31 mei 2014

Erwin Lensink (waxinelichthoudergooier): de vrede van Münster

In 1648 werd de vrede van Münster getekend die een eind maakte aan de tachtigjarige oorlog en Nederland definitief los maakte van Spanje. Willem van Oranje had een grote rol gespeeld in de strijd van de Nederlandse provinciën tegen de Spaanse monarchie, zoals we natuurlijk allemaal weten uit onze geschiedenisboekjes. We kunnen deze Willem met een gerust hart Vader des Vaderlands noemen, omdat mede dankzij zijn inbreng de Verenigde Nederlandse provinciën een vrije republiek kon worden. Erwin Lensink, inmiddels de meest bekende republikein van Nederland, is ook een fan van de VdV, maar niet van de huidige Willem. Hij denkt zeker te weten dat de huidige koninklijke familie niet afstamt van de Vader des Vaderlands en daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. Iedere gelegenheid neemt hij te baat om zijn frustratie over de verdwenen genen van de VdV te uiten. Maar telkenmale wordt hij gearresteerd of op enigerlei wijze verwijderd van de plek waar de huidige Willem vertoeft. Bij de kroning vorig jaar zat hij in het gevang. Eind vorig jaar bij het naspelen van de landing van Willem VI, later koning Willem I, wilde hij protesteren tegen de “geschiedvervalsing”, maar werd gearresteerd. Afgelopen week bracht de huidige koning Willem een bezoek aan Münster. Voor een echte republikein een uitgelezen moment om zijn historisch besef en trouw aan de republiek te tonen door te verwijzen naar de vrede van Münster. En inderdaad, Erwin Lensink was er. Naar het schijnt stond hij voor het gebouw waar de vrede in 1648 werd getekend en demonstreerde daar tegen de monarchie. Historisch besef! Helaas, weer werd hij afgevoerd voor het koninklijk paar een glimp van hem kon opvangen. 

30 mei 2014

Frank Kalshoven: gespreksleider I

Frank Kalshoven is een man met voorop gezette meningen die hij niet snel zal verlaten. Wij zagen al hoe hij eind jaren 90 een adept was van de lastenverlichting-met- loonmatiging-is-goed these. Tien jaar later werd ik weer eens met zo’n Kalshoven’s vooroordeel geconfronteerd. Het ging toen over de these dat de Nederlandse overheidsschuld ‘onhoudbaar’ was. Die these kwam, al weer, van het CPB. Vanaf het begin van deze eeuw publiceerde het CPB rapporten die ‘aantoonden’ dat als er op dezelfde weg voortgegaan zou worden met de overheidsuitgaven en -inkomsten de overheidsschuld vanaf het midden van deze eeuw zou gaan exploderen. In maart 2010 was er weer zo’n rapport: er zou per jaar zeker 29 miljard euro bezuinigd moeten worden om de schuld van de overheid binnen de perken te houden. Aldus het CPB. Deze these werd onder economen breed aangehangen, maar niet door mij. In De Volkskrant kwam ik in een opiniestuk in een berekening erop uit dat het houdbaarheidstekort net zo goed nul (0!) zou kunnen zijn, als je iets andere veronderstellingen maakte. Geen nood. De hooggeleerde economen Lans Bovenberg en Bas Jacobs kwamen een paar weken later met de opvatting dat de overheid 65 miljard zou moeten bezuinigen om de schuld weer onder controle te krijgen. Tijd voor een economenbijeenkomst over noodzakelijke bezuinigingen. Die kwam er in het voorjaar van 2010 en werd geleid door: uw gespreksleider Frank Kalshoven. 

