24 april 2014

Peter Nijkamp (VU): reputatie verspeeld?

De commissie Zwemmer is bezig het werk van Nijkamp door te ploegen op ‘zelfplagiaat’. Dat lijkt me niet zo’n interessante exercitie want, zoals Peter Nijkamp zelf schreef in het VU-blad Ad Valvas: “Het zal in de wetenschap (...)altijd om inhoud en originaliteit moeten gaan. Computerscans van teksten die ‘ergens’  (…) op het Internet zijn terechtgekomen kunnen (…) niet de wetenschappelijke substantie van een uitspraak (…) beoordelen. Daarvoor moet men te biecht gaan bij de vakdeskundigen (de ‘peers’).” Ik weet niet of Nijkamp mij als zo’n peer zal willen beschouwen. Ruimtelijke economie is niet bepaald mijn terrein, maar ik meen als redelijk geschoold econoom toch in staat te zijn de inhoud van artikelen op dat gebied te kunnen beoordelen. Ik ben maar eens begonnen met een recent artikel van Nijkamp met Kourtit uit de Journal of Regional Science (zie, hier en hier en hier en hier voor mijn beoordeling). Conclusies: de basishypothese wordt zwak beargumenteerd en het lijkt erop dat men wel erg graag de hypothese wil bevestigen; de informatie over de gebruikte data is onvoldoende; het is niet duidelijk of de gebruikte methoden (data envelopment analysis en statistische analyse) juist zijn toegepast. Het basisresultaat, namelijk dat een bedrijf (in de creatieve sector) dat strategische overwegingen gebruikt bij het dagelijkse functioneren beter zal presteren dan bedrijven die dat minder doen, is door dit alles uit de lucht gegrepen. Het zou gebaseerd kunnen zijn op degelijk empirisch werk, maar het zou net zo goed verzonnen kunnen zijn, of door manipulatie van data zijn verkregen. Kortom, dit artikel staat duidelijk in de min: het doet geen eer aan de reputatie van Nijkamp. Misschien doet een volgend artikel dat wel, maar om dat te lezen heb ik wel weer enige tijd nodig.       

23 april 2014

Peter Nijkamp (VU): reputatie verdiend?

De ‘zaak’ Peter Nijkamp suddert nog wel even door. Ik meldde eerder dat collega’s uit de hele wereld het voor hem opgenomen hadden in een brief.  Zij schreven letterlijk (mijn vertaling): “Wij kennen Peter Nijkamp al jaren als een solide en vernieuwende wetenschapper en een van de wereldleiders op het gebied van de ruimtelijke economie.” Dit lijkt een cirkelredenering: Nijkamp is goed, dus hij kan niets fouts gedaan hebben. Maar hoe goed is Nijkamp nu eigenlijk? De commissie Zwemmer die nu bezig is het werk van Nijkamp door te ploegen zal daar waarschijnlijk geen antwoord op geven. Zij hebben vooral de taak te bekijken of Nijkamp zijn eigen werk overschrijft. Ik heb een aantal van de door de NRC en De Volkskrant gefileerde artikelen eerder gelezen, maar er niet erg indringend commentaar op gegeven. Dat ga ik nu toch doen, al zal het een project van de lange adem worden. Ik doe dat niet op dit blog, maar op mijn wat serieuzere economieblog. De artikelen die ik bekijk zijn meest samen met Akrima Kourtit geschreven en vormen ook, op een of andere manier hoofdstukken uit haar proefschrift. Dat is alleen maar zo omdat deze affaire is opgekomen in verband met dat proefschrift. Wat mij betreft heeft de kwaliteit van het werk van Nijkamp daar niets mee te maken. Mijn stelregel wat proefschriften betreft is dat een proefschrift zo goed is als de promotor van de promovendus. Als de promotor (oorspronkelijk Nijkamp) slecht is, dan is het proefschrift van Kourtit dat waarschijnlijk ook. Dat is dan niet de schuld van Kourtit, maar van Nijkamp. Van mij mag ze promoveren op een slecht proefschrift als Nijkamp dat goed genoeg vindt (dus eigenlijk vond). We beginnen met een artikel waarop hoofdstuk drie is gebaseerd. Commentaar is zeer welkom.

