31 mei 2015

Matthijs Bouman: “Stop met de doorsneepremie”

Matthijs Bouman vindt (al jaren) dat we te weinig sparen voor onze koophuizen, maar is er nu toch ook achter gekomen dat we erg veel, zeg maar te veel, sparen voor ons pensioen, zoals we eerder zagen. In de krant zei hij: “Met die doorsneepremie moeten we stoppen, anders komen jongeren in de knel.” Bravo voor Matthijs? Ja zeker, maar ik weet niet zeker of hij wel weet wat hij zegt. Die doorsneepremie is inderdaad een onding, maar niet zozeer omdat jongeren er door in de knel komen, maar omdat die herverdeelt van arm naar rijk. Jongeren betalen inderdaad door de doorsneepremie te veel pensioenpremie, maar dat zal, als ze het goed doen op de arbeidsmarkt, zich dubbel en dwars terug betalen. En als ze het niet goed doen, dan moeten ze twee keer afrekenen: namelijk eerst als ze jong zijn en dan ook nog een keer als ze oud zijn. Matthijs heeft ook een praktische uitwerking van zijn pensioenplan: “Je zou jongeren het geld dat ze hebben gespaard voor hun pensioen, weer terug uit de pensioenpot kunnen laten halen.” Dat moet je dus alleen doen als het met je carrière niet zo goed gaat. Als mijn dochters mij om raad zouden vragen over het ‘Boumanplan’, dan zou ik ze adviseren hun premies lekker te laten zitten (want ze gaan immers een glanzende carrière tegemoet. Uiteraard!) en dat ze beter nog een extra hypotheekje op hun huis kunnen nemen in plaats van hun pensioenpot leeg te maken. Dat extra hypotheekje, dat mag dan natuurlijk niet van Matthijs Bouman en Klaas Knot. Maar je kunt ook een consumptief krediet nemen, of een krediet bij je mam en pap, als die het kunnen trekken.

30 mei 2015

Matthijs Bouman: “We moeten meer/minder/meer sparen”

Matthijs Bouman is een veel gevraagde media-econoom met een eigen kijk op de economie. Zo verkondigt hij al jaren dat we te weinig sparen, want we zitten immers onder de schulden: “kijk naar de hypotheken, de meeste mensen zitten in de schulden en hun huis staat onder water. Laat die mensen eerst maar meer sparen.” Zo iets. Jammer dat hij dit 15 jaar geleden niet zei toen iedereen dacht dat het niet op kon met de huizenmarkt en men zich te pletter leende. Jammer ook dat hij lange tijd niet door had dat Nederland macro-economisch gezien veel te veel spaarde. Dat blijkt bijvoorbeeld uit ons grote overschot op de lopende rekening. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, wil dat we nog meer gaan sparen, of eigenlijk dat vooral mijn kinderen (starters op de woningmarkt) dat gaan doen. Ze mogen immers van Knot nog maar een hypotheek van 90% krijgen. De rest moeten ze zelf bij elkaar sparen. Een voorstel dat eigenlijk mooi in lijn is met wat Matthijs Bouman al lange tijd verkondigt. Matthijs blij? Nou nee, want vandaag heeft hij ontdekt dat we (en ja, dan vooral weer mijn kinderen, want ze zijn ook starters op de arbeidsmarkt) toch wel heel veel sparen, namelijk voor de oude dag. Dus, hij heeft nu een plan dat zowel in lijn is met zijn oude idee (we sparen te weinig voor onze huizen) als met de macro-economische realiteit dat we te veel sparen (vooral via de pensioenen). Dus als we nu minder sparen voor ons pensioen, kunnen we meer sparen voor onze huizen. Conclusie uit het economierepertoire van Matthijs Bouman: we moeten meer sparen, maar minder voor ons pensioen en weer wel meer voor ons huis. Zinnig? We zullen het zien. 