29 mei 2014

Edith Hooge: gezellig, onderwijsvrouwen onder elkaar

Dr. Edith Hooge is bijzonder hoogleraar onderwijsbestuur. Zij heeft tien tot vijftien jaar doceerervaring, maar of zij een goed docent is weet ik niet. Onlangs mocht zij voor de minister van onderwijs, Dr. Jet Bussemaker, een essay schrijven over de stand van het onderwijsbestuur. De minister was er blij mee: “Haar prikkelende beschouwing biedt zeker aanleiding tot reflectie.” Zeker, al vond ik wel dat er erg veel open deuren werden ingetrapt. Er was echter één deur die van mij ook gesloten had mogen blijven. Laten wij doctor Edith letterlijk citeren: “Als vrouwen niet meer dan drie dagen willen werken, betekent dit vaak dat zij het primaat leggen bij (…) de zorg voor thuis, in plaats van bij de uitoefening van het beroep van leraar en de continue professionalisering die daarbij hoort. Deeltijdwerkers blijken dan ook niet de beste leraren (…).” Deze diskwalificatie van ‘deeltijdjuffen’ ontleent zij aan een recent rapport van de onderwijsinspectie uit naam van mevrouw drs. A. Roeters. Gezellig hoor, al die onderwijsvrouwen bij elkaar, maar inderdaad: vooroordeel bevestigend. Vrouwen onder elkaar schijnen elkaar nogal eens de tent uit te vechten. Hier zijn de deeltijdjuffen de klos. Heeft mevrouw drs. Roeters een bewijs voor haar stelling? In de verste verte niet, zij zuigt het uit haar niet zo geleerde drs. duim. En trouwens: professor dr. Edith is zelf toch ook deeltijddocent aan een universiteit die ik ook nog eens redelijk ken? Kan zij zelf als hooggeleerde deeltijdjuf dan wel voor de ‘continue professionalisering’ zorgen? Laat ik het zo zeggen: ik benijd haar studenten niet. 

27 mei 2014

Frank Kalshoven: economisch denker?, I

Eind jaren 90 was ik lid van de programmacommissie van het CDA. In die tijd werd lastenverlichting, gekoppeld aan loonmatiging, beschouwd als het beste economische beleid dat voorstelbaar was. Zo zat het toendertijd ook in de macro-economische modellen van het CPB: lastenverlichting zorgde er voor dat de vakbonden bereid waren de looneisen te matigen en loonmatiging leidde volgens die modellen dan weer tot een toename van de werkgelegenheid en dus tot een stijgend nationaal inkomen, enzovoorts. Ik geloofde daar toen niets van. In de programmacommissie pleitte ik tegen lastenverlichting. Met het oog op de toekomstige vergrijzing zou er juist een buffer bij de overheid opgebouwd moeten worden om de kosten eerlijker over generaties te spreiden. Diverse andere leden in de programmacommissie waren het met me eens (waaronder de latere minister van financiën, Jan-Kees de Jager), maar een verkiezingsprogramma zonder enige lastenverlichting durfde men ook niet aan en dus werd er toch lastenverlichting voorgesteld, maar zo ongeveer de laagste lastenverlichting van alle partijen. In die tijd was Frank Kalshoven al columnist bij De Volkskrant en op een kwade dag brak hij zijn economische staf over het verkiezingsprogramma van het CDA. Hij schreef zoiets als (helaas ben ik de oorspronkelijke tekst kwijt) dat er bij het CDA kennelijk geen economisch benul aanwezig was om zo weinig lastenverlichting voor te stellen. Hij ging dus mee in de gangbare visie. Het kabinet dat na de verkiezingen aan het bewind kwam (PvdA, VVD en D66) gaf ruimhartig lastenverlichting, maar de loonmatiging kwam er niet. De economie raakte oververhit en het overheidstekort groeide. Kalshoven heeft zijn mening over het ‘economisch onbenul’ nooit herzien, geloof ik. Hij bleef gangbare meningen achterna lopen, zoals ik ongeveer tien jaar later weer eens merkte. Daarover een volgende keer.

25 mei 2014

Martin Bosma (PVV): ‘Ons’ wacht het lot der Afrikaanders, II

Wacht autochtone Nederlanders een toekomst gelijk aan die van blanken in Zuid-Afrika? Volgens Martin Bosma wel. Over 50 tot 100 jaar zullen ‘wij’ in de minderheid zijn en politiek vleugellam, zoals nu de blanken in Zuid Afrika die sinds het opheffen van de apartheidspolitiek overheerst worden door het ANC. Het is misschien niet zo prettig politiek machteloos te zijn, maar gaat het verder wel zo slecht met de blanken in Zuid Afrika? Gemiddeld niet, want de afschaffing van de apartheid heeft de blanken economisch weinig schade toegebracht en een landroofscenario, zoals in Zimbabwe, heeft zich ook niet voorgedaan. Het ANC stuurt niet aan op een Mugabe-beleid, maar blijkt ook niet in staat een beleid te voeren waarbij de middelen eerlijker verdeeld worden. Bosma heeft dan weer wel gelijk dat rijke blanken in Zuid-Afrika vaak slachtoffer zijn van misdaad. Vooral welvarende blanke boeren zijn hun leven niet zeker en zijn vrijwel weerloos tegen overvallen en moordaanslagen. Maar misdaad treft niet alleen blanken. Zwarte vrouwen in Zuid-Afrika hebben bijvoorbeeld het hoogste risico in de wereld om verkracht te worden. Dus, Martin Bosma’s voorspelling dat Nederland op weg is naar een situatie waar de autochtone Nederlanders veruit in de minderheid zijn is om demografische redenen onzin. Of in Nederland een situatie van extreme ongelijkheid en extreme misdadigheid, zoals in Zuid Afrika, tot stand zal komen, is nog niet te zeggen, maar je moet wel een heel extreme pessimist zijn om dat te willen geloven. 

