27 augustus 2016

Mokhtar A.(uit A’foort): wil harem beginnen met de zegen van Marokkaanse rechter

Wat zijn de gevolgen van polygamie of veelwijverij zoals dat in de islamitische wereld (nog steeds) vaak voorkomt? Ten eerste, omdat er gemiddeld evenveel mannen als vrouwen zijn, betekent het dat als sommige mannen meerdere vrouwen erop na houden, andere mannen zonder vrouw door het leven zullen moeten. Er ontstaat een tweedeling: mannen (veelal rijk en machtig) die een harem in hun huis hebben en mannen (arm en zonder macht) die noodgedwongen als vrijgezel door het leven moeten. Een ander gevolg van veelwijverij is dat de positie van de vrouw per definitie een onderdanige wordt. Een man kan alleen met meerdere vrouwen samenleven als die vrouwen gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan die man. De positie van de vrouw in de islamitische wereld is, zoals bekend, niet erg sterk. In de ontwikkelde Westerse wereld is veelwijverij niet toegestaan en wij begrijpen nu waarom. Onze wereld wil gelijkwaardigheid voor iedereen: man tegen man en man tegen vrouw. Daarom is poly-, en zelfs ook bigamie in Nederland verboden. Mokhtar A., een Marokkaanse Nederlander uit Amersfoort, wilde echter, volgens de krant, gewoon een tweede vrouw trouwen zonder dat hij van zijn eerste vrouw gescheiden was. In Nederland zou dat dus strafbaar zijn, maar in Marokko (kennelijk) niet, want Hollandse Mokhtar toog naar Marokko, vroeg aan de rechter aldaar toestemming met een tweede vrouw te trouwen, kreeg die toestemming, trouwde en kwam weer gewoon in Nederland wonen. Dit is een slinkse manier om islamitische gewoontes van ongelijkheid (zie boven) in onze op gelijkheid gestoelde maatschappij in te voeren. Schokkend is wel dat blijkens het krantenbericht het openbaar ministerie er pas een zaak van wilde maken na herhaald juridisch aandringen van de eerste vrouw van Mokhtar. Wordt het niet tijd dat Mokhtar zijn Marokkaanse paspoort inlevert?

24 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht II


Vijftig jaar geleden had ik een grote trainingsachterstand ten opzichte van mijn concurrenten in een interscolaire middenafstandsrace in Utrecht. Toch nam ik direct de koppositie en probeerde de concurrenten er uit te lopen, een tactische blunder. Afgelopen zomer had Sifan Hassan ongeveer hetzelfde probleem: een trainingsachterstand. Ze had dat kunnen compenseren door een handige tactiek. Hassan begint een race altijd achteraan de groep om dan de laatste 200-300 meter naar voren te komen. Dat kan voor haar fout gaan als er te vroeg tempoversnellingen worden ingezet. Dan moet ze een grote inspanning plegen om de kopgroep niet uit het oog te verliezen. Bij de finalerace voor de OS leek dit ook te gaan gebeuren, maar ze was alert genoeg om op tijd naar voren te sprinten. Het trio dat de tempoversnelling had ingezet, moest ze echter laten gaan. Toen was er een ronde voor het einde opeens een gat tussen Sifan Hassan en het leidende trio. Ze was in ongeveer dezelfde situatie als ik 50 jaar geleden, namelijk aan de kop van een groepje van vier. Hassan zette de achtervolging in en haalde de nummer drie (Laura Muir) in, maar waarschijnlijk kon ze haar belagers achter zich (Jenny Simpson en Shannon Rowbury) wel horen snuiven. Die lieten zich gangmaken door Hassan en snelden haar 100 meter voor de finish voorbij. Het was alsof mijn enige officiële atletiekwedstrijd van 50 jaar geleden zich weer voor mij afspeelde. Ze had, dankzij haar gangmakersrol, de winnares van het brons (Simpson) keurig bij de finish in een (brons) winnende positie afgezet. Zelf werd ze vijfde. Als ze de inhaalrace aan Jenny Simpson had overgelaten, had ze vrijwel zeker brons gewonnen.

23 augustus 2016

Sifan Hassan (atlete): tactisch inzicht I

Vijftig jaar geleden won ik op mijn middelbare school met gemak, zonder noemenswaardige training, de atletiekwedstrijden op de middellange afstand van 800 meter. Daarbij had ik een hele simpele tactiek. Ik nam vanaf het begin de kop en stond die niet meer af voor de finish. Het was de tactiek van koning eenoog, want niemand van mijn medeleerlingen kon mij volgen. Toen bedacht mijn gymnastiekleraar mijnheer Van Welsum dat het wel eens goed zou zijn als ik met een interscolaire wedstrijd ging meedoen. Daar stond ik toen tussen middelbare scholieren uit de hele stad Utrecht die allemaal lid waren van een atletiekvereniging. Beslist niet uit het land der blinden, zo besefte ik veel later, toen mijn kortstondige carrière als atleet er al weer opzat. Ik nam ook in deze wedstrijd de kop en dacht te gaan winnen, hoewel ik wel veel gesnuif vlak achter mij hoorde. Dat was ik op mijn middelbare school niet gewend. Vlak voor de laatste bocht begonnen ze me in te halen, eerst één concurrent, toen een tweede en tenslotte nog een derde. Ik werd vierde, de meest teleurstellende plaats voor een atleet, zoals wij weten. De nummers één tot en met drie feliciteerden elkaar, ze bleken elkaar te kennen van eerdere wedstrijden. Ik droop af om pas veel later weer mee te gaan doen aan trimloopjes. Misschien dat alles anders was gelopen (letterlijk), als iemand mij enig tactisch inzicht had bijgebracht. De Nederlandse atlete Sifan Hassan was in zeker opzicht in de 1500 meter finale bij de Olympische spelen in dezelfde positie als ik 50 jaar geleden: ze had te weinig getraind om voldoende snelheid te kunnen ontwikkelen in de slotfase van een race. Ze zou het dus van haar tactisch inzicht moeten hebben. We bekijken haar race in de finale en komen terug op haar tactiek. 

18 augustus 2016

Hans Wansink: weet niet wat neoklassieke economie is (schrijft er wel over)

Wij schreven over Volkskrantjournalist Wansink. Hij schreef een boek “Creatief na de crisis”. In de krant van 5 augustus mocht hij 1½ bladzijde lang er volop reclame voor maken. Hij beweert dat tot de kredietcrisis alle economen dachten dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt, maar sinds de kredietcrisis: ”De neoklassieke hegemonie die te lang het economie-onderwijs in zijn greep heeft gehouden, kreeg te maken met creatieve destructie.” Een van de economen die aan “het onklaar maken van het neoklassieke discours in de economische wetenschap én ver daarbuiten” heeft bijgedragen is, volgens Wansink, Thomas Piketty. Helaas weet Wansink niet waar hij het over heeft. Piketty is een neoklassieke econoom pur sang. Hij is zelfs zo neoklassiek dat Marxistische economen, die kapitalisten als uitbuiters zien, Piketty kapittelen omdat hij geen oog heeft voor de opvatting van kapitaal als basis voor macht en machtsmisbruik (zie hier). Piketty’s beroemde boek stoelt op neoklassieke uitgangspunten (maar dat ontgaat Wansink). Zonder die uitgangspunten had hij dat boek zelfs niet kunnen schrijven. Een zo’n uitgangspunt, bijvoorbeeld, is dat je kapitaal kunt meten, eenvoudigweg door de waarde van niet-menselijke hulpmiddelen die gebruikt worden bij de productie van goederen en diensten (machines, gebouwen, computers, etc.) bij elkaar op te tellen. Die meting is nogal cruciaal in het boek van Piketty, maar volgens een Marxistisch econoom is zo’n meting neoklassieke onzin: de waarde van kapitaal wordt vooral bepaald door manipulatie van de kapitaalbezitters. Zij kunnen, afhankelijk van de situatie, soms de waarde van hun bezit kunstmatig oppompen en soms klapt de waarde uit elkaar. Maar Wansink denkt dat zodra een econoom het over vermogensongelijkheid heeft, hij/zij geen neoklassiek econoom kan zijn. Wansink is gelukkig niet te oud (62) om aan een studie economie te beginnen.