22 april 2014

Jetta Klijnsma (PvdA): kort graag ouderen

Zij is overduidelijk gehandicapt: ze beweegt zichzelf voort met een rollator. Dan is het natuurlijk toch knap dat ze het al zo lang als bewindspersoon uithoudt. Ze is staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het huidige kabinet Rutte en was dat ook al in het kabinet Balkenende IV. Maar hoe sociaal is zij eigenlijk? Onder Balkenende wilde zij onaangekondigd de afschaffing van de partnertoeslag in de AOW vervroegen. De partnertoeslag is de extra AOW die gepensioneerden krijgen als zij een partner jonger dan 65 jaar hebben. Deze partnertoeslag wordt volgend jaar afgeschaft voor degenen die dan met pensioen gaan, maar dat is al jaren geleden aangekondigd. Klijnsma wilde de toeslag al in 2011 afschaffen. Dat betekende dat een paar duizend gepensioneerden onverwacht hun inkomen met een paar honderd euro per maand lager zouden zien uitvallen. Na fel protest trok ze het voorstel in. Nu wordt duidelijk dat gepensioneerden gekort gaan worden op hun AOW als ze bij hun kinderen intrekken. Als volwassen kinderen voor hun ouders zorgen, kan dat een flinke besparing voor de overheid opleveren. Als deze ouderen hulpbehoevend worden, hoeven ze niet naar een verzorgingstehuis, hoeven ze geen beroep te doen op de thuiszorg, enzovoorts. Jetta Klijnsma denkt waarschijnlijk dat deze ouderen toch al geen hulp van de overheid meer zouden krijgen. In het kader van de participatiemaatschappij moet iedereen voor zichzelf zorgen, of desnoods voor elkaar, maar de overheid wil er niets meer mee te maken hebben. Dus dan kan de overheid ook geen kosten besparen als de kinderen voor hun ouders gaan zorgen. En kunnen de ouderen dus best nog wat gekort worden als ze bij hun kinderen intrekken, want bij hun kinderen zijn ze goedkoper uit. Korten op ouderen is aan Jetta Klijnsma wel toevertrouwd.

20 april 2014

Henk Wesseling (historicus): “Niks mis met Peter Nijkamp” II

Wij spreken nogmaals over historicus Henk Wesseling. Hij hekelde de “opschepperij van onze universiteiten” (en dat was goed), maar zei ook dat er niks mee is dat Peter Nijkamp zichzelf overschrijft (en dat was slecht). Wesseling vond het wel een probleem dat Nijkamp prestige heeft dankzij “het feit dat hij zoveel stukjes schrijft. En dat die stukjes geciteerd worden. En dat zo’n lijst met veel stukjes leidt tot prestige en prestige leidt tot nieuw geld, tot aanzien binnen de faculteit. Dat is het probleem.” Juist, dat is precies het Mattheus-effect waar nu zoveel om te doen is. Het werkt dus als volgt. Je hebt in het begin van je carrière veel gepubliceerd en daardoor kom je op citatielijstjes en krijg je reputatie. Vergelijk dat met een collega die misschien wel betere ideeën heeft dan jij, maar niet zo vaak publiceert. Zijn/haar artikelen komen daarom niet zo gauw op citatielijsten. Hij/zij was misschien ook niet zo’n goed netwerker als jij en vertelde niet aan collega’s in het vakgebied hoe geweldig zijn/haar artikelen waren. Die collega’s citeerden daarom liever jou, want jij bent ook nog eens het type van de ideale schoonzoon. Jouw carrière gaat als een raket en de zwijgende collega kan een andere baan gaan zoeken. Dat is het Mattheus-effect: de veelschrijvers worden steeds succesvoller ten koste van de minder veel schrijvende collega’s. Wesseling heeft dat dus goed gezien, maar hij zag niet dat de reputatie van de succesvolle wetenschapper een eigen leven kan gaan leiden. De reputatie wordt zo groot dat niemand meer kan geloven dat de sterwetenschapper ‘slechte wetenschap’ kan bedrijven. Daarom komen velen voor hem in het geweer, als zijn reputatie ter discussie wordt gesteld. Zelfs Wesseling heeft een onwankelbaar vertrouwen in de ‘expert’. 

