21 december 2011

Henk Bleker

We gaan het jaar met een wel heel slecht mens afsluiten en, helaas, weer een CDA-politicus. Hij is zo slecht dat iedereen het door heeft en geregeld over hem heen valt (minus natuurlijk een paar duizend overgebleven CDA-kiezers). Hij kwam uit het niets, zoals Balkenende indertijd ook uit het nieuws kwam. Hij werd interim-voorzitter in 2010 na de slecht verlopen Tweede Kamerverkiezingen voor het CDA. Het CDA dreigde spoedig daarna uiteen te vallen vanwege de onenigheid over deelname aan een regering met de PVV als gedoogpartner. Bleker wierp zich op als de grote verzoener. Een gewillig oor naar links, een ander gewillig oor naar rechts. Al gauw bleek dat hij één oor al die tijd dicht had gehouden: hij had zijn huid allang verkocht aan maffiabaas Maxime Verhagen. Hij mocht immers in de regering. Voor de natuur. Inmiddels bleef hij maar voor de televisie komen, want hij lijkt daar dol op. Hij poseert daar als nonchalante verschijning die zegt gevangen te zijn in de taaie werkelijkheid van alle dag. Dat ging goed tot asielzoeker Mauro tegenover hem kwam zitten bij Pauw en Witteman. Terwijl Bleker min of meer uitsprak dat Mauro helaas het land uitmoest, vroeg hij direct als zoenoffer Mauro mee naar een voetbalwedstrijd. Heel Nederland verontwaardigd. Journalisten zitten hem nu op de hielen. Vanochtend onthulde De Volkskrant dat Bleker als gedeputeerde natuurgebied aan boeren overdroeg met miljoenen en half frauduleuze subsidies er bij. De natuur is bij hem niet in goede handen, is de boodschap. Dat wisten we natuurlijk al, maar zolang de maffiabaas hem steunt zal hij niet geofferd worden.           

17 december 2011

Rick Driehuis en Jason Halman

Rick Driehuis was geen moordenaar, zoals Jason Halman, maar toch lijkt zijn geval op dat van Jason die zijn broer Gregory, die tophonkballer in de VS was, vermoordde. Jason leeft, maar Rick is dood. Ergens in augustus 1978 tenniste ik tegen Rick bij de clubkampioenschappen van de club waar wij toen allebei lid van waren. Hij was toen een jaar of 13, ik was 27. Hij was nog volop in de groei. Binnen een mum van tijd stond ik voor een hopeloos lijkende achterstand, maar ik kreeg hem uit zijn spel en won toch. Rick nam ook wel eens vriendjes mee naar de tennisclub. Een daarvan was Marco van Basten. Op de foto (uit 1978) zit Rick vooraan tweede van rechts, Marco staat vlak achter hem, tweede van rechts, naast John van Loen die later ook profvoetballer werd. Jaren later pas las ik in een Utrechtse krant dat Rick als jeugdspeler met Van Basten had samen gespeeld bij UVV en gedroomd had van een profcarrière als voetballer. Het was hem niet gelukt, maar Marco van Basten wel. Toen ik dat las had Rick zich al dood gereden. Of het zelfmoord was, weet ik niet. Jason Halman maakte hetzelfde mee als Rick, maar het was niet een vriend maar een broer die het succes had dat hem niet gegund was. Jason haalde het walhalla van het honkbal, de MLB, niet en Gregory wel. Het leven kan wreed uitpakken als het lot jou niet, maar iemand die zo dichtbij is wel gunstig gezind is. Het kan slechte krachten in je los maken.