24 mei 2014

Martin Bosma (PVV): ‘Ons’ wacht het lot der Afrikaanders, I

Martin Bosma  heeft, volgens de NRC, beweerd dat links van plan is de Europese bevolking van Nederland in dezelfde minderheidspositie te brengen als blanke Afrikaners na het einde van de apartheid in Zuid Afrika. Dat kan nog wel even duren, vijftig jaar of honderd jaar, maar dan is het zover. Hij schijnt dit opgeschreven te hebben in een boek dat niet gepubliceerd wordt. Misschien dat hij in dat niet te verschijnen boek deze stelling nader onderbouwt, maar het zal behoorlijk veel gedachtenkronkels vergen om een bewijs te kunnen geven. Eerste probleem: hoe kun je een meerderheid (‘autochtone Nederlanders’) in een minderheidspositie ‘brengen’? Op dit moment is ongeveer 80% van de bevolking autochtoon en er zijn 12% niet-Westerse allochtonen. De verwachting is dat die laatste groep over 50 jaar 18% van de bevolking uitmaakt, een aanzienlijke stijging, maar nog altijd zijn de niet-Westerse allochtonen dan in een minderheid. Toch zal Bosma de niet-Westerse allochtonen op het oog hebben als hij vreest dat de Nederlandse blanken in dezelfde positie komen als de Afrikaners in Zuid Afrika tegenover de overgrote meerderheid van zwarten. De Afrikaners maken ongeveer 5% uit van de Zuid Afrikaanse bevolking, de zwarten 80%. Voordat de blanke Nederlanders in die positie zijn, zijn we niet 100, maar zeker 200 jaar verder. Maar over 200 jaar weten we misschien niet eens meer wie een niet-Westerse allochtoon is of was. Het is nu vaak ook al niet meer uit te maken of Nederlanders een Indonesische afkomst hebben, of niet. Maar er is een tweede probleem: die Afrikaners zijn helemaal niet in zo’n beroerde positie in Zuid Afrika. Daarover later meer.   

22 mei 2014

Arnold Heertje: kristalnacht voor de jeugdzorg (slot)

Ambtenaren worden in hun professioneel contact met burgers vaak geconfronteerd met fysiek of verbaal geweld. Die burgers gaan er soms toe over om naam en adres van de ambtenaren waar men niet tevreden over is, op internet te zetten. Dan kan iedereen erop af om hun eigen rekening te vereffenen. Het werk komt dan min of meer letterlijk naar huis. Soms gaan ambtelijke organisaties er toe over om dat via juridische weg te stoppen. Dat gebeurde in het geval van de jeugdbescherming van Amsterdam, waar Arnold Heertje, de namen van medewerkers van jeugdzorg had genoemd en vergelijkingen had gemaakt met gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. De rechter noemde deze actie van Heertje deze week een onrechtmatige daad. Hij had in de desbetreffende zaak maar één kant van de zaak belicht, namelijk die van de moeder en niet die van de vader. Als hij een meer genuanceerde beschrijving had gegeven, zou hij het waarschijnlijk niet over ontvoering door de jeugdzorg hebben gehad. Toch was Heertje in zijn nopjes met deze rechtelijke uitspraak, zoals uit de krant blijkt, want het was hem niet verboden in de toekomst hetzelfde te doen. Hij zei letterlijk:  “Ook mag ik namen van medewerkers noemen, als dat functioneel is. Het is Jeugdzorg niet gelukt mij de mond te snoeren.” Mag ik ook een onsmakelijke vergelijking maken in de geest van Heertje? Heertje wil een kristalnacht organiseren tegen medewerkers van de jeugdzorg, door hun namen op internet te zetten, zodat iedereen de ramen kan ingooien. 