18 april 2014

Henk Wesseling (historicus): “niks mis met Peter Nijkamp”

Wij spraken onlangs over de ‘eminente’ historicus Henk Wesseling die in een interview met De Volkskrant spreekt over de “borstklopperij en opschepperij van onze universiteiten”. In dat interview bleek dat hij, lid van de ‘prestigieuze’ Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen’, niet wist dat  Gerard ’t Hooft zowel de winnaar van de Spinozapremie als de Nobelprijs was. Foutje, kan gebeuren, maar dan begint hij over Peter Nijkamp. Volgens Wesseling wordt Nijkamp omdat hij expert is op een “gebiedje” in de economie door allerlei tijdschriften gevraagd stukjes te schrijven. “Dan ligt het voor de hand dat je iets wat je al eens goed hebt opgeschreven overschrijft. Ik kan totaal niet inzien wat daar mis mee is.” Dit is de soort verdediging die Nijkamp ook voor zichzelf heeft opgeworpen. Het argument is dat je bij onderzoek voortdurend voortbouwt op bestaand onderzoek en dan moet je soms ook even een beschrijving van de onderste verdiepingen geven. Zo iets. Maar wat als die onderste verdiepingen nu eens zonder goede fundering zijn neergezet? Daar heeft Wesseling het niet over: Nijkamp is immers een ‘expert’. Weliswaar vindt Wessling het een probleem dat Nijkamp zoveel stukjes schrijft, maar hij gaat er kennelijk blindelings vanuit dat alle stukjes die Nijkamp schrijft goed zijn. Hoe weet Wesseling dat? Dat weet hij niet, want hij heeft Nijkamp niet gelezen. Wesseling gaat daar vanuit, omdat Nijkamp zoveel stukje gepubliceerd krijgt. Dat hier wel eens sprake zou kunnen zijn van het Mattheus-effect, wil er bij hem niet in. Nijkamp schreef vanaf het begin van zijn carrière heel veel. Daardoor kwam hij op citatielijstjes, niet noodzakelijk omdat wat hij schreef zo goed was. Zijn reputatie heeft hij verdiend door veel te schrijven, desnoods door zichzelf steeds opnieuw over te schrijven.

16 april 2014

Marcel de Haas: Rusland-kenner, maar niet van internationaal recht

Het leuke van internationale politieke gebeurtenissen is dat ze vaak nauwelijks te voorspellen zijn. Wie had gedacht dat, nadat het parlement van Oekraïne hun president Viktor Janoekovytsj had afgezet en er een meer Westers gezinde interim-regering werd gevormd, Rusland de Krim zou annexeren? Misschien Rusland-deskundige Marcel de Haas. Hij had al eerder voor de imperialistische neigingen van Rusland gewaarschuwd en ook bij diverse gelegenheden gezegd dat concessies van Westerse kant niet tot inbinden van de Russen leidt. Deze week had hij een opiniestuk over Rusland in de krant. Hij signaleert opnieuw dat Rusland (hij spreekt van ‘Het Kremlin’) expansionistische doeleinden heeft en dat de ‘bescherming van Russen’, onder meer in Georgië en Oekraïne, door de Russen gewenst wordt omdat daarmee het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ongedaan kan worden gemaakt. Hij zei dit alles in reactie op een bewering dat Rusland is ingegaan op de wens van een grote meerderheid van de bevolking op de Krim om weer onderdeel te worden van Rusland. Maar dat was tegen het internationaal recht, zegt De Haas, “mag Friesland zich dan na referendum van Nederland afscheiden en mogen wij Vlaanderen heroveren (…) dat vroeger tot ons grondgebied behoorde?” Helaas, dit zijn absurde voorbeelden: niemand, maar dan ook niemand, denkt dat dit wenselijke, of zelfs maar denkbare ontwikkelingen zijn. Ik heb het hier al eerder gezegd, je kunt je bij een internationaal conflict maar beter niet op het internationaal recht beroepen, want dat is een vat vol ongerijmdheden. Je kunt uit het internationale recht afleiden wat je maar wilt. Poetin vond de annexatie van de Krim gewoon in overeenstemming met het handvest van de VN. Obama vond dat niet. Wie had er gelijk? Allebei denk ik. Of geen van beiden.