11 december 2011

Job Cohen (PvdA) jokt

Job Cohen kan misschien niet rekenen. Of hij doet alsof, maar dan jokt hij. Op zijn blog schrijft hij op 7 december: “De Partij van de Arbeid heeft ervoor gezorgd dat mensen die lang hebben gewerkt voor een laag inkomen toch op hun 65ste met pensioen kunnen, zonder of met een beperkte korting.” Die korting blijkt na enig rekenwerk 7 procent te zijn voor mensen met een minimuminkomen die in of na 2025 op hun 65-ste met pensioen willen. De PvdA had in de Tweede Kamer echter geëist dat die korting maximaal 3 procent mocht zijn. Die eis is dus niet gehonoreerd. Het vreemde is nu echter dat iedereen doet alsof die 7 procent toch 3 procent is. De minister van Sociale Zaken heeft het over 3 procent, de vakcentrale heeft het over 3 procent en Job Cohen dus kennelijk ook. Waarom? De minister wil niet meer geven (en eigenlijk geeft hij zelfs niets, hij haalt wat geld uit het ene potje en doet het dan in  … precies hetzelfde potje) en dus zegt hij dat hij aan de eis van 3 procent heeft voldaan. Job Cohen weet waarschijnlijk ook dat er niet meer in zit en dus zegt hij dat die 7 procent 3 procent is. Hij zal heus wel kunnen rekenen (Job heeft door gestudeerd). Dus jokt hij.   

05 december 2011

Ruud Lubbers

Verdient Ruud Lubbers een plaats in een museum van slechte mensen? Hij heeft de beste jaren van zijn leven gegeven aan de Nederlandse politiek. Nadat hij in 1973 op 34-jarige leeftijd de politiek in werd gekatapulteerd, heeft hij daar gedurende meer dan twintig jaar een grote rol gespeeld, waarvan 12 jaar (1982-1994) als premier. Hij stond bekend als iemand die nooit ophield met werken en als een dossiervreter: hij kende alle politieke dossiers van a tot z. Hij bemoeide zich als premier ook overal mee: bij politieke problemen van een van zijn ministers droeg hij zelf de oplossingen aan. Zijn vrouw en kinderen zullen hem in die tijd weinig gezien hebben: Ruud Lubbers was er niet voor zijn gezin, wel voor Nederland en voor Europa. Wat de EU betrof, stond hij bekend als een federalist: hij wilde van de EU een federale staat à la de VS maken. Dat is hem niet gelukt: zijn kunststukje was het verdrag van Maastricht (1991) waarin voor het eerst voorschriften werden geformuleerd waar de nationale begrotingen van de lidstaten aan moesten voldoen. Die voorschriften waren in beginsel goed, maar de uitwerking deugde niet. Dat was voor de insiders al veel eerder bekend, maar dankzij de eurocrisis weet nu iedereen het. Lubbers vindt het niet zijn fout. Helaas, daarmee verdient hij hier een plekje, want eigen fouten niet erkennen is een slechte eigenschap. In De Volkskrant van 3 december zegt hij dat in het verdrag van Maastricht de muren werden neergezet, maar dat anderen verzuimd hebben het dak er op te zetten. Bovendien had de eerste president van de Centrale Bank, Wim Duisenberg, de zwakke eurolanden moeten disciplineren. Kortom, ik Ruud Lubbers, heb mijn steentjes bijgedragen aan de EU, maar anderen hebben van mijn steentjes een puinhoop gemaakt.

02 december 2011

Topgraaier Aalt Dijkhuizen

Als je op de universiteit en hogescholen een echte grootverdiener wilt worden moet je het bestuur in. Hoewel in het parlement bepaald is dat het salaris van de premier ook het maximumsalaris in de publieke sector zou moeten zijn, is er in het hoger onderwijs nagenoeg geen bestuurder meer te vinden die minder dan dat salaris (ongeveer 190 duizend euro) verdient. Dat salaris bepalen de bestuurders zelf met medeweten van de zogenaamde toezichtsorganen, een soort gezelligheidsclubs waarin oude bekenden elkaar tegenkomen. Of die bestuurders dat hoge salaris waard zijn, is moeilijk vast te stellen. Op basis van mijn eigen ervaring met bestuur in de academische wereld heb ik maar liever bescheiden, onzichtbare bestuurders die er voor zorgen dat de academici hun werk (onderzoek en onderwijs) kunnen doen. Al te ambitieuze bestuurders veroorzaken al gauw ongelukken. Vanochtend stond in De Volkskrant een stuk over zo’n ambitieuze bestuurder: grootverdiener Aalt Dijkhuizen, bestuursvoorzitter bij de Universiteit van Wageningen met een salaris van 350 duizend euro. Een herkenbaar verhaal over een dictator die ja-knikkers om zich heen verzamelt en iedere kritiek de kop indrukt. Mugabe, Assad, Moebarak, Poetin, Dijkhuizen. Het wachten is op de lente in Wageningen.