt in het programma aangekondigd. Wordt er ook uitgelegd waarom zo’n fonds beter is dan het huidige stelsel van concurrerende zorgverzekeraars? Nou, nee, er wordt alleen gezegd dat we de zorgverzekeraars niet meer nodig hebben, maar niet welk probleem een zorgfonds oplost. Eerder zei Emile Roemer, fractieleider van de SP, bij Pauw dat het vooral gaat om het terugdringen van de macht van de zorgverzekeraars, want door de marktwerking (zo zegt hij rond de 10e minuut bij Pauw) zijn de zorgverzekeraars vooral bezig geweest met het maken van winst en het optuigen van bureaucratie. Bovendien vinden er, doordat bij marktwerking artsen betaald worden per verrichting, onnodige medische behandelingen plaats. Dat laatste was natuurlijk een slip of the tongue, want marktwerking maakt betaling per verrichting niet noodzakelijk. Integendeel, in de VS (tot Obamacare het Walhalla van de marktwerking in de zorg) zijn (of waren) er verzekeraars die zelf artsen in dienst hadden met een salaris dat juist niet afhing van het aantal verrichtingen, maar bijvoorbeeld van de winst van de verzekeraar (wat uiteraard ook niet ideaal is). Enfin, de stelling van Roemer (SP) is dat door de marktwerking de gezondheidszorg alleen maar duurder is geworden. Daar heeft hij natuurlijk geen bewijs voor, want de gezondheidszorg was misschien wel nog duurder geworden zonder marktwerking. Dat zullen we helaas nooit weten. Welke problemen lost dat nationaal zorgfonds dan eigenlijk wel op? Laten we eerst eens kijken welke problemen zorgverzekeringen met zich meebrengen. Dan kunnen we daarna vanzelf zien of de SP en Emile Roemer gelijk hebben, namelijk dat met een zorgfonds de zorg goedkoper zal worden. Die problemen bespreek ik elders

15 oktober 2016

Martin van Rijn (staatssecretaris VWS): een beetje dom

Ja, laten we het dan maar weer eens hebben over Martin van Rijn, de staatssecretaris van volksgezondheid. Hij is per slot van rekening verantwoordelijk voor de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Mijn trouwe lezers (ergens tussen de 50 en 100) weten dat ik het volgende had geschreven: “De invloed van het ministerie van VWS op de gedecentraliseerde zorg kan op een ramp voor gemeenten uitdraaien.” Dat was op 11 oktober en, inderdaad, een dag later meldde mijn krant dat de gemeenten de jeugdzorg niet meer kunnen financieren. De journaliste van dienst meldde: “Zo wordt nu langzaam zichtbaar dat de zogenoemde decentralisatie in 2015 nog niet tot de gehoopte 'lichtere zorg' heeft geleid. De bedoeling was dat door de gemeente de jeugdzorg te laten organiseren, kinderen met gedragsproblemen of psychische aandoeningen niet zo snel zouden worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een dure psychiater.” Er werd ook nog vermeld dat onze staatssecretaris ‘ontstemd’ was over de problemen. Wat nou? Hij heeft ze zelf veroorzaakt. Dit zei hij eerder: “Het is straks niet de gemeente die bepaalt welke zorg en medicijnen een kind krijgt, maar de professional. We moeten ervan uitgaan dat artsen behandelbeslissingen nemen op basis van hun professionele inzichten.” Er is helemaal geen sprake van decentralisatie, want door de bemoeizucht van Martin van Rijn krijgen de gemeenten de ‘ontzorging’ van de hulp voor kinderen niet voor elkaar. Ik kon het niet nalaten een brief naar de krant te sturen met de (impliciete) mededeling dat Martin van Rijn oliedom is. De krant maakte daar ‘een beetje dom’ van. Ook goed. 