27 mei 2015

Tom Wansbeek (ex-decaan): MUB verbeterde hoger onderwijs, II

Misschien gaven wij te veel eer aan Tom Wansbeek. Wij beweerden dat de top 40 van de beste Nederlandse economen die hij met Arie Kapteyn sinds begin jaren 80 samenstelde, heeft geleid tot een verbetering van de kwaliteit van het onderzoek en daarmee ook van het onderwijs aan de economische faculteiten. Misschien was dat ook gebeurd zonder die Top 40 en hing een verandering van het onderzoekklimaat in de lucht. We zullen het nooit weten, want de geschiedenis laat zich niet herhalen. Maar Tom Wansbeek heeft een hele andere opvatting over zijn rol. In een brief aan de Volkskrant schrijft hij dat in de wet Modernisering Universitair Bestuur (MUB) de universitaire democratie werd ingeruild voor een decaan met vergaande bevoegdheden. Daar zijn we het mee eens. Hij vervolgt: “De kwaliteit van het onderwijs is sindsdien met sprongen vooruitgegaan en behoort nu tot de top van de wereld.” Helaas, niet mee eens: misschien was er hier en daar een decaan die de kwaliteit van het onderwijs “met sprongen” liet vooruitgaan, maar ik heb ze niet meegemaakt. De MUB heeft tot megalomane bestuurders geleid (zie hier of hier) die vaak ook geen verstand hadden van onderwijs, hoewel zij dat moesten managen. Of bij keuzen in het onderwijsaanbod, toch maar weer de kool en de geit spaarden, en gingen voor het geld, in de hoop dat de kwaliteit dan ook wel vooruit zou gaan. De kwaliteit van het onderwijs is dus niet vooruit gegaan dankzij, maar ondanks machtige decanen. De stijging van de kwaliteit van het universitair onderwijs is van onderop gekomen: dankzij beter geschoold wetenschappelijk personeel. Misschien dat ex-decaan Tom Wansbeek als decaan een uitzondering op de MUB-regel was, maar ik gun hem liever de eer van onderzoekstimulator uit de jaren 80.

26 mei 2015

Tom Wansbeek (ex-decaan): MUB verbeterde hoger onderwijs, I

In de jaren 60/70 was het vrijheid-blijheid aan de economische faculteiten in Nederland. Je deed maar wat je leuk vond en dat kon betekenen dat je je specialiseerde in het marxisme-leninisme, maar als je lid van de SER werd of ging vissen was het ook goed. Onderwijs geven deed je er bij. Toen kwamen de jaren 80 en ging Tom Wansbeek, samen met zijn maatje Arie Kapteyn, de zaak aan de economische faculteiten eens flink opschudden. Zij stelden een top 40 van de beste economen samen, die gebaseerd was op aantallen publicaties van de economen in Nederland. Als je op die lijst stond, stelde je wat voor, anders niet. Dat was ongehoord. ‘Rendementsdenken’ zouden we nu zeggen, maar toen bracht het een onderzoekatmosfeer die aan de economische faculteiten alleen bij wat buitengebieden, zoals econometrie, al bestond. De top 40, of je het nu gelooft of niet, leidde indirect tot een grote verbetering van de kwaliteit van het onderzoek aan de economische faculteiten. Bij het benoemingenbeleid werd er voortaan gelet op de onderzoekvaardigheden van de kandidaten en daardoor werden de economische faculteiten langzaam maar zeker bevolkt door mensen die wisten wat er in de economische theorie- en empirievorming gaande was. Studenten kregen niet meer, zoals in de jaren 60/70, aftandse theorieën (of nog erger, helemaal geen theorie) voor geschoteld. Het universitair onderwijs werd steeds meer state-of-the-art. Het is natuurlijk niet waar dat iedere goede onderzoeker ook een goed docent was, maar voor mijzelf gold (als student aan de VU in de jaren 60/70) dat ik liever een slechte docent had die me iets bijbracht, dan een goede docent die me niets bijbracht. En toen schreef Tom Wansbeek een brief aan de Volkskrant (wordt vervolgd).

25 mei 2015

Rob Riemen (Nexus-instituut): “Jullie zijn dom, ik ben slim”

Rob Riemen is cultuurfilosoof te Brabant en komt al jaren met dezelfde cultuurfilosofie, namelijk dat intellectuele en culturele vorming nauwelijks nog bestaan. Erg nieuw is deze filosofie overigens niet: meer dan 100 jaar geleden waren dit soort ‘het einde van de beschaving’ boodschappen ook populair. Deze filosofieën zijn handig, want ze zijn altijd waar (en dus niet, aldus Karl Popper). Je kunt altijd wel een illustratie van je gelijk vinden. Afgelopen weekend herhaalde Riemen zijn boodschap maar weer eens in een lokale krant. Hij zegt daar dat het onderwijssysteem verworden is tot “georganiseerde domheid, waar je alleen nog maar leert wat nodig is voor de economie en bureaucratie.” Bovendien: “leerprestaties van basisschool tot universiteit worden zeker in vergelijking met veel andere landen alleen maar slechter.” Waar hij dat laatste op baseert, wordt er niet bij gezegd. Nederland presteert, in ieder geval in de exacte wetenschappen, heel wat beter dan de meeste andere Europese landen. Ook in de industrie: zo staat Nederland op de derde plaats wat het aantal aanvragen van patenten betreft. Maar dat soort gegevens zegt cultuurfilosoof Riemen waarschijnlijk niets. Kijk, Riemen poseert voor een kast vol boeken, waarmee hij maar wil zeggen dat hij wel aan culturele vorming doet (maar dus niet aan feitenverzameling). Hoewel een universiteit studenten alleen maar leert dom te zijn, vond Riemen het desondanks geen probleem zijn Nexus-instituut jarenlang te laten subsidiëren door een hogere ‘domheidsfabriek’ in Tilburg. Dus inderdaad, dom is hij niet. Het is bijzonder slim je te laten betalen door dommeriken. Helaas, de domheidsfabriek heeft geen geld meer om de cultuurfilosoof te onderhouden. Dit is misschien niet het einde van de beschaving; hopelijk houdt Riemen nu wel op met het ventileren van zijn oudbakken cultuurfilosofie.

