30 november 2014

Sylvester Eijffinger: over het verval van de economische wetenschap II

We herinneren ons dat Prof Sylvester Eijffinger een ‘essay’ heeft geschreven over het verval van de economische wetenschap. Dat verval begon, aldus de professor, bij Pareto, die, zo weten wij, de welvaart maximaal vond als er geen middelen werden verspild. Zijn door het welvaartsbegrip van Pareto te gebruiken “maatschappelijke problemen veelal uit het blikveld van economen  verdwenen,” zoals Eijffinger beweert? Laten we eens kijken of dat zo is op mijn eigen vakgebied, de overheidseconomie, een gebied waarop ook Eijffinger zich graag beweegt (het zij hem gegund, overigens, want het is een mooi vakgebied). Met het criterium van Pareto in de hand (aangevuld met een toevoeging van een andere economische gigant, Paul Samuelson, 1915-2009) kun je bijvoorbeeld laten zien dat democratie bijna altijd tot verspilling leidt. Of, je kunt laten zien (in theorie uiteraard, maar prof Eijffinger’s beschouwing is ook theorie) dat wanneer in een economische unie landen zelf mogen besluiten hoe groot de omvang van hun collectieve sector is, onder restricties zoals in de EU het geval is, de landen die kiezen voor een grote omvang van hun collectieve sector hun welvaart (à la Pareto) kunnen zien dalen in vergelijking met een situatie waarin de unie centraal besluit. Noem die twee voorbeelden, die je dus met behulp van het Paretiaanse welvaartsbegrip kunt bekijken, maar eens geen maatschappelijke problemen. Maar heeft Eijffinger dan misschien een punt dat oordelen over ongelijkheid door Pareto achter de horizon zijn verdwenen? Dit is de zogenaamde “intersubjectieve nutsvergelijking” waar economen volgens Eijffinger niet meer aan doen. Dan heeft Eijffinger waarschijnlijk Piketty nog niet gelezen, 700 bladzijden vol met “intersubjectieve nutsvergelijking” tussen rijk en arm. Maar daar zitten wel wat problemen, al weet ik niet of Eijffinger die problemen ook kent. We komen er dus (nogmaals) op terug. 

29 november 2014

Ewald Engelen: “gimmick”

Een of twee keer ben ik deelnemer geweest bij een (politieke) discussie-bijeenkomst waar ook Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie in Amsterdam, bij aanwezig was. Hij was vaak aan het woord en hij hield dan uitgebreide bespiegelingen over het een en ander, federalisme versus nationalisme, of zo. Het sneed altijd hout. Als hij het woord had gehad, leek het alsof alles wat er over te zeggen viel ook werkelijk gezegd was. Door Ewald Engelen. Benijdenswaardig. Voor ik het woord neem of krijg, moet ik eerst lange tijd nadenken langs welke lijnen mijn betoog zal lopen en dan moet ik nog maar afwachten of mijn betoog niet in een modderig zijpad dood loopt. Ik schrijf liever eerst op wat ik wil zeggen voor ik wat ga zeggen. Het vreemde is dat het bij Ewald Engelen het omgekeerde het geval lijkt te zijn. Zijn uitgesproken zinnen ontsporen geen moment, maar zijn geschreven teksten lijden aan overspannenheid, hysterische zinswendingen en pathologisch zelfbeklag. Hij schrijft wel eens bij ftm.nl, maar ik lees Engelen niet langer. Ik krijg steeds het gevoel alsof er over mij heen een bord met … Enfin. Afgelopen week was Ewald Engelen de nationale kop van Jut omdat hij in een boekje (heb ik niet gelezen, zie boven) een lijst van personen had gepubliceerd die volgens hem een 'schaduwelite' vormt die er met lobbyen en leugens voor gezorgd heeft dat de beperkingen van de bankensector na de crisis werden gestopt of afgezwakt. Dit zijn ongeveer zijn eigen woorden, of eigenlijk moet ik zeggen, het waren zijn woorden, want de lijst was een trucje (gimmick). Er is geen enkel bewijs dat de mensen op zijn lijst echt zo iets op hun geweten hebben. Mijn advies aan E.E.: vermijd het geschreven woord, beperk je tot het gesproken woord.

