28 april 2015

Carolina de Weerth: ontwikkelt een baby zich op een eigen manier?

Carolina de Weerth is hoogleraar psychobiologie van de vroege ontwikkeling in Nijmegen. Niet direct mijn vakgebied, maar toch. Dit is wat De Weerth in 1998 zei over de ontwikkeling van hele jonge kinderen: “Wat ik van mijn onderzoek vooral heb geleerd, is dat alle kinderen zich in een eigen tempo en op hun eigen manier ontwikkelen. Als er al een algemene trend is, is het dat alle baby's rond hun eerste verjaardag minder gaan huilen.” Ze zei dit nadat ze in een hooglopende conflict met haar beoogde promotor Frans Plooij terecht was gekomen. Plooij zou ontdekt hebben dat de ontwikkeling van kinderen sprongsgewijs en volgens een vast stramien zou verlopen. Het was de bedoeling dat De Weerth die theorie met empirisch onderzoek zou bevestigen. Het tegendeel gebeurde: De Weerth weerlegde de theorie tot groot misnoegen van Plooij. De rest van dit conflict is geschiedenis: Plooij dolf het onderspit en werd ontslagen als hoogleraar. Nu is De Weerth dus zelf hoogleraar en een zeer actief onderzoeker naar de ontwikkeling van heel jonge kinderen. Ze krijgt nu al een aantal jaren veel publiciteit met opzienbarende resultaten, zoals dat als een zwangere vrouw veel stress ervaart, haar kind in het eerste levensjaar meer gezondheidsproblemen zal kennen. Of: “baby’s die in een andere kamer dan die van hun ouders slapen, hebben een hoger stressniveau tijdens het in bad gaan dan kinderen die op de kamer van hun ouders slapen” (geciteerd van de onderzoekwebsite van haar onderzoekgroep). Ik ga hier natuurlijk niet beweren dat al dat vele onderzoek, met bijbehorende publicaties niet klopt. Ik heb de studies niet gelezen, maar wat wel verbazingwekkend is dat het zo in strijd lijkt te zijn met wat ze als jonge onderzoeker meende, namelijk dat kinderen zich op hun eigen manier ontwikkelen. 

27 april 2015

IGZ: “Nutteloze rechtszaak om dode huisarts Tromp”

Laten we nog eenmaal, en nu echt (voorlopig?) de laatste keer, terugkomen op de zaak Nico Tromp. We weten dat de evaluatiecommissie Bleichrodt kritiek had op het optreden van het OM en de IGZ in deze zaak, maar tegelijk ook complimenten aan deze organisaties uitdeelde. De commissie had kennelijk veel compassie met de verantwoordelijke ministers. De minister van volksgezondheid, Edith Schippers, zag in ieder geval haar kans schoon om huisarts Tromp als een dader neer te zetten die met zijn ‘grensoverschrijdend gedrag’ zijn boekje ver te buiten was gegaan. Ze zweeg over de onzorgvuldigheden van haar dienst, de IGZ. Wij concludeerden dat die onzorgvuldigheden van het OM en de IGZ inzake het bevel aan huisarts Tromp om de praktijkvoering te staken, sprake zou kunnen zijn van dood door schuld. Dat moet de rechter uitmaken, en dat kan, want weduwe Anneke Tromp is een geding tegen de IGZ begonnen om de rechtmatigheid van dat bevel te betwisten. Opvallend in de berichtgeving is dat de IGZ in de rechtszaal gezegd heeft deze zaak nutteloos te vinden. Het bevel is immers helemaal herroepen (na de zelfmoord van Tromp), zodat de arts zijn beroep alsnog zou kunnen uitoefenen. Het lijkt erop alsof de IGZ hier wil zeggen dat het nutteloos is om over het bevel te praten, omdat zelfs als het bevel niet herroepen zou zijn, er niemand baat bij zou hebben het alsnog te herroepen. Nico Tromp is immers al dood, toch? Zeker, het enige doel dat dit geding dient is om na te gaan of de IGZ echt dood door schuld op haar geweten heeft. Zoals het doel van het onderzoek van de IGZ zelf was om na te gaan of Tromp een ‘levensdelict’ op zijn geweten had. Toen was de desbetreffende patiënt immers ook al overleden.