11 oktober 2016

Edith Schippers (minister VWS): Haar rampzalige zorg is een gifbeker

Kamerlid Arno Rutte (VVD) heeft het plan van de SP voor een nationaal zorgfonds een gifpil genoemd, terwijl minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid het plan een ramp voor het land noemde. Bedoelde ze daarmee ook te zeggen dat de ongebreidelde marktwerking in de zorg, zoals die momenteel geldt, een zegen voor het land is? Het is nauwelijks voorstelbaar. In sommige sectoren van de zorg, zoals bijvoorbeeld bij de zorg voor mensen met licht verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen, is marktwerking ondoordacht ingevoerd. In die sectoren maken commerciële zorgondernemers, onder het mom van efficiëntie, woekerwinsten ten koste van de belastingbetaler, en waarschijnlijk ook ten koste van hun cliënten. Dezelfde belastingbetaler die volgens Schippers zo slecht af zou zijn met het SP-plan. De controle en het toezicht op die zorgondernemers is een onoverzichtelijke lappendeken, waar geen enkele instantie zich geroepen voelt de belangen van de belastingbetaler te behartigen. Daardoor dreigde ‘marktwerking’ in deze sector voor het Rijk een gifbeker te worden. Dus werd het tijd om die beker door te schuiven naar de gemeenten. Het officiële argument daarvoor was dat gemeenten beter dan het Rijk er voor kunnen zorgen dat mensen zelf hun problemen oplossen. Helaas heeft het Rijk zijn handen toch niet van de decentralisatie af kunnen houden. Bij de jeugdzorg, bijvoorbeeld, die ook grotendeels naar de gemeenten is gedecentraliseerd, heeft het Rijk bepaald dat ook huisartsen mogen doorverwijzen. Uiteraard gebeurt dat op kosten van de gemeenten, en dus stromen de declaraties voor te leveren zorg bij gemeenten binnen zonder dat gemeenten zelf hebben kunnen vaststellen of de zorg terecht is geleverd. De invloed van het ministerie van VWS op de gedecentraliseerde zorg kan op een ramp voor gemeenten uitdraaien, maar de gifbeker moet tot de bodem worden leeg gedronken. 

07 oktober 2016

Gert van Dijk (medisch ethicus): beschermt het ongeboren kind niet

Deze week laaide in mijn krant weer eens de discussie op over verplichte anticonceptie voor vrouwen als zij aantoonbaar onbekwaam zijn als ouder. Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht, is daar al jaren een groot voorstander van. Er zijn allerlei praktische problemen verbonden aan verplichte anticonceptie, maar er is één belangrijk argument voor verplichte anticonceptie. Om mijzelf maar eens te citeren: het is een sympathiek idee “omdat niet alleen het al geboren kind, maar ook het nog niet verwekte kind bescherming van de overheid verdient. Als er alle reden is om aan te nemen dat een kind van sommige ouders een gemankeerd en kansloos leven tegemoet gaat, mag, zo niet moet, de overheid er voor zorgen dat zo’n kind niet ter wereld komt.” Vlaardingerbroek noemt het voorbeeld van een vrouw die veertien kinderen kreeg die allemaal op één na uit huis werden geplaatst Dat ene kind leed uiteindelijk aan obesitas. Een ander schrijnend citaat: “Ik schat dat jaarlijks in Nederland wel 250 kinderen al in de baarmoeder feitelijk onder toezicht worden gesteld.” Uiteindelijk gaat deze discussie om het recht dat je als vrouw zelf over je eigen lichaam mag beschikken tegenover het recht van een kind op een leven dat niet bij voorbaat ellendig zal zijn. Het is een moeilijke afweging, maar een die toch gemaakt moet worden, zeker door medische ethici die van huis uit de levende mens plaatsen voor (nog) niet levende mensen. Gert van Dijk, medisch ethicus, kwam ook in de krant aan het woord. Het was onthutsend te constateren dat hij die afweging niet gemaakt had. Toen hem over de rechten van het ongeboren kind werd gevraagd, zei hij letterlijk: “Er zijn andere manieren om het kind te beschermen.” Het woord ‘ongeboren’ ontbrak, inderdaad.

03 oktober 2016

Gerjanne te Winkel (topadvocaat): “Ik ga u stalken, of u maar even wilt overleggen.” III

Laten we nog even het voorgaande herhalen. Gerjanne te Winkel (GtW) behartigt de belangen van Woonfoyers B.V., althans van de arme heren Bleichroth en Postma (B&P), die wel/niet/wel/niet bij Woonfoyers betrokken zijn (doorhalen hetgeen juridisch niet verlangd wordt). GtW is topadvocaat bij advocatenkantoor Jones Day, maar ze had het onderzoekrapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over het zorgbedrijf Woonfoyers niet zo goed gelezen. Dat rapport is helaas mislukt, zoals nu zelfs de verantwoordelijke staatssecretaris toegeeft: de IGZ moet zijn huiswerk overdoen. GtW verweet mij te weinig kennis van het strafrecht zodat ik niet als ‘expert’ bij het RTL-nieuws had behoren te zeggen dat ik de frauduleuze praktijken van Woonfoyers B.V. frauduleus vond. Bovendien had ik de feiten moeten verifiëren. Ze zou me blijven stalken, tenzij ik alsnog met haar wilde overleggen. Dat wilde ik niet. En wat die feiten betreft, ik heb mij inderdaad gebaseerd op de van RTL ter inzage gekregen brieven en e-mails van (ex-)medewerkers, waarin de gesignaleerde praktijken aan de orde worden gesteld. Ik ben er van uit gegaan dat RTL die brieven en mails niet uit de eigen duim heeft gezogen. Waar GtW zich op baseert om overtuigd te zijn van de onschuld van Woonfoyers/B&P/Woonfoyers/B&P (doorhalen, etc), is mij overigens een raadsel. Uit de jaarrekening van 2014 van Woonfoyers zal ze het niet gehaald hebben. Die heb ik namelijk ook bekeken en, zoals wel vaker bij dit soort ‘duistere’ zorgbedrijven, ontbrak daarin vrijwel alle informatie die van belang is om de activiteiten van Woonfoyers te kunnen beoordelen. Zouden B&P hun financiële boeken voor GtW geopend hebben? Het zou kunnen, maar dan heeft ze die misschien net zo goed bestudeerd als het rapport van de IGZ. 