28 november 2014

Sylvester Eijffinger: over het verval van de economische wetenschap


Dankzij Jaap Abbring, hoogleraar econometrie in mijn woonplaats Tilburg, kwam ik er achter dat Sylvester Eijffinger een artikel heeft geschreven over het verval van de economische wetenschap. Uiteraard heb ik het door Abbring aangehaalde artikel van Eijffinger terstond verslonden. Verval, zo schrijft Eijffinger, begint bij het in zwang raken van “verkeerde ideeën”. Eijffinger vindt die verkeerde ideeën bij de Italiaan Vilfredo Pareto (1848-1923). Hij “was het die de politieke economie in de traditie van Adam Smith vaarwel zei en de overgang voorstond van een ruim naar een eng welvaartsbegrip.” Om de lezer niet direct te laten afhaken, leg ik even uit wat dat ‘enge’ welvaartsbegrip inhield. Niks engs aan eigenlijk, Pareto bedoelde dat als er middelen verspild worden, het nog mogelijk is de welvaart van tenminste één persoon te verhogen, namelijk door de verspilling op te heffen. Collega Eijffinger vervolgt: “Hiermee werd de intersubjectieve nutsvergelijking à la Adam Smith verlaten.” Ook even uitleggen wat Eijffinger hier bedoelt te zeggen: bij Pareto kan de welvaart alleen maar verhoogd worden als er nog verspilling is, maar het zou natuurlijk ook kunnen dat, als er geen verspilling is, het toch mogelijk is de welvaart te vergroten, bijvoorbeeld door te herverdelen van rijken naar armen. Dan moet je natuurlijk wel weten of het ‘geluksverlies’ voor de rijken kleiner is dan de ‘gelukswinst’ voor de armen. Dat is de intersubjectieve nutsvergelijking. Eijffinger suggereert dus dat die vergelijking tussen individuen uitgebannen is doordat we ons op Pareto zijn gaan baseren. Hiervan schrok ik wel even, want wij hebben het, zeker na Piketty, voortdurend over rijken en armen. Dus, ik ga even studeren in het leerboek waaruit studenten ons vakgebied tot zich nemen, om te weten hoe het met de intersubjectieve nutsvergelijking staat. U hoort van mij.

27 november 2014

Sunny Bergman (wit): zwart als roet

Sunny Bergman heeft een documentaire gemaakt over het al dan niet bestaan van racisme achter de figuur van Zwarte Piet. Deze ochtend stond er een lang interview met haar in de krant. Zij vindt net als Quinsy Gario, Zwarte Piet een stereotypering van zwarte/donkere mensen. Ook het beeld van de meester (Sinterklaas) met zijn zwarte knechten (Zwarte Pieten) is volgens haar een racistisch beeld, een verwijzing naar het slavernijverleden. Het mechanisme van de Zwarte-Pietendiscussie wordt door haar als volgt omschreven: “Mensen voelen zich aangevallen omdat ze nooit een racistisch feest hebben willen vieren.” Daar is geen speld tussen te krijgen. ‘Autochtone’ Nederlanders worden door de anti Zwarte Pieten beschuldigd van racisme omdat ze Sinterklaas vieren (met Zwarte Piet in een belangrijke rol van, inderdaad, entertainer). Dat is nooit de perceptie, laat staan de bedoeling van dit feest geweest en veel van hen voelen zich beledigd dat zij indirect voor racisten worden uitgemaakt. Dan vervolgt Bergman:  “Maar het uiteindelijke slachtoffer is toch degene die onder racisme lijdt, en niet degene die in de verdediging schiet.” Dit is een merkwaardige uitspraak. Stel dat we namelijk het Sinterklaasfeest afschaffen (en het alleen nog op Bonaire handhaven waar het kennelijk een eer is om Zwarte Piet te spelen). Zal dan het ‘slachtoffer van racisme’ uit zijn lijden verlost zijn? Uiteraard niet, als racisme bestaat (en het lijkt mij duidelijk genoeg dat het bestaat), dan bestaat het net zo goed los van het Sinterklaasfeest. Bergman zegt aan het einde van het interview dat de Zwarte-Pietendiscussie racistische gevoelens aan de oppervlakte hebben gebracht. Zij zegt: “met dat soort vrienden [namelijk ultra-nationalistische racisten] heeft Zwarte Piet geen tegenstanders meer nodig.” Helaas kun je die bewering ook omdraaien: “dankzij de Zwarte-Piet tegenstanders heeft het extreme racisme in Nederland weer aan populariteit gewonnen.” 

25 november 2014

Aleid Truijens (De Volkskrant): Engels in het Nederlands II

Aleid Truijens is in De Volkskrant een discussie begonnen over het gebruik van Engels in het universitair onderwijs. Ik schreef daarover dat internationaal economieonderwijs  “onvermijdelijk” en “noodzakelijk” is. C. Heeres reageerde daarop:  “Waarom zou het vak economie niet in het Nederlands gegeven kunnen worden? ” Dat kan zeker, maar het ligt dan ook anders. Economiefaculteiten willen een internationale onderzoekreputatie krijgen. Of dat toe te juichen is of niet, daar gaat het nu niet over. Feit is dat economische faculteiten hun personeel daarom grotendeels op de internationale markt rekruteren. Hoe groter de markt, des te hoger de kwaliteit. Het is echter niet eenvoudig om goede buitenlandse academici naar Nederland te halen. Amerikanen komen so-wie-so niet, maar ook Engelsen, Duitsers, ja zelfs Spanjaarden en Italianen met een doctoraat behaald in de VS, zijn moeilijk over de streep te trekken. Een Engelstalige opleiding is dan een aantrekkelijke nevenvoorwaarde. Dat is het onvermijdelijke. Het noodzakelijke komt voort uit de wens de markt van internationale studenten aan te boren. Voor economiefaculteiten kan dat een lucratieve bron van extra inkomsten zijn. Bovendien blijken klassen van internationale studenten nogal eens tot een betere studiemotivatie, een coöperatieve houding van studenten en daardoor betere studieresultaten te leiden. “Geen enkel gevoel voor de eigen taal en cultuur (maar we mogen er wel belasting voor betalen)”, zegt C. Heeres.Dit berust ook op een misverstand. Ten eerste wordt er ook nog steeds in het Nederlands college gegeven. Bovendien worden studenten van buiten de EU minder door de overheid gesubsidieerd dan EU-studenten. Er is voor de economiefaculteiten wel een risico. Hoe meer er in het Engels wordt gedoceerd, des te minder Nederlandse studenten er komen. Des te minder belasting C. Heeres hoeft te betalen.