17 augustus 2016

Donald Trump: Ideologische test voor immigranten

Nu we het toch over Donald Trump hebben, zijn economische voorstellen zijn inderdaad van die typisch conservatieve Amerikaanse kleur die we nog van Reagan en Bush (2x) kennen. Daar hoeven we, net als onder Reagan, alleen maar toenemende overheidstekorten van te verwachten. Maar, ik voel wel voor de ideologische test voor potentiële immigranten die hij recent in een toespraak voorstelde (hier de tekst met kritische annotatie). Waarom zouden we mensen uit de moslimwereld in de Westerse wereld toelaten die de cultuur van tolerantie en pluralisme (woorden van Trump) niet willen accepteren? We zijn toch geen masochisten die vrijwillig onze eigen ondergang regisseren door fundamentalisten en terroristen een vrijkaartje voor misdaad te geven? Natuurlijk zitten er allerlei haken en ogen aan dit voorstel. Als een immigrant van plan is de Westerse cultuur te ondermijnen, zal hij/zij dat niet op zijn testformulier invullen. Zeker, maar er zijn zeer veel knappe psychologen in de Westerse wereld en er zal er toch wel minstens één bij zijn die in staat is een vragenlijst op te stellen die de motieven van de immigrant onthult zonder dat de immigrant dat zelf door heeft? Juist! Wat let ons? Ik vrees dat Angela Merkel (ook door Trump genoemd in zijn toespraak en niet in positieve zin) het ons belet: zij wil het nog steeds schaffen (zie hier), dat wil zeggen, onbeperkt immigranten toelaten. In de EU is het nu eenmaal zo dat als Merkel/Duitsland iets niet (wel) wil de rest van de EU dat ook niet (wel) moet/mag willen. Die ideologische test komt er niet in de EU, maar ook niet in de VS. Het lijkt me sterk dat Trump op basis van dit ene goede voorstel het voor elkaar krijgt tot president gekozen te worden komende november.

14 augustus 2016

Hans Wansink (journalist): “De standaardeconoom denkt als Donald Trump”

Mijn vak gaat voor een belangrijk deel over de vraag wanneer en waarom de markt niet goed functioneert. Adam Smith kwam 240 jaar geleden met het idee dat de markt er voor kon zorgen dat de welvaart van een land zo hoog mogelijk wordt. Vraag en aanbod op een markt worden bij elkaar gebracht omdat prijsveranderingen eventuele overschotten (te veel aanbod) of tekorten (te veel vraag) vanzelf weg werken. Beter dan de markt, dat kan niet. Dat was 240 jaar geleden. Daarna zijn er karrevrachten aan artikelen en boeken geschreven om te laten zien dat de markt niet altijd (goed) werkt. De markt werkt bijvoorbeeld niet goed wanneer vragers en aanbieders verschillende informatie hebben over de kwaliteit van een goed. Er zijn meningsverschillen tussen economen wanneer die zogenaamde marktimperfecties relevant zijn. Milton Friedman (1912-2006), bijvoorbeeld, was een typisch voorbeeld van een econoom die heilig in de markt geloofde. Maar Joseph Stiglitz is een tegenvoorbeeld. Zie hier wat hij in 2010 over het marktmechanisme zei. Stiglitz zelf heeft in zijn academische werk fundamentele artikelen geschreven die laten zien wat er gebeurt als de ‘simplistische aannames’ van de vrije-markteconomen niet opgaan. Hij schreef sommige van die artikelen in de jaren 70, ver voor de kredietcrisis. Hans Wansink (journalist bij De Volkskrant) zegt in dit programma dat tot de kredietcrisis alle economen hetzelfde dachten als Donald Trump, namelijk dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt. Hij maakt het nog erger door erbij te zeggen dat dit op de economische faculteiten ook zo onderwezen wordt. Misschien moet Wansink eerst maar eens een goed college in de openbare financiën volgen voor hij hier boeken over schrijft. 

12 augustus 2016

Bram van Bokhoven (turncoach): “Ik ben de Lord of the Rings”

Hij blijkt dus, volgens zijn eigen zeggen in De Telegraaf, de Judas te zijn die er voor gezorgd heeft dat turner Yuri van Gelder niet langer mocht deelnemen aan de Olympische Spelen. Van Gelder behoort tot de acht beste atleten van de wereld op de rekstok. Bram van Bokhoven, vroeger ook turner, heeft dat niveau zelf nooit gehaald. Van Bokhoven ‘onthult’ in de krant dat Van Gelder zonder toestemming al eerder uit het Olympisch dorp was verdwenen, namelijk om zijn vriendin van het vliegveld te halen. En dat voor de kwalificatiewedstrijden. Ongehoord, kennelijk. Er blijkt bij Van Bokhoven geen licht op te gaan dat ondanks deze ‘escapade’ (namelijk een ritje naar de luchthaven zonder toestemming) Van Gelder zich toch voor de finale wist te kwalificeren. De optimale voorbereiding voor een wedstrijd is bij Van Gelder misschien toch wat anders dan Van Bokhoven voor ogen heeft. Luister naar Van Bokhoven: “Onze normen en waarden gaan boven alles. (…) Een turner die een olympische finale voor de boeg heeft, dient zich als een prof te gedragen. Door op stap te gaan, ben je niet in staat maximaal te presteren. Dat is voor ons onbestaanbaar.” Van Bokhoven, die Van Gelder toch al tien jaar schijnt te trainen, begrijpt niet dat voor een groot talent als Van Gelder andere maatstaven kunnen gelden dan voor de middle-of-the-road turner die Van Bokhoven zelf ooit was. Van Bokhoven vindt dat Van Gelder zich moet gedragen, zoals hij (Van Bokhoven) vindt dat goed is. Alsof niet Van Gelder, maar Van Bokhoven zelf de lord of the rings is. Misschien kan, naast Hendriks, ook Van Bokhoven per direct op het vliegtuig naar Nederland worden gezet.

