29 september 2015

Laurens Jan Brinkhorst (D66): onderbuikgevoel bij een EU-referendum, revisited

Nog geen twee jaar geleden schreven wij over de houding van D66-prominent en voormalig minister van economische zaken Laurens Jan Brinkhorst ten opzichte van referenda. D66 was altijd voor directe democratie, maar nu niet meer. De macht bij de kiezer, behalve als de kiezer Europa niet wil. Dan is D66 niet meer zo happig op referenda, want D66 is een eurofiele partij. Laurens Jan Brinkhorst vindt zelfs dat kiezers helemaal niet geraadpleegd moeten worden Zei hij twee jaar geleden in De Volkskrant: “Wanneer de buitenlandse politiek in beeld komt, wordt het moeilijk. Dat hebben we gezien bij het referendum van 2005 over de Europese grondwet. Als burgers niet goed worden voorgelicht, maar je alleen maar dikke documenten produceert, krijgen ze geen duidelijk beeld van waarover het gaat. Dan krijg je geen oordeel op feiten, maar gaan onderbuikgevoelens een rol spelen.” Burgers zijn te dom (“onderbuikgevoelens”) om iets te vinden over Europese onderwerpen en dikke documenten kunnen ze ook niet lezen. Hij is nu wel iets positiever over burgers. Vandaag zegt hij in de krant: “Het houden van een referendum is niet altijd een slecht plan, maar dat is het wel als voldoende informatie ontbreekt om als burger een oordeel te kunnen vellen.” Het gaat om het associatieverdrag met Oekraïne, waar sommigen een referendum over willen houden. Mijn prioriteit zou het ook niet zijn, maar waarom zou er geen voldoende informatie zijn? Als het moet zijn wij best wel in staat de tekst van dat verdrag met Oekraïne te lezen. Net zoals wij 10 jaar geleden in staat bleken de Europese grondwet te lezen en die een gruwel vol inconsistenties bleek te zijn. Brinkhorst heeft dat, nu hij toch al een aantal jaren in ruste is, nog steeds niet door. 

28 september 2015

Robert Went: “Wow, Corbijn raadpleegt economen buiten de mainstream”

Robert Went twitterde (zie hiernaast) dat economen ‘buiten de mainstream’ tot adviseur van de nieuwe Labourleider Jeremy Corbyn zijn benoemd. Dat deze economen ‘buiten de mainstream’ zouden zijn, werd overigens door de BBC wereldkundig gemaakt. Een van de heren (dames ontbreken overigens niet, zie hier), namelijk Simon Wren-Lewis maakte direct al bezwaar tegen deze typering. Op zijn blog zei hij dat hij zijn eigen macro-analyses als tamelijk ‘mainstream’ beschouwt, maar: “sinds 2010 is het macro-economische beleid van de mainstream kennis afgeweken.” Toevallig hebben wij het onlangs nog over twee van de andere economen, namelijk Piketty en Stiglitz, gehad. Twee economen, gepokt en gemazeld in de neoklassieke economie, zo mainstream als het maar zijn kan. Lees vooral Stiglitz’ klassieker uit de jaren 70 over ‘averechtse selectie’ in de verzekeringsmarkt. Volledig neoklassiek, met nuts- en winstmaximalisatie en al, en leidend tot de conclusie dat de slechte risico’s (= arme en de ongezonde mensen) de goede risico’s (= de rijken en de gezonden) van de markt verdrijven. Hé, is dat geen erg rechtse conclusie? Nee, zeker niet, ook al is de analyse neoklassiek, de conclusie betekent namelijk dat de slechte risico’s zelf de kosten van hun slechte gezondheid moeten dragen in de vorm van torenhoge premies. Als je wilt, kun je uit de analyse van Stiglitz een mooie linkse aanbeveling afleiden, namelijk: dwing de rijken en de armen eenzelfde basisverzekering te nemen, want dan worden de kosten wel gedeeld. Precies waar wij in Nederland voor gekozen hebben. Het is dus te hopen dat de adviseurs van Corbyn tot dit soort linkse aanbevelingen, gebaseerd op ‘mainstream’ neoklassieke analyses, zullen komen. De neoklassieke analyse heeft namelijk weinig met links of rechts te maken, maar meer met logisch nadenken.