25 april 2015

Mr. C.J.G. Bleichrodt: te weinig compassie met huisarts Tromp III

We weten dat de evaluatiecommissie Bleichrodt wel degelijk kritiek had op het optreden van het OM en de IGZ in de zaak van huisarts Tromp, maar tegelijk complimenten aan deze organisaties uitdeelde. Het Rapport van de commissie lijkt op zo’n rapport waarin kritische noten worden gekraakt, maar waarbij men de verantwoordelijken (in dit geval uiteindelijk de ministers van volksgezondheid en justitie), die in dit geval ook nog eens de opdrachtgevers van de commissie zijn, toch niet al te veel wil schaden. Dus wordt er gesproken van ‘zorgvuldige afweging van belangen’, ‘terechte reacties op verontrustende signalen’, enzovoorts.  Voor de ministers was dat kennelijk reden genoeg om die zorgvuldigheid van hun organisaties (OM en IGZ) tijdens de presentatie van het rapport te benadrukken. De minister van volksgezondheid ging zelfs zo ver om huisarts Tromp als dader neer te zetten die met zijn ‘grensoverschrijdend gedrag’ zijn boekje ver te buiten was gegaan, maar te zwijgen over de onzorgvuldigheden van haar dienst, de IGZ, die in het rapport worden vermeld. Dit tot woede van Anneke Tromp, de weduwe van de huisarts, die in een open brief de minister verwijt dat ze haar man “(…) een huisarts met een vlekkeloze reputatie op het gebied van euthanasie en palliatieve sedatie, voor de tweede maal als pleger van een levensdelict [heeft] weggezet.” Volgens Anneke Tromp wisten het OM en de IGZ dat Nico Tromp suïcidaal was geworden door de ontwikkelingen rond het strafrechtelijk onderzoek. Als dit zo is, kunnen wij toch niet anders concluderen dan dat bij het optreden van het OM en de IGZ inzake het bevel aan huisarts Tromp, sprake is van dood door schuld. Het OM moet dus maar eens een strafrechtelijk onderzoek naar de IGZ (en zichzelf) beginnen.

23 april 2015

Mr. C.J.G. Bleichrodt: te weinig compassie met huisarts Tromp II

We weten dat de evaluatiecommissie Bleichrodt weinig kritisch was over het OM en de IGZ in de zaak van huisarts Tromp, maar we weten nog niet waarom. Of, was ze eigenlijk toch wel kritisch? Als je het rapport van de commissie goed leest, dan zie je heel veel kritiek op de IGZ en het OM. Het bevel van de IGZ aan Tromp om zijn praktijk voorlopig te staken was onnodig en bovendien niet afgestemd met het OM. De IGZ zou onderzoek doen naar de praktijkvoering van de huisartsenpost in Tuitjenhorn, maar heeft dat kennelijk niet gedaan (zegt Bleichrodt impliciet). Toch nam het maatregelen die gebaseerd waren op structureel falen van de huisarts (dat op dat moment niet was aangetoond en ook daarna niet aangetoond is). Maar al die expliciete (maar vooral veel impliciete) kritiek op de IGZ en het OM wordt helemaal overschaduwd door de complimenterende opmerkingen voor deze organisaties. Zo schrijft de commissie dat, nadat de IGZ het strafdossier van het OM had ontvangen, de IGZ “terecht” concludeerde dat nadere actie geboden was, want: “Het strafdossier bevatte verontrustende signalen die wezen op ernstige tekortkomingen in de zorgverlening.” (blz. 44) De IGZ kwam tot de conclusie dat de huisarts enige tijd zijn praktijk niet zou mogen uitvoeren. De manier waarop dit zogenaamde bevel gecommuniceerd is door de IGZ, heeft niet de voorkeur van de commissie (blz. 46), maar: “de belangen van de arts (…) [hebben] in de afwegingen [voor het uitvaardigen en openbaar maken van het bevel] wel een duidelijke plaats gehad en de doorslag gegeven.” (blz. 48) Bleichrodt doet er alles aan, zou je kunnen zeggen, om de IGZ en daarom ook de minister vrij te pleiten van enige onzorgvuldigheid in hun handelen jegens Nico Tromp (wordt vervolgd).