11 augustus 2016

Maurits Hendriks (Chef de Mission Rio): beter als hoofd van jongensinternaat

Maurits Hendriks, chef de mission van het NOC*NSF bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, vond het gedrag van turner Yuri van Gelder ontoelaatbaar. Hij zou zich door zijn gedrag niet aan een overeenkomst hebben gehouden die Van Gelder net als de andere Olympische sporters uit Nederland hadden moeten tekenen. Hendriks weigerde echter mee te delen welke artikelen Van Gelder overtreden zou hebben. Wij hebben in de overeenkomst gekeken, maar konden geen artikel vinden dat Van Gelder overtreden zou kunnen hebben. Het is vrij ongehoord in een rechtsstaat dat men gestraft wordt voor iets dat men niet gedaan kan hebben (het niet naleven van een overeenkomst) en dat men ook niet te horen krijgt welke regels overtreden zijn (die men, in dit geval Yuri, dus niet overtreden heeft). Een rechter weet er wel raad mee en, inderdaad, Van Gelder stapt naar de rechter. Hij zal er zijn finaleplaats op de OS niet mee terug krijgen, die is al vergeven aan een Fransman. Hij zal er misschien mee gedaan krijgen dat Hendriks verplicht wordt uit te leggen welk gedrag van Van Gelder nu precies ontoelaatbaar was. Of misschien dat hij er mee gedaan krijgt dat het NOC*NSF gedwongen wordt Van Gelder schadeloos te stellen voor de schade die hij door het besluit van het NOC*NSF heeft opgelopen. Ik ben natuurlijk geen rechter, maar als ik het juridisch voor het zeggen had, zou ik bevelen dat, ter voorkoming van nog meer onheil, Maurits Hendriks op staande voet op het vliegtuig naar Nederland wordt gezet. Zoals mijn krant deze ochtend suggereerde, is hij misschien geschikt hoofd te worden van een jongensinternaat.

10 augustus 2016

Yuri van Gelder (turner): mogelijk nog een Lord of the Rings

Maurits Hendriks, sportbestuurder bij het NOC*NSF, vond het gedrag van olympiër Yuri Van Gelder (nachtje stappen buiten het Olympisch Dorp, inclusief overvloedig alcoholgebruik) ontoelaatbaar: Sporters hebben volgens hem een voorbeeldrol. Zelf vind ik dat bestuurders ook een voorbeeldfunctie hebben. Daar voldoen ze zelden aan. Hendriks, zo merkte mijn krant fijntjes op, geeft zijn persconferenties bij de OS in het zogenaamde Holland Heineken House, gesponsord derhalve door de bekende bierbrouwer. Er schijnt in dat HHH flink wat alcohol gebruikt te worden, ook door bestuurders. Dan is het hypocriet als bestuurders sporters de inname van alcohol kwalijk nemen. Maar er is ook gesuggereerd dat Van Gelder is weg gestuurd omdat hij zonder toestemming het Olympisch Dorp heeft verlaten. Er staat immers in de overeenkomst die alle Olympische sporters hebben moeten tekenen dat de topsporter tot het moment van de terugreis naar Nederland in het Olympisch dorp moet verblijven (zie artikel 15.4). Maar Van Gelder verbleef daar ook in die feestelijke nacht: hij kwam immers terug (verblijven = wonen of logeren, zie Van Dale), al was het dan wat laat. Als hij niet was terug gekeerd, maar bij een Braziliaanse vriendin was blijven overnachten, dan had hij inderdaad artikel 15.4 overtreden. Op basis van de overeenkomst tussen NOC*NSF en de sporters was er dus geen enkele grond (over alcoholgebruik wordt al helemaal niets opgemerkt) om Van Gelder naar huis te sturen. Zouden dan zijn prestaties hebben kunnen lijden onder zijn nachtelijke uitspatting? De 40+ers onder ons herinneren zich schaatsster Yvonne van Gennip die op de Olympische Spelen van 1988 zonder noemenswaardige voorbereiding drie gouden plakken bijeen wist te schaatsen. Van Gelder had zich in 2016 beter voorbereid dan Van Gennip in 1988. Henriks heeft een potentiële medaillewinnaar naar huis gestuurd. Kan die man niet weg?

08 augustus 2016

Rianne Letschert (a.s. rector): “De bestuurder is er voor de werkvloer”

Jo Ritzen, de idealistische onderwijsminister uit de jaren 90, wilde het bestuur van universiteiten professionaliseren. De bestuurders moesten de onzichtbare krachten worden die de mensen op de werkvloer uit de wind hielden zodat de werkvloer zich voluit met het echte proces (onderzoek en onderwijs) bezig kon houden. Het liep vaak anders. Tegelijk met de professionalisering werd de universitaire democratie afgeschaft. Democratie was ook niet ideaal, maar verhinderde dat megalomane onderwijsbestuurders ongecontroleerd jaknikkers om zich heen konden verzamelen. Die jaknikkers lieten het toe dat de bestuurders belastinggeld over de bak gooiden met als argument dat die uitgaven ‘investeringen’ waren die zichzelf terug verdienden. Die investeringen bestonden, bijvoorbeeld, uit het aantrekken van zogenaamde toppers in het academisch onderzoek tegen torenhoge salarissen. Die toppers waren hun hoogtepunt al voorbij, of ze bleken fraudeurs; ze brachten zelden geld in het universiteitslaatje. Hoe dan ook, ik heb te vaak meegemaakt dat het beleid van universitaire bestuurders vroeg of laat tot financiële problemen leidde en dat de rekening dan bij de werkvloer werd gelegd. Niks uit de wind houden dus. Hoogleraar Rianne Letschert uit Tilburg, die topbestuurder wordt van de Universiteit van Maastricht, gaat dat anders doen. In De Volkskrant zegt ze dat het goed is als iemand van de werkvloer rector wordt van een universiteit, want die “staat midden in het onderwijs en onderzoek”. Ze wil dienstbaar zijn aan de werkvloer. Ik wil niet cynisch doen over dit oprechte voornemen, maar de meeste bestuurders die ik heb meegemaakt kwamen ook van de werkvloer. Helaas hadden ze die werkvloer als bestuurder al gauw uit het oog verloren (zie hierboven). Maar misschien dat Rianne Letschert niet ver boven het werkvolk gaat zweven als almachtige bestuurder. We wensen het de collega’s uit Maastricht toe.

07 augustus 2016

Jeroen Schothorst en Ben Kolff (McGregor): rijk over de rug van oude werknemers

Deze heren zijn rijk geworden met het uitbaten van de merken McGregor en Gaastra. Het zij ze gegund. Mensen die ergens een gat in de markt zien en daar in weten te duiken, daar heb ik een zwak voor. Het ging de McGregor Fashion Group voor de wind en ik kan er over meepraten, want ik heb zelf ook een McGregor-overhemd en het zat mij als gegoten, maar nu niet meer: er kleeft sociaal onrecht aan dit merk. Wat is er gebeurd? Heel eenvoudig dit (lees het ook hier). Na 2011 ging het niet meer zo goed met het bedrijf en de heren Schotkorst en Kolff traden uit de directie, maar ze bleven aandeelhouder. Ze wilden echter geen extra geld in het bedrijf investeren en dus ging het bedrijf failliet. So far, so bad, maar het werd nog erger. Het bedrijf zou verkocht kunnen worden en er waren serieuze gegadigden. Maar wie besliste of de biedingen aantrekkelijk genoeg waren? Inderdaad: Schothorst en Kolff. Zij verwierpen alle biedingen en deden toen maar zelf een bod. Dat, u raadt het al, door de aandeelhouders (i.c. Schothorst en Kolff) werd geaccepteerd. Everybody happy? Nou nee, want het bod maakte het noodzakelijk dat er eerst flink gesaneerd zou moeten worden bij de winkels. Met name, de oudere werknemers zouden moeten worden vervangen door goedkope uitzendkrachten. Lees bijvoorbeeld dit schrijnende verhaal over de 62-jarige Truus Atteveld die bij de McGregor Fashion Group werkte. Het schijnt dus te kunnen in Nederland: je wordt rijk van een bedrijf. Dan gaat het iets minder en je laat het bedrijf failliet gaan. Dan moeten de mensen die aan het succes bijgedragen hebben oprotten. Je koopt het bedrijf terug en je wordt nog rijker. 