25 september 2015

Ron Kretzschmar: “de markt werkt niet perfect; dus de neoklassieke economie is fout”

Er zijn veel simplistische opvattingen onder de bestrijders van de neoklassieke economie over wat economische wetenschap feitelijk is. Ron Kretzschmar, bijvoorbeeld wijst op “de blinde vlekken van de economische wetenschap die slechts oog heeft voor het rationele wiskundige model en een perfect werkende markt die keer op keer tot crises leiden.” Helaas, deze ene zin wemelt van de fouten. Ten eerste, een wiskundig model klopt (is logisch) of het klopt niet, maar rationeel is een model niet. Dat kunnen mensen zijn, maar vaak zijn ze het ook niet. Ten tweede, de economische wetenschap heeft niet alleen maar oog voor wiskundige modellen. Kijk naar Thomas Piketty, een vertegenwoordiger (tegen wil en dank) van de neo-klassieke economie, zie hier, maar het wiskundig model zit in zijn boek kundig verstopt onder interessante uitweidingen over de landadel in de 18e eeuw, de inkomens van hedendaagse managers (gelijk aan hun marginaal product = neo-klasssieke vraag), enz. Of, kijk naar Joe Stiglitz, neo-klassiek econoom met baanbrekende artikelen over beperkte informatie en verzekeringen, maar die ook boeken heeft geschreven over ongelijkheid in de wereld. Ten derde, de markt wordt door maar weinig economen als een perfect instituut gezien. Zelfs Paul Samuelson, de neoklassieke econoom bij uitstek en postuum uitgekotst door mensen als Nassim Taleb en Daniel Kahneman, heeft prachtige (maar, mind you, puur neoklassieke) beschrijvingen gegeven van markten die niet werken. Deze beschrijving, bijvoorbeeld, over de onmogelijkheid van intertemporele ruil. Ten vierde, we zouden willen dat het waar was dat markten “keer op keer tot crises leiden”. Dan zouden die crises tenminste beter voorspeld kunnen worden. Kortom, zou Ron Kretzschmar eerst een paar dagen willen nadenken voor hij een zin over de economische wetenschap op het net zet?

22 september 2015

Pieter Gautier: “Luyendijk? Das koffie drinken met bankiers”

De vraag of de denkwijze van de neoklassieke economie failliet is, houdt kennelijk heel veel mensen bezig. Mij niet in het minst, maar bijvoorbeeld ook deze jongeman die hier wijst op “de blinde vlekken van de economische wetenschap die slechts oog heeft voor het rationele wiskundige model en een perfect werkende markt die keer op keer tot crises leiden.” Het gaat over Pieter Gautier die in Buitenhof de neoklassieke economie verdedigde. Hij deed dat niet heel erg sterk, maar dat kwam ook omdat de argumenten van zijn opponenten al evenmin sterk waren. Wat echter vooral opvalt is dat de jongeman zo beledigd is omdat Gautier het “belangrijke” boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk afdoet als “koffie drinken met wat bankiers”, terwijl Gautier het boek niet blijkt gelezen te hebben. Dat kan! Ik zou namelijk hetzelfde gezegd hebben. Ik had het boek tot en met bladzijde 30 gelezen en concludeerde toen ook dat het om wat particuliere meningen van bankiers ging. Eenzelfde soort boek kun je over heel veel bedrijfstakken schrijven, bijvoorbeeld mijn bedrijfstak, de universitaire wereld. Zo zijn er op universiteiten toponderzoekers te vinden (‘front office’ in Luyendijk’s terminologie) die weigeren studenten te begeleiden, want dat is beneden hun waardigheid. Studenten bedienen laten ze liever over aan de mindere onderzoekers (‘back office’), die dan ook minder betaald krijgen. Inmiddels kan de onderzoekgroep van de toponderzoekers in financiële problemen komen door de supersalarissen van de toppers, en dus moet het ‘middle office’ er maar uit en kan de back office de rommel opruimen. Zoiets, dus. Wat leren we dus van Luyendijk? Dat er goede en slechte mensen zijn. Dat wisten we al en Pieter Gautier ook. Daar hoeft hij zich echt niet voor te verontschuldigen. 