24 mei 2015

Gerrit Zalm (ABN Amro): “bescherm mij, want ik ben geen topbankier”

Gerrit Zalm is sinds 2008 CEO bij ABN Amro. Hij is dat niet geworden wegens een bijzonder bancair talent, maar omdat de toenmalig minister van financiën, Wouter Bos, hem in die functie benoemde. Bos zocht iemand van onbesproken gedrag en dacht dat Zalm daar, ondanks zijn DSB-baan, aan voldeed. Daar werd later toch weer aan getwijfeld, maar toen werd Zalm door zijn oude vriend Michiel Scheltema uit de brand geholpen. Hij mocht bij de bank blijven, omdat hij volgens Scheltema zo deskundig was. Misschien niet integer, maar who cares als hij de ABN Amro winstgevend voor de belastingbetaler maakte. De overheid had in 2008 de bank over genomen voor 16,8 mrd euro. Inclusief rente is dat nu een bedrag van minstens 20 mrd dat Zalm moet terugverdienen. Hij maakte de ABN Amro winstgevend, maar het lijkt niet genoeg om van de bank een rendabele investering voor de overheid te maken. De waarde van de bank wordt door de experts ergens tussen de 12 en 20 mrd euro geschat. Toch vindt Zalm een beursgang van de ABN Amro al jarenlang de beste optie. Wij vroegen ons af of hij bij een geprivatiseerde bank nog steeds topman kan blijven. Uiteindelijk heeft hij het grootste deel van zijn leven bij de overheid gewerkt, al heeft hij geen scherp oog voor het verschil tussen overheid en markt. Een beursgang zou wel eens het einde van zijn bankcarrière kunnen betekenen: als de aandeelhouders Zalm te veel als een boekhouder zien, is hij snel gezien. Tenzij die aandeelhouders niets te zeggen hebben, natuurlijk. En inderdaad, ABN Amro krijgt, mede op verzoek van Zalm, bij de beursgang certificaten van aandelen om zich te beschermen tegen ongewenste plannen van beleggers: Zalm ‘topbankier’ for ever.

23 mei 2015

Gerrit Zalm (Abn Amro): mislukking FYRA niet mijn probleem

Gerrit Zalm was de eerste minister van financiën die een overschot op zijn begroting wist te krijgen. Zoals wij eerder zeiden, was dat nauwelijks zijn verdienste, maar kwam dat door een tsunami van extra belasting-opbrengsten. Tijdens zijn ministerschap speelde ook de aanbesteding van de HogeSnelheidsLijn (HSL) waar nu een parlementaire enquête over gehouden wordt. Wat we nu weten is het volgende: de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, Tineke Netelenbos, wilde de HSL onderhands aan de NS overlaten. Dat wilde Zalm niet: er moest een openbare aanbesteding komen. Die kwam er: de NS won, maar voor een idioot hoog bedrag, waarop de NS geen geld meer over had om behoorlijke treinstellen te kopen, met de Fyra op de proppen kwam en we nu dus geen HSL hebben. Uit de verhoren blijkt dat Zalm zeer tevreden was met hoe het gegaan is. Het was een mooi contract voor de overheid en dat (een dochter van) de NS er bijna failliet door ging, was niet zijn schuld. Nu is de NS, zoals bekend, een zelfstandig bedrijf met de overheid als enige aandeelhouder. Als de NS zware verliezen leidt, zal de overheid hoe dan ook moeten inspringen. Dus bij een mislukking van de HSL komen de gevolgen op het bordje van de overheid terecht. Als de NS een ‘gewoon’ privaat bedrijf zou zijn geweest was een faillissement ook lastig geweest voor de overheid. Ook dan was er geen HSL, maar dan had de overheid niet voor de financiële gevolgen hoeven op te draaien. Dan was het een mooi contract geweest voor Gerrit Zalm, maar dit wurgcontract kwam als een boemerang terug. Zalm wist kennelijk niet zo goed het verschil tussen de markt en de overheid, of tussen mijn en dijn.   