01 augustus 2016

Ahmed Marcouch (PvdA): waarom is DENK zo oorverdovend stil?

Wij hebben het eerder gezegd: DENK is een politieke partij die doet alsof zij alle Nederlanders wil verbinden, maar die gewoon voor zichzelf het recht opeist af te kunnen wijken van ‘onze’ normen en waarden. Democratie bijvoorbeeld is volgens DENK niet het recht op bescherming voor de minderheid (zoals ‘wij’ denken), maar het recht van de meerderheid om die minderheid een kopje kleiner te maken. Dat staat niet in het beginselprogramma, maar het blijkt uit de onverholen steun van DENK voor het Erdoğan-regime in Turkije. Dat regime heeft als belangrijkste doel tegenstanders uit de weg te ruimen. Nu zijn de aanhangers van Fethulla Gülen aan de beurt. Zij worden massaal vervolgd en de Turkse autoriteiten vinden dat de Nederlandse Gülen-aanhangers ook maar moeten worden aangepakt. Daar zijn de Erdoğan-aanhangen in Nederland dus al op eigen houtje mee bezig. Enter Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA. Waarom neemt DENK de Gülenbeweging niet in bescherming, zo vraagt hij zich in de krant af? DENK is toch tegen racisme en discriminatie van Nederlandse minderheden, zoals Turkse, Marokkaanse en ‘gekleurde’ Nederlanders. Maar nu een minderheid van de Nederlandse Turken door een meerderheid van de Turkse Nederlanders (namelijk de Erdoğan-aanhangers) wordt bedreigd en geïntimideerd, is DENK “oorverdovend stil”. Aldus Marcouch. Die stilte is niet zo verbazingwekkend. Natuurlijk is DENK er voor de Gülenbeweging in Nederland uit te roeien, maar DENK zelf vertegenwoordigt ook maar een minderheid. DENK moet dus eerst zelf een maatje groter worden. Daarom is ze bezig andere minderheden bij de partij te halen, zoals ‘gekleurde’ Nederlanders (Sylvana Simons) en Marokkaanse Nederlanders (Farid Azarkan). DENK houdt zich stil over hen niet welgevallige minderheden tot ze zelf de meerderheid zijn. Dan kan de resterende minderheid (uiteraard inclusief Gülen-aanhangers) een kopje kleiner gemaakt worden.

19 juli 2016

Bas van den Haterd: winst in de zorg over de ruggen van cliënten? Dat mag!

Leest u dit stuk eens (maar let niet te veel op de spelfouten van de ‘auteur’, want dan haalt u het eind niet). Dit stuk gaat over een onderzoek van mij en mijn collega Jeroen Suijs naar zorginstellingen in Nederland. De boodschap van het stuk van BvdH is dat als er winst wordt gemaakt bij zorginstellingen dit een teken is van goede zorg voor de cliënten. Dat er winst gemaakt wordt is bovendien een redelijke beloning voor mensen die bereid zijn hun “hele spaargeld te investeren” met het risico dat ze dat helemaal kwijt raken. Bovendien: “In het artikel hanteert men een werkelijk schandalig percentage, een hoogleraar onwaardig. Winst moet je namelijk uitdrukken in een percentage van het geïnvesteerde vermogen, niet van de omzet.” Dat is een interessante redenering. Wij vonden namelijk dat bij veel van de zogenaamde zorgbedrijven het vermogen (“spaargeld”) dat de eigenaren in het zorgbedrijf hadden gestoken zeer laag was in verhouding tot de omzet. Soms was een inzet van 18.000 euro al genoeg om een omzet te draaien van ongeveer een miljoen euro en daar dan zo’n vier ton aan winst aan over te houden. Dat zijn dus rendementen van 100-en % per jaar op het geïnvesteerde vermogen. Die zorgondernemers mogen blij zijn, met andere woorden, dat wij de omzet als maatstaf voor de winst namen in plaats van het geïnvesteerde vermogen. Daardoor viel het niet eens zo erg op dat hier sprake was van woekerwinsten. Als een zorgbedrijf een miljoen aan zorggeld declareert bij de overheid en daar, na aftrek van kosten, vier ton aan overhoudt, moet dat bedrijf wel heel onwaarschijnlijk efficiënt geopereerd hebben. De echte conclusie is dat die zorg voor een groot deel gewoon niet geleverd is. 

15 juli 2016

Anita Elberse (Harvard): succesprof?

Laatst las ik een interview met haar in De Volkskrant (helaas alleen voor abonnees). Ze is in 1996 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, en heeft inmiddels een vaste aanstelling als hoogleraar bij de Harvard Businesss School. OK, de business school is niet de topschool bij Harvard, maar het is natuurlijk toch stukken beter dan de business school van Amsterdam. Ze onderzoekt wat de marketingstrategie is van toppers in de entertainmentindustrie. Een voorbeeld is een onderzoek naar het succes van coach Alex Ferguson bij Manchester United. Ferguson had succes, omdat hij (onder meer, zie hier) zorgde voor een goede jeugdopleiding, talent liet doorstromen naar het topteam en omdat hij altijd zelf de hand op de knoppen hield. Dat klinkt overtuigend, en ik kan me zo voorstellen dat ze bij alle succesvolle mensen die ze heeft bestudeerd, heeft uitgevonden wat hen zo succesvol maakte. Maar is het niet te makkelijk het verhaal van mensen te onderzoeken die al succes hebben gehad? Dan weet je al dat hun strategie gewerkt heeft. Het is natuurlijk veel moeilijker om te voorspellen wie er succes zal hebben. Maar dat kan ze, naar eigen zeggen, ook: “Als jij mij nu een lijst geeft van honderd beginnende artiesten, dan denk ik wel dat ik beter dan de gemiddelde Nederlander kan voorspellen wie er succesvol wordt, ja.” Gaan wij dat geloven? Nou, nee. Als die honderd artiesten zouden weten welke strategie de toppers van Elberse beroemd maakte, dan gaan ze dat toch allemaal toepassen? Dan worden ze allemaal succesvol, maar dat kan niet. Succes is voor de enkeling en wordt bepaald door toeval en geluk. The winner takes it all, the loser standing small, om maar eens een succesvol schrijversduo uit het verleden te citeren. Heeft prof. Elberse dat wel door?