18 september 2015

Robin Went: “Werk is leuk, dus de neoklassieke economie is fout”

Economiestudenten uit Maastricht willen minder neoklassieke economie in de academische economie-opleidingen, want studenten krijgen er een wereldvreemde kijk op de economie door. Er wordt hen immers voorgehouden dat individuen “alwetend en perfect rationeel” zijn. Robert Went, die misschien wel de meeste (en ook nog nuttige) literatuurverwijzingen ter wereld twittert (al is hij de enige die ik soms volg, maar dan ook juist om zijn verwijzingen), lijkt het daar mee eens te zijn en op zijn homepage geeft hij een voorbeeld waaruit zou blijken dat de neo-klassieke economie niet geschikt is om iets te weten te komen over de werkmotivatie van mensen. Hij heeft namelijk bij een neo-klassieke topeconoom gelezen dat mensen werken als iets onnuttigs, een disutility beschouwen. Het loon moet dan precies opwegen tegen “het onnut van een uur extra werken.” Anders stoppen we met werken. Robert vindt dit “een nogal eng en beperkt beeld van de werkelijkheid. Veel mensen werken ook voor sociale contacten, omdat ze iets nuttigs willen doen, of om andere redenen.” Zeker! Werken als disutility is een beperkte aanname, hoewel die aanname zeker voor een aantal mensen geldt. Die aanname maak je alleen maar om iets te kunnen zeggen over de werking van de arbeidsmarkt. Het CPB maakte die aanname bijvoorbeeld toen ze er voor pleitte op de werkloosheidsuitkering van oudere werklozen te korten. Wij boos. Het is duidelijk dat je ook andere aannames in je analyse kunt maken. Met de neoklassieke economie kun je namelijk heel veel kanten op. In het geval van de arbeidsmarkt, als je niet wilt aannemen dat werken een disutility is, kun je ook aannemen dat het arbeidsaanbod niet van het loon afhangt. Loonprikkels werken dan niet of anders, maar dat moet Robert Went ook maar eens aan het CPB gaan uitleggen.

16 september 2015

Coen Teulings (v/h CPB): De kiezer wil bezuinigen

Coen Teulings, de vorige directeur van het CPB (naar wie sommigen nog wel eens terug verlangen), mocht in die functie natuurlijk zijn eigen mening niet geven. Tussen de regels door was het duidelijk dat hij, enige tijd na het begin van de kredietcrisis, tegen een stringent bezuinigingsbeleid was. Wanneer zijn voorkeur voor een meer expansief beleid begon, valt niet precies te zeggen. Er waren genoeg economen die, zelfs nadat de vraag in de economie flink was ingezakt, nog lange tijd dachten dat de overheidsschuld op orde gebracht moest worden (Bas Jacobs bijvoorbeeld, die in 2010 nog vond dat de regering 60 miljard per jaar zou moeten bezuinigen). Dus, Coen Teulings kan ook wel een tik van die molen gehad hebben, maar op een gegeven moment was hij genezen. Dat gold niet voor het ambtenarenclubje, de Studiegroep Begrotingsruimte, waar hij q.q. inzat. In de NRC meldt hij vandaag dat deze club (die een analyse maakt van de stand van de openbare financiën en een advies geeft over het wenselijke beleid) zelfs nog in 2012 strenge bezuinigingen bij voorbaat wenselijk vond. Wenselijker nog, aldus Coen Teulings, dan een onafhankelijke analyse, want, zo verklapt Teulings, de studiegroep zag politici als mensen met een gat in hun hand. Onzin, zegt Teulings nu tegen zijn voormalige clubgenoten, als de kiezer wil bezuinigen, dan wil de politicus dat ook. En er is bezuinigd door de kabinetten Rutte I en II, dus: de kiezer wilde bezuinigen. QED. Het lijkt me dat Teulings hier een logische redeneerfout maakt. Ik hou het er op dat politici niet willen bezuinigen als het moet en kan (“als de zon schijnt moet je je dak repareren”) en pas gaan bezuinigen als het eigenlijk te laat en in ieder geval schadelijk is. 

