30 januari 2014

Frans Weekers (VVD): geen goudlokje

Frans Weekers was het politieke hoofd van de belastingdienst en was ook nog een vriendje van de corrupte Jos van Rey (VVD) die de verkiezingscampagne van Frans mede financierde. Toen bleek dat de financiële toeslagen die de belastingdienst over bijna alle Nederlanders uitstrooit, ook door niet Nederlanders met groot gemak geïnd konden worden. Het parlement werd boos op Weekers, maar had wel zelf bedacht dat die toeslagen min of meer gratis en zonder al te veel moeite voor gever en ontvangers zouden worden uitgekeerd. Waren de parlementariërs even vergeten. Vervolgens maakte het parlement zich rond oud en nieuw druk over het zogenaamde eigen woningforfait. Die bleek met een tiende procent verhoogd te zijn zonder dat de parlementariërs daarvan wisten. Toen zaten er ook nog eens fouten in de voorlopige belastingaanslag. Pieter Omtzigt boos. Tenslotte bleek dat de financiële toeslagen niet te soepel, maar nu juist te streng werden uitgekeerd. Parlement opnieuw boos. Weekers zei sorry, maar het geduld van onze parlementariërs was op. Nu mag Mark Rutte op zoek naar een staatssecretaris die het systeem van toeslagen niet te soepel en ook niet te streng, maar precies goed weet uit te voeren. Dat moet dan wel de enige echte goudlokje worden.

28 januari 2014

Louise Fresco (WUR): plofkip?

Het wordt lente in Wageningen, want Louise Fresco is benoemd is tot voorzitter van de universiteit van Wageningen (WUR) als opvolger van Aalt Dijkhuizen.  Ik heb haar maar eenmaal ontmoet, wat bewijst dat ik geen goed netwerker ben, want dan zou ik haar veel vaker tegenkomen. Toch is mijn band met haar, door haar benoeming aan de WUR, inniger geworden. Indirect dan, want een van mijn dochters is alumnus van de WUR en werkzaam in de voedingsbranche en een andere dochter doet nu haar Master aan de WUR. Ik zie mijn dochters liever geassocieerd met Louise Fresco dan met Aalt Dijkhuizen. Dijkhuizen incasseerde 350.000 euro per jaar en verkondigde voor dat bedrag dat een plofkip beter is voor het milieu dan een biologische kip. Fresco hoor ik dat niet zo gauw beweren, al is zij ook erg kritisch over biologische arbeidsintensieve landbouw en veeteelt. Een arbeidsintensieve, weinig gemechaniseerde agrarische sector gaat de groeiende wereldbevolking niet voeden, is haar verhaal. Ze zit daarmee impliciet op de lijn van de Engelse dominee Thomas Malthus (1766-1834) die beweerde dat door de groei van de bevolking de arbeidende klasse altijd op het randje van de hongersnood zou blijven leven, en zo nu en dan daaronder. Hij had er geen idee van dat de productiviteit van de agrarische sector ongekend zou kunnen stijgen. Louise Fresco heeft dat natuurlijk wel en zij zegt dat die productiviteitsstijging nodig is om steeds meer mensen te kunnen voeden. De keerzijde van de productiviteitsstijging is de plofkip, het overvette vleesvarken, het kistkalf, enz. Zouden we met een onsje vlees minder en een dubbeltje duurder ook niet zijn allen voldoende te eten hebben?

