29 november 2011

katholieke kerkleiders

Ik ben in de jaren vijftig opgegroeid in een streng katholieke familie. Het waren hoogtijdagen voor de katholieke kerk. De gelovigen waren trouw aan de Paus,  bisschoppen en de geestelijken die er waren voor de stichting van de gewone katholiek. Die geestelijken kwamen bij mensen thuis, vaak onaangekondigd, en vroegen naar het wel en wee van de eenvoudige zielen. Ze gaven advies in problematische situaties. Deze geestelijken, paters en priesters, stonden in hoog aanzien en waren boven iedere kritiek verheven. In de jaren zestig begon dat af te kalven. Men kon niet meer tegen het idee dat geestelijken, met de paus voorop, onfeilbaar waren. Voor mij persoonlijk was de druppel het verbod dat de paus ergens rond 1968 uitvaardigde op het gebruik van de pil. De kerk had voor mij afgedaan en het is nooit meer goed gekomen. Maar wat de kerk mij in intellectuele zin had aangedaan was eigenlijk maar bescheiden in vergelijking met wat tientallen kinderen in de jaren vijftig en vroege jaren zestig fysiek werd aangedaan in de talloze internaten die de katholieke kerk er op na hield. Seksueel en persoonlijk misbruik van kinderen door geestelijken,  pas de laatste jaren boven water gekomen, kon ongehinderd plaats vinden omdat de kerk zichzelf afdekte. De kerk als een gesloten, hiërarchische situatie waar kritiek van onderen onmogelijk was, was een ideale plek voor boeven die onder het mom van vroomheid hun autoriteit tegen weerloze kinderen konden misbruiken. Het ergste is dat de kerk toen meer wist van de wandaden tegen kinderen dan ze nu wil toegeven. De kerkleiders zijn nog steeds slechte mensen.

26 november 2011

Herman Wijffels

Herman Wijffels is een man die een fascinerende speech kan houden over de grote problemen op deze aarde. Ik heb een paar maal speeches van hem meegemaakt en deze hadden telkens een soort betovering tot gevolg. “Wat heeft deze man gelijk,” dacht je dan, “en wat voor een goede maatregelen stelt hij voor.” Zoiets. Iets wat je ook wel eens overkomt als je droomt. Dat opeens alles heel mooi en gelukkig lijkt. Maar dan word je wakker en dan weet je niet meer waar dat gelukzalige gevoel vandaan kwam. Zo gaat het ook na afloop van de speeches van Wijffels. Dan zou je naar buiten willen rennen om orde op zaken te gaan stellen volgens de lijn Wijffels, maar als je buiten bent begin je je af te vragen wat Wijffels heeft voorgesteld. Ja, wat eigenlijk? Wat wil deze man? Geen idee. Hij is de meester van de vage voorstellen. Hij wil duurzaamheid, sociale innovatie en nu heeft hij in zijn Sustainable Finance Lab ontdekt dat er een einde aan de bonussen voor bankiers moet komen. Tja. Dat vinden de meeste Nederlanders zonder een Finance Lab al heel lang. Wijffels heeft vele invloedrijke functies gehad in zijn leven. Waarom heeft hij daar geen orde op zaken gesteld? Waarom heeft hij de bonussen van bankiers niet afgeschaft, toen hij zelf bankier was? En heeft hij als bestuurder aan sociale innovatie gedaan? Enfin. Waarschijnlijk is Herman Wijffels geen slecht mens, maar of hij een goed mens is, zou ik ook niet weten.

24 november 2011

Johan Cruijff II

Johan Cruijff is ook populair omdat hij altijd gelijk lijkt te hebben. Dat wil zeggen, als hij zijn gang kan gaan (zoals bij Pauw & Witteman op 17 november), dan praat hij zo een uur door zonder dat je meestal weet waar hij het over heeft.  Maar, dan ergens in dat uur verborgen zit een boodschap die doel lijkt te treffen. Net zo als bij Cruijff als voetballer één treffer voldoende kon zijn voor een geslaagde wedstrijd, zo is voor Cruijff als visionair één rake opmerking ook voldoende voor een succesvolle visie. Bij P&W was er maar één opmerking die ik begreep, namelijk dat Ajax weer naar de Europese top moest en dat de jeugdopleiding daarvoor moest zorgen (“wie niet rijk is, moet slim zijn”, zei hij ongeveer). Alle aandacht naar de jeugdopleiding? Slim? Hoe beter de jeugdopleiding van Ajax, des te meer scouts van de grote Europese clubs zich langs de velden van ‘De Toekomst’ verzamelen om de talenten weg te lokken. Nog voordat deze talenten een schot in het eerste van Ajax hebben gelost, zijn ze al vertrokken naar de grote voetballanden.