14 september 2015

Jeroen Dijsselbloem (MinFin): gooi steungeld maar in bodemloze put

De Algemene Rekenkamer (AR) merkte vorige week op dat de besteding van de financiële noodhulp die gaat naar de probleemlanden in de eurozone (voornamelijk Griekenland) niet valt na te gaan; dat er geen onafhankelijke en ook geen democratische controle is op de besteding van die gelden; dat wij (wij Europese belastingbetalers) ook achteraf niet weten of die noodhulp ergens toe geleid heeft, bijvoorbeeld of de begroting van die landen nu wel op orde is. Je zou misschien verwachten dat na zo'n rapport van de AR onze parlementariërs (die over onze belastingcenten waken, immers) minstens de minister van financiën op het matje roepen en al een motie van wantrouwen in hun achterzak hebben. Maar nee, de Brusselse supertechnocraat, Jeroen Dijsselbloem, werd geen strobreed in de weg gelegd. Hij mocht ongehinderd tegen de Algemene Rekenkamer ingaan. Volgens de krant zei Dijsselbloem als reactie: “dat de noodsteun niet voor specifieke projecten is bedoeld, maar om de begroting te stutten. In Nederland is er ook geen een-op-een relatie te leggen tussen alle inkomsten van de staat en de uitgaven.” Wat? Nederland? Wij krijgen toch ook geen noodsteun van de EU, of wel soms? Dan heeft niemand buiten onze landsgrenzen zich te bemoeien met hoe wij ons geld besteden, zolang wij binnen de regels van het stabiliteitspact blijven. Griekenland is een ander verhaal. Zoals wij eerder zagen, is volgens Griekenlandkenner Ewald Engelen dat land “een disfunctionerende staat”, waar steunpakketten “in een bodemloze put” verdwijnen. Dan mag de Europese belastingbetaler op zijn minst weten wat er met zijn/haar steungeld gebeurt. Niet nodig, volgens Dijsselbloem: gooi het maar in de bodemloze put.     

09 september 2015

Ewald Engelen: “gadverdamme” Slot

Nederland is een eenheidsstaat. Gemeenten en provincies hebben daarin weinig eigen bevoegdheden. Het eigen belastinggebied van de lagere overheden stelt bijvoorbeeld niet veel voor, maar er is in Nederland niemand die daar veel problemen mee heeft. Demonstraties van burgers voor meer beleidsvrijheid van hun gemeente zullen we niet zo gauw zien. Zo zal er ook niet geprotesteerd worden door burgers als hun gemeente er een financiële janboel van heeft gemaakt en op grond van artikel 12 (van de financiële-verhoudingswet) onder financiële curatele gesteld wordt door het rijk. Een gemeente met de artikel 12 status krijgt extra geld in ruil voor een streng financieel toezicht. Dat is een voor de hand liggende ruil, want de Nederlandse belastingbetaler draait uiteindelijk op voor de financiële problemen van een artikel 12 gemeente. Het zal dan ook weinig indruk maken als het college van B&W van zo’n gemeente met gemeenteraadsverkiezingen zou dreigen om de vorm van de financiële hulp bij zijn gemeente aan de burger voor te leggen. Het is graag, of niet. Hoe anders is dat in de EU. We zagen al dat de EU geen federatie is (laat staan een eenheidsstaat), maar soms toch doet alsof ze een federatie is, gezien de invoering van het ESM (steunfonds voor zwakke landen), het stabiliteitspact, de bankenunie, enz.. Niemand weet wie er eigenlijk de baas is over die regelingen en niemand weet wie er op toeziet dat landen zich aan de regels houden. In een ingezonden stuk in De Volkskrant verzuchtte ik dan ook dat EU-lidstaten die financiële hulp van de EU ontvangen ook onder een soort artikel 12 regel zouden moeten vallen. Ewald Engelen reageerde met bijgaande twitter (en ik ontving zelfs een doodsbedreiging!!). Hij wil kennelijk liever dat Griekenland een disfunctionerende staat blijft.

04 september 2015

Ewald Engelen: “gadverdamme” IV


De EU is geen federatie (dat zien we nu aan het asielbeleid), maar het is ook geen unie van onafhankelijke staten. Dat laatste zien we aan de instituties die er inmiddels zijn met een federaal, of in ieder geval, boven-nationaal karakter. We zagen al het stabiliteitspact, maar we kennen nu ook: de bankenunie, het ESM (steunfonds voor zwakke landen), de “president” (die echter, typisch EU, geen president is). Wie is de baas over die instituties? De Europese kiezer? Zeker niet, het Europees parlement heeft daar nauwelijks bevoegdheden. Het is voornamelijk de Raad van Ministers die het voor het zeggen heeft en daarbinnen dan weer Duitsland en (soms) Frankrijk. Zo krijgen we het slechtste van twee werelden: er is een steunfonds (ESM), maar er is niet een ‘regering’ die er op toe kan zien dat de landen die hulp krijgen zich aan de regels houden. Dus, die hulp behoevende landen kunnen hun gang blijven gaan, als het even tegenzit. Ewald Engelen vindt het, als voormalig lid van het EU-burgerforum, erg dat er bevoegdheden worden overgedragen aan de EU, maar hij vindt het kennelijk niet erg als diezelfde EU Griekenland helpt. Ook niet als Griekenland er een zootje van maakt. Zootje? Zeker: “De Grieken houden zich niet aan de afspraken, hoewel ze van alles beloven en wij blijven steeds maar eisen dat ze zich aan die beloftes houden, zonder er rekening mee te houden dat Griekenland een disfunctionerende staat is. (…) Al die steunpakketten voor Griekenland gooien wij dan ook in een bodemloze put”. Was getekend: Ewald Engelen op 3 oktober 2011. Gadverdamme, gadverdamme (wordt vervolgd). 