26 januari 2014

Arnold Schilder (v/h DNB): ik heb het niet gedaan

Had De Nederlandsche Bank (DNB) in 2006 enig idee wat de huizenmarkt zou gaan doen binnen afzienbare termijn? Geen idee, zo blijkt uit het rapport van de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal dat afgelopen week verscheen. Arnold Schilder, toenmalig directeur toezicht van De Nederlandsche Bank, gaf volgens de evaluatiecommissie, zonder enig onderzoek, een verklaring van geen bezwaar aan SNS Reaal om een bouwfonds over te nemen. Aan die overname is SNS Reaal uiteindelijk ten onder gegaan. Schilder ontkende de afgelopen dagen deze ‘aantijging’ en legde de zwarte piet bij een toenmalige ondergeschikte. Wij hebben een beter excuus voor Arnold Schilder: er waren in 2006 maar heel weinig mensen die toen een ineenstorting van de huizenmarkt in Europa verwachtten. Zelfs toen de Amerikaanse huizenmarkt in 2007 al flink aan het wegzakken was, waren er economen genoeg die dachten dat hier zoiets onmogelijk was. Economen als Eijffinger en Van Wijbergen, bijvoorbeeld, dachten dat aangezien er in Nederland geen subprime hypotheken waren, het onmogelijk zou zijn dat de woningmarkt in Nederland ook uit elkaar zou kunnen klappen. Veel economen kunnen nu precies uitleggen waarom bij zoveel mensen in Nederland hun huizen ‘onder water’ staan. Te veel risico genomen. Daarom was het, aldus economen, ook enorm kortzichtig van SNS Reaal om vlak voor de vastgoedcrisis in vastgoedprojecten te investeren. Economen wisten het toen (in 2006) niet, en Schilder wist ook niet hoe de vastgoedmarkt in Europa in te schatten. Maar hij was wel ingehuurd om de markt in de gaten te houden en hij is verslagen door de markt. Gefaald. Toch kreeg Schilder bijna een miljoen mee toen hij bij DNB vertrok. Hij schrijft nu in zijn nieuwe functie voor hoe internationale boekhoudregels er uit moeten zien. We kunnen ze beter maar niet opvolgen.

25 januari 2014

Ricardo Offermans: gebeld door Jos van Rey; dus taakstraf

Jos van Rey kennen we. Hij was wethouder in Roermond met grondpolitiek in zijn portefeuille, hij was bevriend met projectontwikkelaar Van Pol en hij wordt verdacht van corruptie. Daarover zeiden de juristen Winnie Sorgdrager en Paul Frissen in een rapport dat er “een evidente en jarenlange schijn van belangenverstrengeling verbonden is met de vriendschap tussen Van Rey en Van Pol.”  Verder probeerde Van Rey de benoeming van een nieuwe burgemeester in Roermond te beïnvloeden door informatie te lekken naar de door hem gewenste kandidaat, Ricardo Offermans. Dat ging ongeveer zo. Van Rey, die adviseur was van de benoemingscommissie belde Offermans op en gaf Offermans instructies wat hij moest zeggen in een sollicitatiegesprek. Van Rey: “Je  krijgt een vraag over grondbeleid waarbij een integriteitskwestie speelt. Dan moet je zeggen dat je het onderwerp van de agenda haalt.” Offermans: “Ja.”  Van Rey: “Er zal gevraagd worden over de verhouding tussen de raad en het college. Dan maak je de mooiste indruk als je zegt, de raad is de baas.” Offermans: “Ja, ja, zeker.”  Enzovoorts. Dit (opgenomen) gesprek bewees volgens de rechtbank dat hij zich vatbaar had gemaakt voor omkoping. Volgens Offermans echter was hem dit gesprek ‘overkomen’. Laat ik dit nu geloven ook. Hoe kon hij weigeren een telefoongesprek met Van Reij aan te gaan? Van Rey de onderkoning van Roermond die alles wel even regelde, inclusief de verkiezing van Frans Weekers tot VVD-Kamerlid. Weekers mag blijven, maar Offermans is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en zijn bestuurlijke carrière is voorbij. Omdat Jos van Rey hem belde. Van Rey loopt nog steeds vrij rond. Onschuldig, zoals hij zelf zegt. Dat geloven we nu weer niet.