05 juli 2016

Syp Kops (Boriz B.V.): declareert meer zorguren dan hij levert

Syb Kops, directeur en oprichter van zorginstelling Boriz BV, verdiende in 2014 met zijn Syb Kops Beheer B.V. ruim 230.000 euro. Hoe kon Boriz BV zo veel geld overhouden aan de zorg van 60 cliënten? Die 60 cliënten werden verzorgd door 11,5 fulltime personeelsleden op basis van persoonsgebonden budgetten (pgb). Met pgb’s kun je makkelijk sjoemelen (ook als cliënt!), maar na ettelijke schandalen kan tegenwoordig een pgb alleen geïncasseerd worden tegen facturen voor geleverde zorg. Het tarief voor een uur zorg varieert, maar als je het tarief eenmaal weet en je weet hoeveel pgb-budget zorginstelling Boriz namens haar cliënten heeft ontvangen, dan weet je direct ook hoeveel uren zorg Boriz gedeclareerd heeft. Dan kijk je vervolgens hoeveel zorg de medewerkers in het totaal kunnen leveren en vergelijkt dat met het totaal aantal gedeclareerde uren. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn collega Jeroen Suijs en ik rekenden het uit en we zagen dat de capaciteit aan zorguren veel minder was dan het aantal gedeclareerde uren. Boriz had dus meer gedeclareerd dan ze kon leveren. Dat noemen we fraude. Maar we hadden natuurlijk buiten Syb Kops gerekend. In een verklaring meldde hij dat de directie full time meedoet met het verlenen van zorg (wij zien het voor ons!!) en dat het aanwezige zorgpersoneel ruimschoots overuren maakt. OK, wij geloofden Kops en gingen opnieuw rekenen. Helaas voor Kops. Zelfs als de directieleden 47 weken per jaar 40 uur per week zorg verleenden aan hun cliënten, zou het overige zorgpersoneel toch nog zo’n 50 uur per week moeten werken tegen een uurloon lager dan het minimumloon. Dat willen we niet geloven. De urenadministratie van Boriz kon overigens het bewijs voor de geleverde zorg ook niet leveren, want die administratie was er niet. 

02 juli 2016

Paul van Rooij (ggz-NL): “Grootverdieners in de ggz? Helemaal niet erg”

Syb Kops Beheer B.V. ontving, evenals zijn twee mededirecteuren van Boriz B.V., in 2014 een inkomen van 230.000 euro voor “intensieve ambulante begeleiding bij het zelfstandig wonen aan jongeren (vanaf 18 jaar) en volwassenen met een (licht-) verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek” die Boriz B.V. zegt te bieden. Voor wij verder gaan met Syb, hebben wij het eerst even over Paul van Rooij, directeur van de branche-organisatie van de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in Nederland. Wat die organisatie precies doet, is mij niet duidelijk, ze maken zich in ieder geval niet druk om de grootverdieners in de ggz. Laat het duidelijk zijn: Syb Kops is niet de enige in de ggz die zorggeld uitbundig naar zijn eigen bankrekening laat stromen. En inderdaad, deze vorm van diefstal van zorggelden, komt ook in andere delen van de zorg voor, maar onze stellige indruk is dat in de ggz de problemen het grootst zijn. Je kunt natuurlijk denken dat het wel meevalt, of gewoon je ogen er voor sluiten. Dat is inderdaad precies wat Paul van Rooij doet, zoals tweets van deze man laten zien. Hij maakt zich niet druk om die “paar grootverdieners in de zorg”; hij maakt zich druk of wij de totale winst in de ggz wel goed hebben berekend. Wij hadden in De Volkskrant een bedrag van een half miljard genoemd. Dat bedrag hadden wij van een openbare site gehaald, waarop financiële gegevens van de zorg worden vermeld. Die site is niet erg overzichtelijk, maar ik kan Paul van Rooij gerust stellen: wij trekken het bedrag na. Kan hij zich als directeur van ggz-NL eindelijk bezig gaan houden met het echte probleem, namelijk dat de ggz een goudmijn is voor malafide zorgondernemers.

Syp Kops: zorgondernemer; doet aan intensieve begeleiding

Zo nu en dan word ik door een journalist gebeld of ik eens naar de financiën van deze of gene zorginstelling wil kijken. Vaak blijkt het financieel een rampzalige puinhoop te zijn. Die zorginstellingen zelf reageren bijna altijd verontwaardigd op beschuldigingen van financieel wangedrag. Zorgaanbieders vinden zichzelf dan zo goed en zorgzaam voor hun cliënten dat het bijna een belediging is voor al hun dankbare en tevreden cliënten dat zeurkousen het over die pietluttige centen willen gaan hebben. Enfin, Judith Spanjers van Omroep Gelderland belde mij enige tijd geleden op of ik eens naar de jaarrekeningen van Kobiz B.V. wilde kijken. Dit is een zorgonderneming in Gelderland met Syb Kops als een van de drie directeuren en oprichter. Judith Spanjers vermoedde dat er iets niet in de haak was. Het leek mij handig om mijn collega in financial accounting (zeg maar financiële rekenkunde) erbij te betrekken. Op het eerste gezicht zag de jaarrekening van Kops er keurig uit. Die jaarrekening was dan ook goedgekeurd door de accountant van het bedrijf (over accountants die jaarrekeningen van malafide zorgbedrijven goedkeuren, gaan we het ook nog wel eens hebben). Maar hé, wat zagen we daar op bladzijde 6 van de jaarrekening van 2014: een dividenduitkering van 427.500, uit te keren aan de drie aandeelhouders. Een van die aandeelhouders is Syb Kops Beheer B.V. die uiteraard niets met Syb Kops zelf te maken heeft. Syb Kops Beheer B.V. (ook geen familie) is ook lid van de directie en krijgt voor deze functie ruim 88.000 euro. Tellen we de dividenden daarbij op, dan krijgt hij ruim 230.000 euro. Dat is kennelijk de juiste beloning voor de “intensieve ambulante begeleiding” die Boriz B.V. zegt te leveren. Toen viel ons een tweede ding op (wordt vervolgd).    

25 juni 2016

Merkel (Juncker) [Tusk]: “Brexit moet langzaam (snel), maar [niet hysterisch]”

Als je wilt weten waarom de EU-burgers gek worden van de EU en vooral van zijn leiders, luister dan eens goed naar de reacties van die leiders op de keuze voor Brexit door het Britse volk. Hier Frau Merkel. Zij vindt overhaaste besprekingen over het vertrek van het VK ongepast. Maar daar komt de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker die zegt dat de onderhandelingen over het vertrek van het VK direct zouden moeten starten: “de Britten willen de EU verlaten en dus heeft het geen zin tot oktober te wachten met de onderhandelingen.” Weg met die Britten, en zo snel mogelijk. Dan is er natuurlijk nog de ‘president’ van de Europese Raad, Donald Tusk. Wat vindt hij (hij is per slot van rekening president), direct beginnen (Juncker), of nog even wachten (Merkel). De uitslag van het Britse referendum was een historisch moment, maar het was geen moment voor “hysterische reacties”, aldus Tusk. Daar zijn we het natuurlijk allemaal mee eens: houdt het hoofd koel, geen paniek zoals op de beurzen wereldwijd, zonder dat er (behalve een referendum) iets was gebeurd. Maar wie was er hysterisch? Was het Merkel die (alsjeblieft) om uitstel voor verwijdering vroeg, of was het Juncker die de Britten per ommegaande van het continent wil verdrijven? We weten het niet, zoals we het nooit weten wat de EU wil / kan / moet doen als er een crisis uitbreekt. Bij crises in de EU gebeurt ongeveer het volgende. Eerst gaan de leiders elkaar drie tot zes maanden tegenspreken, daarna gaan ze drie tot zes maanden bij elkaar zitten zonder tot een duidelijke conclusie te komen, daarna gaan ze de oplossing van de crisis een jaar uitstellen, waarna het jaar daarop de oplossing opnieuw wordt uitgesteld. Geen wonder dus, dat Brexit.    