21 mei 2014

Arnold Heertje: campagne tegen jeugdzorg II

Arnold Heertje dus, bezig aan een campagne tegen de jeugdzorg, want die maakt van de kinderen “producten, waarmee veel geld wordt verdiend (…) ten behoeve van medewerkers.” Heeft Heertje een bewijs? Jazeker, luister naar wat professor Heertje enige tijd geleden beweerde:  “In Amsterdam is door jeugdzorg een kind ontvoerd uit de school waar hij meer dan drie jaar tot volle tevredenheid van hemzelf, zijn moeder en de schoolleiding op zat. Hij is naar een geheime plaats gebracht, zodat ook zijn moeder niet langer weet waar hij verblijft.” Enzovoorts, enzovoorts. Het is hetzelfde geval als waar Corine de Ruiter zich mee bemoeid heeft. Het lijkt erop dat de (gescheiden) moeder van het kind, waar Heertje het over heeft, diverse personen voor haar karretje heeft gespannen om er voor te zorgen dat het kind uit de buurt van de vader kon blijven, zelfs nog nadat de rechter het ouderlijk gezag aan de vader had toegewezen. Behalve Professor Corine de Ruiter heeft dus ook Professor Arnold Heertje zich laten meeslepen door een vrouw die met een vechtscheiding bezig was. Voor Heertje was dat wel de eerste keer, althans naar eigen zeggen. In de krant zei hij: “Ik heb me nog nooit in mijn leven laten meeslepen.” Heertje erkende natuurlijk niet dat hij er naast zat met zijn oordeel. Integendeel, want het kind blijkt nu op een slechte school te zitten, waar hij niet wordt uitgedaagd. “Een verschrikkelijke calamiteit.” Dat de moeder haar kind gebruikte als wapen tegen de vader is kennelijk een geringere calamiteit dan dat het kind op een verkeerde school zit.

16 mei 2014

Arnold Heertje: perverse prikkels voor jeugdzorg of voor hemzelf? I

Over Arnold Heertje hebben we het al eens gehad (zie hier en hier). Een vermoeiende, tamelijk pedante man, dus, met wereldvreemde adviezen (bijvoorbeeld dat we meer moeten sparen, terwijl Nederland al zo ongeveer het meest spaarzame land ter wereld is, met uitzondering misschien van China). Nu blijkt hij bezig te zijn aan een campagne tegen de jeugdzorg. Volgens hem worden kinderen te snel onder toezicht geplaatst, waarna die kinderen speelbal zijn van de bureaucratische instellingen. “De bureaucratie maakt van de kinderen producten, waarmee veel geld wordt verdiend (…) ten behoeve van medewerkers.” Kinderen worden dus, volgens Heertje, van de moeder weggehaald, niet om de kinderen te helpen, maar omdat de bureaucratie daar zelf beter van wordt. Dat de jeugdzorg een bureaucratisch geheel is die misschien niet de juiste prikkels krijgt bij zijn optreden (zoals iedere bureaucratie), dat wil ik geloven. Wij doceren bureaucratietheorie immers zelf aan onze studenten, maar wij weten natuurlijk ook dat bureaucraten een intrinsieke motivatie kunnen hebben om hun ‘zaak’ te dienen. Net zo als artsen (ook een soort bureaucraten en uit op een mooi inkomen) gemotiveerd kunnen zijn om hun patiënten te genezen. Heertje ziet echter in elke interventie van de jeugdzorg een brute aanslag op het kind en de ouder. Heertje Himself vermeldt dat hij in zijn nieuwe boek Economie laat zien “hoezeer perverse prikkels een gedrag uitlokken van medewerkers op de werkvloer dat niet past in een vredelievende en humane samenleving.” Dus, veroorzaakt hij zoveel stennis (inclusief kort geding) om een boek van hem te promoten? Nogal een perverse prikkel.

15 mei 2014

Corine de Ruiter: psychologe, II?

Edith L. had mij dus verdacht gemaakt bij diverse mensen in mijn faculteit en iedereen geloofde haar. Wat heeft dit verhaal met Corine de Ruiter, forensisch psycholoog te Maastricht, te maken? Het volgende. Deze week las ik dat zij is veroordeeld door het medisch tuchtcollege omdat zij zich in een echtscheidingszaak vereenzelvigd had met de mening van de moeder. De Ruiter had de beschuldigingen van de moeder dat haar ex-man hun kind (7 jaar) had mishandeld en misbruikt, zonder wederhoor opgenomen in een rapport.  Dat was zeer verrassend, want vorig jaar schreef ze nog het volgende in de NRC: “De meest gehoorde klacht over rapporten in omgangszaken is dat ze onvoldoende objectief zijn. Zogenaamde confirmation bias, het interpreteren in een enkele richting, is een groot gevaar. Dit treedt op als een deskundige zich laat leiden door persoonlijke ervaringen met een van de strijdende partijen (…).” Blijkt Corine de Ruiter in het mes gelopen te zijn dat ze zelf een jaar geleden nog naar aanleiding van de moord op Ruben en Julian had geslepen. De desbetreffende moeder heeft kennelijk De Ruiter zo weten te manipuleren dat De Ruiter, zonder met de vader of het zoontje te hebben gesproken in staat was op te schrijven dat er “frequente en serieuze aanwijzingen [zijn] voor het bestaan van een ernstig vermoeden van meerder vormen van kindermishandeling (…) .” Er bleek bij nader onderzoek geen enkele aanwijzing of vermoeden te zijn. Hoe kon dit? Dit kon niet anders zijn dan een geval van het ‘meisje met de tranen’ waar ik ook zo’n last van had gehad. De Ruiter heeft zich psychisch laten overrompelen door een vrouw die zich als weerloos en onschuldig heeft voorgedaan. Die vrouw noemde De Ruiter ‘de beste psycholoog’ van Nederland, maar die kwalificatie kunnen we gerust doorstrepen. 