Johan Cruijff

Ik heb Johan Cruijff ongeveer drie keer ‘live’ zien voetballen, waarvan hij één keer onwaarschijnlijk goed speelde. De minimumleeftijd van de mensen die deze ervaring met mij delen, moet toch inmiddels zo rond de 40 jaar liggen. Alle mensen jonger dan 35 jaar oud, hebben nooit bewust zijn voetbaltalent ‘in real time’ mogen aanschouwen. Toch blijkt hij populair te zijn onder jongere Ajax-supporters, ondanks dat hij medeverantwoordelijk lijkt te zijn voor een bestuurscrisis bij Ajax. Kennelijk weet hij altijd weer de indruk te wekken dat hij belangeloos zijn kennis ter beschikking stelt, terwijl de andere partij voornamelijk het eigen belang op het oog heeft. In mijn herinnering was Cruijff tijdens zijn voetballoopbaan voortdurend het middelpunt van ‘voetbalaffaires’. Zo ontbrak hij eens op een Europacup wedstrijd van Ajax omdat hij niet langer aanvoerder mocht zijn, wilde hij niet dat spelers van PSV in het nationale elftal speelden, wilde hij ook niet in het nationale elftal spelen als hem dat niet genoeg opleverde, of hij kwam gewoon niet opdagen, omdat hij wat beters te doen had. Het was hem allemaal te vergeven, zolang hij maar zijn ongeëvenaarde voetbaltalent zo nu en dan aan de wereld liet zien. Dat talent is nu al bijna dertig jaar begraven, maar het talent om een crisissituatie uit te lokken, heeft hem nooit verlaten.

16 november 2011

Bas Jacobs, I

topeconoom
Bas Jacobs is een van de meest talentvolle economen van de jonge generatie. Hoewel, inmiddels is hij 38 jaar; zo jong is hij dus ook al niet meer. Bas is goed ingevoerd in de wereld van de Nederlandse topeconomen en hij heeft grote ambities. Een jaar of vijf geleden vertrouwde hij me toe dat hij heel snel in de wetenschappelijke toptijdschriften wilde gaan publiceren. Dat is hem, als ik op zijn homepage mag afgaan, nog niet gelukt. Dat komt misschien wel omdat hij ook heel graag in de media, inclusief de televisie, van zijn mening kond wil doen. Die mening houdt hij heel erg voor waar. Zo vindt hij dat de belastingen zeker niet verhoogd moeten worden, want dat is slecht voor de economie. Bovendien moet er flink bezuinigd worden. Nu gun ik iedereen zijn eigen mening, maar het probleem in het geval van Jacobs is dat dit niet wederzijds is. Hij lijkt te denken de economische waarheid in pacht te hebben. Zo poneerde ik eens voor een commerciële TV-zender dat het positieve effect van een belastingverlaging door het CPB sterk wordt overdreven; dat positieve effect bestaat misschien niet eens. Bas Jacobs, kind aan huis bij de desbetreffende zender, zat er ook bij en ontplofte. Er zijn tonnen empirische studies die laten zien dat belastingen een negatief effect hebben, zo beweerde hij. Na afloop van de uitzending was hij ziedend. Het was een schande dat ik hoogleraar was aan een economische faculteit: ik zou op staande voet ontslagen moeten worden. Inmiddels blijken ook zijn economische waarheden niet in steen gebeiteld: het Nederlandse kabinet hoeft toch niet zo veel te bezuinigen als hij eerst beweerde. Met zijn ‘brother in arms’ Lans Bovenberg schreef hij onlangs dat dit kabinet misschien zelfs meer moet gaan uitgeven. Een jaar geleden schreef hij nog met diezelfde Bovenberg dat het kabinet misschien wel 65 miljard moest gaan bezuinigen. Nu hoeft dat niet meer: zijn economische waarheid is op drift.  

