26 september 2016

Gerjanne te Winkel (topadvocaat): “Ik ga u stalken, of u maar even wilt overleggen.” II

In het RTL-nieuws van 15 september jl. beweerde ik dat de praktijken van de zorginstelling Woonfoyers B.V. getuigden van valsheid in geschrifte en dat de verantwoordelijken vervolgd zouden moeten worden. Advocaat Gerjanne te Winkel (GtW) van advocatenkantoor Jones Day vroeg mij daarop hoe ik tot die conclusie kon komen. Die frauduleuze praktijken hadden (aldus GtW) niet plaats kunnen vinden, want de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) had immers een onderzoek gedaan en geen enkele misstand geconstateerd. Helaas had GtW het onderzoekrapport van de IGZ niet zo goed gelezen, want de IGZ deed in dat onderzoek geen poging frauduleuze financiële praktijken op het spoor te komen. De IGZ ondervroeg een aantal cliënten die door de directie van Woonfoyers B.V. waren aangewezen. De directie zal vast geen cliënten aanwijzen die al te zeer klagen bij de IGZ. Inderdaad, dat bleek. Bovendien stelde de IGZ de verkeerde vragen. De IGZ vroeg niet aan de cliënten of ze te weinig zorg hadden gekregen en of er sprake was geweest van onjuiste declaraties. De IGZ richtte zich in het onderzoek op de kwaliteit van de zorg, maar dat was nu even niet aan de orde. Het was dus bizar dat GtW dit rapport als bewijs nam voor de onschuld van de directie van Woonfoyers B.V. Mijn belangrijkste bron voor het bewijs van de frauduleuze praktijken van Woonfoyers was de RTL zelf. Dit vond GtW op haar beurt weer niet genoeg. Zij verweet mij de door RTL gepresenteerde feiten niet geverifieerd te hebben, alvorens voor haar cliënten, die arme heren Bleichroth en Postma, schadelijke conclusies te trekken. Ze zou me wel weten te vinden, was de impliciete boodschap, maar overleg met haar was nog mogelijk. (wordt vervolgd).

23 september 2016

Gerjanne te Winkel (topadvocaat): “Ik ga u stalken, of u maar even wilt overleggen.” I

Zij is topadvocaat in het procesrecht, zoals ze hier bevestigt en in die hoedanigheid vroeg ze mij hoe ik toch de heren Bleichroth en Postma op 15 september bij RTLnieuws van fraude kon beschuldigen. Tot ik deze vraag kreeg, had ik nog nooit van deze heren gehoord, laat staan dat ik ze van fraude kon beschuldigen. Maar de heren blijken bestuurders en aandeelhouders te zijn van Freya Holding B.V. die weer aan het hoofd staat van de groep van Woonfoyers B.V. Woonfoyers B.V. is een zorgbedrijf dat dan weer onderdeel is van de zorggroep Alliade. Hallo, bent u daar nog? Ja echt, zo gaat dat kennelijk in de zorg dat de ene onderaannemer de baas is over de andere aannemer en daar kan best een schoonmaakbedrijf tussen zitten waar cliënten van een zorgbedrijf ‘therapeutisch’ als schoonmaker worden ingezet en waar het zorgbedrijf dan op basis van een PersoonsGebonden Budget (pgb) uren voor declareert bij de Sociale VerzekeringsBank (SVB). De SVB controleerde tot voor kort deze pgb-declaraties nauwelijks (zie hier), dus geen haan die er naar kraait. Woonfoyers B.V. hanteerde ook dit soort praktijken, maar helaas journalistieke speurneuzen van, inderdaad, RTL kwamen er achter, zie hier. RTL vroeg mij wat ik van dit soort en andere praktijken vond. (Andere praktijken: declaratiebriefjes ongezien door cliënten laten ondertekenen, groepsactiviteiten declareren als individuele begeleiding, uren declareren voor tijden dat cliënten aantoonbaar andere bezigheden hadden.) Ik vond dit frauduleuze praktijken en, aannemende dat de RTL zijn werk goed gedaan had (en ik had weinig reden daaraan te twijfelen) zouden de verantwoordelijken voor het gerecht gesleept moeten worden. Enter dus Gerjanne te Winkel, die kennelijk de heren Bleichroth en Postma vertegenwoordigt (wordt vervolgd).

21 september 2016

Jan Bouwens: te veel geloof in de neo-klassieke economie II

Wij zeiden dat Jan Bouwens te veel vertrouwen heeft in de (neo-klassieke) economische theorie. Hij volgt de theorie op gebieden waar het zeer onwaarschijnlijk is dat de neoklassieke theorie van toepassing is. Met name bij de salariëring van topmanagers. In de theorie is het salaris van een werknemer het gevolg van zijn (marginale) bijdrage aan de productie. Het is voor een bedrijf het meest voordelig als het net zo veel werknemers in dienst neemt tot het salaris (dat door de markt wordt opgelegd) gelijk is aan de (marginale) bijdrage aan de productie van de laatst in dienst genomen werknemer (kijk hier voor een duizelingwekkende uitleg, en hier voor een iets rustiger uitleg). Het is waar dat een bedrijf ook een topmanager in dienst moet nemen en dus zullen net zo veel topmanagers in dienst worden genomen tot hun loon gelijk is aan hun bijdrage aan de productie. Maar nu verrijzen er minstens drie problemen! Ten eerste wordt er maar één topmanager in dienst genomen, ten tweede zal het lastig (eigenlijk onmogelijk) zijn de bijdrage van de topmanager te meten, ten derde heeft de topmanager zelf een grote invloed op het salaris dat hij krijgt. Deze drie problemen zouden al genoeg moeten zijn om de theorie op dit punt (de salariëring van topmanagers) in de prullenbak te gooien. Niet voor Jan Bouwens, want hij beroept zich op een artikel van twee slimme Franse economen Gabaix en Landier, generatiegenoten van Thomas Piketty, waarin wordt ‘aangetoond’ dat de beste topmanagers naar de grootste bedrijven gaan en ook meer betaald moeten worden, naarmate ze een groter bedrijf leiden (kijk hier voor een wat bredere en meer verbale uitleg). Aangetoond staat tussen ‘ ’ omdat het eigenlijk niet wordt aangetoond, maar wordt aangenomen.

20 september 2016

Henk Jan Out: “medicijnen zijn duur omdat ze waardevol zijn.”