21 april 2015

Mr. C.J.G. Bleichrodt: mist de compassie van huisarts Nico Tromp

De evaluatieommissie die het handelen van de organisaties (AMC, IGZ en OM) rond de huisartsenpraktijk in Tuitjenhorn heeft geëvalueerd, onder leiding van mr. C.J.G. Bleichrodt, was, zoals we zagen, weinig kritisch over het OM en de IGZ. De IGZ hoeft alleen maar de communicatie te verbeteren van Bleichrodt en het OM valt zelfs weinig te verwijten: geen post meer sturen aan al overleden artsen (zoals Nico Tromp), dat is alles. Dit terwijl Tromp door de IGZ en het OM was neergesabeld. We zagen dat op 4 oktober 2013 de IGZ Tromp een soort beroepsverbod oplegde, op 7 oktober 2013 deed het OM min of meer hetzelfde. Op 8 oktober 2013 pleegde Nico Tromp zelfmoord. Aan deze reeks van gebeurtenissen verbindt de commissie geen conclusie. Als een overdosis morfine tot de dood kan leiden, kunnen onnodige en kwetsende bevelen dan ook niet tot de dood van een huisarts in geestelijke nood leiden? Retorische vraag: wij hebben al ja gezegd. Andere vraag dan: hoe hoog is de kans dat de door Tromp behandelde terminale patiënt een natuurlijke dood is gestorven, in plaats van aan de overdosis morfine? We zullen het nooit weten, maar de commissie Bleichrodt is er tamelijk stellig over: “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” is de desbetreffende patiënt aan de overdosis morfine overleden. Tromp diende de morfine aan de stervende patiënt uit compassie toe. Bleichrodt, helaas, had te weinig compassie met Tromp. Anders had hij misschien gezien dat het handelen van de IGZ en het OM “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” tot de dood van Nico Tromp moet hebben geleid. Nu zette hij enkel “vraagtekens bij de uitkomst van de door de IGZ gemaakte belangenafweging” om het bevel aan huisarts Tromp openbaar te maken. Die openbaarmaking, echter, leek op een ‘levensdelict’.

18 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, VII

Wat hier in het voorgaande over de huisartsenpraktijk in Tuitjenhorn is vermeld, staat allemaal in het Rapport van de commissie; wij hebben het niet uit de duim gezogen. Welke conclusie trekken we uit het voorgaande? Het volgende: de doorzoeking van de huisartsenpraktijk was disproportioneel en overbodig; hetzelfde effect (namelijk om Tromp niet in herhaling te laten vallen wat de behandeling van terminale patiënten betreft) had ook op een minder intimiderende manier bereikt kunnen worden. De doorzoeking heeft niets opgeleverd wat ook niet met een gesprek met de huisarts had kunnen worden bereikt. De IGZ bleek niet goed georganiseerd te zijn, niet zorgvuldig, maar wel voortvarend. Te voortvarend, want het wilde een daad stellen (het uitvaardigen van ‘het bevel’) die niet gebaseerd was op onderzoek en die overbodig zou zijn gebleken als de IGZ wel onderzoek had gedaan. Er was geen afstemming tussen het OM en de IGZ. Het OM had haar ‘bevel’ dan tenminste nog op onderzoek gebaseerd en een strafbaar feit (het toedienen van een overdosis morfine aan een terminale patiënt) geconstateerd. De IGZ kon dat het OM niet navertellen. De IGZ ging pas onderzoek doen (december 2013) toen huisarts Tromp al twee maanden dood was. Waarom was de IGZ niet eerder met mensen van de praktijk, inclusief huisarts Tromp zelf, gaan praten? We zullen het nooit te weten komen, want weer een nieuwe commissie om dit uit te zoeken, zal er wel niet komen. De ministers van justitie en volksgezondheid zijn nu net zo blij dat hun organisaties (OM en IGZ) er zo goed uit zijn gekomen. Dan toch nog een laatste vraag. Gegeven onze conclusies, hoe kan het dat de commissie Bleichrodt zo lovend was over het OM en de IGZ? Komen we toch nog een keer hier op terug.

15 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, VI

Laten we weer even terug gaan naar het handelen van de inspectie (IGZ) nadat de IGZ van het OM het strafdossier had ontvangen (24 september 2013). Het OM had zich gericht op de vraag of er sprake was van een strafbaar feit. Volgens de commissie zou de IGZ daarna onderzoek gaan doen over de vraag of de zorg van de huisartsenpraktijk verantwoord was. We zagen al eerder dat er geen enkele indicatie is dat de IGZ dat ook daadwerkelijk gedaan heeft. Sterker nog, de IGZ was op het moment dat het gewraakte ‘bevel’ aan Nico Tromp werd gegeven om zijn huisartsenpraktijk te staken, er niet van op de hoogte dat Tromp zijn praktijk inmiddels al (minstens tot januari 2014) had overgedragen aan drie vaste artsen. Wat moet je denken van een organisatie die onderzoek moet doen naar de ‘praktijkvoering’, maar niet weet welke artsen op dat moment in die praktijk werkzaam zijn? Inderdaad, er is wel onderzoek gedaan naar de huisartsenpraktijk gedaan. Dat gebeurde op 17 december 2013, ruim twee maanden na de zelfmoord van huisarts Tromp. Mosterd na de maaltijd. Er was nog iets vreemds gaande rond het bevel van de IGZ. Op 3 oktober werd aan de huisarts meegedeeld dat het bevel openbaar zou worden gemaakt, maar dat hij 14 dagen de tijd kreeg om daar tegen in beroep te gaan. Diezelfde middag werd deze toezegging door de IGZ weer ingetrokken. Dit werd per brief aan de advocaat van de huisarts meegedeeld en de volgende dag (4 oktober) werd het bevel gepubliceerd. Wat moeten we denken van een organisatie die in de middag ongedaan maakt wat ze in de ochtend heeft toegezegd? Het IGZ bleek niet goed georganiseerd te zijn, niet zorgvuldig, maar wel voortvarend. Te voortvarend (wordt nog eenmaal vervolgd).