24 november 2014

Rob Riemen (Nexus-instituut): bijt in de hand van zijn sponsor

Rob Riemen, oprichter en directeur van het Nexus-instituut, ziet zichzelf als hoeder van cultuur en de ‘echte’ wetenschap en filosofie. Volgens Riemen is er duidelijk sprake van een beschavingscrisis wat die wetenschap en filosofie aangaat. Waarom dat zo is, is mij enigszins ontgaan. Ik ken hem voornamelijk van ‘het bewijs’ dat hij een aantal jaren geleden leverde dat Wilders een fascist is. Dit bewijs was flinterdun en bovendien volstrekt overbodig, want het plakken van etiketten op politici helpt het politieke debat geen centimeter vooruit. Riemen heeft zich jaren lang met zijn Nexus-instituut bezig gehouden met de ‘hogere’ beschaving. Zeker, er waren interessante gasten, maar het was ergernis wekkend dat een instituut dat door een universiteit jaarlijks met een half miljoen wordt gesubsidieerd die zelfde universiteit niet gratis van de ‘echte’ wetenschap en filosofie laat meegenieten. Naar dit weekend bekend werd, houdt de universiteit echter op met de subsidie voor Nexus. Geen wonder, de universiteit kampt met financiële tekorten en het zou vreemd zijn als er docenten moeten worden ontslagen terwijl Riemen zijn hobby’s kan blijven uitoefenen. Riemen maakte het nieuws afgelopen weekend zelf bekend. Is hij toch nog dankbaar voor de miljoenen aan subsidies die hij de afgelopen decennia van de universiteit mocht ontvangen? Niet erg, zo blijkt, want hij kon niet nalaten eens flink te bijten in de hand van zijn sponsor. Hij zei: “Intellectuele vorming  –  volgens Socrates de ‘zorg voor de ziel’   ̶ daaraan doen universiteiten niet meer. Tilburg bouwt nu aan een ‘Graduate School voor Data Science en Entrepeneurship’. Tijdverspilling, want ware vernieuwers als Steve Jobs hebben helemaal geen Graduate Schools nodig.”Juist, die zit. Had Jobs trouwens ook, net als Riemen, miljoenen aan subsidies nodig om zijn werk te kunnen doen?

23 november 2014

Aleid Truijens (De Volkskrant): Engels in het Nederlands

Op 15 november jl. schreef Aleid Truijens, columnist van De Volkskrant een pleidooi om waar mogelijk het Nederlands in het universitair onderwijs te handhaven. Zij schreef: “Vrijwel niemand, docent noch student, beheerst het Engels zo goed, dat hij of zij daarin optimaal van gedachten kan wisselen,” zodat iedereen “onder zijn kunnen werkt: de docent die in een steenkolenengels college geeft en de student die in z'n scriptie ontzettend z'n best doet om zijn gedachten in houterig Engels te gieten.” Zij ging hierbij uit van de situatie in de geesteswetenschappen, bij de bèta- en gammavakken, zo schreef zij, is de taal een communicatiemiddel en niet zelf het hoofdonderwerp, daarmee suggererend dat de taal er niet zo veel toe doet bij deze wetenschappen. In het universitaire economieonderwijs zijn echter dezelfde problemen te onderkennen. College geven in het Engels, dat gaat meestal nog wel. De economie is een tamelijk abstract, afgerond geheel van leerstukken op diverse specialisaties: micro-economie, macro-economie, arbeidseconomie, enz. Je hebt maar een beperkt vocabulaire nodig om die leerstukken aan studenten duidelijk te maken. Maar zodra het erom gaat die leerstukken aan de realiteit te spiegelen, via bespreking van kranten, presentaties, discussies, papers en scripties van studenten, spelen de door Aleid Truijens opgesomde problemen evengoed op. De economie is net zo internationaal als de exacte wetenschappen (maar op de technische universiteiten wordt nog heel veel in het Nederlands gedoceerd!!). Internationaal economieonderwijs is daarom onvermijdelijk en noodzakelijk. Het probleem is eerder dat de universitaire bestuurders niet bereid zijn voldoende geld te investeren in het Engelse taalonderwijs voor docenten en studenten. De gemiddelde docent is daardoor niet eens in staat te constateren of een scriptie in houterig Engels is geschreven. Hij/zij heeft dat nooit ergens geleerd. 