De farmaceutische industrie heeft geen goede reputatie meer in het land. Ten onrechte, zegt Henk Jan Out afgelopen weekend in een interview in De Volkskrant (alleen voor abonnees). Dankzij de farmaceutische industrie zijn er medicijnen op de markt gekomen die veel gezondheidswinst hebben opgeleverd. En ja, de industrie maakt wel ongekend veel winst (zo’n 20%), maar het risico op mislukkingen is dan ook erg groot. En, nog steeds volgens Out, als we nieuwe medicijnen te duur vinden, zeg dan wat ze wel mogen kosten. Inderdaad (zegt schrijver dezes), bij ieder nieuw (of oud) medicijn zou de discussie moeten gaan over de vraag of de genezingskans voldoende opweegt tegen de extra kosten van het medicijn, want niet alles wat de medische techniek vermag kan uit de algemene financiële middelen worden gefinancierd. In het Verenigd Koninkrijk is er een maximaal bedrag per gewonnen levensjaar ingesteld. Maar in Nederland wordt dat min of meer schandelijk gevonden. Zie de discussie over het zogenaamde Pompemedicijn tegen spierziekte, waar zelfs cabaretiers zich mee bemoeiden. Hoe komt het toch, wordt aan Out gevraagd, dat er geen verband lijkt te zijn tussen de vraagprijs van een medicijn en de kostprijs? En daar blijkt helaas dat Out niet veel kaas van economie heeft gegeten. Hij zegt letterlijk: “De prijs wordt meestal niet bepaald door de productiekosten, maar door de waarde voor de gebruikers. Ook bij geneesmiddelen. Een medicijn dat patiënten geneest, of minder ziek maakt, is van grote waarde voor patiënten en de maatschappij.” Water en zuurstof, zou ik zeggen, zijn ook van zeer grote waarde voor de maatschappij, we kunnen niet zonder. Toch betaal je er weinig (water) of niets (zuurstof) voor. Misschien kan Henk Jan Out, zelf overigens in dienst bij een farmaceut, daar eens over nadenken.

17 september 2016

Jan Bouwens: te veel geloof in de neo-klassieke economie I

Jan Bouwens heeft uitgesproken opvattingen over topsalarissen en deze week mocht ik in mijn krant daar tegen te keer gaan. Bouwens beweert dat topmanagers van succesvolle bedrijven topsalarissen moeten blijven ontvangen omdat ze schaars zijn en zeer productief. Dankzij hun goede beslissingen worden er door hun bedrijf miljoenen- of miljardenwinsten geboekt en daarvoor mogen ze dan ook fors betaald worden. Als in Nederland de salarissen voor topmanagers aan een maximum zouden worden gebonden, is er een grote kans dat de grote bedrijven failliet gaan. Want bij lage salarissen horen managers die alleen maar kleinere bedrijven succesvol kunnen leiden, maar niet de grotere bedrijven. Tot zover Jan Bouwens. Het grote probleem van Jan Bouwens is dat hij te veel vertrouwen heeft in de (neo-klassieke) economische theorie. Zoals men desgewenst hier kan nalezen hecht ik ook grote waarde aan de theorie, alleen niet omdat die theorie op een of andere manier empirisch waar zou zijn (want dat is niet aan te tonen), of dat je er mee zou kunnen voorspellen (want dat kun je niet), of dat beleidsmakers er iets aan zouden kunnen hebben (want dat is niet zo), maar omdat je er op een zuivere manier mee kan redeneren. Dus, als je vindt dat topmanagers topsalarissen behoren te hebben, dan zeg je dat de bijdrage van die topmanagers aan de waarde van het bedrijf groot is en dat ze daar dus naar betaald moeten worden. Dit is inderdaad wat Bouwens beweert en hij volgt hier de (neo)klassieke theorie, namelijk dat werkers betaald zullen (en moeten) worden naar hun extra bijdrage aan het bedrijf. Probleempje: bij de betaling van managers van grote bedrijven is het zeer onwaarschijnlijk dat de neoklassieke theorie van toepassing is (wordt vervolgd).

15 september 2016

Diederik Stapel/Heleen Mees: geen/wel tweede kans?

Heleen Mees was een gevierd columniste, die ‘groot’ is geworden in Nederland door haar mening dat hoog opgeleide vrouwen zich voor 100 procent op hun carrière moeten storten. De meeste vrouwen echter geven hun economische zelfstandigheid op zodra ze zwanger raken, aldus Mees. Ze kiezen voor de kinderen en worden afhankelijk van hun partner. Toen bleek in de zomer van 2013 dat Heleen Mees een affaire had gehad met econoom Willem Buiter en dat zij hem bleef stalken nadat Buiter de relatie had beëindigd. Ze had zich afhankelijk gemaakt van een man, precies wat ze Nederlandse vrouwen jarenlang had verweten. Diederik Stapel was een gevierd onderzoeker in de sociale psychologie, totdat bleek dat hij al zijn mooie onderzoekresultaten bij elkaar had gefantaseerd. De geloofwaardigheid van Mees en Stapel lag in duigen. Maar in een humane maatschappij krijgen mensen die een misstap begaan hebben een nieuwe kans. Heleen Mees heeft die kans gekregen: zij schrijft columns in De Volkskrant. Stapel heeft inmiddels twee keer geprobeerd bij het hoger beroepsonderwijs aan de slag te gaan, het laatst bij de NHTV. Bij de NHTV bleek hij echter te controversieel, de medezeggenschapsraad wilde hem niet. Moordenaars, terroristen, Syrië-gangers, verkrachters, dieven, zij mogen allemaal weer reclasseren, maar Diederik Stapel die alleen maar een toch al verdachte wetenschap de nek omgedraaid heeft, mag niet eens meer studenten uit het hbo toespreken. Maar ik moet wel eerlijk zeggen dat ik de columns van Heleen Mees niet meer lees. Zo humaan ben ik dus zelf ook niet. Het vertrouwen in haar oprechtheid is definitief weg. Kennelijk vinden we alleen in abstracto dat mensen met een ‘strafblad’ een tweede kans moeten krijgen. Zodra we weten wat ze gedaan hebben, zien we bij alles wat ze doen dat strafblad achter hun daden verrijzen. 

12 september 2016

Sükran Ince (ErdoganTurk): Engel des doods?