22 mei 2015

Mohammed Mohandis (PvdA): terug naar bestuurders met krijt op de jas

Vanochtend een stukje in de krant over medezeggenschap van studenten en docenten in het hoger onderwijs. De journaliste merkt op dat de grote partijen “over elkaar heen buitelen met ideeën voor meer zeggenschap voor de studenten en de docenten.” Dat is mooi: het heeft zo’n 18 jaar geduurd voor de politici door hadden dat de ideeën over ‘modernisering van de universitaire bestuursstructuur (MUB)’ van minister Jo Ritzen (PvdA) voornamelijk geleid heeft tot megasalarissen van bestuurders. Beter laat dan nooit. Hoor wat Mohammed Mohandis (PvdA) zegt: “Volgens mij zit de pijn hier: dat er bij besluiten die worden genomen voorbij wordt gegaan aan de mening van studenten en docenten.” Na 18 jaar Ritzen-dictatuur lijkt de Academische Lente er aan te komen, dat is duidelijk. Voordat Ritzen met zijn door de politiek omarmde monstrum MUB kwam, waren bestuurders van universiteiten hoogleraren van de universiteit zelf: welwillende amateurs die er het beste van probeerden te maken, en daar niet altijd in slaagden. Maar het maakte niet uit: er was altijd een ‘goed gesprek’ mogelijk om de trein op de rails te houden, of weer op de rails te zetten. Het (onderwijs- en onderzoek) werk ging gewoon door. Ritzen wilde geen amateurs meer, het bestuur moest geprofessionaliseerd worden. We hebben het geweten. De heren en dames bestuurders gingen in de wolken hangen en wisten niet meer waar de werkvloer was. Het maakte niet uit: het ‘goede gesprek’ was niet meer mogelijk, maar het (onderwijs- en onderzoek) werk ging gewoon door. Mohandis wil weer bestuurders met onderwijs- en onderzoekervaring: met krijt op de jas. Terug naar 20 jaar geleden toen het nog gezellig was op de universiteit. Van mij mag het, hoewel het werk natuurlijk gewoon doorgaat.

19 mei 2015

Rachid El Ghazaoui: "Zionistische honden zijn uit op ons bloed"

Bovenstaande uitspraak dateert van augustus 2014 en werd in de krant van gisteren gememoreerd. Een meer racistische uitspraak dan deze is niet erg gauw voorstelbaar. Het is zo’n beetje het klassieke beeld van de verachtelijke Jood zoals in de ’koopman van Venetië’ die alleen een lening wil geven aan een niet-Jood als hij bij wanbetaling een pond vlees uit het lichaam van de schuldenaar ontvangt. Over de Holocaust hoeven we het hier niet te hebben: uiteraard wordt die ontkend door El Ghazaoui. Hij maakt overigens wel onderscheid tussen Joden en zionisten. Alle zionisten zijn Joden, maar niet alle Joden zijn zionisten. Zoiets. Zionisme was, als bekend, een Joodse beweging die een Joodse staat ergens in de buurt van Jeruzalem wensten. Die staat is er gekomen en wordt vrij algemeen erkend. Je kunt dat betreuren, maar er is weinig tegen te doen, behalve door het onder de voet te lopen. Dit is de afgelopen 67 jaar diverse malen geprobeerd door Arabische buurlanden, maar zonder succes. Enfin, waarom stond El Ghazaoui in de krant, uitgespreid over twee hele bladzijden? Omdat zogenaamde radicaliseringsdeskundigen menen dat door moslimactivisten als El Ghazaoui te criminaliseren, ze in een isolement komen waardoor ze gaan radicaliseren. “Het migrantenverzet moet meer bewegingsvrijheid krijgen, hoe verwerpelijk hun meningen ook zijn.” “Door moslimactivisten mee te laten doen, door politieke discussies aan te gaan leer je ze democratische vaardigheden.” Geloven ze het zelf? Ik niet. Deze groep beschuldigt de samenleving van racisme, maar is zelf racistisch  (zie boven); ze beschuldigen Israël van volkenmoord, maar niet de moslims in Jemen, Syrië, Irak, Soedan, etc., etc., die vooral elkaar uitmoorden. Wat moet je met mensen die lijden aan selectieve verontwaardiging? Bij racisme criminaliseren, want racisme is strafbaar.