03 september 2015

Ewald Engelen: "gadverdamme" III

Tot ruim 12 jaar geleden was ik gematigd eurofiel. Weliswaar leek het mij dat wij in een echt verenigd Europa onze genereuze welvaartsstaat niet in stand zouden kunnen houden, maar dat was misschien meer een kwestie van de wal keert het schip. Bovendien in een echt Verenigd Europa zouden verschillen in stelsels op den duur tot het verleden behoren. Toen kwam de discussie over de Europese Grondwet. De schellen vielen van mijn ogen. Dat Verenigd Europa zou op zijn hoogst een half Verenigd Europa worden. Zoals ik zelf meer dan tien jaar geleden schreef: “De grondwet is namelijk alles en dus (…) niets. Dat komt doordat de EU grondwet een compromis is tussen krachten die inderdaad willen dat de EU naar een federale superstaat gaat en krachten die dat niet willen. Daarom slingert de tekst van de grondwet voortdurend heen en weer tussen het uitgangspunt van een federatie en dat van een losse bond van staten.Oftewel: “een zwalkende en verwarrende grondwet waar de Europese burger nog geen vijf jaar mee vooruit kan.” We gaan dus niet naar een federatie in Europa. Maar dan svp ook geen federale instituties. Maar, helaas, één zo’n institutie was er al: het stabiliteitspact. De bedoeling van dat pact was/is om de lidstaten te dwingen een gedisciplineerd begrotingsbeleid te voeren. Het werd een mislukking. Waarom? Omdat er geen hiërarchie was en er waren geen geloofwaardige sancties. De lidstaten zelf (in de Raad voor ministers) bepaalden wie van henzelf de overtreders waren en wie er een sanctie kreeg. Ierland kreeg in het begin van de eeuw een waarschuwing, maar Duitsland en Frankrijk niet hoewel zij het pact aan het overtreden waren. Griekenland kon ongestoord aan creatief boekhouden doen. De lidstaten, de grote niet in het minst, konden dus maar aanrommelen met hun begroting, zoveel als ze maar wilden (wordt vervolgd).

01 september 2015

Ewald Engelen: “gadverdamme” II

Ewald Engelen verkondigt om zijn (politieke) gelijk te halen op hoge toon halve waarheden. Neem maar weer eens Griekenland. Hij blijkt opeens erg voor hulp aan / solidariteit met Griekenland te zijn. Op een manifestatie afgelopen voorjaar zei hij dat er heel veel leugens over Griekenland worden verteld. Zo zou het land zijn begroting niet op orde krijgen, terwijl Griekenland juist erg zijn best heeft gedaan. Zo is de Griekse overheid er in geslaagd in vijf jaar tijd een tweecijferig begrotingstekort om te buigen in een primair overschot (dat zijn inkomsten minus uitgaven, waarbij de rente op de schuld buiten beschouwing wordt gelaten), maar hij vertelt er niet bij dat elk land een primair overschot op de overheidsbegroting zou moeten hebben. Iedere economiestudent weet dat een land met een primair tekort op den duur failliet gaat. Een primair tekort betekent namelijk eenvoudigweg dat een deel van de rente op de overheidsschuld met nieuwe schuld wordt gefinancierd. Ga dat thuis maar eens proberen: de rente op je hypotheek betalen met een nieuwe lening. Je zult zien dat je huis heel gauw ‘onder water’ komt te staan. Dit is dus wat Griekenland al jaren aan het doen was. Gaat het nu dan opeens zo goed met de begroting in Griekenland?  Kijk eens naar figuur 6 hier. De rode lijn (overheidsuitgaven) zou dus onder de blauwe lijn (overheidsinkomsten, voornamelijk belastingen) moeten liggen. Dat is in de beschouwde periode (2006-2015) vrijwel nergens het geval. Als je er een loep bij haalt, zie je dat het in 2015 misschien gaat lukken: een minuscuul klein primair overschot. Maar dit is nog niet alles. Moeten we dit verhaal, gadverdamme, nog vervolgen ook.