Op 3 september 2016 kwam De Volkskrant met de onthulling dat Sükran Ince een “drijvende kracht achter de uittocht van leerlingen en personeel bij vermeende Gülenscholen in Amsterdam en Zaandam” zou zijn. Zij had een lijst van Turks-Nederlandse kinderen opgesteld die niet meer naar de zogenaamde Gülen-scholen zouden willen gaan en naar de gemeenten gestuurd. Ouders van kinderen die niet op die lijst stonden, waren daardoor verontrust. Zij zouden door de Turkse autoriteiten als landverraders kunnen worden beschouwd. De Gülenbeweging zat immers, volgens de Turkse autoriteiten, achter de mislukte coupe in Turkije. Deze scoop werd door vele media overgenomen, inclusief de foto (hier ook bijgevoegd). Geen Stijl noemde Sükran Ince zelfs een engel des doods die kopgeld zou verdienen door het aanbrengen van aanhangers van Gülen. Kopgeld, voor de niet historisch ingevoerde lezer, werd door de Duitse bezetter in WOII aan Nederlanders uitbetaald voor iedere Jood die ze dood of levend aan de Duitse autoriteiten uitleverden. Het is bekend dat ook Nederlandse politieagenten in de oorlog meewerkten aan het arresteren of bewaken van Joden. Des te erger dus dat Sükran Ince ook nog een functie bij de Nederlandse politie blijkt te hebben. Ze zal haar functie dus wel misbruiken als Klikdogan-Turk. Aldus Geen Stijl. Daarna verdween ze stilletjes uit de krant, terwijl de berichtgeving over de Gülenscholen doorging. Was ze dan toch geen engel des doods, vroegen wij ons af? Inderdaad, foutje gemaakt door de krant, die dat zelf toegaf. Ince was ‘slechts’ bemiddelaar tussen de ouders die hun kinderen van school wilden halen en de desbetreffende scholen. Ince is, naar eigen zeggen, wel een Erdogan-aanhanger, maar dat was ons uit de foto al duidelijk geworden. Het zal nog wel even duren voor ze haar imago van Dracula kwijt is.  

09 september 2016

Jan Sinnige (iso): academische docenten kunnen geen les geven

Jan Sinnige van de iso vindt dat iedere academische docent een basiskwalificatie onderwijs (bko) moet hebben. Ik heb geen bko; heel lang geleden heb ik wel een cursus didactiek voor de middelbare school gevolgd. Daar was ik, geloof ik, niet erg geschikt voor en ik ben er zonder diploma mee opgehouden. Wat niet verhinderde dat ik in het najaar van 1976 les begon te geven aan econometriestudenten (en nu, 40 jaar later, doe ik het nog steeds). Dus, zonder een bko. Een natuurtalent was ik niet. Het duurde zeker 15 jaar voor ik het idee had dat ik zowel boven de stof als boven de studenten stond die ik moest onderwijzen. Nog steeds win ik geen prijzen als de beste docent. Daar staat tegenover dat er studenten zijn die jaren nadat ze bij mij een college gevolgd hebben, mij bedanken dat ik ze kennis die ze nergens anders konden vinden, heb bijgebracht. Inderdaad is academisch onderwijs soms paarlen voor de zwijnen, maar die paar studenten die het je kunnen vergeven dat je niet als een cabaretier voor de klas staat, maar diepe kennis voor ze opgraaft, vergoeden veel. Ben ik daarom tegen een bko? Nou nee, een aantal praktische tips voor de beginnende academische docent zou zeker handig zijn. Maar kwaliteit van onderwijs is een rekbaar begrip. Ik heb een collega gehad die een van de meest populaire docenten was. Het bleek mij al gauw dat hij zijn populariteit op peil hield door de leerstof niet te moeilijk te maken voor de studenten. Jan Sinnige denkt echter dat als de studenten meer tevreden zijn over hun docenten de kwaliteit van het onderwijs toeneemt. Het kan dus ook heel goed andersom zijn.

03 september 2016

Dries van Agt: zette zelf de Molukse treinkapingen in scêne

Binnenkort is het 15 jaar geleden dat op 9/11 Arabische vliegtuigkapers de Twin Towers in New York invlogen. Er zijn mensen die menen dat 9/11 helemaal niet het werk van moslims is geweest, maar wellicht van Amerikanen die een motief zochten om in de islamitische wereld in te grijpen. Zo leek het er op dat de torens door aangebrachte explosieven waren neergestort. Verdacht! Coen Vermeeren heeft een heel boek geschreven over deze ‘andere’ visie op 9/11. Ik ga daar mijn tijd niet aan besteden. Zelfs als 9/11 niet door een islamitische terreurorganisatie is begaan, dan heeft het toch vele fundamentalistische terroristen geïnspireerd, getuige bijvoorbeeld de recente zelfmoordaanslag op Zaventem. Tenzij Vermeeren natuurlijk met bewijs komt dat het Vlaams Belang achter die aanslag zat. Nee, wat mij opvalt is dat Dries van Agt ook sympathie heeft voor de opvatting dat 9/11 misschien wel eens uit een andere hoek is komen aanwaaien. Hij heeft immers een aanbeveling voor het boek van Vermeeren geschreven. Zoals wij weten steunt Van Agt Hamas, de terreurorganisatie die nu al meer dan een decennium de Gaza-strook in zijn macht heeft, maar heeft hij nooit de in Nederland wonende Molukkers gesteund. Dezen hadden na WOII zwart op wit van de Nederlandse regering gekregen dat ze een autonome status zouden krijgen in de Indonesische staat. Deze belofte is nooit ingelost door de regering en dat leidde tot gewelddadige treinkapingen van Molukkers in de jaren 70. Die konden echter op keiharde represailles rekenen van de toenmalige minister van justitie Van Agt. Maar wacht eens! Die treinkapingen door Molukse Nederlanders indertijd waren natuurlijk door Van Agt in scene gezet, zodat hij een motief had om de Molukkers een lesje te leren. Laat Coen Vermeeren dat ook maar eens gaan uitzoeken.