14 april 2014

Monseigneur Jo Gijsen: brandt in de hel

Vroeger als katholiek jongetje geloofde ik in de hemel en de hel. Het was mij geleerd door de fraters bij wie ik op de lagere school zat en mijn moeder deed daar een schepje bovenop. Naar de hel ging je als je een doodzonde had begaan. Het was bijvoorbeeld een doodzonde als je op zondag niet naar de heilige mis ging. Dus gingen wij iedere zondag naar de kerk, ik in nette kleren die kriebelden. Van seks wist ik niets, evenmin als mijn moeder hoewel ze acht kinderen op de wereld had gezet. Althans, het was in de jaren 50 een onderwerp dat niet in ons gezin aan de orde werd gesteld. Ons gezin: mijn moeder als weduwe met nog drie kleine kinderen in huis en een wat groter kind dat later, veel later, homoseksueel bleek te zijn. Van seks wist ik dus niets en kon ik ook niets weten, want er werd mij niets over verteld. Laat staan dat ik iets wist over seksueel misbruik. Seksueel misbruik was kennelijk geen doodzonde want, zoals we nu weten, katholieke geestelijken bezondigden zich er veelvuldig aan. Zelfs dus Gijsen, waarvan ik bij zijn dood bijna een jaar geleden nog dacht dat hij niet geraakt was door de onthullingen over seksueel misbruik in de kerk. Op aanklachten tegen hem wegens seksueel misbruik reageerde hij door bij de politie aangifte te doen wegens smaad. Hij blijkt nu schuldig te zijn, maar helaas is hij nu dood. Was ik nog maar dat katholieke jongetje. Dan wist ik nu zeker dat Jo Gijsen voor eeuwig in de hel zou branden.

13 april 2014

Henk Wesseling (historicus): “Universiteit blinkt uit in opschepperij”

Ieder jaar wordt er op mijn universiteit op Prinsjesdag een forum over de miljoenennota gehouden. Vier of vijf economen worden in een forum gezet en die mogen dan hun licht laten schijnen over wat er zoal in de miljoenennota staat. Mijn collega Sylvester Eijffinger neemt ieder jaar in dat forum plaats. Het is mijn vak om iets te weten van de miljoenennota, maar ik word zelden uitgenodigd (in 2009 voor het laatst, zie foto: ik gebroederlijk met Eijffinger). Misschien vindt men mij niet zo’n sterk debater (zie hier vanaf 1:40:00 voor een voorbeeld van mijn debattechniek). Maar welke economen ook in dat forum plaats nemen, vrijwel altijd worden ze aangeduid als ‘topeconomen’. Dat roept bij mij altijd gène op: topeconomen zijn schaars en je krijgt wel heel veel begripsinflatie als je iedere econoom die toevallig in een forum zit, een topeconoom noemt. De historicus Henk Wesseling signaleert in een interview met De Volkskrant hetzelfde verschijnsel. Hij ziet overal de “borstklopperij en opschepperij van onze universiteiten”. Universiteiten spreken alleen nog maar van ‘toponderzoekers’, ‘excellent onderzoek’, ‘prestigieuze prijzen’. Het is mij uit het hart gegrepen, maar dan gaat Wesseling twee keer in de fout. De eerste fout betreft de Spinozapremie. Dit is de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland en wordt daarom wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd. “Aanstellerij […] al was het maar omdat nog nooit een winnaar van de ‘Nederlandse Nobelprijs’ de echte Nobelprijs heeft gewonnen.” Auuuwww. Onze historicus, lid van de ‘prestigieuze’ Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen’ ziet Gerard ’t Hooft, winnaar van Spinozapremie én de Nobelprijs, over het hoofd (niet eens een taalgrapje). Foutje. Maar dan wordt het nog erger en ontspoort Wesseling volledig. Maar, daarover een volgende keer.     