23 januari 2014

Thierry Baudet: oratorisch talent zonder politiek effect

Die toespraak van hem aan de Tweede Kamer, notabene op mijn verjaardag, was een pareltje van oratorische talent. Lees en hoor hoe Baudet vloeiend, zonder enige hapering, de parlementariërs de volgende les gaf: “Zo’n 160 jaar geleden ontstond onze parlementaire democratie. Dit huis, uw huis, verwierf rond 1848 het recht om, namens ons allemaal, te beslissen over onze wetten, over onze grenzen en de omgang met onze buurlanden. Na een felle strijd van Thorbecke, verwierf het parlement ook het recht om namens het volk te beslissen over de besteding van belastinggeld, het budgetrecht.” Dat budgetrecht, zo was de kern van zijn betoog, wordt langzaam maar zeker overgedragen aan de EU: “Geleidelijk wordt de macht van de EU steeds groter, stapje voor stapje verwerft zij meer bevoegdheden.” Totdat het parlement helemaal geen beleid meer maakt en zichzelf heeft opgeheven. Het klonk goed, maar het klopte niet. Het parlement heft zichzelf niet op, maar de invloed van het parlement op de besluitvorming wordt, als de EU meer bevoegdheden overneemt, meer en meer indirect in plaats van direct. OK, muggenzifterij. Ook goed, maar we komen er nog wel op terug. Dat referendum, waar het burgerforum om vroeg, dat krijgen ze ook al niet. Dat was de eigen schuld van het forum. Voordat er nieuwe bevoegdheden worden overgedragen aan de EU, moet het volk zich er per referendum over uitspreken, zo eist het burgerforum. Maar: over welke bevoegdheden hadden ze het nu precies. Alle? Dan kunnen we elke dag wel een referendum houden, zoals Gerard Schouw (D66) zei. Dat tekent de zwakte van het initiatief. Het was zo onduidelijk wat de vraag was van het forum dat de tegenstanders niet eens zo veel moeite hoefden te doen het onderuit te halen. Daarom eindigde het oratorische talent van Baudet zonder enig politiek effect. 

21 januari 2014

Jan Luiten van Zanden (UU): heeft Nijkamp ook niet gelezen

Jeroen Bosman daagde mij uit te onderbouwen dat wetenschappelijke schrijfsels niet of nauwelijks worden gelezen door collega wetenschappers. Een overtuigend wetenschappelijk bewijs is niet te geven. Het moet, bijna per definitie, gebaseerd zijn op hear-say en dergelijke. Zo geldt voor mijzelf dat ik tot een paar weken geleden nog nooit de moeite had genomen een paper van Peter Nijkamp te lezen. En er zijn meer wetenschappers voor wie dat geldt. Voor Jan Luiten van Zanden, bijvoorbeeld, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, toch ook niet de eerste de beste. Hij is, net als Nijkamp, een voormalig winnaar van de Spinoza-prijs.  In De Volkskrant nam hij het, samen met Maarten Prak, onlangs voor Nijkamp op. Zij maakten het punt dat als je in bladen van verschillende specialismen publiceert, dingen opnieuw uitgelegd moeten worden, zoals hoe de gegevens zijn verzameld, welke toetsen zijn toegepast. Dan schrijven ze: “Uit door de Volkskrant gepubliceerde gegevens over het zelfplagiaat van Nijkamp blijkt het inderdaad meestal om dit type informatie te gaan. Het is niet bepaald efficiënt en ook weinig vruchtbaar om daarvoor steeds net weer andere formuleringen te bedenken, dus maken onderzoekers het zichzelf weleens gemakkelijk door hun eigen teksten te kopiëren.” Mijn conclusie: Jan Luiten van Zanden en Prak hebben het werk van Nijkamp ook niet gelezen. Toch verdedigen ze hem. Waarom? Omdat ze net als vrijwel iedereen in de wetenschappelijke wereld blind afgaan op de reputatie van een wetenschapper zonder zich in zijn/haar werk te verdiepen. Als ze de gewraakte artikelen van Nijkamp tot zich hadden genomen, hadden ze hun mond gehouden of, als ze eerlijk wilden zijn, hun (digitale) pen in zwavelzuur gedoopt. 