21 november 2014

Willem Vermeend: hoogleraar economie –4.0 over goud

Bij Willem Vermeend is er heel veel goud dat er blinkt. Hij heeft van zo veel verstand, dat hij naast zijn duizend baantjes als spreker, adviseur, columnist, verzekeraar, hypotheker (enz., enz.) ook nog hier en daar hoogleraar is. Onlangs begon hij als hoogleraar economie –4.0 aan de Open Universiteit. Groot succes, want hij wordt nu al door het NOS-journaal gevraagd om een quote over de verscheping van goud door De Nederlandsche Bank (DNB). Dat goudtransport werd vanochtend door De Telegraaf gemeld en was direct groot nieuws. Volgens de krant verwacht DNB dat, als er meer goud in de kluis van het hoofdkantoor van de Bank ligt, mensen er meer vertrouwen in hebben dat een financiële crisis het hoofd kan worden geboden. Lijkt me sterk, de goudvoorraad is minder waard dan het vermogen van de familie Brenninkmeyer (C&A). Ik zou vertrouwen verliezen als de Brenninkmeyers vertrekken, maar niet als het goud per kerende post de oceaan weer overvliegt. De economische geleerden zijn het er over eens dat de oude ‘gouden standaard’, waarbij munten vast aan de goudprijs werden gekoppeld meer nadelen dan voordelen had. Goud wordt dan ook al heel lang niet meer als een belangrijke internationale reserve door centrale banken gebruikt. Goud is meer een symbolische dan een echte reserve. Dat zullen ze bij DNB ook wel weten en wellicht was het goudtransport ook alleen maar symbolisch bedoeld. Nee hoor, zegt Prof. Dr. Mr. Vermeend, het is “heel verstandig dat de goudvoorraad weer voor een belangrijk deel in Nederland is.” Waarom dat zo verstandig is, zei de hooggeleerde er niet bij. Maakt niet uit, zijn waarde als veel gevraagd spreker wordt kennelijk niet door de inhoud van zijn teksten bepaald.

20 november 2014

Jetta Klijnsma (PvdA): AOW-zout in open PvdA-wond

Deelname aan de ‘paarse’ VVD-PvdA coalitie heeft de PvdA alleen maar electorale wonden opgeleverd. De steun voor de PvdA daalt week na week en wie ziet in de PvdA nog een sociaal-democratische partij? Dankzij de ruimhartige steun van de PvdA worden veel regelingen die de ‘zwakste schouders’ moeten beschermen terug geschroefd: ontslagrecht, duur van de WW-uitkeringen, AOW-leeftijd. De verhoging van de AOW-leeftijd treft vooral ‘zwakkere’ ouderen: namelijk mensen met een relatief korte levensverwachting, geen of een beperkt aanvullend pensioen en een slechte positie op de arbeidsmarkt. Voor dit soort mensen is de AOW in de jaren 50 van de vorige eeuw ingevoerd, maar ook zij krijgen hun AOW later. Die hogere AOW-leeftijd (sinds 2013) heeft tot nu toe voornamelijk geleid tot een hogere werkloosheid onder ouderen, maar de minister van sociale zaken Lodewijk Asscher (PvdA) voelt het als zijn plicht zich voor oudere werklozen in te zetten. Dan moet hij dat niet aan zijn staatssecretaris Jetta Klijnsma overlaten. Zij heeft vooral een reputatie in het korten van ouderen. Haar volgende beleidsmaatregel wrijft nog meer zout in de PvdA-wonden: de verdere verhoging van de AOW-leeftijd. Lezen we even mee met haar motivering: “De verhoging van de AOW-leeftijd is nodig omdat mensen steeds ouder worden en daarom langer een AOW-uitkering nodig hebben. Daarnaast staat de betaalbaarheid van ons stelsel onder druk door de economische crisis van de afgelopen jaren. Om dit te betalen moeten we iets langer doorwerken en is een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd nodig.”  Het is het bekende argument dat de AOW niet meer betaalbaar is, een argument dat nogal makkelijk te weerleggen is. Maar deze maatregel past natuurlijk perfect bij haar reputatie en zal de PvdA als gebruikelijk weinig electoraal krediet opleveren . 

19 november 2014

Laura van Geest (CPB): de inflatie is voor 20% angstaanjagend laag

Niet veel mensen zullen er naar uitgekeken hebben, maar vandaag was er een hoorzitting in de Tweede Kamer over het deflatierisico in Nederland en de Eurozone. Mijn goede vriend Sylvester Eijffinger was daar ook en hij zei behartigenswaardige dingen, zoals: “politici en analisten zitten elkaar angst aan te praten over deflatie. (…) Als je lang genoeg hoort dat er deflatie komt, gaan mensen er nog in geloven ook. De zorgen daarover zijn onterecht.” Juist, de spijker op zijn kop, er is geen enkele reden bang te zijn voor deflatie. De eerste vrouwelijke directeur van het CPB, Laura van Geest, was ook bij de hoorzitting, voordat Eijffinger c.s. van wal mochten steken. Wat Van Geest zei was al evenzeer het vermelden waard. De inflatie is laag, zei ze, maar de kans op deflatie (= negatieve inflatie, oftewel dalende prijzen) is ook laag, namelijk 5 tot 20% (zo stond er op een van haar slides te lezen). 20%!! Angstaanjagend hoog, zou ik zeggen: stel direct de aanschaf van die Maserati uit: 20% kans dat die volgend jaar goedkoper zal zijn dan nu. Je hebt lagere kansen op een hoofdprijs. En om ons nog meer angst aan te jagen (behalve die goedkopere Maserati dan) gaf ze in sneltreinvaart een lijstje van zes punten die ons zorgen zouden moeten baren bij deflatie. We gaan niet meer consumeren, we krijgen onze schulden niet meer afgelost, de regering komt in Griekse begrotingstoestanden terecht, de Grieken in nog Grieksere begrotingstoestanden, de lonen moeten omlaag en Draghi kan de rente niet verder verlagen (die is al 0). Kortom, er is inderdaad geen enkele reden voor zorg, zoals Laura van Geest ook al zei. Of zei ze dat nou niet? 