11 april 2014

Zussen Leijens: vernederen hun arme man

Vanochtend stond op de voorpagina van mijn krant dat het bij echtparen steeds vaker voorkomt dat de vrouw meer verdient dan de man. Als docent aan een universiteit zie ik al decennia lang dat, gemiddeld, meisjes beter hun best doen dan jongens. Tot nog toe had dat niet veel effect, maar nu lijkt het er op dat de traditionele rollen aan het draaien zijn. De tijd is voorbij dat als de man genoeg van zijn gezin had, hij zijn vrouw en kinderen in armoede kon achter laten. Als hij er nu vandoor gaat, maakt hij zichzelf tot arme sloeber. De ultieme wraak van de vrouw op de evolutie. Maar de zussen Lidwien en Mai Leijens die in dezelfde krant een inkijk geven in hun financiële verhouding met hun arme man laten zien dat die wraak ook te ver kan gaan. Lidwien verdient 150 euro meer dan haar man, maar zij en haar man dragen naar rato van hun inkomen bij aan de kosten van het huishouden, “zodat we beiden evenveel overhouden om zelf te besteden.” Dat laatste is natuurlijk een foutje, Lidwien houdt meer over dan haar man. Haar zus Mai maakt het nog bonter. Zij verdient als huisarts 6500 euro en haar man ongeveer 2100 euro. Zij hebben beiden een aparte rekening “waar de ander zich niet mee bemoeit.” Mai heeft echter veel meer te besteden dan haar man. Als hij een fiets wil kopen, moet Mai daar een ‘bijdrage’ voor geven, zo blijkt uit het interview. Mijn vader stortte 50-60 jaar geleden gewoon zijn verdiende inkomen als kleermaker in de huishoudpot en mijn moeder besteedde dat. Er was geen sprake van aparte rekeningen en ook geen financiële vernedering van mijn moeder door mijn vader.

08 april 2014

Rick Van der Ploeg en Willem Vermeend: help de ondernemers, want de EU verliest

Het blijft een raar gezicht om twee PvdA- coryfeeën in De Telegraaf te zien staan. In mijn tijd was dit een krant die trots was op Nederlandse matrozen die links langharig tuig van De Dam in Amsterdam afmepten. Nu schrijft links tuig (namelijk RvdP en WV) in die krant verhalen waar ondernemers kennelijk pap van lusten. Lees maar even mee met onze salonsocialisten: “Binnen het Europese bedrijfsleven en in Brussel neemt de vrees toe dat het Europese ondernemingsklimaat wordt beschadigd door een mogelijk forse verkiezingswinst van anti-Europa partijen. Die uitkomst remt de groei en het economisch herstel in Europa. Ondernemers zijn massaal voorstander van de EU en de euro.” Dat is nog eens klare VVD/Telegraaf-taal: we moeten allemaal voor de EU en de euro zijn omdat anders de ondernemers boos op ons worden. Maar ja, wij domme SP-CU-PVV-kiezers, wij willen de waarheid niet horen. Lees maar weer even mee: “De praktijk leert dat tegenstanders van de EU niet overtuigd worden met de uitkomsten van onderzoeken die aangeven dat de EU voor de burgers van alle lidstaten per saldo een hogere welvaart betekent. Ze doen dat af als ‘eurofiele’ propaganda.” Maar er is licht aan de horizon:  “De kans om kiezers ‘weg te halen’ bij anti-Europa partijen kan toenemen door (..,) aan alle burgers in Europa duidelijk [te maken] dat de politici van deze partijen in de wereld van het ondernemen niet welkom zijn en als ‘vijandig’ worden beschouwd.” Ondernemers zullen wel even een cordon sanitaire aanleggen: niet alleen Wilders, maar ook Roemer en Slob zijn niet meer welkom op de society-borrel van de ondernemers. En dan gaan de kiezers niet meer op ze stemmen. Dat hopen tenminste onze PvdA-scribenten. 

06 april 2014

Jan van Ours: de journalistencode van Sylvester Eijffinger

Ik volg geen twitteraars. Zo moest ik afgelopen vrijdag in de wandelgangen van mijn geliefde campus horen van het stofwolkje dat mijn bescheiden collega Eijffinger, nationaal bekend om zijn trefzekere voorspellingen, op twitter had opgeworpen. Het ging om zijn bewering dat de nucleaire top Nederland 1 tot 2 miljard euro gekost moet hebben. De econoom/journalist Matthijs Bouman en mijn collega Jaap Abbring twitterden daarop dat dit natte vingerwerk was, zie Univers. Uiteindelijk bleek het volgens Eijffinger allemaal de schuld van journalisten die hem niet alleen inhoudelijk hadden bekritiseerd, “maar ook gemeend hebben om een persoonlijke aanval op mij te [moeten, HV] openen.” Toen kwam een andere collega van mij, Jan van Ours, in actie. Hij dacht dat Eijffinger “na zijn uitglijer vorige week” zijn verontschuldigingen ging aanbieden, maar dat deed Eijffinger dus niet. Jan boos. Deze boosheid had ik ook al gemist. Onlangs zag ik collega Eijffinger op de campus vergezeld van zijn vrouwelijke bodyguard. Het schijnt dat hij bij zijn (en dus ook mijn) college van bestuur (CvB) om persoonlijke bescherming heeft gevraagd; niet tegen journalisten, maar tegen kwaad willende collega’s. Volgens een goede journalistencode ga ik mijn bron van dat gerucht natuurlijk niet noemen, maar nu ik er door dit alles achter kwam dat collega Jan van Ours bijna een jaar geleden ook een persoonlijke aanval op mij had geopend (waarover later meer), moet ik bij mijn CvB ook maar eens om een, bij voorkeur aantrekkelijke bodyguard vragen. 