20 januari 2014

Jeroen Bosman: wetenschappelijke artikelen worden gelezen

Jeroen Bosman schrijft in reactie op een van mijn blogs: “ik daag u (…) uit de stelling dat wetenschappelijke schrijfsels niet of nauwelijks worden gelezen te onderbouwen. Cijfers? Referenties? Ik denk dat het een mythe is.” Inderdaad, deze stelling is moeilijk hard te maken. Citatie-analyse duidt er juist op dat er heel veel wordt gelezen, tenminste in sommige vakgebieden: de sociale psychologie, bijvoorbeeld (toch fraude: zie Stapel), of de geneeskunde (toch fraude: zie Poldermans). Maar dat is slechts schijn (dan zien we nog af van het fenomeen dat iemand geciteerd wordt alleen maar omdat hij daar de auteur(s) om gevraagd heeft). De stelling is een beetje subtiel in de volgende zin: een onderzoeker weet welke artikelen voor zijn onderzoekterrein relevant zijn, maar hij/zij zal ze pas gaan 'lezen' als het eigen onderzoek er om vraagt. Lezen staat tussen aanhalingstekens, want een onderzoeker leest alleen die delen van een artikel die echt noodzakelijk zijn om zelf verder te kunnen. Verder leest hij/zij niets (want: kost tijd). Ik heb het natuurlijk over de gemiddelde onderzoeker. Het genie ziet direct waar een artikel over gaat (het genie leest dus eigenlijk ook niet, maar leert een artikel kennen bij oogopslag!). Voor deze stelling is direct bewijs, anecdotisch bewijs en indirect bewijs. Direct bewijs: vraag het jezelf en de collega’s die eerlijk tegen jou durven te zijn. Resultaat: qed. Anecdotisch bewijs: kijk eens goed naar wat gepubliceerde artikelen en constateer dat het bij sommige artikelen wemelt van de fouten. Dus: zelfs de referees van tijdschriften lezen niet, in ieder geval niet goed. Indirect bewijs: bij benoemingen en bevorderingen van een wetenschapper wordt zelden naar zijn/haar artikelen gekeken (zelfs niet door collega’s). Men berekent een mechanische index die gebaseerd is op aantallen publicaties, de reputatie van de tijdschriften, en dergelijke. Als de waarde van die index te laag is, volgt geen benoeming/bevordering. Conclusie: het lezen en beoordelen van wetenschappelijke schrijfsels wordt overgelaten aan een rekenmachine. 

17 januari 2014

Peter Nijkamp: een hetze als boemerang

Ik zei al dat als een ‘gevallen’ man probeert terug te slaan er een grote kans is dat dit tegen hem zal werken. Toch probeerde Peter Nijkamp de beschuldigingen van wetenschappelijk wangedrag in het blaadje van zijn universiteit te ontkrachten. Hij noemde die beschuldigingen een hetze. Het gaat hem niet helpen. Integendeel, de boemerang  is al op de terugweg (zie hier) en ook Frank van Kolfschooten (FvK), die zich in de NRC tegen hem richtte, zal weer van zich spreken in de NRC. Nijkamp wilde een inhoudelijke reactie op zijn werk, geen mechanisch turven. Dat is vreemd: wetenschappers lezen elkaars werk nauwelijks, tenzij ze referee van een tijdschrift zijn, en zijn er eigenlijk ook niet echt in geïnteresseerd. Het wetenschapsbedrijf is een raar bedrijf (althans in de economie): iedereen is aan het schrijven en het schrijven, maar het overgrote deel van die schrijfsels wordt niet of nauwelijks gelezen. Daar doet Nijkamp zelf even hard aan mee. Maar goed, ik heb inmiddels toch naar de vier artikelen gekeken waar FvK zijn pijlen op richtte. Die artikelen gaan over de gevolgen van migratie voor de immigratielanden. Het zijn voornamelijk artikel met een blijde boodschap: we worden lekker beter van al die immigranten. Wat ook opvalt is dat die artikelen nauwelijks eigen onderzoek bevatten. Er is geen originaliteit te ontdekken: het is allemaal erg in de sfeer van reviews of meta-analyses. In tegenstelling tot wat hij in zijn verdediging suggereert is hij niet grensverleggend bezig, er is geen sprake van kennisontwikkeling, maar gewoon van recycling van ideeën die al in de literatuur bekend zijn. Of het plagiaat is, weet ik niet. Misschien niet, maar het is wel steeds weer oud gehakt gebruiken in de vleesmolen van de slagerij. Even verwerpelijk als plagiaat.