17 november 2014

Thomas Piketty: hoe erg is ongelijkheid nu eigenlijk?

Piketty is al weer even het land uit en inmiddels vervangen door Sinterklaas. Maar de vraag die het verblijf van Piketty heeft achter gelaten blijft in mijn hoofd rondzeuren: hoe erg is ongelijkheid nu eigenlijk? Piketty’s boek over kapitaalinkomen in de 21e eeuw heeft eigenlijk één centrale stelling, namelijk dat vermogende mensen steeds rijker worden ten opzichte van de mensen die van een ‘gewoon’ looninkomen moeten rondkomen. Is dat erg? Ongelijkheid kan een negatief effect hebben op de bestedingen, bijvoorbeeld omdat rijken minder van hun inkomen consumeren dan niet-rijken. Maar dan zullen de rijken hun geld wel investeren en dat is dan weer goed voor de economische groei. Als de rijke elite aan zijn rijkdom komt door zich de vruchten van het nationaal product jaar na jaar toe te eigenen (denk bijvoorbeeld aan Mugabe en zijn kliek in Zimbabwe), dan kan dat de productiviteit van de niet-elite onmogelijk ten goede komen. Als je niet bij de elite hoort, krijg je immers toch niets. Maar als iedereen evenveel kans heeft een miljardair te worden, dan heeft ongelijkheid minder ernstige gevolgen dan wanneer steeds dezelfde mensen de hoofdprijs uit de ton grabbelen. In Nederland lijkt de tweede reden voor rijkdom (rijkdom als lot uit de loterij) relevanter te zijn. Er gaan tenminste maar weinig mensen gebukt onder het idee dat er superrijken zijn. Er is geen algemene volkswoede tegen de familie Heineken, of tegen de Brenninkmeijers (C&A), of de familie Goldschmeding (Randstad). We zijn niet zo bezig met de grote vermogens; we hopen dat wij (of onze kinderen) ook eens aan de beurt komen. Deze ongelijkheid lijkt niet erg veel effect te hebben op het verdienvermogen van de economie. Overigens: de superrijken moeten wel gewoon, net als iedereen, belasting betalen.

15 november 2014

Gloria Wekker: door Zwarte Piet worden kinderen racistisch

Dit weekend is de intocht van Sinterklaas uit de hand gelopen door opstootjes van pro en anti Zwarte-Pietactivisten. Het is geen wonder: als je zo makkelijk een bekende Nederlander kunt worden door te ageren tegen de figuur van Zwarte Piet, gaan meelopers ook eens wat proberen. Je wordt er moedeloos van, en ik probeer maar weer eens te bedenken waarom de figuur van Zwarte Piet een symbool van racisme zou kunnen zijn. Dus lees ik het betoog van antropoloog Gloria Wekker dat voor het hoger beroep bij de Raad van State over de intocht in Amsterdam werd gebruikt. Op haar maakt de bewering van witte mensen dat Zwarte Piet geen symbool van racisme is net zo min indruk als wanneer mannen zouden zeggen dat er geen seksime is in Nederland. Niet echt een overtuigend argument van Wekker, want het symbool van seksisme ontbreekt (een vrouw uitgebeeld als sekssymbool of zoiets, zoals bij de televisieprogramma’s van oude geilaard Berlusconi gebruikelijk is) in haar voorbeeld. Zij grijpt ook terug op de machtsverhouding tussen witte eigenaren en tot slaaf gemaakte zwarte mannen en vrouwen. Ook niet overtuigend. Nederland is geen land van slavenplantages geweest (zelfs niet in ons koloniaal Indië). Nederlanders transporteerden liever Afrikanen naar de Nieuwe Wereld om degenen die de tocht hadden overleefd met grote winst te verkopen. Maar mevrouw Wekker maakt het wat mij betreft helemaal bont met de bewering dat door de figuur van Zwarte Piet het racisme een integraal onderdeel van de opvoeding van kinderen in Nederland is geworden. Dit is een volstrekt ongefundeerde bewering. Laat Gloria Wekker dit eerst maar eens netjes empirisch bewijzen. Hoe dat moet, zal ze zelf wel weten, want ze schijnt in haar jonge jaren hoogleraar te zijn geweest. 