17 mei 2015

Meindert Fennema: dom fout

Als jongeman (bijna 45 jaar geleden) was ik een groot fan van Karl Popper. Ik omarmde direct zijn stelling dat er geen ‘natuurwetten’ kunnen zijn die de ontwikkelingen van maatschappijen kunnen verklaren en waarmee de toekomst van de maatschappij voorspeld kan worden. De afgelopen 40+ jaar ben ik niet van mening veranderd. Als er al zulke natuurwetten zouden zijn, kunnen we ze nooit opsporen want: 1. de geschiedenis herhaalt zich nooit en: 2. we kunnen geen experimenten uitvoeren om de wetten wetenschappelijk te bevestigen of te ontkennen. Over die experimenten dachten de communisten anders: revoluties waren het voorbeeld van een wetenschappelijk experiment waarbij het gelijk van de communistische ideologie werd aangetoond. In de Sovjet-Unie gingen die experimenten na de geslaagde oktober-revolutie overigens gewoon door, met miljoenen doden als gevolg. Lenin’s bekende rechtvaardiging luidde: als je een omelet wilt bakken, moet je een ei breken. Nu las ik afgelopen weekend in mijn krant dat de gepensioneerde hoogleraar Meindert Fennema in zijn jonge jaren (jaren 60/70) Stalinist is geweest. Daarmee viel van alles op zijn plek. We hebben het immers al eerder over hem gehad: hij vindt de corrupte lokale bestuurder Jos van Rey zielig. Hij begrijpt niet hoe de euro werkt en begrijpt so-wie-so niet hoe de EU werkt en denkt dat rendement in het onderwijs iets met kwaliteit te maken heeft. Fennema heeft nu zelf een boek geschreven over zijn Stalinistische verleden. Dat boek heet: goed fout. Ik ga het niet lezen: er valt helaas niets goeds te verzinnen als je met je volle verstand een communistisch verleden probeert te rechtvaardigen. Met een variatie op een beroemd citaat van weer een andere filosoof: “waarover je niet spreken moet, kun je beter zwijgen”.

16 mei 2015

Sweder van Wijnbergen: Varoufakis? Nooit van gehoord!

Deze week had ik de eer in de krant in één adem genoemd te worden met Sweder van Wijnbergen en Robert Barro. Robert Barro publiceerde in 1974 rond zijn dertigste verjaardag een artikel dat tot de klassieken in de economische literatuur is gaan behoren. Het is zo’n soort artikel waarvan je je afvraagt waarom je het zelf niet hebt verzonnen. Het artikel valt in een paar regels samen te vatten als volgt: “Als de overheid meer schuld maakt, dan weten mensen dat ze later meer belasting moeten gaan betalen. Daarom gaan de mensen meer sparen en wel precies zoveel als de extra schuld die de overheid maakt. Bijgevolg heeft de extra schuld geen effect op de economie en is dus neutraal.” Een wereld met neutrale overheidsschuld, dat zou voor de Grieken, en vooral voor hun minister van financiën Yanis Varoufakis, een begrotingshemel op aarde zijn. Varoufakis moet van zijn Europese collega’s aantonen dat hij echt de openbare financiën aan het hervormen is. Dat is hij niet: het tekort op de begroting is onlangs weer met zo’n tien miljard toegenomen. Varoufakis speelt soms bad guy (“dit gaan we ons volk niet aandoen!”) en anders strooit hij zijn tegenspelers zand in de ogen door het plaatje hiernaast te laten zien. En kijk aan: volgens de krant is  Barro het met mij eens, want “ook Barro erkent dat het tijdens onderhandelingen best nuttig kan zijn je dom voor te doen.” Maar volgens Van Wijnbergen kan dat niet waar zijn, want “als academicus stelt hij [=Varoufakis] weinig voor; ik had zijn naam nog nooit gehoord en ik ken echt wel iedereen in het wereldje.” Om wat in de EU voor elkaar te krijgen, moet minstens Van Wijnbergen van je gehoord hebben.