16 januari 2014

Matthijs van Nieuwkerk (DWDD): raaskalt over online colleges

Nog maar even terug naar de DWDD-uitzending van 8 januari met de minister van onderwijs. Die ging over massive open online courses (MOOC), de cursussen die momenteel online worden aangeboden, compleet met colleges, vraagstukken, tentamens en de mogelijkheid van feedback op ingediende vragen door deelnemers. De minister van onderwijs, Jet Bussemaker, kondigde in de uitzending aan dat studenten deze cursussen kunnen laten meetellen op hun diploma. In hoeverre valt na te gaan of deze studenten zelf werkelijk wat aan de cursus gedaan hebben, zei ze er niet bij. Een van de meest pregnante ervaringen met deze cursussen is nu juist dat deelnemers nauwelijks actief blijken te zijn. De minister zei wel dat deze cursussen hoogstens als aanvulling kunnen dienen en dat fysiek contact met docenten wel nodig blijft. Presentator Matthijs van Nieuwkerk wilde daar niets van horen. Minutenlang probeerde hij de minister te verleiden tot de uitspraak dat als studenten kunnen kiezen voor topdocenten van Harvard alle ‘mindere’ docenten in Nederland overbodig zijn, of hoogstens lakeien van de toppers bij Harvard. Dat de minister wilde zeggen dat er juist meer docenten nodig zijn, wilde er bij hem niet in. Hij ging er vanuit dat de minister de ‘mindere’ docenten in bescherming wilde nemen, maar heimelijk ook wel wist dat ze allemaal ontslagen kunnen worden. Het tekent het onbegrip over wat hoger onderwijs nodig heeft: Van Nieuwkerk en zijn geadopteerde whizzkid Alexander Klöpping gaan er vanuit dat als colleges zijn als popconcerten het academische ideaal voor de student is bereikt. Dit is ook het uitgangspunt van de Universiteit van Nederland die door Alexander Klöpping is opgericht. Die colleges zijn net zo passief als en dragen net zo veel (of net zo weinig bij) aan de academische vaardigheden als de ouderwetse hoorcolleges waar Van Nieuwkerk zijn staf over breekt.

15 januari 2014

Peter Nijkamp (VU): hetze?

Het is altijd gevaarlijk voor een ‘gevallen’ man (of vrouw) om achteraf zijn (of haar) blazoen alsnog schoon te willen poetsen. Peter Nijkamp die betrokken is bij een plagiaatzaak doet dat toch. In een uitgebreid stuk in het universiteitsblad van de VU, Ad Valvas, verdedigt hij zich tegen de aantijgingen van plagiaat. Een van zijn belangrijkste argumenten is dat het onderzoek dat door de journalist Frank van Kolfschooten is gedaan naar zijn werk een puur mechanische exercitie was, terwijl hij (FvK) beter “met ‘peers’ (had) kunnen praten over de vraag of een idee, een aanpak of een vinding vernieuwend of origineel is.” Dat is een ‘pot-verwijt-de-ketel’ argument. In de wetenschap wordt de status van een wetenschapper vrijwel altijd afgemeten aan de hand van mechanische indicatoren: dat wil zeggen het aantal artikelen en citaties en de ‘zwaarte’ of reputatie van het tijdschrift waarin gepubliceerd wordt. Nijkamp had zich beter druk kunnen maken om zijn eigen Vrije Universiteit en zijn eigen Economische Faculteit die maandenlang schimmig deden over wat er nu eigenlijk aan de hand was met het proefschrift van zijn promovenda Kourtit. Er was een rapport, maar dat werd niet gepubliceerd (Nijkamp had daar zelf op kunnen aandringen). Toen uiteindelijk toch, eind vorig jaar, een samenvatting van het onderzoeksrapport op de site van de Vsnu bleek te staan, was dat geanonimiseerd. Volgens dat rapport was er sprake van plagiaat, die “wellicht het gevolg was van onvoldoende kennis van de geldende regels.” Een infantielere verdediging tegen een ernstige beschuldiging van wetenschappelijke fraude heb ik zelden gezien. Nu is misschien die samenvatting toch niet correct. Als dit een hetze is, dan is dit een gevolg van geblunder door de VU zelf. 