14 november 2014

Piet Hein Donner (CDA): AOW-gedraai

Over Piet Hein Donner hebben we het al vaak gehad. Zo was hij verantwoordelijk voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Die maatregel was ondeugdelijk gemotiveerd en onrechtvaardig omdat die vooral voor mensen met een laag inkomen en lage scholing nadelig was. Deze mensen leven korter en beginnen eerder met werken. Nu ik zelf de AOW-leeftijd begin te naderen, vind ik het wel prettig dat ook voor mij de AOW-leeftijd een half jaar is opgeschoven. Helemaal in lijn met wat de toenmalige minister van sociale zaken, Donner, in 2009 in de krant zei: “Veel mensen willen door blijven werken, omdat ze zich op die wijze kunnen blijven ontwikkelen, sociale contacten houden en volop mee blijven draaien in de samenleving.” Zeker, zeker, maar wat mij betreft, laat mensen die de tong op de schoenen hebben liggen, gerust achter de geraniums plaats nemen. Maar verder, inderdaad, zoals de minister zei: “ouderen hebben we hard nodig.” Deze hartekreet van Donner heeft de huidige regering ter harte genomen en er ligt nu een wetsvoorstel om het automatische ontslag bij het bereiken van de pensioenleeftijd op te heffen. De werknemer moet er samen met zijn werkgever uit zien te komen of en hoe werken vanaf de AOW-leeftijd gerealiseerd kan worden. Maar de Raad van State (met P-H Donner als de hoogste baas, op de koning na) wijst in haar advies op het wetsvoorstel nu op “het averechts effect van het wetsvoorstel op de arbeidsmarktpositie van 50+ers.” Donner c.s. vindt dat het voorstel moet worden heroverwogen op grond van verdringingseffecten. Voortschrijdend inzicht? Nee, want ditzelfde argument kon je 5 jaar geleden ook uit de hoed toveren, maar dan tegen de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit is gewoon AOW-gedraai van Piet-Hein Donner. 

13 november 2014

Sylvester Eijffinger: “interview geen topeconomen”

Sylvester Eijffinger is er in de loop van zo’n 30 jaar in geslaagd om een bekende Nederlandse econoom te worden. Daar heeft hij, zoals ik van enige nabijheid heb kunnen constateren, heel wat moeite voor moeten doen. Hij heeft journalisten moeten bestoken met zijn schrijfsels en er voor moeten zorgen dat die schrijfsels ook werkelijk in allerlei kranten geplaatst werden. Verder moest hij natuurlijk ook bij de ‘echte’ topeconomen over de vloer zien te komen. Dus regelde hij bezoeken aan Harvard waar hij, naar eigen zeggen, heel veel met beroemde economen lunchte. Reken maar dat dit een groot uithoudingsvermogen vergt. Ik ben er bijvoorbeeld niet voor in de wieg gelegd, ik word al moe, om niet te zeggen depressief, bij het idee dat ik een journalist moet bellen. Enfin, het is hem allemaal gelukt en om een of andere reden heb ik daar dan toch waardering voor (eerlijk waar, geen ironie). Het lijkt mij niet dat hij daarmee onsterfelijkheid zal bereiken, maar tegen het einde van zijn carrière zal hij, net als Frits van Egters in De Avonden kunnen zeggen: “Het is gezien (…) het is niet onopgemerkt gebleven.”  Maar dan moet hij het niet gaan verprutsen door journalisten tegen zich in te gaan nemen. Zo schreef hij deze week dat “het journaille als een kudde” achter drie buitenlandse economen aanliep. Dan krijg je reacties als die van journalist Martin Visser, die enigszins snerend zegt dat hij zeker alleen maar “Eijffinger, Eijffinger en Eijffinger” mag interviewen in plaats van Summers, Piketty en Stiglitz. Kortom, om een van Eijffingers eigen geliefde uitdrukkingen te gebruiken: “Reputatie bij journalisten komt te voet, maar vertrekt te paard.”

09 november 2014

Jesse Klaver (Groen Links): Verkeerd links

Het was de afgelopen week ook de week van het pesten van Jesse Klaver. We doen daar graag aan mee en deden dat eerlijk gezegd al eerder. Wat was ook al weer het punt? Klaver had de Franse wondereconoom Thomas Piketty uitgenodigd om in de Tweede Kamer zijn zegje te komen doen. Piketty heeft een monumentaal en lezenswaardig boek geschreven waar wel wat op valt af te dingen, maar waar ook veel onweerlegbare voor rechts ongemakkelijke feiten over hoge vermogens in staan. Klaver was van die laatste feiten zo onder de indruk dat hij, namens zijn partij, nu wel eens de superrijken wil aanpakken. Ik zei dat ik voor was, maar dat de SP het voorstel ook al had gedaan (dit was dus een vorm van politiek plagiaat door GL) en dat de SP het linkse hart altijd op de juiste plaats had en niet alleen als er een hype-econoom langs komt. Groen Links, daarentegen, heeft zich er de afgelopen jaren flink voor ingespannen ‘de onderkant van de samenleving’ (sorry voor het woord) flink te verzwakken zonder daar iets voor die onderkant tegenover te stellen: verhoging van de AOW-leeftijd, uitkleden van het ontslagrecht, verkorting van het recht op een werkloosheidsuitkering, enz. Opeens komt Groen Links er achter dat het wel wat vreemd is om steeds meer van de armen te nemen terwijl de rijken steeds rijker worden. Daarom komt de partij met een voorstel voor een hogere vermogensbelasting die er voorlopig toch niet komt. Kom op, Jesse, wees eerlijk en zeg dat je spijt hebt van al die eerder asociale maatregelen die jouw partij gesteund heeft en probeer die terug te draaien, alvorens kansloze belastingmaatregelen voor te stellen. 