05 april 2014

Esther van Fenema: racistische psychiater? II


De discussie over de vraag of de vrije wil bestaat is zinloos omdat er geen manier is om te bewijzen dat de vrije wil bestaat, of niet. Wat doen neuro-onderzoekers als Dick Swaab en Victor Lamme om de stelling de-vrije-wil-bestaat-niet te bewijzen? Ze halen allemaal voorbeelden aan waaruit duidelijk blijkt dat het gedrag geheel verklaard kan worden door processen in het brein. Helaas, dat bewijst niets. Het doet mij eerder denken aan de economen die achteraf allemaal wisten waar de kredietcrisis door ontstaan was. Hadden ze het maar vooraf geweten. Esther van Fenema weet achteraf precies dat Anders Breivik door zijn brein niets anders kon doen dan een massamoord plegen, maar ze had het vooraf moeten weten. OK, dat is niet helemaal fair, Noorwegen is ver weg. Maar als ze op 20 maart had voorspeld dat de Marokkaan Abdel H. Wilders geweldig zou helpen door een juwelier in Deurne te overvallen, dan was ik direct voor de de-vrije-wil-bestaat-niet stelling gewonnen geweest. Maar: natuurlijk zou Abdel H. de juwelier niet overvallen hebben als Van Fenema hem door zou hebben. Hij zou zich uit vrije wil enige tijd koest houden. Maar goed, als het wel zo is dat gedrag geheel door het brein wordt bepaald, dan kan de conclusie niet anders zijn dan dat de breinen van Marokkanen misdadiger zijn dan die van autochtone Nederlanders. Volgens de statistieken worden Marokkanen immers vijf keer zo vaak verdacht van een misdrijf. Dus, moet je oppassen met een Marokkaan, want hij is vaker om biologische redenen tot misdaad geneigd. Dat is niet mijn conclusie, maar dat is de conclusie die je moet trekken uit het gedachtengoed van Swaab-Lamme-Van Fenema-Otten. Helaas begrijpt de mij verkeerd citerende Pepijn van Woudrichem dat niet helemaal, maar misschien dat dit stukje helpt.


04 april 2014

Jan van Ours: over de journalistencode, I

Mensen die mij kennen weten dat ik geen facebookpagina heb, dat ik niet twitter en dat ik niet eens een smartphone heb. Ik heb een vooroorlogs model mobiele telefoon dat meestal thuis ergens in een kast ligt. Ik ben dan ook slecht bereikbaar voor journalisten, want ik zit zelden in de buurt van mijn vaste telefoon op de universiteit. Gebeld worden door een journalist is echter vooral een mixed blessing. Je voelt je vereerd, maar je gedachten zijn meestal heel ergens anders, terwijl de dienstdoende journalist direct een makkelijke quote wil hebben. Een jaar geleden werd ik gebeld, en toevallig zat ik bij mijn telefoon, over de benoeming van Laura van der Geest (zie foto) tot directeur van het CPB. Wat ik daar van vond. Ik was bang dat ze als topambtenaar te veel ontzag zou hebben voor de economische modellen en daarom te veel waarde zou hechten aan bijvoorbeeld ‘doorrekeningen’ van verkiezingsprogramma’s. Het doen van economische voorspellingen is het doortrekken van gebeurtenissen uit het verleden naar de toekomst, en de grote econoom John Maynard Keynes zei al in de jaren 30 van de vorige eeuw dat dit meestal een onzinnige exercitie is. Ik vreesde dat Van der Geest deze kritiek van Keynes bij het ministerie van financiën gemist had. Mijn mening kwam bij nu.nl terecht en schoot Jan van Ours in het verkeerde keelgat en daar kwam ik deze week pas achter. Hoe dat ging? Een vermakelijk verhaal, zie een volgende keer.