14 januari 2014

Don Poldermans: Europese richtlijn is goed ondanks fraude

Hoe zat het ook alweer? Don Poldermans was een gevierd onderzoeker, die empirisch bewezen had dat bètablokkers een heilzame werking hadden bij hartoperaties. Nadat hij honderden artikelen had gepubliceerd was daar opeens de verdenking dat er fraude in het spel was. Er kwam een onderzoek naar zijn onderzoek. Conclusie: zijn onderzoek naar de bètablokkers bleek te zijn gebaseerd op ondeugdelijke patiëntengegevens. Je zou verwachten dat al zijn conclusies over het effect van bètablokkers in de prullenbak zijn verdwenen. Maar nee hoor, De Volkskrant meldt vanochtend dat er nog steeds een Europese richtlijn bestaat over bètablokkers die gebaseerd is op het onderzoek van Poldermans. Enkele Britse onderzoekers hebben volgens dit bericht recent aangetoond dat het gebruik van bètablokkers de sterftekans bij operaties verhoogt, in plaats van verlaagt. Of dat dan weer waar is, kan ik natuurlijk niet beoordelen. Het is wel huiveringwekkend om te zien dat de Europese bureaucratie kennelijk niet in staat is om een richtlijn, die gebaseerd is op frauduleus onderzoek, weer ongedaan te maken. Daar heeft die bureaucratie nu ruim een jaar de tijd voor gehad. In die tijd zijn er dankzij die richtlijn waarschijnlijk 100 patiënten nodeloos gestorven, alleen al in Nederland. De meest trieste makende reactie komt misschien nog wel van Poldermans zelf. Hij denkt nog steeds dat de op zijn frauduleuze onderzoek gebaseerd richtlijn goed is, want zo zegt hij: “als de huidige richtlijn echt zo slecht was geweest, was die toch onmiddellijk geschrapt.” 

13 januari 2014

Jet Bussemaker (Min onderwijs, PvdA): Moeke MOOC in DWDD

Massive open online courses (MOOC) zijn (of misschien moet ik zeggen: waren) de belofte van een nieuwe onderwijsfilosofie. Het idee is eenvoudig: je neemt een gehele cursus op video op, je zet het online, beschikbaar voor iedereen en de hele wereld kan de cursus volgen. Er zijn bij de meeste van deze cursussen ook tentamens waar je als je je via het internet hebt geregistreerd als deelnemer ook aan mee kunt doen, uiteraard digitaal. Je krijgt er een cijfer voor (ook weer digitaal). De cursussen worden vaak door of namens gerenommeerde universiteiten gegeven. De minister van onderwijs, Jet Bussemaker, wil nu dat deze cijfers mee mogen gaan tellen op de cijferlijst van studenten. Dat zei ze op DWDD van 8 januari. Die cursussen leiden tot een verbetering van het onderwijs, want je krijgt, zo zei ze letterlijk, “internationale gezelschappen van studenten die met elkaar gaan praten over wat ze zien.” Jet Bussemaker, als de zorgzame oma van alle MOOCs! Helaas, het is een jammerlijke misvatting. Die cursussen zijn een flop, juist omdat deelnemers nauwelijks actief blijken te zijn. Eerlijkheidshalve moet ik er bij zeggen dat ze ook nog probeerde te benadrukken dat fysiek contact met docenten wel nodig blijft, maar dat wilde presentator Matthijs van Nieuwkerk helemaal niet horen, laat staan Alexander Klöpping, de jongeman die opgewonden wordt als hij een bril ziet waarmee je internet kunt ontvangen en die denkt dat goede colleges een soort popconcerten zijn. Zij wilden vooral benadrukken dat de meeste docenten helemaal niet meer nodig zijn en het voldoende is om naar de ‘top van de hoogleraren’ te luisteren (desnoods in je bed). Misschien moeten ze wat vaker de krant (inderdaad een oud medium, ook al staan de belangrijke stukken vaak op het net ) lezen.
 