23 juni 2016

Damiaan Denys (psychiater): de Rémon W.’s worden niet behandeld dankzij de marktwerking in de zorg

Wij vertelden over Rémon W. die, ondanks ernstige psychotische klachten, vrij bleef rondlopen dankzij het OM en niet (meer) behandeld werd door de geestelijke gezondheidszorg (ggz), omdat dat, volgens de persvoorlichter van het OM ”niet gewerkt zou hebben”. Waarom, zo vroegen wij ons af, kan een sector als de ggz die jaarlijks een kleine 10 miljard euro van de belastingbetaler ontvangt, de meest ernstige psychiatrische patiënten niet behandelen? Psychiater Damiaan Denys geeft deze week in De Volkskrant een antwoord op die vraag. Volgens hem is door de marktwerking in de ggz de drempel voor behandeling verlaagd. Er worden steeds meer mensen met ‘ongemak’ behandeld in plaats van mensen met ‘ziekte’. De mensen met complexe, dubbele diagnoses krijgen daardoor onvoldoende zorg, want “met de complexe patiënten kun je niet scoren”. De zorgverzekeraars willen resultaten zien en die bereik je niet met “iemand met een borderline-persoonlijkheidsstoornis die al voor de achtste keer suïcide heeft proberen te plegen en al zes keer is langs geweest”. Instellingen willen dit soort patiënten niet hebben, omdat de verzekeraar daar geen, of te weinig vergoeding meer voor geeft (zo is de suggestie van Denys). Ze nemen dan liever lichte gevallen, want die kun je ‘genezen’. De analyse van Denys is dus dat door de marktwerking in de zorg de zorgverzekeraars resultaten van behandeling willen zien, want anders lopen de kosten op voor de verzekeraar (en dat verzwakt hun concurrentiepositie). Daardoor worden steeds meer lichte gevallen in behandeling genomen (want die ‘genezen’) en de complexe gevallen worden buiten gesloten (want die genezen niet). Daardoor nemen de kosten toe. Hé, hier klopt iets niet! De zorgverzekeraars wilden toch lagere kosten? Wat mist er? Antwoord: de instellingen zelf die heel graag rijk willen worden.

22 juni 2016

Rémon W.: volgens OM niet gevaarlijk genoeg voor gedwongen opname

En weer gaat het mis met een man met een ernstige psychische stoornis die door het OM en de rechter op de maatschappij wordt losgelaten. Gevolg: een gezin met jonge kinderen in de knop gebroken. En alweer, net als in het geval van Bart van Urk kan er een beschuldigende vinger gaan naar het Openbaar Ministerie (OM). Volgens de berichtgeving wilde het OM Rémon W. niet gedwongen laten opnemen, ondanks een verzoek van de reclassering en ondanks smeekbedes van de moeder van Rémon W. om haar zoon niet vrij te laten. Rémon W. had al diverse ernstige delicten op zijn naam staan, waaronder bedreiging en mishandeling van zijn eigen familie. Volgens het OM was hij al eerder opgenomen geweest in een kliniek, maar daar weer uit ontslagen. De behandeling zou niet gewerkt hebben. Inderdaad, l’histoire se répète, want bij Bart van Urk ging het op precies dezelfde manier. Kliniek in, kliniek uit. Daar was het niet alleen zijn eigen familie, maar zelfs Bart van Urk zelf die om opname vroeg, maar ook dat hielp niet. Bart van Urk bleef vrij en kon zijn moorden plegen. Hoe komt het toch dat we geen raad weten met levensgevaarlijke mensen en we ze daarom maar hun gang laten gaan? Waarom is onze geestelijke gezondheidszorg die per jaar zo’n 10 miljard euro verstookt niet in staat de meest ernstige gevallen te behandelen? De Volkskrant van deze week had daar een paar lezenswaardige hypothesen over, aan de hand van interviews met, laten we zeggen, goede psychiaters, dat wil zeggen psychiaters die geen eurobiljetten maar problemen zien en daar oplossingen voor willen bedenken. We komen daar op terug, maar voelen nu vooral mededogen met het verongelukte gezin. 

18 juni 2016

Martin van Rijn (staatssecretaris): gemeenten moeten doen wat ik zeg

Ja, laten we het weer eens hebben over Martin van Rijn, de staatssecretaris van volksgezondheid. Hij is verantwoordelijk voor de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten, wij hebben het daar al eens over gehad. Het argument van het kabinet hiervoor was dat gemeenten beter dan het Rijk kunnen voorkomen dat te veel kinderen in het medische circuit (van psychologen en psychiaters) terecht komen. Gemeenten kunnen beter dan het rijk tegenwicht bieden tegen het medische circuit dat zo machtig is, dat ze zelf het aantal cliënten kan bepalen. Gemeenten moeten dan wel de kans krijgen zelf te bepalen hoe ze de zorg gaan organiseren. Zoals wij zagen, was de staatssecretaris daar niet altijd even consequent in. Laten we deze quote maar weer eens herhalen: “Het is straks niet de gemeente die bepaalt welke zorg en medicijnen een kind krijgt, maar de professional.” Enfin, de gemeenten proberen de jeugdzorg te organiseren en daarbij is een papierwinkel onvermijdelijk. Het liefste willen de medici van de geest helemaal geen papieren invullen, want dan kunnen ze minder tijd aan de patiënt besteden, zeggen ze. Dan kunnen ze er ook minder aan verdienen, denk ik er dan bij, want in de geestelijke gezondheidszorg wordt goed geld verdiend. Daar heb je als geestelijke-gezondheidszorger natuurlijk liever geen pottenkijkers bij. Dus daar komt de staatssecretaris weer. Hij wil dat gemeenten en instellingen onderling de samenwerking stroomlijnen en als het te lang duurt, zal hij actie ondernemen. “Niemand wordt er vrolijk van als er meer geld gaat naar bureaucratie.” Helaas, de goede man begrijpt nog steeds niet dat decentralisatie betekent dat gemeenten (en niet het rijk) zelf kunnen bepalen hoe ze de uit de hand lopende kosten van de jeugdzorg gaan beteugelen. Kan die man zelf ook niet gedecentraliseerd worden?