29 augustus 2016

Martin Sommer (columnist): de Geert Wilders van het Hoger Onderwijs

Martin Sommer, columnist bij De Volkskrant, is aan een veldtocht tegen het oprukkende Engels als voertaal in de collegebanken begonnen (zie hier en hier). Nadat eerder Aleid Truijens in dezelfde krant het ook al eens geprobeerd had (zie hier en hier). Met ongeveer dezelfde argumenten: de gemiddelde docent geeft in halfbakken Engels college, de gemiddelde student begrijpt daar ongeveer de helft van. Het resultaat is dat een kwart van de inhoud van de collegestof over komt. Laat het waar zijn. Wat is dan het alternatief? De helft van de studenten aan de opleiding waar ik les geef, komt uit het buitenland, veelal uit Oost Europa. Moeten we die dan op zijn Geert Wilders terugsturen, of moeten ze verplicht Nederlands leren voor ze komen? Martin Sommer vindt, geloof ik, het eerste, want dat Nederlandse universiteiten Engelstalige opleidingen aanbieden om buitenlandse studenten te kunnen bedienen, vindt hij maar een ‘opgewonden argument’. Weg met die buitenlandse studenten. Dit is een vreemde opvatting in de EU, waar van hogerhand is besloten dat alle universitaire opleidingen eenzelfde structuur moeten hebben zodat studenten binnen de EU eenvoudig kunnen switchen tussen universiteiten. Engelstalige opleidingen worden dus niet aangeboden om de Angelsaksische landen te plezieren, zoals Sommer suggereert (“net nu Engeland afscheid neemt van het continent”, zoals hij retorisch schrijft). Britse studenten komen nauwelijks naar het continent, en als ze komen, dan gaat het juist fout met het Engels, zo is mijn ervaring. Oost Europese studenten verstaan het Engels van de Britse studenten vaak niet en omgekeerd. Het stone coal Engels van Martin Sommer is dus niet slecht Engels, het is continental Engels waarmee de continentale Europeanen met elkaar kunnen communiceren. Sommer voert dus eigenlijk een strijd tegen de eenwording van continentaal Europa.

27 augustus 2016

Mokhtar A.(uit A’foort): wil harem beginnen met de zegen van Marokkaanse rechter

Wat zijn de gevolgen van polygamie of veelwijverij zoals dat in de islamitische wereld (nog steeds) vaak voorkomt? Ten eerste, omdat er gemiddeld evenveel mannen als vrouwen zijn, betekent het dat als sommige mannen meerdere vrouwen erop na houden, andere mannen zonder vrouw door het leven zullen moeten. Er ontstaat een tweedeling: mannen (veelal rijk en machtig) die een harem in hun huis hebben en mannen (arm en zonder macht) die noodgedwongen als vrijgezel door het leven moeten. Een ander gevolg van veelwijverij is dat de positie van de vrouw per definitie een onderdanige wordt. Een man kan alleen met meerdere vrouwen samenleven als die vrouwen gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan die man. De positie van de vrouw in de islamitische wereld is, zoals bekend, niet erg sterk. In de ontwikkelde Westerse wereld is veelwijverij niet toegestaan en wij begrijpen nu waarom. Onze wereld wil gelijkwaardigheid voor iedereen: man tegen man en man tegen vrouw. Daarom is poly-, en zelfs ook bigamie in Nederland verboden. Mokhtar A., een Marokkaanse Nederlander uit Amersfoort, wilde echter, volgens de krant, gewoon een tweede vrouw trouwen zonder dat hij van zijn eerste vrouw gescheiden was. In Nederland zou dat dus strafbaar zijn, maar in Marokko (kennelijk) niet, want Hollandse Mokhtar toog naar Marokko, vroeg aan de rechter aldaar toestemming met een tweede vrouw te trouwen, kreeg die toestemming, trouwde en kwam weer gewoon in Nederland wonen. Dit is een slinkse manier om islamitische gewoontes van ongelijkheid (zie boven) in onze op gelijkheid gestoelde maatschappij in te voeren. Schokkend is wel dat blijkens het krantenbericht het openbaar ministerie er pas een zaak van wilde maken na herhaald juridisch aandringen van de eerste vrouw van Mokhtar. Wordt het niet tijd dat Mokhtar zijn Marokkaanse paspoort inlevert?

24 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht II


Vijftig jaar geleden had ik een grote trainingsachterstand ten opzichte van mijn concurrenten in een interscolaire middenafstandsrace in Utrecht. Toch nam ik direct de koppositie en probeerde de concurrenten er uit te lopen, een tactische blunder. Afgelopen zomer had Sifan Hassan ongeveer hetzelfde probleem: een trainingsachterstand. Ze had dat kunnen compenseren door een handige tactiek. Hassan begint een race altijd achteraan de groep om dan de laatste 200-300 meter naar voren te komen. Dat kan voor haar fout gaan als er te vroeg tempoversnellingen worden ingezet. Dan moet ze een grote inspanning plegen om de kopgroep niet uit het oog te verliezen. Bij de finalerace voor de OS leek dit ook te gaan gebeuren, maar ze was alert genoeg om op tijd naar voren te sprinten. Het trio dat de tempoversnelling had ingezet, moest ze echter laten gaan. Toen was er een ronde voor het einde opeens een gat tussen Sifan Hassan en het leidende trio. Ze was in ongeveer dezelfde situatie als ik 50 jaar geleden, namelijk aan de kop van een groepje van vier. Hassan zette de achtervolging in en haalde de nummer drie (Laura Muir) in, maar waarschijnlijk kon ze haar belagers achter zich (Jenny Simpson en Shannon Rowbury) wel horen snuiven. Die lieten zich gangmaken door Hassan en snelden haar 100 meter voor de finish voorbij. Het was alsof mijn enige officiële atletiekwedstrijd van 50 jaar geleden zich weer voor mij afspeelde. Ze had, dankzij haar gangmakersrol, de winnares van het brons (Simpson) keurig bij de finish in een (brons) winnende positie afgezet. Zelf werd ze vijfde. Als ze de inhaalrace aan Jenny Simpson had overgelaten, had ze vrijwel zeker brons gewonnen.

23 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht I

Vijftig jaar geleden won ik op mijn middelbare school met gemak, zonder noemenswaardige training, de atletiekwedstrijden op de middellange afstand van 800 meter. Daarbij had ik een hele simpele tactiek. Ik nam vanaf het begin de kop en stond die niet meer af voor de finish. Het was de tactiek van koning eenoog, want niemand van mijn medeleerlingen kon mij volgen. Toen bedacht mijn gymnastiekleraar mijnheer Van Welsum dat het wel eens goed zou zijn als ik met een interscolaire wedstrijd ging meedoen. Daar stond ik toen tussen middelbare scholieren uit de hele stad Utrecht die allemaal lid waren van een atletiekvereniging. Beslist niet uit het land der blinden, zo besefte ik veel later, toen mijn kortstondige carrière als atleet er al weer opzat. Ik nam ook in deze wedstrijd de kop en dacht te gaan winnen, hoewel ik wel veel gesnuif vlak achter mij hoorde. Dat was ik op mijn middelbare school niet gewend. Vlak voor de laatste bocht begonnen ze me in te halen, eerst één concurrent, toen een tweede en tenslotte nog een derde. Ik werd vierde, de meest teleurstellende plaats voor een atleet, zoals wij weten. De nummers één tot en met drie feliciteerden elkaar, ze bleken elkaar te kennen van eerdere wedstrijden. Ik droop af om pas veel later weer mee te gaan doen aan trimloopjes. Misschien dat alles anders was gelopen (letterlijk), als iemand mij enig tactisch inzicht had bijgebracht. De Nederlandse atlete Sifan Hassan was in zeker opzicht in de 1500 meter finale bij de Olympische spelen in dezelfde positie als ik 50 jaar geleden: ze had te weinig getraind om voldoende snelheid te kunnen ontwikkelen in de slotfase van een race. Ze zou het dus van haar tactisch inzicht moeten hebben. We bekijken haar race in de finale en komen terug op haar tactiek. 