14 mei 2014

Corine de Ruiter: psychologe, I?

Het onderstaande verhaal lijkt niets met Corine de Ruiter van doen te hebben. Een jaar of acht geleden kwam een collega met wie ik vaak jonge economen begeleidde bij het schrijven van een proefschrift bij mij met het verhaal van een jonge econome die schandelijk in de steek was gelaten door haar begeleider. Ik geloofde het verhaal: zij oogde als een weerloos klein meisje met tranen in de ogen. Dus namen we de begeleiding van Edith L. (verzonnen naam) over. Ik regelde dat er een deskundige bij zou komen om haar te helpen en Edith en ik gingen samen naar het buitenland om data te verzamelen. Inmiddels had ik wel wat twijfels gekregen over haar onderzoekscapaciteiten. Zo was ze, hoewel ze een exacte opleiding achter de rug had, nauwelijks in staat een wiskundige functie te differentiëren. Bovendien had Edith voortdurend ruzie met de deskundige. Ik dacht dat het aan die deskundige lag. Maar toen begon er opeens meer te wringen. Het werk vlotte niet, zodat ik steeds meer van haar werk begon over te nemen. Op een gegeven ogenblik bleek dat ze met een deel van de data die wij samen hadden verzameld naar een redelijk bekende econoom elders in het land was gestapt. Zonder mij daar in te kennen. Nadat ik een door mij voltooid gezamenlijk artikel naar een tijdschrift had gestuurd, naar ik dacht met de toestemming van Edith, bleek opeens dat ze een klacht tegen mij had ingediend bij de onderzoekdecaan van de faculteit omdat ik haar gepasseerd had. Ze had ook nog een klacht tegen mij ingediend omdat ik haar verhinderde haar proefschrift af te schrijven. Ik was verbijsterd, maar ook machteloos, want iedereen geloofde haar. Zij had haar verhaal gedaan met tranen in haar ogen. 

13 mei 2014

Paul Tang (PvdA): geen grijze EP-muis, maar een nieuwe Keynes

Hij is een gesjeesd onderzoeker, ambtenaar en nationaal politicus (liet Miljoenennota lekken naar RTL). Dus is Paul Tang uitermate geschikt om PvdA-lijsttrekker voor het Europees parlement (EP) te worden. Hij is, zo weet ik uit ervaring, best wel een aardige en benaderbare man. Bovendien is hij beslist geen grijze muis. Die laatste informatie komt dan weer van hemzelf, want dat zei hij deze ochtend in een interview in de krant. In dat interview zei hij ook wat we van hem konden verwachten als de socialisten in het EP de meerderheid zouden halen bij de komende verkiezingen. Dan zou in heel de EU werkloosheid verdwijnen. Dus, de nieuwe John Maynard Keynes is opgestaan  met een geniaal plan om de werkloosheid van de 21e eeuw te laten verdwijnen. Hoe dan? Welnu, het plan van Paul ‘Keynes’ Tang is om een nieuwe norm in de EU in te voeren, de Tang-norm, en die norm zegt dat de werkloosheid in geen enkele lidstaat van de EU hoger mag zijn dan 5%. Het is inderdaad al even simpel als geniaal. Dus, zeg dat in Nederland de werkloosheid ruim 8% is van de beroepsbevolking. Dat komt neer op ongeveer 690.000 werkzoekenden. Dan zal de regering aan ongeveer 290.000 van hen geen uitkering mogen geven, maar een arbeidsinkomen. Anders is er niet voldaan aan de Tang-norm. Simpel en het werkloosheidsprobleem is opgelost. 