15 juni 2016

Mark Rutte (Brexiteer?): “Brexit is in het voordeel van (Ajax) Amsterdam”

Onze eigen premier Mark Rutte heeft in een interview gezegd dat een Brexit goed is voor Amsterdam als financieel centrum, want financiële dienstverleners zullen dan verkassen van Londen naar Amsterdam. Hoe hij dat zo zeker weet, zei hij er niet bij (waarom gaan de financiële dienstverleners niet naar Frankfurt, of blijven ze gewoon lekker in Londen?), maar hij zei wel (als goedaardig altruïst) dat hij liever heeft dat het VK in de EU blijft dan dat Amsterdam als financieel centrum wordt opgepimpt. Want, aldus de premier, onze gezamenlijke traditie als zeevarende naties betekent ook dat we eenzelfde kijk hebben op vrije handel en het verdiepen van de interne markt. Tot zover de premier. Hij vergat te vermelden (en dat in deze tijd van voetbal) dat als het VK de EU verlaat het Bosman-arrest niet langer meer geldt voor topvoetballers in Nederland die naar de Premier League willen verhuizen. Ook als het contract is afgelopen van de desbetreffende speler kan een Nederlandse club van een Engelse club (net als vroeger) een transfersom eisen. Met andere woorden, het proletarische winkelen van de Engelse clubs bij de Nederlandse clubs hoort (wellicht) binnenkort tot het verleden en er komt een eind aan de exodus van in Nederland spelende topvoetballers naar de Premier League. Er gloort dus eindelijk weer een beetje hoop voor Ajax dat de club misschien ooit nog een rol van betekenis kan spelen in de Champions League. Maar, inderdaad, om maar weer met de premier te spreken, wij vrezen ook dat de “collectieve wijsheid van de Britten” (in dit geval eigenlijk de Engelsen, want de Schotten hebben misschien nog wel meer last van de Premier League dan de Nederlanders) ze er van zal weerhouden de EU te verlaten. 

13 juni 2016

Alexander Rosenberg: economie is geen wetenschap… O, toch wel

Een redacteur van een economisch tijdschrift gaf mij onlangs het advies het werk van Alexander Rosenberg te bekijken. Het ging om de vraag of het gebruik van wiskunde in de economie een bewijs is van de wetenschappelijke aard van economie. De bekende Amerikaanse econoom Paul Romer had beweerd dat veel academische economen wiskunde gebruikten, niet om de wetenschap te dienen, maar om anderen zand in de ogen te strooien. Zoiets, zei boven vermelde redacteur, had Rosenberg 24 jaar geleden ook al beweerd. Wij natuurlijk Rosenberg lezen. Volgens Rosenberg, anno 1992, investeerden academische economen steeds meer in wiskundige technieken in de hoop dat daarmee de economie beter verklaard kon worden, maar, helaas, aldus Rosenberg, de voorspellingen van economen worden er maar niet beter op. De economie blijft steken in toegepaste wiskunde en is dus geen wetenschap. Over wiskunde in de economie bestaan vele misverstanden (zie o.a. hier). Wiskunde is een taal waarmee veel economen spreken, die het echter niet makkelijker maakt om te voorspellen. Economie is een vorm van toegepaste logica, zoals de onsterfelijke Keynes schreef. Als je op basis van een economische theorie de economische werkelijkheid wilt gaan voorspellen, verliest de theorie zijn algemeenheid. Die voorspelling is immers maar op één plaats en in één periode geldig. Dat vond Keynes in 1938. In 2015 vond Rosenberg opeens economie toch wel een wetenschap, namelijk een historische wetenschap. De (economische) geschiedenis kun je met enig geluk verklaren, maar je kunt de geschiedenis niet voorspellen: iedere gebeurtenis is uniek en niet te herhalen. Daarom kunnen er ook geen ‘wetten’ zijn in de economie. Wetten die door de natuurkunde of de scheikunde zijn geformuleerd, zijn niet afhankelijk van plaats en tijd: ze zijn universeel geldig. De mens echter leeft alleen op planeet aarde.

11 juni 2016

Zeger Wijnans (40 jaar onderwijsdirecteur?): is gelukkig met pensioen

Als docent aan een universiteit hoef ik niet de hele dag voor de klas te staan zoals docenten bij andere schooltypen. Ik benijd ze niet. Als ik twee uur les heb gegeven, ben ik zo uitgeput dat ik zeker een uur niets nuttigs meer kan doen. Als je 27 uur les moet geven, zoals dat bij een voltijds onderwijsbaan vaak het geval is, zou ik daar dus direct 13,5 niet productieve uren aan moeten toevoegen. Tussenuren (waar docenten vaak mee geconfronteerd worden) zouden voor mij een must zijn. Dan ben ik dus al 40,5 uur onder de pannen. Dan heb ik nog geen les voorbereid (minstens 20 minuten per lesuur, ofte wel 9 uur per week), nog geen leerling of ouder gemaild die wat van mij wil (een hoger cijfer, betere lessen: laten we zeggen 1 uur per week), en ook nog geen proefwerk nagekeken (3 uur per week). Dan zou ik op 53,5 uur per week zitten x 38 lesweken, geeft: 2033 uur per jaar, terwijl 1700 ongeveer het maximum is. Oud leraar/directeur Zeger Wijnans heeft, achter zijn pensionado geraniums, ook zo’n berekening gemaakt die zelfs De Volkskrant van 10 juni jl. haalde. Hij berekende: 27 lesuren (van 50 minuten) zijn 22,5 uren. Als je daarnaast iedere dag 4 uur aan andere taken besteedt, kom je uit op 42,5 lesuren per week, of 1615 uur per jaar. Kortom, het onderwijs is een luizenbaan. Ja inderdaad, als docenten in hun eigen tijd naar het klaslokaal moeten lopen, kan ik ook tot de conclusie komen dat docenten niet moeten klagen. Wijnans is vast het grootste deel van zijn leven onderwijsdirecteur geweest die de zweep over zijn docentenkorps legde. Hij beschouwt onderwijs als lopendebandwerk. Gelukkig is hij inmiddels met pensioen. 

08 juni 2016

Edith Schippers (zorgminister): Tromp was gevaar voor patiënten

We weten nog dat in oktober 2013 huisarts Nico Tromp zelfmoord pleegde nadat hij was geschorst door de inspectie van de gezondheidszorg (IGZ) wegens het toedienen van morfine aan een terminale patiënt. De IGZ vermoedde dat Tromp zich te buiten ging aan structureel medische wanpraktijken. Dit vermoeden was niet gebaseerd op onderzoek door de IGZ bij de huisartsenpraktijk van Tromp. Anneke Tromp, de weduwe van huisarts Tromp, heeft de rechtmatigheid van de schorsing tot bij de Raad van State (RvS) aangevochten. Vorige week oordeelde de RvS dat de schorsing van Nico Tromp door de IGZ onrechtmatig was. De uitspraak was gebaseerd op de overdracht van de huisartsenpraktijk door Tromp, niet op de vraag of als Tromp wel weer aan de slag was gegaan zijn patiënten gevaar zouden lopen. De RvS hoefde daar niet over te oordelen omdat de kans dat Tromp weer zijn praktijk zou opvatten nul was, zodat de schorsing hoe dan ook overbodig was. Op verzoek van de Kamer heeft de minister een reactie op de uitspraak van de RvS gegeven. Schippers schrijft: “De Raad van State heeft zich niet uitgesproken of aan de eerste voorwaarde voor het geven van een bevel is voldaan, namelijk of de huisarts aan zijn patiënt verantwoorde zorg heeft onthouden.Hoe vilein kan een bewindspersoon zijn? Zij suggereert daarmee immers dat Nico Tromp toch een huisarts was die zich te buiten ging aan grensoverschrijdend medisch wangedrag, zoals ze eerder uitsprak. Deze uitspraak neemt ze niet terug. Volgens de brief van de minister mag de IGZ in de toekomst gewoon zonder gedegen onderzoek artsen blijven schorsen. Alleen mag dat niet meer zo snel gebeuren.