10 januari 2014

Cees Fasseur (historicus): trapt in de Popper-Talebval, II

Cees Fasseur meende dat mijn bewering in De Volkskrant dat in de jaren veertig met de naar onafhankelijkheid strevende Indonesiërs was afgesproken dat “er een autonome status voor de Molukken zou komen binnen een federatief verband” onjuist was. Hij deed dat in een reactie in dezelfde krant. In zijn stuk geeft hij een beschrijving van wat er werkelijk was afgesproken. Zeer nuttig, maar maakte ook duidelijk dat die afspraken open lieten dat er autonomie binnen de Indonesische federatie mogelijk was. Ergens midden in zijn stuk zegt hij: “Bovendien werd het nieuwe federale staatsverband in het eerste halfjaar van 1950 in sneltreinvaart opgerold. Het werd als een koloniale erfenis beschouwd, hetgeen het in feite ook was.” Met andere woorden, Fasseur beweert dat de Indonesiërs zich inderdaad niet aan de afspraken hebben gehouden (om een federatie in stand te houden waarbinnen autonomie mogelijk was), maar ze konden ook niet anders. Ze konden natuurlijk niet een koloniaal instituut in stand houden. Daarmee is Fasseur in de Popper-Talebval gelopen: achteraf geef je een verklaring voor de gebeurtenissen die hebben plaats gevonden, maar je vergeet dat er ook iets heel anders had kunnen gebeuren. Bijvoorbeeld dat de Nederlandse regering bij de VS en/of de VN geprotesteerd had tegen het opheffen van de federatie. De Indonesiërs hadden zich misschien wel aan de afspraak gehouden als er een meer verlichte geest dan Soekarno aan het hoofd van de onafhankelijkheidsbeweging had gestaan. In andere landen heeft men wel de ‘koloniale erfenis’ van een federatie in stand gehouden, zie bijvoorbeeld India en Pakistan. Kortom, Molukse autonomie in de ‘gordel van smaragd’ lag wel degelijk in het verschiet, ondanks wat historicus Fasseur daarover beweert. 

09 januari 2014

Cees Fasseur (historicus): trapt in de Popper-Talebval, I

Mijn opvatting over geschiedenis is bijna helemaal bepaald door Sir Karl Popper (1902-1994). Volgens Popper voldoet de loop van de geschiedenis niet aan ‘wetenschappelijke wetten’. Als gebeurtenis A plaats vindt, zal niet noodzakelijk gebeurtenis B volgen, maar kunnen C tot en met Z evengoed volgen. Zelfs als bepaalde wetmatigheden de loop van de geschiedenis toch zouden bepalen, kunnen we dat niet weten omdat ieder gebeurtenis in de geschiedenis uniek is en we kunnen ook geen gecontroleerd experiment uitvoeren om te zien wat er gaat gebeuren: de loop der gebeurtenissen kan niet onder controle gehouden worden. Nassim Nicholas Taleb (auteur van Fooled by randomness en The black swan) voegt daar nog een element aan toe. Als we terugkijken in de geschiedenis, lijkt het net alsof alle gebeurtenissen logisch op elkaar volgen, maar we vergeten dat iedere gebeurtenis in feite toevallig plaats vond (random was); er had ook iets heel anders kunnen gebeuren. Nu had ik deze week in een stuk in De Volkskrant geschreven dat de Nederlandse regering in de jaren veertig met de naar onafhankelijkheid strevende Indonesiërse had afgesproken dat “er een autonome status voor de Molukken zou komen binnen een federatief verband”. Niet meer, niet minder. Een federatief verband laat vele vormen van autonomie toe, van vrijwel onafhankelijk, zoals de lidstaten van de EU, via in grote mate zelfstandig, zoals de staten in de VS, tot vrijwel volledig ondergeschikt aan het centrum, zoals in de voormalige Sovjet-Unie. Twee dagen na mijn stuk verscheen een reactie van Cees Fasseur (emeritus hoogleraar in de geschiedenis van Zuidoost-Azië) in dezelfde krant met als strekking dat mijn bewering onjuist was. Ik heb zijn stuk nu al vier keer overgelezen, maar ik zie nog steeds niet wat er onjuist was aan mijn bewering. Wel zie ik dat hij in de Popper-Talebval is gelopen. Daarover morgen meer.