12 mei 2014

Alexander Pechtold (D66) & co: voetbalt voor de EU (niet voor Oranje)

Het is altijd leuk de eurofielen in de politiek op hun foute vergelijkingen of redeneringen te betrappen (geldt ook voor de fouten van de eurofoben, maar die moeten anderen maar signaleren). Het afgelopen weekend stond er in mijn krant een weerwoord van Alexander Pechtold en Sophie in ’t Veld op een anti-Europa betoog van Geert Wilders en Maurice de Graaff (PVV). Smul van het volgende citaat uit het stuk van Pechtold & co: “Ja, Europa wordt ondemocratisch bestuurd en de financiën zijn ondoorzichtig. Op basis van die argumenten is het eveneens hoog tijd dat Nederland uit de UEFA stapt. Dan organiseren we gewoon zelf vriendschappelijke voetbalwedstrijden. Zelfs als we die allemaal winnen zullen we nooit Europees kampioen worden. Als we wel willen blijven meevoetballen met de grote jongens, zal Nederland dit moeten doen volgens de spelregels die alle landen samen opstellen.” Kassa! Want volkomen misplaatste vergelijking van de EU met voetbal. Het mengsel EU-voetbal is voor de kleine voetballanden een bijzonder giftig mengsel gebleken en heeft er juist toe geleid dat die landen niet meer mee kunnen voetballen, in de Champions League bijvoorbeeld. Door de regels van de EU kunnen de clubs van de grote voetballanden (waaronder Engeland en Spanje) immers min of meer proletarisch winkelen bij de clubs in de kleine voetballanden (waaronder Nederland). De Nederlandse voetbaltalenten voetballen daardoor meestal al elders als ze nauwelijks de voetballuiers zijn ontgroeid. De voortdurende leegloop van clubs ondermijnt de kwaliteit van de Nederlandse voetbalcompetitie. Door de regels van de EU dus. Zullen we dan maar wel uit de EU stappen, maar niet uit de UEFA? Kunnen we misschien weer eens de Champions League winnen.

11 mei 2014

Mark Rutte (premier): waar is uw pinpas?

Tot pakweg tien jaar geleden was ik overtuigd eurofiel. Met de uitbreiding van de EU naar Oost Europa was ik echter niet zo blij: onze welvaartsstaat werd op het spel gezet door arme landen met een mobiele bevolking bij de gemeenschappelijke markt te betrekken. Toen in 2005 het referendum over de Europese grondwet kwam, was ik inmiddels helemaal om. De grondwet en daarmee de EU deugde niet, want de doelen en soms ook de instrumenten spraken elkaar tegen in die grondwet. Lidstaten wilden kennelijk allemaal wat anders en om die tegengestelde voorkeuren te verzoenen werd de Grondwet gewoon innerlijk inconsistent gemaakt. Nu krijgen we Europese verkiezingen en de partijleiders spreken zich uit over Europa waaronder de premier van alle Nederlanders. Hij wil een Europa dat Nederland dient. Zijn standpunt blijkt de oude inconsistentie van de EU grondwet van 10 jaar geleden geenszins overwonnen te hebben. Zo zegt hij: “Maar er zijn partijen die het liefst eurobonds willen. Ik vraag u: zou u een pinpas willen delen met de rest van Europa?” Eurobonds, dat betekent dat alle schulden van de eurolanden gezamenlijk worden gefinancierd. Dat wil Rutte niet, vanwege uw pinpas. Die pinpas heeft Rutte echter allang afgegeven: met het Europese noodfonds (voor landen in nood waar Nederland aan bijdraagt), met de instelling van de bankenunie (waarbij de landen gezamenlijk verantwoordelijk worden voor het in stand houden van banken), met de automatische sancties in het begrotingspact waardoor lidstaten (waaronder Nederland) bij grote economische problemen niet meer hun eigen beslissingen kunnen nemen. Wij zijn al ruimhartig onze pinpas aan het delen met Europa, maar de premier blijkt dat nog niet door te hebben.