07 juni 2016

Jeroen Dijsselbloem (Eurogroep): Je wordt blind van oogje toeknijpen (I)

Onze eigen minister van financiën, Jeroen Dijsselbloem, is voorzitter van de eurogroep. Deze groep bestaat uit de ministers van Financiën van de eurolanden en heeft als doel de coördinatie van economisch beleid binnen de eurozone te versterken en de financiële stabiliteit van de eurolanden te bevorderen. Mooie doelen, maar formeel gaat de eurogroep hier niet over, maar de Europese Commissie (EC). Over de EC hebben wij ons echter sceptisch betoond: er is geen rol voor een flexibel begrotingsbeleid, de EC let alleen op de begrotingsregels. Flexibel begrotingsbeleid zou zijn dat de landen die het kunnen dragen (Nederland, Duitsland, Oostenrijk) hun overheidstekorten gaan verhogen om te proberen de nog steeds zwakke Europese economie te stimuleren. Daarvan profiteren dan de landen die moeite hebben hun begroting in toom te houden (Frankrijk, Spanje, Portugal, Griekenland). Die landen moet je juist niet toelaten hun tekorten te vergroten, want dan gaan hun overheidsschulden ‘exploderen’, dat wil zeggen, die schulden gaan sneller stijgen dan hun nationale inkomens. Voor Griekenland geldt dat al en het gevolg is dan dat andere eurolanden in feite die schulden moeten financieren. Dat is wat nu gaande is, zonder dat men het (al) wil toegeven: de andere eurolanden draaien op voor het grootste deel van de schuld van de Grieken. De voorzitter van de EC, Jean-Claude Juncker, heeft recent gezegd dat hij voor de te hoge tekorten van Frankrijk en Spanje wel een oogje wil toeknijpen. Jeroen Dijsselbloem boos: “Als de EC zijn ogen sluit voor te hoge begrotingstekorten, hebben we op het laatste een blinde EU.” Mooi gevonden, inderdaad. Maar heeft hij gelijk? Jazeker, helaas alleen maar voor de helft en dan ook nog voor de verkeerde helft. Net als Jean-Claude Juncker voor de verkeerde helft gelijk heeft (wordt vervolgd).

02 juni 2016

Sylvana Simons (DENK): Alle Nederlanders één? (II)

Sylvana Simons is nu dus vooraanstaand lid van de nieuwe politieke partij DENK en op de verrekijk mocht ze uitgebreid uitleggen waarom (kijk en luister zelf maar). Kijk ook hier wat DENK wil. Veel polderpraat, maar dat doen politieke partijen als PvdA, SP en CDA ook. Waarom is DENK dan nodig? Wel, omdat DENK vindt dat integratie van de ‘allochtone’ Nederlanders klaar is (en anderen dat inzicht nog niet hebben). Daarover hoeven we het dus niet meer te hebben. Net zo min als over ‘allochtonen’, want dat zijn gewoon Nederlanders. Als er groepen mensen zijn (Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, etc. Nederlanders) die niet mee lijken te tellen, ligt dat niet aan een gebrek aan integratie, want die is dus klaar. Aldus DENK. Wat zijn dan wel de oorzaken van de (overduidelijke) achterstanden van deze groepen? Hoe komt het bijvoorbeeld dat er zoveel misdaad is onder jonge Marokkaanse Nederlanders? Uiteraard, aldus DENK, komt dat door het racisme en de discriminatie waar de ‘witte’ Nederlanders zich aan schuldig maken. Het ligt niet aan een gebrek aan opvoeding. Het ligt ook zeker niet aan het islamitisch onderwijs dat kinderen opvoedt tot extremisten, zoals de regering in sommige gevallen vermoedt. Dat de regering dan subsidie aan dergelijke islamitische onderwijsinstellingen dreigt in te trekken, wordt door DENK in hun politieke pamflet ‘treiteren’ genoemd. Religieus fundamentalisme is kennelijk, volgens DENK geen beletsel voor het “volop meedraaien in de samenleving”. Wij weten natuurlijk beter. Behalve dan kennelijk Sylvana Simons, die wij toch een van ‘de onzen’ zouden willen noemen. Maar ja, als ze dan een politieke partij kiest die toch vooral voor een gesegregeerd Nederland lijkt te kiezen, maakt ze het ons wel heel moeilijk haar (figuurlijk) te omhelzen. [Zie hier voor een uitgebreidere opinie over DENK]

01 juni 2016

Nico Tromp (Tuitjenhorn): postuum eerherstel!

We hebben het hier al vaak over de ‘zaak’ van huisarts Nico Tromp gehad, laatst nog hier, en zie ook hier. Hij pleegde zelfmoord nadat hij was geschorst wegens het toedienen van een overdosis morfine aan een terminale patiënt. Deze zaak zorgde voor veel onrust. Uit het rapport van de commissie Bleichrodt bleek dat de inspectie van de gezondheidszorg, IGZ, Tromp had geschorst zonder enig onderzoek bij de huisartsenpraktijk van Tromp gedaan te hebben. Bleichrodt vond dat echter geen probleem, want er was volgens hem wel degelijk sprake van een ‘zorgvuldige afweging van belangen’, maar ik en vele anderen vonden het optreden van de IGZ in deze zaak minstens onzorgvuldig en waarschijnlijk onrechtmatig. Het leek er op dat Bleichrodt vooral de betrokken ministers (Justitie en Volksgezondheid) wilde sparen voor de fouten van hun diensten (OM en IGZ). In ieder geval was het Bleichrodt-rapport aanleiding genoeg voor deze ministers over de onzorgvuldigheden van hun diensten te zwijgen. Minister Edith Schippers deed daar nog een schepje bovenop door van grensoverschrijdend gedrag door Nico Tromp te spreken tijdens de openbaarmaking van het rapport. Anneke Tromp, de weduwe van huisarts Tromp, deed inmiddels pogingen de rechtmatigheid van het optreden van de IGZ in deze zaak aan te vechten. Zij is tot een hoger beroep bij de Raad van State gekomen. Hoewel de IGZ als een kille en slecht geïnformeerde bureaucratie is opgetreden in deze zaak, vreesden wij dat de Raad van State dit toch niet onrechtmatig zou vinden, maar zie daar, de Raad van State vindt dat de schorsing van Nico Tromp door de IGZ wel degelijk onrechtmatig was. Het is een genoegdoening voor ons rechtsgevoel, maar het is een schrale troost voor Anneke Tromp, want Nico Tromp zal er niet door tot leven gewekt worden. (Naschrift: de troost is alweer veel schraler, want van de minister krijgt Nico Tromp geen eerherstel)