13 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, V

De commissie die het handelen van de organisaties (AMC, IGZ en OM) in de casus van de huisartsenpraktijk in Tuitjenhorn heeft geëvalueerd, stond onder leiding van oud vice-president van de Hoge Raad mr. C.J.G. Bleichrodt. Ongetwijfeld een kundig jurist. Juridisch klopt het natuurlijk helemaal dat er geen enkel oorzakelijk verband valt aan te tonen tussen de zelfmoord van Nico Tromp op 8 oktober 2013 en het ‘bevel’ van de IGZ (op 4 oktober 2013) en de ‘vordering tot bewaring’ door het OM (op 7 oktober 2013) die als handgranaten werkten, waarmee Tromp in feite van zijn professionele toekomst werd beroofd. Dat de huisarts op dat moment al in een geestelijke crisis was terecht gekomen en zijn huisartspraktijk voor een aantal maanden had overgedragen aan waarnemende artsen, is juridisch wellicht ook niet relevant. Bleichrodt zei dan ook op de persconferentie (vanaf minuut 2:50) dat er niets te zeggen valt over de vraag of de zelfmoord van de huisarts voorkomen had kunnen worden “omdat de psychische gesteldheid van de huisarts niet bekend was”. Hier spreekt de jurist, maar je hoeft toch geen gepromoveerd psychiater te zijn om te kunnen begrijpen dat Tromp depressief was geworden omdat van de ene dag op de andere zijn leven op zijn kop was gezet. Hij was altijd betrokken geweest bij zijn patiënten en nu werd hij opeens beschouwd als een acuut gevaar voor diezelfde patiënten. In plaats van als een mensenredder werd hij voor zijn omgeving te kijk gezet als een moordenaar. We zullen inderdaad nooit weten wat er gebeurd zou zijn als de IGZ en het OM hun handgranaten niet naar Tromp hadden geworpen, maar we weten, dankzij diezelfde Bleichrodt wel dat ze opgeborgen hadden kunnen blijven (wordt dus nog steeds vervolgd).

12 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, IV

De doorzoeking van huis en praktijk van huisarts Nico Tromp te Tuitjenhorn door het OM vond plaats op 26 augustus 2013. Daarna volgde een periode waarin het OM ‘onderzoek’ deed. De huisarts was inmiddels in een geestelijke crisis terecht gekomen, maar hij was toch in staat zich door justitie een verhoor te laten afnemen. Over de fatale dag,19 augustus 2013, zegt de huisarts dat hij de patiënt het afgelopen jaar weinig gezien had (een huisarts in opleiding had de zorg voor de patiënt op zich genomen). Achteraf had hij spijt dat hij niet vaker was meegegaan: “Toen ik hem de laatste dag trof, schrok ik me wezenloos wild (…), ik had niet verwacht dat hij er zo ernstig aan toe zou zijn, dat overviel me helemaal.” (IGZ, blz. 23) “Hier heb ik verzaakt, ik voel me hier heel schuldig om. (…) Maar de patiënt hield ook zelf alles af, hij vroeg niet om hulp. Ik heb dat onvoldoende ingeschat, ik had hem dat leed in dat laatste traject kunnen besparen, die 10 dagen leed.” (IGZ, blz. 28) Verder zegt hij: “Ik heb nooit de intentie gehad om met deze doseringen zijn levenseinde te bekorten, (…) alleen de doseringen zijn buiten proportioneel geweest.” (IGZ, blz. 25) Op 24 september 2013 ontvangt het IGZ het dossier van het OM. Daarna volgt het meest ontluisterende deel van deze episode. Zonder met elkaar te overleggen bereiden het OM en het IGZ maatregelen voor om de huisarts voorlopig te beletten als huisarts werkzaam te zijn. Op 4 oktober 2013 publiceert het IGZ op zijn website een zogenaamd ‘bevel’ dat “huisarts Tromp geen zorg meer verleent (…) in de huisartsenpraktijk.” (Rapport, blz. 43). Op 7 oktober 2013 neemt het OM een analoge maatregel. Op 8 oktober 2013 pleegt Nico Tromp zelfmoord. (wordt vervolgd)