13 november 2011

Economen

Econoom: ik zei al dat de euro niet goed smaakte
De economie heeft van de serieuze wetenschappen, laten we zeggen van de wetenschappen waar een Nobelprijs voor bestaat, zo ongeveer de meeste pretenties, maar kan de minste resultaten overleggen. Toen de kredietcrisis in 2008 uitbrak in de VS en van daaruit over de hele wereldeconomie uitwaaierde, wisten economen niet wat hun overkwam. Een wereldwijde recessie die voortkwam uit het inzakken van de woningmarkt in de VS, wie had daar nu aan gedacht? De meeste economen niet. Toen later kwam daar de Europese schuldencrisis bij. Weer hadden de economen even geen antwoord. Dat duurde niet lang: na een korte stilte barstte weer een kakofonie van aanbevelingen door economen los. Zoals gebruikelijk waren de aanbevolen oplossingen allemaal verschillend. Interessant was dat de economen die wel eens bij een minister of Kamerlid over de vloer kwamen, min of meer de officiële doctrine steunden: de schuldencrisis moest worden opgelost door de eurozone in stand te houden, waarbij alle landen de broekriem moesten aanhalen. Nu (13 november) lijkt deze oplossing te stranden doordat steeds meer landen door een inzakkende economische ontwikkeling, te hoge overheidstekorten en tekorten op de lopende rekening van hun betalingsbalans steeds meer moeten lenen om hun hoofd boven water te houden. Of die leningen ooit weer terugbetaald zullen worden, weet geen mens. Al zeggen deze regeringsgetrouwe economen dat het wel goed zal komen. Het zou kunnen, maar het zou ook niet kunnen. In het laatste geval is er geen man overboord. De economische wetenschap is namelijk ook erg flexibel. Deze economen komen dan met een economische redenering waaruit blijkt dat ze, hoewel hun voorspelling niet is uitgekomen, toch gelijk hebben gehad.

10 november 2011

Thom Karremans

Karremans proost met Mladic, 1995
Thom Karremans is sinds juli 1995 het prototype van de laffe man die op het moment dat hij duizenden mensen moest beschermen die mensen zonder verzet uitlevert aan een massamoordenaar. Dit beeld zal hij waarschijnlijk niet meer kwijtraken. Nu al 16 jaar wordt het beeld van lafaard bevestigd en aangescherpt. Het TV-programma Profiel dat op 9 november werd uitgezonden was de laatste in een lange reeks. Opvallend was dat hij zelf aan dit programma had meegewerkt en er na afloop kennelijk zo van terugschrok dat hij de uitzending ervan wilde voorkomen. Inderdaad lijkt hij zelf niet te beseffen hoezeer hij door zijn eigen uitspraken het beeld een lafaard te zijn die zichzelf voortdurend tegenspreekt bevestigt. Nog steeds voelt hij de behoefte zichzelf te rechtvaardigen, maar telkens met averechts resultaat. Karremans heeft ook nog de pech gehad dat de zwakste momenten uit zijn leven zich voor het oog van de televisiecamera afspeelden. Tijdens de Zeeuwse waternoodramp lieten talloze Zeeuwse bestuurders hun onderdanen in de steek op het moment dat die geholpen hadden moeten worden, maar omdat Nederland sliep en er geen camera in de buurt was, kwam dat pas decennia later door het boek van Kees Slager boven water. De lafheid van Karremans is al talloze malen op de televisie vertoond en wie er niet genoeg van kan krijgen, kan ook nog op You Tube terecht. Wat in het programma Profiel opviel was dat de superieuren van Karremans hem geen geschikte bevelhebber vonden. Toch werd hij als overste aangesteld op de tot dan toe moeilijkste militaire missie die Nederland in VN-verband moest uitvoeren. Je kunt het Karremans niet kwalijk nemen dat hij die benoeming aanvaardde. Als hij wat meer zelfkennis had gehad, had hij de benoeming misschien geweigerd. Uit de vele interviews met hem blijkt echter dat hij op geen enkele  manier in staat is zijn eigen gedrag ter discussie te stellen.