13 mei 2015

Sidney Smeets & Tim Vis (Spong advocaten): berecht het OM

Vanochtend in de krant een stuk naar mijn hart van deze twee advocaten uit Amsterdam. Ze schrijven: “Maar het openbaar ministerie (OM) neemt vaak wel erg lichtvaardig vervolgingsbeslissingen, zonder al te veel na te denken over de potentiële gevolgen. Want als er even wat dieper was nagedacht, had een redelijk handelende officier van justitie niet tot deze vervolging besloten.” Het ging dit keer over het ‘fuck-de-koning’ incident. Het OM had besloten dat deze uitroep van een anti Zwarte Piet activist een vervolging waard was, maar na veel maatschappelijk protest toch maar niet. De kritiek van de advocaten is dus dat het OM soms al te snel tot vervolging besluit. De rechter zou er vaker tussen moeten kunnen springen om dat te voorkomen, want: “Het openbaar ministerie is verworden tot een vervolgingsfabriek waar mensen nummers zijn en het besef dat justitieel optreden grote impact heeft ver is te zoeken. De rechter moet een striktere belangenafweging mogen maken: is de vervolging echt nodig, moet de verdachte echt een strafblad (met alle risico's van dien) riskeren, is de samenleving daadwerkelijk gebaat bij strafrechtelijke afdoening?" Onze gedachten gingen natuurlijk direct naar de zaak van huisarts Nico Tromp waar wij ons zo over opgewonden hebben. Het strafrechtelijk onderzoek van het OM naar het handelen van de huisarts leidde tot diens zelfmoord. Wat ons betreft was er bij bij het optreden van het OM inzake het bevel aan huisarts Tromp om de praktijkvoering te staken, sprake van dood door schuld. Hier had niet alleen een rechter tussenbeide moeten komen om te zien of strafvervolging door het OM echt nodig was. Sterker, de rechter had hier een strafrechtelijk onderzoek naar het OM zelf moeten beginnen. Het kan natuurlijk nog altijd.

12 mei 2015

Diederik Samson (PvdA): De Ed Milliband van Nederland?

Lees de volgende aanval op de bonuscultuur: “De verhoging van de salarissen bij ING en ABN zijn moreel en maatschappelijk verwerpelijk. Aan de top is het blijkbaar pakken wat je pakken kan, terwijl vele gewone bankmedewerkers worden ontslagen en ondernemers geen kredieten kunnen krijgen. Bankiers tonen hiermee aan niets geleerd te hebben van de crisis.” Dit citaat kunnen we op de facebook pagina van Diederik Samson vinden. Gevaarlijke woorden, want financiële topspecialisten van Wall Street hebben er op gewezen dat een aanval op de bonuscultuur als een politieke boemerang kan werken. Kijk wat er met Ed Milliband is gebeurd. Hij dreigde met belastingen op bonussen en werd electoraal weggevaagd. Dat bewijst, zei een van de financiële specialisten, dat de mensen in het VK geen nadruk willen op ongelijkheid en herverdeling. Dat is natuurlijk een hoop wishful thinking, zoals in hetzelfde artikel door anderen wordt betoogd. En kijk vanochtend in De Volkskrant presenteert Peter de Waard precies de omgekeerde stelling. Hij schrijft: “[Toen] kozen de socialisten weer iemand die een rood masker kon opzetten: Ed Milliband en Diederik Samson. Die roepen dat ze de zwakkeren in de samenleving willen helpen, maar laten ze in de praktijk in de steek. (…) Milliband heeft vorige week zijn kans verspeeld. Samson heeft nog twee jaar om daar lering uit te trekken.” Moeilijk vak, hoor, politicus. Je moet niet te hard tegen de banken te keer gaan, want dat pikken de mensen niet. Maar je moet ook niet te hard zeggen voor de zwakken op te komen, want dan valt het zo op dat je je woord niet houdt. Je kunt als politicus gewoon het beste je mond houden.  

08 mei 2015

Nick van de Sande (VNO-NCW): rendementsdenken leidt tot kwaliteit in HO

Wij kennen de prestatieafspraken tussen de universiteiten en het ministerie. Het VNO-NCW bij monde van Nick van de Sande vindt die afspraken prima. Nick schrijft: “In de gemaakte prestatieafspraken worden indicatoren vastgesteld die bovendien door hogescholen en universiteiten zélf worden aangedragen. Van deze indicatoren gaat twee derde over kwaliteit van het onderwijs, en een derde over doelmatigheid.” Inderdaad, hogescholen en universiteiten hebben zelf de indicatoren aangedragen, dat is wat ik collaboratie van bestuurders noem. Bestuurders die, als een soort Joodse Raad, gaan zeggen wat de docenten aan de opleidingen moeten bereiken zonder daar met die docenten zelf over te spreken. Ikzelf moest uit de krant vernemen wat er op mijn universiteit van docenten werd verwacht. Werd er kwaliteit verwacht, zoals Van de Sande schijnt te denken. Twee derde van de indicatoren ging immers over kwaliteit. Die indicatoren vindt u hier in bijlage 1a met de titel: “Verplichte indicatoren onderwijskwaliteit en studiesucces.” Laat ik nu maar even niet flauw doen door op te merken dat er zeven (7) indicatoren zijn en dat twee derde van 7 niet een geheel getal is. Van de Sande bedoelt waarschijnlijk dat criteria 1b, 4, 5 en 6 (dus vier van de zeven) over kwaliteit gaan. Neem indicator 6, ‘onderwijsintensiteit’. Dat gaat over het aantal opleidingen met minder dan 12 contacturen. VNO-NCW vindt dat zo belangrijk dat er in een brief aan de minister op wordt aangedrongen het aantal minimale contacturen te verhogen tot 15. Leidt dat tot meer kwaliteit? Niet altijd: een belabberde opleiding wordt echt niet beter als de docenten 24/7 contact houden met hun studenten. Meer contacturen kan wel tot meer kwaliteit leiden, maar het hoeft dus niet. Dit soort criteria leidt alleen maar tot cijferfetisjisme en geen enkele waarborg voor meer kwaliteit.