03 april 2014

Esther van Fenema: racistische psychiater

De psychiater Esther van Fenema haalt, samen met oud-rechter Albert Otten, in de Volkskrant deze week het stokpaardje van sommige hersenonderzoekers van stal, namelijk dat de vrije wil niet bestaat. Ons gedrag wordt bepaald door ‘fysische processen’ die zich in onze hersenen afspelen en waar wij part noch deel aan hebben, zo beweert zij. Als dit waar is, is het werk van een psychiater tamelijk zinloos. Maar laten we Van Fenema volgen en aannemen dat het brein als een automaat het gedrag van mensen bepaalt. Er zijn dan twee consequenties. Ten eerste, met Wilders constateren wij dat Marokkaanse Nederlanders veel vaker van een misdrijf worden verdacht dan ‘autochtone’ Nederlanders. Volgens de logica Van Fenema zijn de fysische processen van hersenen van Marokkanen dus kennelijk meer op misdaad gericht dan die van autochtone Nederlanders. Noemen we dat niet gewoon racisme? Ten tweede, als de vrije wil niet bestaat, kunnen we niemand verantwoordelijk houden voor zijn misdadig gedrag en iemand met een ‘misdadig brein’ kan daar ook weinig aan doen. Hij moet, als het ware, van zijn brein zijn misdaden plegen. De maatschappij kan dan alleen maar tegen misdaad beschermd worden door de mensen met een misdadig brein uit de maatschappij te verwijderen. Voor hun eigen bestwil zou je nog kunnen beweren. Abdel H., een van de overvallers in Deurne, zou dan nu nog geleefd hebben, hoewel dan niet in De Strijp in Eindhoven, maar in een kamp voor misdadige breinen. In ieder geval kunnen we dan volgens de statistieken naar verhouding vijf keer zo veel Marokkanen als autochtone Nederlanders opsluiten. Voor Van Fenema is er dan enkel de taak om in de hersenen van een Marokkaan te kijken en hem (meestal geen haar), indien van een misdadig brein voorzien, naar het kamp te sturen. 

01 april 2014

Peter Nijkamp: eerherstel III?

Wij zagen pogingen om Peter Nijkamp, hoogleraar aan de Vrije Universiteit (VU), te zuiveren van beschuldigingen van zelfplagiaat. Het universiteitsblad van de VU, Ad Valvas, berichtte daar in maart uitgebreid over. Een aantal hoogleraren informatica van de VU zelf “waaronder de gerenommeerde Andrew Tanenbaum”, Peter Wakker een van de meest publicerende economen in Nederland, de rector van de Leidse universiteit, en natuurlijk de 84 wetenschappers uit de hele wereld, waar wij eerder over berichtten, namen het voor Nijkamp op. Dan hebben we het niet eens gehad over de leescommissie voor het proefschrift van Karima Kourtit en Kourtit zelf die uit hun respectieve holen zijn geklommen om te klagen over het onrecht dat hen, indirect is aangedaan, via de ophef over Nijkamp. Op dat proefschrift komen we linksom of rechtsom nog wel eens terug. Laten we het nu weer hebben over die brief van de 84 wetenschappers. We stellen opnieuw vast dat de artikelen van Nijkamp die via de media in opspraak waren gekomen, inderdaad van een armzalig laag niveau waren. Ongetwijfeld heeft Nijkamp in zijn 40-jarige carrière belangrijke artikelen geschreven, maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik ze niet ken. Mijn introductie tot de Nijkampkunde wordt gevormd door de baggerartikelen die de journalist Van Kolfschooten in de NRC heeft gefileerd. Waarom Nijkamp die artikelen heeft geschreven is een raadsel.  Hadden die 84 wetenschappers die artikelen gelezen? De meesten waarschijnlijk niet, maar er was er één bij die een aantal van die artikelen heel goed had gelezen, en wel omdat hij er aan had meegeschreven. Ik ga zijn naam hier niet noemen, maar vermeld slechts mijn verbazing dat iemand een brief ondertekent die indirect een steunbetuiging aan zichzelf is. Hoe serieus kunnen we die brief dan nog nemen? Een retorische vraag, natuurlijk.