06 november 2014

Thomas Piketty: Groucho Marx in Nederland

Dezer dagen was superster-econoom Thomas Piketty in Nederland. Hij wordt wel de 21e eeuwse Karl Marx genoemd, maar hij blijkt helemaal niet uit radicaal hout gesneden te zijn, al geeft zijn vermaarde boek er wel reden toe om dat te denken. Helemaal geen apocalyptische revolutie zoals bij Karl Marx waar na decennia- (of waren het eeuwen-) lange Verelendung van het proletariaat dan uiteindelijk via een revolutie het socialistische paradijs ontstaat. Niet dus bij Piketty. Geen revolutie, niet eens een fijne 18e eeuwse oligarchie waarin de superrijke families het voor het zeggen hebben. Dit zei, volgens mijn krant, Piketty in de Kamer: “'Ik heb een veel optimistischere kijk op de toekomst dan mensen denken. Een positieve boodschap van mijn boek is dat de staatsschulden in Europa de afgelopen tien jaar weliswaar zijn gestegen, maar dat de private vermogens in dezelfde periode nog veel meer zijn gestegen (…). Met andere woorden: wij zijn rijk, onze regeringen zijn arm.” Wie begrijpt dat dit een optimistische boodschap is, begrijpt er meer van dan ik. Stijgende overheidsschulden zijn in Nederland het motief geweest om (hou je vast, daar gaan we): de ouderenzorg in te krimpen, de AOW-leeftijd te verhogen, de jeugdzorg te decentraliseren, de participatiemaatschappij in te voeren (we kunnen wel zelf voor onze ouders zorgen, behalve dan natuurlijk de bewindsman die hier over gaat), het ontslagrecht af te schaffen, de WW-rechten te beknotten, en ga nog maar even verder. Het voorgaande in overweging nemende vond ik zijn bezoek aan de Tweede Kamer eerder lijken op een rol van Groucho in plaats van Karl. Groucho zou zich rot lachen om Piketty’s boek.    

05 november 2014

Quinsy Gario: racistisch Zwarte Pieten

Zwarte Piet, we zeiden het eerder, was een volstrekt unieke knecht van Sinterklaas in het traditionele Hollandse Sinterklaasfeest. Quinsy Gario zag racisme in de rol van Zwarte Piet. Hij vond die rol een stereotypering: alsof alle zwarte/donkere mensen net zo ‘lollig’ doen als de Zwarte Pieten. Natuurlijk niet, sommigen van onze donkere landgenoten hebben geen enkel gevoel voor humor. Ik vrees dat Gario er daar een van is. De argeloosheid van het kinderfeest is natuurlijk wel verdwenen omdat er nu een element is ingeslopen (racisme) dat er daarvoor nooit geweest is. De racismekaart rond Zwarte Piet wordt, naar het schijnt, op Twitter hard uitgespeeld. Ik twitter niet (zowel niet actief als niet passief). Dus, een deel van de discussie ontgaat me, maar het blijkt dat Gario niet alleen Zwarte Piet als symbool van racisme ziet, maar dat ook verdedigers van het Sinterklaasfeest tegelijk als racisten worden beschouwd. Die verdedigers, zoals de verslaggever Jan Roos, worden daar dan weer boos om. Jan Roos, zo lezen wij, doet tegen Gario “aangifte (…) wegens smaad en aantasting van zijn goede naam en eer.”  Dat Quinsy Gario er kennelijk tijd voor heeft om volop te twitteren over Zwarte Piet, bevestigt natuurlijk het stereotype beeld van de donkere Nederlander die maar wat aan lanterfant. Maar dat Jan Roos er als hardwerkende witte Nederlander (maar er zijn ook heus wel hard werkende donkere Nederlanders) tijd voor vrij kan maken om zich bij de politie te melden voor een klacht rond de Zwarte-Pietendiscussie, gaat er bij mij niet in. Dat toont toch min of meer aan dat ze bij de omroeporganisatie PowNed, waar Jan Roos werkt, weinig te verslaan hebben.