05 mei 2015

Yanis Varoufakis: verdient Nobelprijs met toepassing speltheorie

De Griekse minister van financiën Yanis Varoufakis, is van oorsprong een speltheoreticus. Hij is nu vier maanden bezig zijn specialisme in de praktijk te brengen. Hij speelt de bad guy: altijd non-coöperatief. Briljante strategie! Let maar op, dankzij Varoufakis krijgt Griekenland binnenkort een behoorlijke schuldverlichting van de EU. Het is een wilde gok, maar denk even mee. Griekenland heeft een overheidsschuld van ongeveer 175% van het Griekse nationale inkomen. Om de schuld ‘houdbaar’ te maken is een primair overschot (belasting minus uitgaven, exclusief rente-uitgaven) op de begroting nodig van minstens 4%, maar misschien moet het 6% of 10% zijn, afhankelijk van de economische groei en de rente. Van de crediteuren (EU, IMF en ECB) hoefden ze maar een primair overschot van 3% te hebben en als ze goed hun best zouden doen, zelfs maar 1,5%. Dat was al een godsgeschenk, maar geen spoor van dankbaarheid bij Varoufakis (natuurlijk niet: bad guy immers). Nu blijkt dat Griekenland een primair tekort heeft van 1,5% (een tekort, dus geen overschot). Het IMF heeft aangekondigd dat het geen heil meer ziet in verdere hulp aan Griekenland, tenzij de EU schuldverlichting aan Griekenland geeft. Bij een primair tekort is de houdbaarheid van iedere schuld (zelfs een schuld van 60%, de norm van het verdrag van Maastricht) immers ver achter de horizon verdwenen. Maar dat is natuurlijk allemaal de schuld van de bad guy. Dus doet Varoufakis een stapje opzij in de onderhandelingen, naar het schijnt. EU-onderhandelaars spreken al van ‘constructieve besprekingen’ tussen de EU en het nieuwe Griekse team. Varoufakis heeft zijn werk gedaan: de EU is zo opgelucht dat Varoufakis een beetje uit beeld is verdwenen dat ze schuldverlichting gaat toezeggen. Varoufakis krijgt de Nobelprijs voor het bewijs dat economische theorie met succes toegepast kan worden in de praktijk.

03 mei 2015

René de Beer (v/h Veolia): v/h Qbuzz

Stel, je hebt een mooie baan, zeg directeur transport van vervoersbedrijf Veolia. Dit bedrijf houdt een concessie voor het regionaal openbaar vervoer in Limburg, maar wist jaren lang geen centje winst te boeken. Onder de bezielende leiding van de directeur transport, René de Beer, wordt er uiteindelijk toch winst geboekt. In 2016 moet de concessie echter vernieuwd worden en de provincie Limburg schrijft een nieuwe aanbesteding uit. Veolia is uiteraard één van de deelnemers en, als concessiehouder, kanshebber om de aanbesteding te winnen. Maar stel nu inderdaad dat jij die mooie baan hebt, maar een concurrent die ook inschrijft op de aanbesteding, komt bij je langs en biedt jou een baan bij hem aan. Die baan kun je niet accepteren, want op basis van een zogenaamd non-concurrentiebeding mag je een jaar lang na vertrek niet bij een concurrent werken. Geen probleem, jij krijgt eerst een jaar een baan bij een adviesbureau en dan pas bij de concurrent precies op het moment dat het non-concurrentiebeding verlopen is. Salaris: 200.000 euro, leaseauto, extra storting voor pensioen. Mooi aanbod, je neemt het aanbod aan. Zou jij dan (nog steeds directeur transport Veolia, hoewel het afscheid nadert), zou jij dan via email allerlei vertrouwelijke informatie van (nog steeds) je huidige werkgever naar je nieuwe baas sturen, informatie die wellicht je nieuwe baas zeer zal interesseren in verband met de lopende aanbesteding? Nou, als je het al zou doen, dan toch misschien niet per email, en ook maar liever niet op een usb-stick, want die kan ook in verkeerde handen terecht komen. Jij zou die informatie misschien maar liever gewoon op ouderwets papier willen doorgeven (direct verbranden graag). Jij wel, maar René de Beer niet. Die mailde vertrouwelijke informatie dat het een lieve lust was, maar het werd ontdekt. Inmiddels is zijn mooie nieuwe contract ontbonden. 