11 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, III

Wij vonden de onaangekondigde doorzoeking van huis en praktijk van huisarts Nico Tromp te Tuitjenhorn buitenproportioneel. De evaluatiecommissie meldt op blz. 23 van het Rapport dat een argument voor de doorzoeking was dat er een ‘herhalingsgevaar’ bestond. De huisarts zou mogelijk een overdosis morfine bij een andere terminale patiënt toedienen. Dit zou, zonder twijfel, niet gebeuren als Tromp eenmaal in de juridische mallemolen was terecht gekomen. Maar, zou hetzelfde effect ook niet bereikt zijn als het AMC eenvoudigweg contact met Tromp had opgenomen? Het AMC zelf vond achteraf dat contact opnemen beter was geweest. Volgens de IGZ en het OM, zo lezen we in het Rapport op blz 14, was collegiaal overleg met Tromp echter ongewenst geweest omdat er “acuut en ernstig gevaar voor de patiëntveiligheid bestond.” Achteraf weten we natuurlijk alles, maar als een waarnemend huisarts het volgende meldt over Nico Tromp: “De huisarts kwam over als spontaan, impulsief, gedreven en betrokken bij zijn patiënten”, moeten we dan concluderen dat deze huisarts een gevaar voor zijn patiënten vormde? Het verslag van de coassistente (opgenomen op blz 6-7 van het Rapport) leek er wel op te duiden dat de huisarts nogal onconventionele methoden toepaste bij terminale patiënten. Uit het evaluatierapport van de IGZ blijkt echter nergens dat de onderhavige zaak onderdeel was van een structureel probleem. De bovenstaande quote van een waarnemend huisarts is zelfs uit ditzelfde IGZ-rapport afkomstig. De IGZ geeft er verder geen commentaar op. In plaats daarvan wordt op blz. 9-11 de inmiddels overleden huisarts Tromp in het IGZ-rapport met 10 welgemikte mokerslagen nogmaals gevloerd. Zonder enige indicatie of hier sprake was van een (ongetwijfeld ernstig) incident, of van een trend van medische wanpraktijken. Zonder enige indicatie, met andere woorden, wat voor een huisarts Nico Tromp bij leven was geweest.(wordt vervolgd)

10 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM, II

We zagen dat er op 31 maart jl. een evaluatierapport (hierna: het Rapport) is verschenen van de zaak Nico Tromp, de huisarts die zelfmoord pleegde na door zowel het OM als door de IGZ uit zijn huisartsenpraktijk te zijn gezet. De nieuwbakken minister van justitie herhaalde op de persconferentie de woorden die in het Rapport op blz. 35 staan vermeld: “Het [OM] heeft het strafrechtelijk onderzoek goed georganiseerd, voortvarend en zorgvuldig verricht, waarbij (…) op meerdere momenten rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de huisarts”. Hij was kennelijk blij dat zijn eigen dienst zo’n mooie pluim van de evaluatiecommissie kreeg. Het zou mijn oordeel niet zijn, na lezing van dezelfde tekst als de minister (en de commissie). Het is waar dat het ‘opsporingsteam’ van het OM, dat huiszoekingen zou doen in de woning en de praktijk van huisarts Tromp, het bijna middernachtelijk uur van maandag 26 augustus daarvoor had uitgekozen om niet de hele dorpsgemeenschap te alarmeren. Zo zou de reputatie van de huisarts niet onnodig beschadigd worden. Hoewel de commissie op blz. 22-24 van het Rapport dappere pogingen doet de onaangekondigde doorzoeking te rechtvaardigen, blijft bij mij het gevoel overheersen dat die buitenproportioneel was. De commissie beweert bijvoorbeeld dat als de doorzoeking zou zijn aangekondigd het “bewijsmateriaal zou worden weggemaakt of anderszins verloren zou gaan.” Bij een ‘normale’ moord lijkt me dit een valide argument. Dan gaat justitie op zoek naar het wapen waarmee de moord is gepleegd. Het ‘levensdelict’ (zoals de commissie dat noemt) waar hier sprake van is, was echter ‘gepleegd’ met morfine. Artsen zijn verplicht morfine in voorraad te hebben voor hun patiënten. En wat trof het opsporingsteam aan? Morfine van overleden patiënten (in strijd met de Opiumwet, zoals het IGZ later triomfantelijk zal beweren)! wordt vervolgd.