10 mei 2014

Jan van Ours c.s.: Peter Nijkamp is een veelschrijver

Vijfentwintig (25!!) jaar geleden stond ik in de Economentop 40 die toen een kleine 10 jaar bestond. Ik stond in de Top 40, omdat ik toen vrij veel en vrije lange artikelen had gepubliceerd. Die artikelen waren geen van alle echt goed, hoewel ze wel op goede ideeën waren gebaseerd (al zeg ik het zelf). De jaren daarop probeerde ik met anderen die ideeën verder uit te werken. Dat lukte in een beperkte mate: het leidde tot publicaties die veel beter waren dan die van 25 jaar geleden, maar ze waren toch niet helemaal top. Ik duikelde uit de Top 40 en langzaam maar zeker begonnen de frustraties over de economische wetenschap en mijn rol daarin zich op te hopen. Een half jaar geleden heb ik bij een verhuizing mijn hele onderzoekarchief in de papierversnipperaar gegooid. Had het ook anders gekund? Zeker, maar dan had ik een groot netwerk moeten onderhouden, aan iedereen moeten vertellen hoe goed ik wel niet was, moeten hengelen naar belangrijke functies, enz.. Allemaal dingen die aan mij niet erg besteed zijn. Wel aan Peter Nijkamp die tientallen papers per jaar schrijft, met Jan en alleman. Jan van Ours c.s. heeft dat in het economenblad ESB op een subtiele manier aan de kaak gesteld. Met collega’s bedacht hij een methode om kwantiteit bij de meting van onderzoeksproductiviteit uit te schakelen. Op die methode valt wel wat af te dingen, maar een opvallend resultaat is wel dat Peter Nijkamp die bij de ‘traditionele’ meting steevast in de Top 10 stond nu zelfs helemaal buiten de Top 40 valt. De boodschap van Jan van Ours: bij Nijkamp heeft de kwantiteit het gewonnen van de kwaliteit. 

09 mei 2014

Nourdini Tighhadouini (besuurskundige): aangifte tegen Geen Stijl

We herinneren ons natuurlijk allemaal hoe Geert Wilders aanhangers had opgezweept “minder, minder” te scanderen als antwoord op zijn vraag of er meer of minder Marokkanen zouden moeten komen. Wat volgde was een anti-Wilders hysterie die opeens over ons land spoelde. Er waren journaalbeelden van overvolle politiebureaus waar tientallen burgers en, soms, hun burgemeesters aangifte tegen Wilders gingen doen. Politieagenten waren druk bezig, onder het oog van de camera’s, de nette burgers te helpen met het invullen van de aangifte, terwijl elders in het land een juweliersechtpaar bijna vermoord werd door twee Marokkanen. De anti-Wilders hysterie ging zo ver dat zelfs de jongens van Geen Stijl zich van hem afwendden. Kortom, het was echt hysterie, op geen enkele rationele overweging gestoeld. Die hysterie leek een beetje aan het wegebben totdat gisteren in mijn krant (De Azijnbode in het vocabulaire van Geen Stijl) een paginagroot artikel verscheen over de ‘bestuurskundige’ Nourdini Tighhadouini die aangifte ging doen tegen Geen Stijl. Wij citeren even letterlijk De Azijnbode: “Tighhadouini heeft zich enorm gestoord aan Wilders die op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart (….etc. etc., zie boven, HV). Geen Stijl is de dagelijkse spreekbuis van Wilders. Hij is continu aan het krenken en opruien, zet mensen tegen elkaar op.” Geen Stijl de spreekbuis van Wilders? Kijk nogmaals naar dit: Geen Stijl. De jongens (meisjes zijn daar, geloof ik, niet) van Geen Stijl hoeven niet eens een dure advocaat in te huren, mocht het tot een rechtszaak komen. Ze sturen gewoon deze verwijzing naar hun eigen repertoire naar de rechter om de klacht van de bestuurskundige te ontkrachten.

08 mei 2014

Thomas Bedaux: design, ten koste van de buren

De Pieter Pauwstraat in Tilburg is een klein straatje dat aan de kant van de even huisnummers begon met een grasveldje (op Google maps is nog te zien hoe het was). Het zijraam van hoekhuis met nummer 2 keek uit op dit grasveldje, een prachtige plek om te wonen. Mensen uit de buurt hadden wel eens geïnformeerd bij de gemeente wat de bestemming was van dit grasveldje, maar zij kregen dan steevast te horen dat er absoluut niet op gebouwd mocht worden. Vooral voor de bewoners van het hoekhuis, nummer 2, was dat een prettig vooruitzicht. Totdat op een zekere kwade dag een bouwbedrijf zich meldde bij het stukje grasveld en het begon af te graven. Er zou een huis gebouwd gaan worden. Inmiddels staat het huis er (zie foto). Het afgelopen weekend stond dit huis en zijn bewoners in een design-special van De Volksrant. Het huis is ontworpen en wordt bewoond door architect Thomas Bedaux, telg uit een “fameus architectengeslacht”, zoals de krant meldt. Inderdaad, Tilburg staat vol met huizen die vooral door grootvader Bedaux werden ontworpen. Als telg uit zo’n familie kun je nog wel een potje breken bij de gemeente kennelijk, want het bestemmingsplan werd speciaal voor hem aangepast. In het Volkskrant-artikel komt Thomas ook aan het woord. Hij zegt dat de smalle aluminiumkozijnen van zijn huis verwijzen naar de jarendertigarchitectuur in de straat. Wij zien geen enkele verwijzing. Wat wel blijkt is dat het voormalige hoekhuis, nummer 2, getrakteerd is op een uitbouw pal naast het zijraam. De architect Bedaux die naar eigen zeggen “voor praktische zaken een oplossing moest bedenken” heeft een hoge, grote stenen muur laten zetten naast een achterom voor de buurt. Dat is nog eens design. Ten koste van de buren.