02 mei 2015

Ellen Willemsen (Unie KBO): recht op een traplift?

Vanochtend in de krant lazen wij het bericht van de man van 90 jaar die geen traplift van de gemeente Alphen a/d Rijn krijgt. Hij had volgens een brief van de gemeente immers “kunnen voorzien dat traplopen moeilijker zou gaan en had hiermee rekening kunnen houden.” Hij had eerder naar een gelijkvloerse woning kunnen verhuizen. De brief van de gemeente circuleert op internet en lijkt eerder op een van de vele phishing emails, waar ik er minstens één per week van krijg, dan een serieus antwoord op een aanvraag. Laten we aannemen dat deze brief echt is. Dan is de vraag: heeft een 90-jarige recht op bekostiging van een traplift door de gemeente? Wat vindt de ouderenbond Unie KBO er van? Ik ga te rade bij Ellen Willemsen, beleidsadviseur gezondheid en zorg bij Unie KBO. Zij heeft er diverse tweets aan gewijd, maar of ze vindt dat de traplift niet geweigerd had mogen worden is niet duidelijk. Mag de situatie van de man een rol spelen, bijvoorbeeld? Misschien is hij wel miljonair, of is hij verhuisd van een huis met een traplift naar een huis zonder traplift (dan heeft hij zijn recht verspeeld), of heeft de gemeente hem vervangende woonruimte aangeboden, maar heeft de man het aanbod geweigerd (dan heeft hij zijn recht ook verspeeld). Enfin, er kan van alles aan de hand zijn, maar het wordt ons niet uitgelegd. Niet door de krant, maar ook niet door de Unie KBO, bij monde van Ellen Willemsen, die toch heel verontwaardigd was. Of is men alleen maar kwaad omdat er ergens iemand een domme brief heeft zitten typen op een 20-eeuwse typemachine en die nog verstuurd heeft ook?

01 mei 2015

Jan Bouwens: topsalarissen horen bij grote bedrijven

Jan Bouwens heeft uitgesproken opvattingen over topsalarissen: hoe groter de bedrijven, des te hoger de salarissen moeten zijn. Dat komt omdat hoe groter het bedrijf is, des te hoger de kosten van een mislukte topmanager in een bedrijf zijn. Dus zal een (groot) bedrijf dat op zoek is naar een topmanager alleen maar een kandidaat willen die bewezen heeft een grote onderneming te kunnen leiden. Die mensen zijn er echter nauwelijks (aldus Bouwens), omdat in de afgelopen decennia bedrijven steeds groter zijn geworden. Die enkeling met de goede ervaring is dan direct letterlijk en figuurlijk goud waard voor het grote bedrijf en zullen dus aan de top van ieder kandidatenlijstje staan. De ‘mensen met ervaring’ hebben echter voornamelijk ervaring met kleinere bedrijven. Zij zijn minder schaars, kunnen alleen in de kleinere bedrijven terecht en krijgen daar een lager salaris dan de topmanagers van grote bedrijven. Als je wilt dat topmanagers minder verdienen, dan kun je niet hun salarissen verlagen, want dan is er een grote kans dat die grote bedrijven failliet gaan (bij lage salarissen horen immers managers die alleen maar kleinere bedrijven succesvol kunnen leiden, maar niet de grotere bedrijven). Het enige wat je kunt doen is de bedrijven kleiner maken, want dan krijg je de goede managers die bij die kleinere bedrijven horen. Jan Bouwens heeft die theorie, zoals hij eerlijk zegt, niet van zichzelf, maar van twee bij topinstituten in de VS werkende economen. Het startpunt van hun analyse is dat toptalent dun gezaaid is. Dan haak ik direct af, want toptalent zou net zo goed een kwestie van the-winner-takes-it-all kunnen zijn. U en ik hadden net zo goed in die topfuncties van Rijkman Groenink, of Piet Moerland terecht kunnen komen.