08 april 2015

Nico Tromp (huisarts): plat gewalst door IGZ en OM

Het verhaal over Nico Tromp, een huisarts in Noord Holland, die zelfmoord pleegde, nadat hij van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en het Openbaar Ministerie een ‘bevel’ had gekregen om zijn praktijk te stoppen, respectievelijk om zich voor arrestatie te melden, gaat alweer een nieuwe fase in. Deze zaak had voor veel onrust gezorgd, vooral onder huisartsen, maar ook in de samenleving, waaronder bij ondergetekende (zie hier, hier en hier). Maar op 31 maart jl. is er een evaluatierapport (hierna: het Rapport) verschenen dat de geschiedenis van deze zaak beschrijft en evalueert. Ondanks de trieste achtergrond is het Rapport een fascinerend verslag van de gebeurtenissen. Laat me eerst zeggen dat uit het Rapport blijkt dat er inderdaad serieuze bedenkingen tegen de huisarts mogelijk waren en dat de desbetreffende coassistente terecht haar zorgen aan haar opleidingsinstituut (het AMC) heeft meegedeeld. De huisarts leek in het geval van de stervensbegeleiding van een doodzieke patiënt eigengereid, zonder overleg met zijn naaste medewerkers en de familie van de patiënt, en tegen de regels te werk te zijn gegaan. Maar verder is het, wat mij betreft, een verhaal van twee overheidsinstanties (de Inspectie voor de Gezondheidszorg, IGZ, en het Openbaar Ministerie, OM) die tegen elkaar in werken, die maatregelen voorstellen die overbodig zijn, maar elkaar wel versterken wat het noodlottige effect op de huisarts Tromp betrof. Ook intern hadden het IGZ en het OM hun zaken niet op orde. Eén voorbeeld uit het Rapport, maar dat ook door de pers is gesignaleerd. Na het overlijden van de huisarts is de zaak geseponeerd, volgens wettelijk voorschrift. Dat is per brief meegedeeld aan de raadsvrouw van de huisarts èn aan de huisarts zelf, 4 maanden na zijn zelfmoord. Als gevolg van een administratieve vergissing, zegt het Rapport. Wel een heel onzorgvuldige en pijnlijke vergissing (wordt helaas vervolgd).

06 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? (Slot)

Van Michiel Scheltema mocht Gerrit Zalm dus topbankier bij ABN AMRO blijven. Ik heb Zalm in die functie nauwelijks gevolgd. Topbankiers in Nederland zijn mensen die zichzelf ernstig overschatten. Neem Rijkman Groenink, een voorganger van Zalm bij ABN AMRO. Een typische macho-bankier die van alles wilde met zijn bank, niets tot stand bracht, en uiteindelijk nauwelijks wist hoe zijn eigen bank in elkaar zat. Toen er kosten bespaard moesten worden bij de bank, had hij geen idee hoe de kostenstructuur bij de bank eruit zag. Wat dat betreft lijkt Zalm uit ander hout gesneden. Hij heeft van de ABN AMRO een winstgevende bank gemaakt, hoewel niet genoeg om van de bank een rendabele investering voor de overheid te maken. Helaas liet zijn ethisch kompas hem toch weer in de steek. Hij presenteerde een salarisverhoging van 100.000 euro voor de topbestuurders als een salarisverlaging. Verontwaardiging alom, uiteraard: een bank die de belastingbetaler alleen maar geld kost, geeft aan zijn top ‘zo maar’ een ton. Gerrit Zalm begreep de commotie niet. Is hij daarmee een slecht mens? Nee, hij is eerder een zwak mens. Hij is wel in staat om voor zichzelf en anderen ethische paaltjes te slaan, maar als iemand er toch voorbij gaat (Scheringa!), verschuift Zalm gewoon de paaltjes een eindje. Voor een overheidsdienaar is dat een zeer ongewenste zwakte; in de private sector is dat misschien standaard praktijk. Vandaar wellicht dat hij al jaren een beursgang van de ABN AMRO de beste optie vindt. Of hij bij een geprivatiseerde bank nog steeds topman kan blijven is een andere vraag. Het zou best eens kunnen dat de private sector Zalm te veel als een boekhouder is blijven zien en hem snel zal wippen. Misschien is daarom een beursgang wel de beste optie.

05 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? V


Michiel Scheltema, een goede bekende van Gerrit Zalm, moest begin 2010 een oordeel geven of Zalm bij de ABN AMRO gehandhaafd kon worden. Had Gerrit Zalm wel integer gehandeld toen hij het verwaarlozen van de zorgplicht voor klanten door DSB niet ongedaan had gemaakt? De integriteit van Zalm stond ter discussie, maar uit de brief van Scheltema aan de Minister van Financiën, gedateerd 26 februari 2010, over het functioneren van Zalm bij de DSB-bank bleek dat Scheltema vrijwel niets over de integriteit van Zalm te melden had. Zoals we eerder zagen vond de Autoriteit Financiële Zaken (AFM) dat Zalm moest worden ontslagen bij de ABN AMRO. Scheltema bestrijdt die aanbeveling, onder meer, omdat het AFM onvoldoende in het oordeel mee had laten wegen wat Zalm na (en ook voor) zijn tijd bij de DSB-bank had gepresteerd. Volgens Scheltema had hij in die andere functies duidelijk blijk gegeven van deskundigheid. Het was curieus dat Scheltema voor het opereren van Zalm bij DSB meewoog hoe Zalm in andere functies opereerde. Die andere functies waren min of meer ‘normale’ functies, maar de integriteit van mensen blijkt niet uit hun gedrag in normale situaties, maar uit wat ze doen in abnormale en moeilijke situaties waarin moed nodig is om iets tot stand te brengen. Het was dus niet relevant dat Zalm zo’n goede minister van financiën was geweest (wat dus ook al niet waar was), maar wel dat het Zalm aan de moed had ontbroken om fundamentele veranderingen bij de DSB-bank tot stand te brengen. Zalm bleef de slippendrager van Scheringa. Scheltema woog dit morele aspect van het handelen van Zalm tijdens zijn DSB-periode niet mee bij zijn oordeel over Gerrit Zalm. Zalm was gered door zijn ‘beul’ Scheltema en hij kon bij ABN AMRO blijven. (wordt vervolgd)