08 november 2011

Silvio Berlusconi

Ieder democratisch land krijgt de regeringsleider die het verdient. Italië heeft Silvio Berlusconi, bekend van seksschandalen, corruptie en torpedering van de rechtsgang. Berlusconi is populair in Italië, geen enkele van zijn wandaden lijkt daar iets aan te veranderen. Zelfs pedofilie niet. Nu wordt hij door de financiële wereld uitgekotst. Silvio raakt zijn staatsobligaties alleen nog maar kwijt tegen een rente van meer dan 6 %. Hoewel hij zijn land in een financiële en politieke chaos stort, aarzelt hij op te stappen. Waarom kunnen dit soort mannen nooit genoeg van macht krijgen? Hij is rijk genoeg om zijn honger naar minderjarige meisjes te kunnen stillen. Zijn rol in de geschiedenisboekjes zal er niet beter door worden als hij blijft zitten. Misschien is hij bang alsnog in het gevang terecht te komen als zijn onschendbaarheid verdwijnt, of misschien denkt hij echt dat hij de enige in Italië is die het land vooruit kan helpen. Er zijn veel machtige, maar incapabele mannen die toch denken dat ze een weldaad zijn voor het land dat ze te gronde richten. Zelfkennis is niet hun belangrijkste karaktertrek.

07 november 2011

Onno Ruding

Onno Ruding was in de jaren 80 twee kabinetten lang minister van financiën. Hij stond bekend als een zuinige minister; hij slaagde er in het financieringstekort van de overheid aanzienlijk te verlagen. Na zijn ministerschap werd hij bankier bij een van de grootste banken van de VS. Inmiddels is hij gepensioneerd, maar hij verschijnt nog geregeld in de publiciteit. Vandaag nog mocht hij zijn mening geven over het optreden van de regering tijdens de kredietcrisis van 2008. Hij moet dus wel een heel capabele man zijn. Ik zie hem echter steeds als de man die ons pensioenstelsel heeft doen wankelen. Hij dreigde namelijk tegen het eind van zijn ministerschap belasting te innen bij de pensioenfondsen als deze hun ‘oververmogen’ niet snel zouden verminderen. Er zat volgens hem te veel geld bij die fondsen. De fondsen namen het dreigement serieus en verlaagden de pensioenpremies. Dat was goed nieuws voor Ruding: omdat de pensioenpremies aftrekbaar zijn voor de belasting kwam er door de lagere premies meer belastinggeld bij de schatkist binnen. Daardoor daalde het financieringstekort, maar nu zit er te weinig geld bij de fondsen, mede dankzij hem. Ruding denkt tot op de dag van vandaag dat het goed was om 20 jaar geleden de fondsen te kortwieken. Ik denk dat het slecht was.