18 augustus 2016

Hans Wansink: weet niet wat neoklassieke economie is (schrijft er wel over)

Wij schreven over Volkskrantjournalist Wansink. Hij schreef een boek “Creatief na de crisis”. In de krant van 5 augustus mocht hij 1½ bladzijde lang er volop reclame voor maken. Hij beweert dat tot de kredietcrisis alle economen dachten dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt, maar sinds de kredietcrisis: ”De neoklassieke hegemonie die te lang het economie-onderwijs in zijn greep heeft gehouden, kreeg te maken met creatieve destructie.” Een van de economen die aan “het onklaar maken van het neoklassieke discours in de economische wetenschap én ver daarbuiten” heeft bijgedragen is, volgens Wansink, Thomas Piketty. Helaas weet Wansink niet waar hij het over heeft. Piketty is een neoklassieke econoom pur sang. Hij is zelfs zo neoklassiek dat Marxistische economen, die kapitalisten als uitbuiters zien, Piketty kapittelen omdat hij geen oog heeft voor de opvatting van kapitaal als basis voor macht en machtsmisbruik (zie hier). Piketty’s beroemde boek stoelt op neoklassieke uitgangspunten (maar dat ontgaat Wansink). Zonder die uitgangspunten had hij dat boek zelfs niet kunnen schrijven. Een zo’n uitgangspunt, bijvoorbeeld, is dat je kapitaal kunt meten, eenvoudigweg door de waarde van niet-menselijke hulpmiddelen die gebruikt worden bij de productie van goederen en diensten (machines, gebouwen, computers, etc.) bij elkaar op te tellen. Die meting is nogal cruciaal in het boek van Piketty, maar volgens een Marxistisch econoom is zo’n meting neoklassieke onzin: de waarde van kapitaal wordt vooral bepaald door manipulatie van de kapitaalbezitters. Zij kunnen, afhankelijk van de situatie, soms de waarde van hun bezit kunstmatig oppompen en soms klapt de waarde uit elkaar. Maar Wansink denkt dat zodra een econoom het over vermogensongelijkheid heeft, hij/zij geen neoklassiek econoom kan zijn. Wansink is gelukkig niet te oud (62) om aan een studie economie te beginnen.

17 augustus 2016

Donald Trump: Ideologische test voor immigranten

Nu we het toch over Donald Trump hebben, zijn economische voorstellen zijn inderdaad van die typisch conservatieve Amerikaanse kleur die we nog van Reagan en Bush (2x) kennen. Daar hoeven we, net als onder Reagan, alleen maar toenemende overheidstekorten van te verwachten. Maar, ik voel wel voor de ideologische test voor potentiële immigranten die hij recent in een toespraak voorstelde (hier de tekst met kritische annotatie). Waarom zouden we mensen uit de moslimwereld in de Westerse wereld toelaten die de cultuur van tolerantie en pluralisme (woorden van Trump) niet willen accepteren? We zijn toch geen masochisten die vrijwillig onze eigen ondergang regisseren door fundamentalisten en terroristen een vrijkaartje voor misdaad te geven? Natuurlijk zitten er allerlei haken en ogen aan dit voorstel. Als een immigrant van plan is de Westerse cultuur te ondermijnen, zal hij/zij dat niet op zijn testformulier invullen. Zeker, maar er zijn zeer veel knappe psychologen in de Westerse wereld en er zal er toch wel minstens één bij zijn die in staat is een vragenlijst op te stellen die de motieven van de immigrant onthult zonder dat de immigrant dat zelf door heeft? Juist! Wat let ons? Ik vrees dat Angela Merkel (ook door Trump genoemd in zijn toespraak en niet in positieve zin) het ons belet: zij wil het nog steeds schaffen (zie hier), dat wil zeggen, onbeperkt immigranten toelaten. In de EU is het nu eenmaal zo dat als Merkel/Duitsland iets niet (wel) wil de rest van de EU dat ook niet (wel) moet/mag willen. Die ideologische test komt er niet in de EU, maar ook niet in de VS. Het lijkt me sterk dat Trump op basis van dit ene goede voorstel het voor elkaar krijgt tot president gekozen te worden komende november.

14 augustus 2016

Hans Wansink (journalist): “De standaardeconoom denkt als Donald Trump”

Mijn vak gaat voor een belangrijk deel over de vraag wanneer en waarom de markt niet goed functioneert. Adam Smith kwam 240 jaar geleden met het idee dat de markt er voor kon zorgen dat de welvaart van een land zo hoog mogelijk wordt. Vraag en aanbod op een markt worden bij elkaar gebracht omdat prijsveranderingen eventuele overschotten (te veel aanbod) of tekorten (te veel vraag) vanzelf weg werken. Beter dan de markt, dat kan niet. Dat was 240 jaar geleden. Daarna zijn er karrevrachten aan artikelen en boeken geschreven om te laten zien dat de markt niet altijd (goed) werkt. De markt werkt bijvoorbeeld niet goed wanneer vragers en aanbieders verschillende informatie hebben over de kwaliteit van een goed. Er zijn meningsverschillen tussen economen wanneer die zogenaamde marktimperfecties relevant zijn. Milton Friedman (1912-2006), bijvoorbeeld, was een typisch voorbeeld van een econoom die heilig in de markt geloofde. Maar Joseph Stiglitz is een tegenvoorbeeld. Zie hier wat hij in 2010 over het marktmechanisme zei. Stiglitz zelf heeft in zijn academische werk fundamentele artikelen geschreven die laten zien wat er gebeurt als de ‘simplistische aannames’ van de vrije-markteconomen niet opgaan. Hij schreef sommige van die artikelen in de jaren 70, ver voor de kredietcrisis. Hans Wansink (journalist bij De Volkskrant) zegt in dit programma dat tot de kredietcrisis alle economen hetzelfde dachten als Donald Trump, namelijk dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt. Hij maakt het nog erger door erbij te zeggen dat dit op de economische faculteiten ook zo onderwezen wordt. Misschien moet Wansink eerst maar eens een goed college in de openbare financiën volgen voor hij hier boeken over schrijft. 