04 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? IV

We zagen dat Gerrit Zalm al veilig bij ABN AMRO zat toen de DSB-bank van Dirk Scheringa ten onder ging, eind 2009. Zalm zou echter niet bij ABN AMRO kunnen blijven als zou blijken dat hij niet integer had gehandeld bij DSB. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) had Zalm onvoldoende gedaan om de klanten van DSB te beschermen. Toch mocht hij baas van ABN AMRO blijven van DNB. Dat was niet zo’n verwonderlijk oordeel, omdat DNB een jaar eerder, eind 2008, de regering toestemming had gegeven om Zalm als bestuursvoorzitter van ABN AMRO te benoemen. Als DNB dat oordeel in 2009 had moeten herzien, zou dat een grote reputatieschade voor DNB betekend hebben. De Autoriteit Financiële Markten (AFM), vond, op basis van dezelfde feiten, wel dat Zalm weg moest. Dus was de stand 1-1. De minister van financiën benoemde toen een commissie onder leiding van Michiel Scheltema om het definitieve oordeel over Zalm te vellen. Scheltema en Zalm kenden elkaar. Dit zei Zalm in 2004 over Scheltema bij het afscheid van de laatste als voorzitter van de wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): “Dames en heren, vanmiddag nemen we afscheid van de beul van dat gezelschap [de WRR]: Michiel Scheltema. Waarbij ik meteen wil aantekenen, Michiel, dat je de meest beminnelijke beul bent die je je als regering kunt wensen. (…) ik hoop van harte dat we je (…) zullen blijven ontmoeten. Want jouw genuanceerde onderscheidingsvermogen zijn ons bijzonder lief geworden. Dank je wel voor alles, en we houden contact.” De heren tutoyeerden elkaar, kennelijk, en het “genuanceerde onderscheidingsvermogen” van Scheltema was Zalm “bijzonder lief” geworden. Alsof Zalm toen al wist dat de “beul” Scheltema zes jaar later bijzonder “beminnelijk” zou zijn bij zijn oordeel over Zalm. (wordt vervolgd)

03 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? III

Toen Gerrit Zalm in 2007 de politiek gedag zei, was wellicht zijn gedachte dat nieuwe werkgevers, vooral bij het bankwezen, wel op zijn stoep zouden staan te dringen om hem een mooie baan aan te bieden. Dat viel tegen, men zag hem kennelijk toch te veel als een boekhouder en niet als een ondernemer. Het schijnt dat hij toen min of meer in vertwijfeling maar een open sollicitatie bij Dirk Scheringa indiende. Scheringa was de oprichter van de naar hem genoemde DSB-bank. Scheringa werd door de ‘echte’ bankiers ook al niet serieus genomen. Wat dat betreft pasten Scheringa en Zalm goed bij elkaar. Scheringa kon Zalm echter goed gebruiken als een soort uithangbord van degelijkheid en betrouwbaarheid. Door zijn ministerschap van 12 jaar stond hij bij het grote publiek als een deskundig en betrouwbaar persoon bekend bij wie je geld wel vertrouwd was. De DSB-bank werd groot door klanten vals voor te lichten en op te zadelen met contracten waar ze zonder hoge kosten niet meer vanaf konden. Scheringa heerste over zijn bank als een dictator, die geen tegenspraak duldde en die de bank plunderde voor zijn privéhobby’s. Zalm was overduidelijk geen dictator: hij was immers niet sterk genoeg om Scheringa voldoende tegenwerk te kunnen bieden. Zalm wist van de wantoestanden, maar nergens is gebleken dat hij daar tegen optrad. Dat kwam pas in 2009 volop in de publiciteit toen Gerrit Zalm er al weer was vertrokken. Door de negatieve publiciteit over DSB kwam er een ouderwetse ‘bank run’ tot stand, waar de bank binnen een paar dagen aan bezweek. Toen werd het tijd om naar de rol van Gerrit Zalm bij DSB te kijken. Was hij wel deskundig en betrouwbaar? En zo niet, had hij dan wel bij de genationaliseerde ABN AMRO bank mogen komen? (wordt vervolgd)