03 november 2014

Jesse Klaver (Groen Links): Piketty-mosterd-na-de-maaltijd-tax

We zeiden het eerder, Groen Links koos in 2012 bij het zogeheten herfstakkoord voor Flink Linkse maatregelen. De partij was voor een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd en dat terwijl de AOW een van de grote gelijkmakers in Nederland is. Daarnaast was Groen Links in het kader van de ‘modernisering van de arbeidsmarkt’ bereid het ontslagrecht, dat werknemers beschermt tegen willekeurig ontslag, te ontmantelen. Werkgevers krijgen van GL vrij spel om hun werknemers aan de dijk te zetten, als hen dat zo uitkomt. Werknemers, op hun beurt, hebben er dan weinig behoefte aan te investeren in vaardigheden die voor het bedrijf van belang zijn. Ze kunnen er immers toch ieder moment uitvliegen. Alfred Kleinknecht noemde dat eens de verloedering van de aanbodkant van de economie. We gaan dan toe naar een soort Amerikaanse economie waar werknemers op afroep in slecht betaalde banen zonder bescherming mogen gaan werken. Groen Links, dus, die er aan mee werkt om de paar voorrechten af te schaffen die de onderkant van de samenleving nog heeft, GL wil nu ineens een hoge belasting voor de superrijken. Dat zei althans het GL Kamerlid Jesse Klaver. Ik ben er voor hoor, daar niet van, maar de SP had het voorstel ook al gedaan en de SP was niet eerst bezig geweest met een partijtje ‘armen pesten’. Dus dan klinkt het een stuk overtuigender. Het voorstel van Klaver heeft een wat hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte. Had GL twee jaar geleden maar door gehad dat ze blind waren voor de echte ongelijkheid, maar toen had Piketty zijn boek nog niet geschreven.Van mij mag Klaver overigens alsnog ‘rijken pesten’, maar dan moet hij eerst een project tegen het pesten van armen opzetten (als taakstraf voor de foute daden van GL).

02 november 2014

Piet Hein Donner (CDA): 10 jaar na Theo van Gogh

Nu we het toch over Piet Hein Donner hebben, we zijn natuurlijk vergeten te vermelden dat hij minister van justitie was toen Theo van Gogh werd vermoord, vandaag precies tien jaar geleden. Na de moord op Van Gogh verklaarde Donner dat de wet op de smalende godslastering uit het Wetboek van Strafrecht actiever moest worden toegepast. Hij bedoelde dat mensen als Theo van Gogh hun mond moesten houden als het om god ging, zeker als het de god van anderen was. Volgens Donner mocht men geen kritiek hebben op mensen die menen dat ze de waarheid in pacht hebben en die denken dat hun waarheid hen het recht geeft ‘ongelovigen’ te vermoorden. De meest positieve interpretatie van zijn voorstel was dat als de fundamentalistische islam niet bekritiseerd zou worden, er ook geen terreuraanslagen als die tegen Van Gogh meer zouden zijn. Een naïeve gedachte. Fundamentalisten denken altijd dat ze, namens hun god, het recht hebben anderen te vermoorden, kritiek of geen kritiek. Het voorstel van Donner leidde indertijd voornamelijk tot grote verontwaardiging. Zo schreven vrienden van Theo van Gogh in een open brief aan de minister: “Moeten mensen die religies en de extreme uitwassen daarvan ridiculiseren en aan de kaak stellen, nu behalve terroristen ook uw ambtenaren vrezen?” Er werd weinig meer van Donner’s voorstel vernomen. Van Donner zelf, helaas, des te meer, zoals we gezien hebben. Deze man, die zo’n triest spoor door de Nederlandse politiek heeft getrokken, hoeft als vice-voorzitter van de raad van state alleen nog maar de koning boven zich te dulden. 

01 november 2014

Piet Hein Donner (CDA): derivaten?

Over Piet Hein Donner hebben we het al vaak gehad. Een paar van zijn politieke pareltjes: de schipholbrand (waarvoor hij aftrad), a-sociale wetgeving  rond de AOW (waarvoor hij niet aftrad), zitting nemen in een kabinet dat door Wilders werd gedoogd terwijl hij daarvoor (en daarna!) het gedachtengoed van Wilders afkeurde. Nu is hij vice-voorzitter van de Raad van State en houdt weer half zalvende, half vermanende toespraken. Afgelopen zomer tijdens de verhoren rond de parlementaire enquête woningcoöperaties werd duidelijk dat hij in september 2011 als minister van binnenlandse zaken al wist van de Vestia affaire, drie maanden voordat zijn opvolgster, Liesbeth Spies, de Kamer daarover inlichtte. Waarom hij zelf de Kamer niet had ingelicht? Zijn letterlijke antwoord was: “Het is de taak van de Kamer om te controleren wat de regering doet. Dan moet er eerst zijn vastgesteld wat het probleem is (...).” Maar Donner begreep de problemen bij Vestia nog niet helemaal en dus kon hij ze ook niet aan de Kamer uitleggen. Donner is jurist, geen econoom. Hij was als minister wel indirect baas over een sector waar miljarden in omgaan. Donner begreep dus niet dat als je miljarden besteedt om met derivaten te speculeren op een rentestijging, je ook miljarden kan verliezen. De Kamer zou het ook wel niet begrijpen, dacht Donner kennelijk zelf. Dus hij hield zijn mond. De enquêtecommissie vindt dat hij een parlementaire doodzonde heeft begaan:  "(…) het feit dat minister Donner de Tweede Kamer niet informeert over de omvang van de problemen en de risico's bij Vestia staan op gespannen voet met de actieve informatieplicht van de minister ten opzichte van de Tweede Kamer." Gelukkig zit hij inmiddels hoog verheven boven het politieke gewoel in de raad van State, waar hij de Kamer de les kan lezen.