02 oktober 2016

Werner Heisenberg (1901-1976): geniale lafaard of schurk?

De Duitser Werner Heisenberg leverde voor zijn 25e jaar geniale bijdragen aan de kwantummechanica. Duitsland was toen (de jaren 1920) het centrum van de natuurkunde. De giganten van de natuurkunde (Einstein, Bohr, Planck, Lorentz en anderen) spraken Duits met elkaar. Als Adolf Hitler er niet geweest was, hadden we nu een discussie over Duits in de collegezaal, in plaats van Engels. Maar Adolf Hitler kwam wel en Heisenberg bleef in Duitsland en protesteerde niet (net als die andere beroemde fysicus Max Planck). Zijn rol bij de poging van de nazi’s om een atoombom te maken, is altijd duister gebleven. Aan Niels Bohr schijnt Heisenberg tijdens de oorlog opgebiecht te hebben dat hij aan de bouw ervan met de nazi’s meewerkte. Zelf heeft hij na de oorlog de schijn gewekt dat hij het naziproject opzettelijk saboteerde. Daar wordt door velen aan getwijfeld. Er wordt beweerd (zie hier of hier) dat het naziproject mislukte omdat Heisenberg het principe van kernsplitsing niet goed begreep. Dit weekend werd in mijn krant nog eens het verhaal gememoreerd dat de Groningse fysicus Dirk Coster in de oorlog gepoogd had de (Joodse) ouders van de naar de VS geëmigreerde fysicus Sam Goudsmit (in het wit op de foto uit 1939) te redden uit de handen van de nazi’s. Hij schrijft aan Heisenberg, die dan in hoog aanzien is in Hitler-Duitsland. Heisenberg schreef in februari 1943 “een wezenloos briefje terug aan Coster dat hij Sam [Goudsmit] goed kent en als collega zeer waardeert en dat hij hoopt dat zijn ouders niets zal overkomen.” De ouders van Goudsmit waren toen al vermoord in Auschwitz. Heisenberg (midden op de foto) was in ieder geval een lafaard, maar waarschijnlijk een schurk. Na de oorlog werd hij gerehabiliteerd en richtte de Max-Planck(!!) instituten op.

26 september 2016

Gerjanne te Winkel (topadvocaat): “Ik ga u stalken, of u maar even wilt overleggen.” II

In het RTL-nieuws van 15 september jl. beweerde ik dat de praktijken van de zorginstelling Woonfoyers B.V. getuigden van valsheid in geschrifte en dat de verantwoordelijken vervolgd zouden moeten worden. Advocaat Gerjanne te Winkel (GtW) van advocatenkantoor Jones Day vroeg mij daarop hoe ik tot die conclusie kon komen. Die frauduleuze praktijken hadden (aldus GtW) niet plaats kunnen vinden, want de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) had immers een onderzoek gedaan en geen enkele misstand geconstateerd. Helaas had GtW het onderzoekrapport van de IGZ niet zo goed gelezen, want de IGZ deed in dat onderzoek geen poging frauduleuze financiële praktijken op het spoor te komen. De IGZ ondervroeg een aantal cliënten die door de directie van Woonfoyers B.V. waren aangewezen. De directie zal vast geen cliënten aanwijzen die al te zeer klagen bij de IGZ. Inderdaad, dat bleek. Bovendien stelde de IGZ de verkeerde vragen. De IGZ vroeg niet aan de cliënten of ze te weinig zorg hadden gekregen en of er sprake was geweest van onjuiste declaraties. De IGZ richtte zich in het onderzoek op de kwaliteit van de zorg, maar dat was nu even niet aan de orde. Het was dus bizar dat GtW dit rapport als bewijs nam voor de onschuld van de directie van Woonfoyers B.V. Mijn belangrijkste bron voor het bewijs van de frauduleuze praktijken van Woonfoyers was de RTL zelf. Dit vond GtW op haar beurt weer niet genoeg. Zij verweet mij de door RTL gepresenteerde feiten niet geverifieerd te hebben, alvorens voor haar cliënten, die arme heren Bleichroth en Postma, schadelijke conclusies te trekken. Ze zou me wel weten te vinden, was de impliciete boodschap, maar overleg met haar was nog mogelijk. (wordt vervolgd).