02 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? II

Gerrit Zalm bedacht als minister van financiën de Zalmnorm, hoewel die eigenlijk niet door hem was bedacht, maar door een studiegroep (waar hij overigens wel in had gezeten). Volgens die norm moesten de overheidsuitgaven onder het bij het Regeerakkoord afgesproken niveau blijven, ongeacht welke nieuwe ontwikkelingen zich ook voor zouden doen. Dat beginsel was gemotiveerd door de ervaringen met een soortgelijke norm in de jaren 50 en 60 die door de toenmalige minister van financiën Zijlstra was ontwikkeld. In dat beleid mochten zowel inkomsten als uitgaven van hun langjarige begroting afwijken, als ze gemiddeld maar goed zaten. Wat bleek? De uitgaven vielen altijd tegen (dat wil zeggen, waren altijd te hoog), maar nooit mee, met als gevolg dat er een voortdurende race bestond tussen stijgende uitgaven en stijgende belastingtarieven om deze uitgaven te financieren. Dat uitgaven altijd tegenvielen is niet zo verwonderlijk. Geen enkele minister, behalve die van financiën, kan op applaus rekenen als hij/zij in staat is zijn uitgaven te beperken. Politici worden populair van uitdelen, maar niet van het terugpakken van geld. De Zalmnorm beoogde dus enkel de natuurlijke uitgavendrift van ministers te beteugelen door het budgetteren van de uitgaven. We waren dus af van overbodige uitgavenverhogingen, dankzij Zalm? Nou nee hoor, want bijvoorbeeld eind jaren 90 kwamen de uitgaven aan zorg boven de begrote bedragen uit. Maar het was ook een tijd van hoogconjunctuur en dus vielen de uitgaven aan uitkeringen mee (minder werkloosheid, ed.). Dus, om minister van volksgezondheid Borst te plezieren, schoof Zalm de meevallers door de lagere uitkeringen door naar Volksgezondheid om de begrotingsnood van Borst te lenigen. Mooi gebaar, maar helemaal in strijd met zijn eigen Zalmnorm (schuiven tussen begrotingen was een doodzonde). Slecht dus wat Gerrit Zalm eind jaren 90 presteerde. (wordt vervolgd)

01 april 2015

Gerrit Zalm (ABN AMRO): hoe goed of slecht was hij? I

Gerrit Zalm was minister van financiën van 1994-2002 en van 2003 tot 2007. Om die eerste periode werd hij wijd en zijd bejubeld: hij was de eerste minister van financiën die een overschot op zijn begroting wist te krijgen. Dat overschot was er maar voor korte duur en was er ook tegen wil en dank. Eind jaren 90 werd het ministerie overspoeld met extra belastingopbrengsten en Zalm reageerde daarop door forse belastingverlagingen door te voeren. Bovendien voerde hij de uitgaven fors op. Dat was allemaal in strijd met de begrotingsnormen die hij zelf in de jaren 90 had ingevoerd. In 2003, toen het economisch minder ging dan eind jaren 90, moest hij zijn eigen rotzooi weer opruimen. De Raad van State schreef in 2003 over het beleid van Gerrit Zalm: “Het is van belang na te gaan hoe het komt dat Nederland onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de hoogconjunctuur om structurele verbeteringen in de overheidsfinanciën aan te brengen, ondanks eerdere waarschuwingen. Het contrast tussen de huidige situatie en eind jaren negentig beschrijft de Miljoenennota in termen van de ‘prijs van het succes’. Deze typering suggereert onvermijdelijkheid waarmee wordt vergoeilijkt wat veeleer kritisch zelfonderzoek behoeft.” Wat de Raad van State hier vraagt aan Zalm of hij niet eens bij zichzelf te rade moet gaan of hij wel zo’n goed financieel beleid had gevoerd. Gerrit Zalm is echter niet zo goed in zelfonderzoek. Wie zijn memoires heeft gelezen weet dat hij vooral zeer tevreden met zichzelf is. Hij beschrijft zich als innemend, een goed en eerlijk onderhandelaar, een charismatisch politicus, een slim econoom, een charmante en humoristische persoonlijkheid. Gerrit Zalm vond de opmerkingen van de Raad van State “wijsheid achteraf.” Het ‘kritisch zelfonderzoek’ is er dan ook nooit gekomen. Laten wij dan maar ons kritisch onderzoek naar Gerrit Zalm nog eens weergeven (wordt vervolgd).