12 augustus 2016

Bram van Bokhoven (turncoach): “Ik ben de Lord of the Rings”

Hij blijkt dus, volgens zijn eigen zeggen in De Telegraaf, de Judas te zijn die er voor gezorgd heeft dat turner Yuri van Gelder niet langer mocht deelnemen aan de Olympische Spelen. Van Gelder behoort tot de acht beste atleten van de wereld op de rekstok. Bram van Bokhoven, vroeger ook turner, heeft dat niveau zelf nooit gehaald. Van Bokhoven ‘onthult’ in de krant dat Van Gelder zonder toestemming al eerder uit het Olympisch dorp was verdwenen, namelijk om zijn vriendin van het vliegveld te halen. En dat voor de kwalificatiewedstrijden. Ongehoord, kennelijk. Er blijkt bij Van Bokhoven geen licht op te gaan dat ondanks deze ‘escapade’ (namelijk een ritje naar de luchthaven zonder toestemming) Van Gelder zich toch voor de finale wist te kwalificeren. De optimale voorbereiding voor een wedstrijd is bij Van Gelder misschien toch wat anders dan Van Bokhoven voor ogen heeft. Luister naar Van Bokhoven: “Onze normen en waarden gaan boven alles. (…) Een turner die een olympische finale voor de boeg heeft, dient zich als een prof te gedragen. Door op stap te gaan, ben je niet in staat maximaal te presteren. Dat is voor ons onbestaanbaar.” Van Bokhoven, die Van Gelder toch al tien jaar schijnt te trainen, begrijpt niet dat voor een groot talent als Van Gelder andere maatstaven kunnen gelden dan voor de middle-of-the-road turner die Van Bokhoven zelf ooit was. Van Bokhoven vindt dat Van Gelder zich moet gedragen, zoals hij (Van Bokhoven) vindt dat goed is. Alsof niet Van Gelder, maar Van Bokhoven zelf de lord of the rings is. Misschien kan, naast Hendriks, ook Van Bokhoven per direct op het vliegtuig naar Nederland worden gezet.

11 augustus 2016

Maurits Hendriks (Chef de Mission Rio): beter als hoofd van jongensinternaat

Maurits Hendriks, chef de mission van het NOC*NSF bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, vond het gedrag van turner Yuri van Gelder ontoelaatbaar. Hij zou zich door zijn gedrag niet aan een overeenkomst hebben gehouden die Van Gelder net als de andere Olympische sporters uit Nederland hadden moeten tekenen. Hendriks weigerde echter mee te delen welke artikelen Van Gelder overtreden zou hebben. Wij hebben in de overeenkomst gekeken, maar konden geen artikel vinden dat Van Gelder overtreden zou kunnen hebben. Het is vrij ongehoord in een rechtsstaat dat men gestraft wordt voor iets dat men niet gedaan kan hebben (het niet naleven van een overeenkomst) en dat men ook niet te horen krijgt welke regels overtreden zijn (die men, in dit geval Yuri, dus niet overtreden heeft). Een rechter weet er wel raad mee en, inderdaad, Van Gelder stapt naar de rechter. Hij zal er zijn finaleplaats op de OS niet mee terug krijgen, die is al vergeven aan een Fransman. Hij zal er misschien mee gedaan krijgen dat Hendriks verplicht wordt uit te leggen welk gedrag van Van Gelder nu precies ontoelaatbaar was. Of misschien dat hij er mee gedaan krijgt dat het NOC*NSF gedwongen wordt Van Gelder schadeloos te stellen voor de schade die hij door het besluit van het NOC*NSF heeft opgelopen. Ik ben natuurlijk geen rechter, maar als ik het juridisch voor het zeggen had, zou ik bevelen dat, ter voorkoming van nog meer onheil, Maurits Hendriks op staande voet op het vliegtuig naar Nederland wordt gezet. Zoals mijn krant deze ochtend suggereerde, is hij misschien geschikt hoofd te worden van een jongensinternaat.

10 augustus 2016

Yuri van Gelder (turner): mogelijk nog een Lord of the Rings

Maurits Hendriks, sportbestuurder bij het NOC*NSF, vond het gedrag van olympiër Yuri Van Gelder (nachtje stappen buiten het Olympisch Dorp, inclusief overvloedig alcoholgebruik) ontoelaatbaar: Sporters hebben volgens hem een voorbeeldrol. Zelf vind ik dat bestuurders ook een voorbeeldfunctie hebben. Daar voldoen ze zelden aan. Hendriks, zo merkte mijn krant fijntjes op, geeft zijn persconferenties bij de OS in het zogenaamde Holland Heineken House, gesponsord derhalve door de bekende bierbrouwer. Er schijnt in dat HHH flink wat alcohol gebruikt te worden, ook door bestuurders. Dan is het hypocriet als bestuurders sporters de inname van alcohol kwalijk nemen. Maar er is ook gesuggereerd dat Van Gelder is weg gestuurd omdat hij zonder toestemming het Olympisch Dorp heeft verlaten. Er staat immers in de overeenkomst die alle Olympische sporters hebben moeten tekenen dat de topsporter tot het moment van de terugreis naar Nederland in het Olympisch dorp moet verblijven (zie artikel 15.4). Maar Van Gelder verbleef daar ook in die feestelijke nacht: hij kwam immers terug (verblijven = wonen of logeren, zie Van Dale), al was het dan wat laat. Als hij niet was terug gekeerd, maar bij een Braziliaanse vriendin was blijven overnachten, dan had hij inderdaad artikel 15.4 overtreden. Op basis van de overeenkomst tussen NOC*NSF en de sporters was er dus geen enkele grond (over alcoholgebruik wordt al helemaal niets opgemerkt) om Van Gelder naar huis te sturen. Zouden dan zijn prestaties hebben kunnen lijden onder zijn nachtelijke uitspatting? De 40+ers onder ons herinneren zich schaatsster Yvonne van Gennip die op de Olympische Spelen van 1988 zonder noemenswaardige voorbereiding drie gouden plakken bijeen wist te schaatsen. Van Gelder had zich in 2016 beter voorbereid dan Van Gennip in 1988. Henriks heeft een potentiële medaillewinnaar naar huis gestuurd. Kan die man niet weg?