06 november 2011

Ad Vingerhoets

De tranen van Ad
De wetenschappelijke fraude van Diederik Stapel aan de Universiteit van Tilburg heeft tot nu toe weinig collega’s tot een publiekelijke reactie kunnen verleiden. Toch had de commissie Levelt die de fraude heeft onderzocht geconcludeerd dat de zittende hoogleraren, naaste collega’s van Stapel, weinig moed hebben getoond. Sommigen schijnen namelijk al het vermoeden te hebben gehad dat er iets niet in de haak was. Afgelopen zaterdag (5 november) onthulde professor Ad Vingerhoets in het Brabants Dagblad dat hij het ook wist. Vingerhoets werkte met Stapel aan een onderzoek, maar traineerde dat onderzoek naar eigen zeggen, omdat hij de data van Stapel niet vertrouwde: “Als een student dit bij mij had ingeleverd, had ik het onmiddellijk in de prullenbak gegooid.” Hij aarzelde echter om Stapel aan te geven. Eerst, zo meldde hij, had hij een gepensioneerd hoogleraar om raad gevraagd en toen deze hem geadviseerd had om de zaak te laten rusten, had hij van een klacht afgezien.
         Is dit nu een dappere bekentenis die het harde oordeel van de commissie Levelt enigszins verzacht? Nauwelijks. Ik geloof er niets van dat hij de fraude al vermoedde en dat hij worstelde met een ethisch dilemma: “Ik heb er nachten van wakker gelegen.” Hij probeert zijn straatje schoon te vegen. Vingerhoets lijkt mij gewoon door de gong gered. Zou Stapel een jaar later zijn ontmaskerd, of wellicht helemaal niet, dan was het artikel over dat gezamenlijke onderzoek van Stapel en Vingerhoets er gewoon gekomen. Vingerhoets is hypocriet door te doen alsof hij het allemaal al wist, maar de fraude niet aankaartte omdat een gepensioneerd hoogleraar dat afraadde. Maar hij is bovenal laf omdat hij iemand die al in de goot ligt flink natrapt. Dat had hij toch beter kunnen doen toen Stapel nog kon terug trappen.
         Ad Vingerhoets is in het land bekend geworden door zijn onderzoek over huilgedrag. Hij kan er nu ook een hoofdstuk over krokodillentranen aan toevoegen. Die van hemzelf.

04 november 2011

Ad Koppejan (zwak mens)

Maxime is niet in de buurt
Het valt niet mee om een zwakke politieke man te zijn en op te moeten boksen tegen slechte politieke mannen met sterke karakters. Ad Koppejan weet daar alles van. Hij is een dissident in de CDA-fractie die het niet eens is met de regeringssamenwerking met de PVV. Meestal houdt hij zich muisstil, bang dat iemand hem opmerkt en iets zegt van zijn dissidentschap. Soms wordt van hem een krachtige daad gevraagd, bijvoorbeeld als een bekende en zelfs populaire asielzoeker als Mauro dreigt te worden uitgezet. Ver weg van de sterke mannen zegt hij dan iets dappers tegen een journalist, bijvoorbeeld dat Mauro niet mag worden uitgezet. Als de sterke mannen weer in de buurt zijn en hem dreigen te vermorzelen, bindt Ad Koppejan in. Dan stemt hij tegen een motie die precies voorstelt wat hij wil, maar de toorn van de sterke mannen heeft opgewekt. Van mij geen kwaad woord hierover. Ik zou ook onder de priemende blikken van maffiabaas Verhagen verschrompelen tot bang muisje.

02 november 2011

Diederik Stapel en ik

Diederik Stapel en ik waren collega’s aan de Universiteit van Tilburg. Ik heb hem nooit ontmoet. Vlak nadat hij mijn collega was geworden, stopte ik met het soort onderzoek waar hij groot in was geworden. Mijn onderzoek had heel wat minder succes dan dat van hem. Te vaak heb ik onderzoek gedaan waar net niet uitkwam wat ik gehoopt had, en waar die ene belangrijke variabele in het onderzoek een niet significant effect had. Echte goede onderzoekers laten het er niet bij zitten. Zij proberen andere variabelen uit of zoeken collega’s ergens in de wereld die misschien het onderzoek weer op de goede weg kunnen helpen. Dit heb ik ook allemaal gedaan, maar het zette uiteindelijk te weinig zoden aan de dijk. Onderzoek doen met collega’s is zo iets als een partij tennissen. Niemand wil tennissen met iemand die slechter is dan jij, maar wel met iemand die beter is. Als je slechter bent, dan moet je de drive, de overredingskracht en het charisma hebben om die andere te overreden om met jou te tennissen. Die persoonlijke eigenschappen had Stapel allemaal. Maar hij was bovendien al gauw de betere tennisser, omdat zijn variabelen allemaal precies de goede dingen deden. Iedereen wilde met hem tennissen. We weten nu dat hij vals speelde, maar ik betwijfel of hij de enige is. Bijna al het geslaagde sociaal-wetenscappelijke onderzoek ziet er zo mooi uit dat je bijna niet kunt geloven dat iemand dat uit de ruwe werkelijkheid heeft weten te halen. Dankzij Stapel streep ik in het vervolg het woordje 'bijna' door in de vorige zin.