06 mei 2014

Jan van Ours: topeconoom over fluteconoom Harrie Verbon

Een paar weken tijd geleden was ik wat aan het ‘zappen’ op internet en kwam op de site van De Telegraaf de volgende passage tegen: “Dat Van Ours en Eijffinger geen vrienden zijn, bleek al uit een eerder blogje van de arbeidseconoom. Naar aanleiding van kritiek van onder meer Eijffinger op de aanstelling van Laura van Geest bij het Centraal Planbureau (zij zou onvoldoende wetenschappelijke statuur hebben) schreef Van Ours: 'Geen van de kritische hoogleraren heeft zelf ooit in een wetenschappelijk toptijdschrift gepubliceerd. Ze zijn geen wetenschappelijke hoogvliegers maar toch tot hoogleraar benoemd.' Deze sneer was ook bedoeld voor Bas Jacobs en Harrie Verbon, die net als Eijffinger Van Geest hadden bekritiseerd.” Jan (op dit blog geen collega van mij) had het dus op mij gemunt. Omdat ik bang was dat de nieuwe directeur van het CPB te veel ontzag zou hebben voor de CPB-modellen, terwijl die soms juist op een wetenschappelijk onverantwoorde manier ingezet worden. Jan van Ours claimt dat ik daar niets van af kan weten, omdat ik niet in toptijdschriften heb gepubliceerd. Daar zitten minstens twee aannames achter. De eerste is dat Van Ours precies weet wat toptijdschriften zijn en de tweede is dat alleen economen in de door van Ours aangewezen tijdschriften een mening over economie en economen kunnen en mogen hebben. Zowel voor Bas Jacobs als voor mij geldt dat we in één van de toptijdschriften in ons eigen vakgebied hebben gepubliceerd, maar voor Jan is dat natuurlijk niet top genoeg. Hij heeft zijn eigen toplijstje. De tweede aanname is nog onzinniger, want het zou betekenen dat de directeur van het CPB niet door het voltallige kabinet, maar alleen door minister Plasterk zou mogen worden benoemd. Plasterk heeft namelijk in Science en Nature gepubliceerd.       

04 mei 2014

Peter Nijkamp (VU): migratie als blijde boodschap

Zoals gezegd heb ik een aantal van de door de NRC en De Volkskrant gefileerde artikelen van Peter Nijkamp gelezen en ben er nu mee begonnen serieus inhoudelijk commentaar op die artikelen te geven. Dat is wat Peter Nijkamp ook verlangde van de critici die hem van zelfplagiaat beschuldigden. Het tweede in de reeks is weer een artikel dat ook in het proefschrift van Kourtit is opgenomen, als hoofdstuk 7. Laat me opnieuw herhalen dat ook als een wetenschappelijk artikel van twijfelachtige kwaliteit is, het toch zou kunnen dienen als een deel van een proefschrift. Een proefschrift is zo goed als de promotor. Dus ook als het artikel dat we nu gaan bespreken van dubieuze kwaliteit is (en helaas voor Nijkamp, dat is het geval), mag het nog steeds in het proefschrift van Kourtit worden opgenomen. Een proefschrift is niets meer dan een bewijs dat de schrijver in staat is zelfstandig onderzoek te doen van een voldoende niveau. Wat voldoende is, bepaalt de promotor in samenspraak met de zogenaamde leescommissie. Bij Kourtit was de promotor Nijkamp en de leescommissie vond Kourtit een “veel belovende jonge wetenschapper”, dus er is geen vuiltje aan de lucht. De rector van de Vrije Universiteit (VU) waar de promotie moet plaats vinden, zal zich wel achter de oren moeten krabben. In 2008 verhinderde hij indirect een promotie aan de Technische Universiteit van Eindhoven (TUE), omdat hij, zoals hij op 9 februari van dat jaar in De Volkskrant liet weten het CvB van de TUE had ingelicht over de "twijfelachtige kwaliteiten van het proefschrift." Dat ging toen over een proefschrift dat door de leescommissie aan de TUE was goed gekeurd. We zullen dus nog wel van de rector horen over het proefschrift van Kourtit. Lees hier verder voor mijn ‘review’.