08 augustus 2016

Rianne Letschert (a.s. rector): “De bestuurder is er voor de werkvloer”

Jo Ritzen, de idealistische onderwijsminister uit de jaren 90, wilde het bestuur van universiteiten professionaliseren. De bestuurders moesten de onzichtbare krachten worden die de mensen op de werkvloer uit de wind hielden zodat de werkvloer zich voluit met het echte proces (onderzoek en onderwijs) bezig kon houden. Het liep vaak anders. Tegelijk met de professionalisering werd de universitaire democratie afgeschaft. Democratie was ook niet ideaal, maar verhinderde dat megalomane onderwijsbestuurders ongecontroleerd jaknikkers om zich heen konden verzamelen. Die jaknikkers lieten het toe dat de bestuurders belastinggeld over de bak gooiden met als argument dat die uitgaven ‘investeringen’ waren die zichzelf terug verdienden. Die investeringen bestonden, bijvoorbeeld, uit het aantrekken van zogenaamde toppers in het academisch onderzoek tegen torenhoge salarissen. Die toppers waren hun hoogtepunt al voorbij, of ze bleken fraudeurs; ze brachten zelden geld in het universiteitslaatje. Hoe dan ook, ik heb te vaak meegemaakt dat het beleid van universitaire bestuurders vroeg of laat tot financiële problemen leidde en dat de rekening dan bij de werkvloer werd gelegd. Niks uit de wind houden dus. Hoogleraar Rianne Letschert uit Tilburg, die topbestuurder wordt van de Universiteit van Maastricht, gaat dat anders doen. In De Volkskrant zegt ze dat het goed is als iemand van de werkvloer rector wordt van een universiteit, want die “staat midden in het onderwijs en onderzoek”. Ze wil dienstbaar zijn aan de werkvloer. Ik wil niet cynisch doen over dit oprechte voornemen, maar de meeste bestuurders die ik heb meegemaakt kwamen ook van de werkvloer. Helaas hadden ze die werkvloer als bestuurder al gauw uit het oog verloren (zie hierboven). Maar misschien dat Rianne Letschert niet ver boven het werkvolk gaat zweven als almachtige bestuurder. We wensen het de collega’s uit Maastricht toe.

07 augustus 2016

Jeroen Schothorst en Ben Kolff (McGregor): rijk over de rug van oude werknemers

Deze heren zijn rijk geworden met het uitbaten van de merken McGregor en Gaastra. Het zij ze gegund. Mensen die ergens een gat in de markt zien en daar in weten te duiken, daar heb ik een zwak voor. Het ging de McGregor Fashion Group voor de wind en ik kan er over meepraten, want ik heb zelf ook een McGregor-overhemd en het zat mij als gegoten, maar nu niet meer: er kleeft sociaal onrecht aan dit merk. Wat is er gebeurd? Heel eenvoudig dit (lees het ook hier). Na 2011 ging het niet meer zo goed met het bedrijf en de heren Schotkorst en Kolff traden uit de directie, maar ze bleven aandeelhouder. Ze wilden echter geen extra geld in het bedrijf investeren en dus ging het bedrijf failliet. So far, so bad, maar het werd nog erger. Het bedrijf zou verkocht kunnen worden en er waren serieuze gegadigden. Maar wie besliste of de biedingen aantrekkelijk genoeg waren? Inderdaad: Schothorst en Kolff. Zij verwierpen alle biedingen en deden toen maar zelf een bod. Dat, u raadt het al, door de aandeelhouders (i.c. Schothorst en Kolff) werd geaccepteerd. Everybody happy? Nou nee, want het bod maakte het noodzakelijk dat er eerst flink gesaneerd zou moeten worden bij de winkels. Met name, de oudere werknemers zouden moeten worden vervangen door goedkope uitzendkrachten. Lees bijvoorbeeld dit schrijnende verhaal over de 62-jarige Truus Atteveld die bij de McGregor Fashion Group werkte. Het schijnt dus te kunnen in Nederland: je wordt rijk van een bedrijf. Dan gaat het iets minder en je laat het bedrijf failliet gaan. Dan moeten de mensen die aan het succes bijgedragen hebben oprotten. Je koopt het bedrijf terug en je wordt nog rijker. 

01 augustus 2016

Ahmed Marcouch (PvdA): waarom is DENK zo oorverdovend stil?

Wij hebben het eerder gezegd: DENK is een politieke partij die doet alsof zij alle Nederlanders wil verbinden, maar die gewoon voor zichzelf het recht opeist af te kunnen wijken van ‘onze’ normen en waarden. Democratie bijvoorbeeld is volgens DENK niet het recht op bescherming voor de minderheid (zoals ‘wij’ denken), maar het recht van de meerderheid om die minderheid een kopje kleiner te maken. Dat staat niet in het beginselprogramma, maar het blijkt uit de onverholen steun van DENK voor het Erdoğan-regime in Turkije. Dat regime heeft als belangrijkste doel tegenstanders uit de weg te ruimen. Nu zijn de aanhangers van Fethulla Gülen aan de beurt. Zij worden massaal vervolgd en de Turkse autoriteiten vinden dat de Nederlandse Gülen-aanhangers ook maar moeten worden aangepakt. Daar zijn de Erdoğan-aanhangen in Nederland dus al op eigen houtje mee bezig. Enter Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA. Waarom neemt DENK de Gülenbeweging niet in bescherming, zo vraagt hij zich in de krant af? DENK is toch tegen racisme en discriminatie van Nederlandse minderheden, zoals Turkse, Marokkaanse en ‘gekleurde’ Nederlanders. Maar nu een minderheid van de Nederlandse Turken door een meerderheid van de Turkse Nederlanders (namelijk de Erdoğan-aanhangers) wordt bedreigd en geïntimideerd, is DENK “oorverdovend stil”. Aldus Marcouch. Die stilte is niet zo verbazingwekkend. Natuurlijk is DENK er voor de Gülenbeweging in Nederland uit te roeien, maar DENK zelf vertegenwoordigt ook maar een minderheid. DENK moet dus eerst zelf een maatje groter worden. Daarom is ze bezig andere minderheden bij de partij te halen, zoals ‘gekleurde’ Nederlanders (Sylvana Simons) en Marokkaanse Nederlanders (Farid Azarkan). DENK houdt zich stil over hen niet welgevallige minderheden tot ze zelf de meerderheid zijn. Dan kan de resterende minderheid (uiteraard inclusief Gülen-aanhangers) een kopje kleiner gemaakt worden.