07 januari 2014

Peter Nijkamp (VU): verkreukeld (en zijn CvB ook)

De Volkskrant meldde deze ochtend dat mijn alma mater, De Vrije Universiteit, maandenlang een plagiaatzaak rond Peter Nijkamp onder de pet heeft gehouden. Dat blijkt uit een onderzoeksrapport dat op de site van de VSNU staat (misschien al wel enige tijd) en door De Volkskrant is opgemerkt. Dacht ik nog wel dat de hele affaire met een sisser zou aflopen, maar die sisser bleek naar een fragmentatiebom te leiden die in het gezicht van vele betrokkenen, maar natuurlijk vooral die van Peter Nijkamp, is ontploft. Over een andere betrokkene hebben we het al eens gehad (zie hier en hier) en voor de geschiedenis van deze affaire, lees hier en hier. Voor wie meer in de smakelijke dan de serieuze kanten van deze zaak is geïnteresseerd, verwijs ik naar sites als Geen Stijl. De commissie Drenth die deze zaak heeft onderzocht concludeerde, aldus de VSNU, dat er sprake was van plagiaat, maar concludeerde daar direct achteraan dat dit “wellicht het gevolg was van onvoldoende kennis van de geldende regels.” De commissie achtte een soort herstelopdracht dan ook voldoende. Studenten die een paar zinnen overschrijven van medestudenten worden harder aangepakt dan Nijkamp en zijn promovenda. Nijkamp loopt al heel lang mee in het wetenschappelijke circuit. Hij was voorzitter van de NWO, de organisatie die miljoenen onderzoeksgeld over onderzoekend Nederland uitstrooit; hij heeft dus weet van alle spelregels die gelden rond wetenschappelijke integriteit. Hij weet ook dat plagiaat een doodzonde is die tot de wetenschappelijke hel leidt. Dat dacht het College van Bestuur (CvB) van de christelijke VU aanvankelijk niet, want die nam het naïeve advies van de commissie Drenth over. Herstelopdrachtje, zand er over. Tot dus vanochtend, toen het bommetje alsnog ontplofte. Nu blijkt dat het CvB alsnog het hele werk van Nijkamp wil laten onderzoeken. Misschien moet het CvB direct ook zichzelf maar weer eens onderzoeken.

06 januari 2014

Frans Weekers (VVD): alweer een pijltje van Peter Omtzigt (CDA)

We laten er geen misverstand over bestaan: het is de taak van onze volksvertegenwoordigers om de heren/dames politieke bestuurders hinderlijk te volgen. Zodat die heren/dames zich niet laten omkopen door corrupte lokale onderkoningen, bijvoorbeeld. Of dat de subsidies die onze arme luitjes (die schijnen ongeveer 90% van de bevolking uit te maken; nooit geweten dat wij zo arm waren) moeten ondersteunen bij het betalen van hun ziektekosten niet in de verkeerde zakken terecht komen, de zakken van de Roemeense of Bulgaarse maffia, bijvoorbeeld. Dus, heel goed dat Peter Omtzigt vragen stelde aan staatssecretaris Frans Weekers over die zogenaamde zorgtoeslag  die ook door niet Nederlanders met groot gemak geïnd konden worden. Omtzigt was weliswaar vergeten dat hij als parlementslid deze regeling zelf had goedgekeurd, maar daar hebben we het niet meer over. Toen kwam tussen de oliebollen Omtzigt met het zogenaamde eigen woningforfait  op de proppen. Die bleek met eentiende (!!!) procent verhoogd te zijn zonder dat wij kiezers en, in ieder geval Omtzigt zelf, er iets over hadden mogen zeggen. Dat is hinderlijk volgen door Omtzigt. Heel goed. En dan nu, bij aanvang van het nieuwe jaar, maakt Omtzigt zich druk om de voorlopige aanslag van de belastingdienst waarin fouten blijken te zitten. „Als je zelf fouten maakt bij je belastingaangifte ben je strafbaar. Nu worden die fouten door de Belastingdienst gemaakt en pas anderhalf jaar later gerepareerd als je zelf niks doet,” liet hij de krant, nota bene die van Frans Weekers, optekenen. Ook hinderlijk volgen, maar ik begin dat hinderlijk volgen door Omtzigt wel heel erg hinderlijk te vinden. Kan Omtzigt zijn pijlen niet eens op iets echt belangrijks richten? Misschien dat het helpt als Frans Weekers een baan zoekt die hij wel aan kan.