19 juli 2016

Bas van den Haterd: winst in de zorg over de ruggen van cliënten? Dat mag!

Leest u dit stuk eens (maar let niet te veel op de spelfouten van de ‘auteur’, want dan haalt u het eind niet). Dit stuk gaat over een onderzoek van mij en mijn collega Jeroen Suijs naar zorginstellingen in Nederland. De boodschap van het stuk van BvdH is dat als er winst wordt gemaakt bij zorginstellingen dit een teken is van goede zorg voor de cliënten. Dat er winst gemaakt wordt is bovendien een redelijke beloning voor mensen die bereid zijn hun “hele spaargeld te investeren” met het risico dat ze dat helemaal kwijt raken. Bovendien: “In het artikel hanteert men een werkelijk schandalig percentage, een hoogleraar onwaardig. Winst moet je namelijk uitdrukken in een percentage van het geïnvesteerde vermogen, niet van de omzet.” Dat is een interessante redenering. Wij vonden namelijk dat bij veel van de zogenaamde zorgbedrijven het vermogen (“spaargeld”) dat de eigenaren in het zorgbedrijf hadden gestoken zeer laag was in verhouding tot de omzet. Soms was een inzet van 18.000 euro al genoeg om een omzet te draaien van ongeveer een miljoen euro en daar dan zo’n vier ton aan winst aan over te houden. Dat zijn dus rendementen van 100-en % per jaar op het geïnvesteerde vermogen. Die zorgondernemers mogen blij zijn, met andere woorden, dat wij de omzet als maatstaf voor de winst namen in plaats van het geïnvesteerde vermogen. Daardoor viel het niet eens zo erg op dat hier sprake was van woekerwinsten. Als een zorgbedrijf een miljoen aan zorggeld declareert bij de overheid en daar, na aftrek van kosten, vier ton aan overhoudt, moet dat bedrijf wel heel onwaarschijnlijk efficiënt geopereerd hebben. De echte conclusie is dat die zorg voor een groot deel gewoon niet geleverd is. 

15 juli 2016

Anita Elberse (Harvard): succesprof?

Laatst las ik een interview met haar in De Volkskrant (helaas alleen voor abonnees). Ze is in 1996 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, en heeft inmiddels een vaste aanstelling als hoogleraar bij de Harvard Businesss School. OK, de business school is niet de topschool bij Harvard, maar het is natuurlijk toch stukken beter dan de business school van Amsterdam. Ze onderzoekt wat de marketingstrategie is van toppers in de entertainmentindustrie. Een voorbeeld is een onderzoek naar het succes van coach Alex Ferguson bij Manchester United. Ferguson had succes, omdat hij (onder meer, zie hier) zorgde voor een goede jeugdopleiding, talent liet doorstromen naar het topteam en omdat hij altijd zelf de hand op de knoppen hield. Dat klinkt overtuigend, en ik kan me zo voorstellen dat ze bij alle succesvolle mensen die ze heeft bestudeerd, heeft uitgevonden wat hen zo succesvol maakte. Maar is het niet te makkelijk het verhaal van mensen te onderzoeken die al succes hebben gehad? Dan weet je al dat hun strategie gewerkt heeft. Het is natuurlijk veel moeilijker om te voorspellen wie er succes zal hebben. Maar dat kan ze, naar eigen zeggen, ook: “Als jij mij nu een lijst geeft van honderd beginnende artiesten, dan denk ik wel dat ik beter dan de gemiddelde Nederlander kan voorspellen wie er succesvol wordt, ja.” Gaan wij dat geloven? Nou, nee. Als die honderd artiesten zouden weten welke strategie de toppers van Elberse beroemd maakte, dan gaan ze dat toch allemaal toepassen? Dan worden ze allemaal succesvol, maar dat kan niet. Succes is voor de enkeling en wordt bepaald door toeval en geluk. The winner takes it all, the loser standing small, om maar eens een succesvol schrijversduo uit het verleden te citeren. Heeft prof. Elberse dat wel door?

05 juli 2016

Syp Kops (Boriz B.V.): declareert meer zorguren dan hij levert

Syb Kops, directeur en oprichter van zorginstelling Boriz BV, verdiende in 2014 met zijn Syb Kops Beheer B.V. ruim 230.000 euro. Hoe kon Boriz BV zo veel geld overhouden aan de zorg van 60 cliënten? Die 60 cliënten werden verzorgd door 11,5 fulltime personeelsleden op basis van persoonsgebonden budgetten (pgb). Met pgb’s kun je makkelijk sjoemelen (ook als cliënt!), maar na ettelijke schandalen kan tegenwoordig een pgb alleen geïncasseerd worden tegen facturen voor geleverde zorg. Het tarief voor een uur zorg varieert, maar als je het tarief eenmaal weet en je weet hoeveel pgb-budget zorginstelling Boriz namens haar cliënten heeft ontvangen, dan weet je direct ook hoeveel uren zorg Boriz gedeclareerd heeft. Dan kijk je vervolgens hoeveel zorg de medewerkers in het totaal kunnen leveren en vergelijkt dat met het totaal aantal gedeclareerde uren. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn collega Jeroen Suijs en ik rekenden het uit en we zagen dat de capaciteit aan zorguren veel minder was dan het aantal gedeclareerde uren. Boriz had dus meer gedeclareerd dan ze kon leveren. Dat noemen we fraude. Maar we hadden natuurlijk buiten Syb Kops gerekend. In een verklaring meldde hij dat de directie full time meedoet met het verlenen van zorg (wij zien het voor ons!!) en dat het aanwezige zorgpersoneel ruimschoots overuren maakt. OK, wij geloofden Kops en gingen opnieuw rekenen. Helaas voor Kops. Zelfs als de directieleden 47 weken per jaar 40 uur per week zorg verleenden aan hun cliënten, zou het overige zorgpersoneel toch nog zo’n 50 uur per week moeten werken tegen een uurloon lager dan het minimumloon. Dat willen we niet geloven. De urenadministratie van Boriz kon overigens het bewijs voor de geleverde zorg ook niet leveren, want die administratie was er niet.